Malta 2018

Malta is een land maar ook een eiland, maar het is geen eiland van Italië mocht je dat denken. Het ligt tussen Sicilië en Libië in de Middellandse Zee. Met een oppervlakte van 316 km2 is het nog kleiner dan Texel. De afmetingen van het hoofdeiland zijn ca. 12 bij 26 km. Het telt dik 400.000 inwoners en daarmee behoort het tot de dichtstbevolkte landen ter wereld, terwijl de hoofdstad Valletta weer de kleinste hoofdstad is van Europa.
De geschiedenis van het eiland gaat ver terug. Door de strategische ligging van het eiland is Malta van oudsher van groot belang voor het beheersen van de Middellandse Zee. De tempels van Ħaġar Qim en Mnajdra en de op het eiland Gozo gelegen tempel van Ġgantija zijn ouder dan de Egyptische piramiden. Diverse volkeren regeerden over Malta.
Ook Napoleon probeerde Malta te bezetten. De Maltezers verjoegen de Fransen met hulp van de Britten en zo werd Malta een Britse kolonie die tot 1964 duurde. Tot 1974 was de Britse vorstin het staatshoofd; daarna werd het land een republiek. Dit verklaart waarom Malta nog steeds Engels georiënteerd is. Naast Maltees spreekt een groot deel van de bevolking Engels en er wordt links gereden. Malta trad op 1 mei 2004 toe tot de Europese Unie en op in 2008 werd de euro ingevoerd als betaalmiddel.
De Maltese taal is ontstaan uit het Arabisch nadat de Arabieren Malta in 870 veroverden. Maltees is de enige Semitische taal die in het Latijns alfabet geschreven wordt. Naast de standaardletters van het Latijns alfabet, bevat het extra tekens zoals de Ħ, die hetzelfde wordt uitgesproken als onze H.

Ondanks dat Malta zo klein is heeft het toch een grote wereldwijde naamsbekendheid.
Opvallend op Malta zijn de gele kalkstenen (limestone) waarmee alle gebouwen zijn gebouwd. De steen wordt lokaal gewonnen. De bebouwing op Malta is zo dicht dat diverse steden tegen elkaar aan zijn gebouwd en één grote agglomeratie zijn geworden. Dicht bevolkt, maar dan heb ik het niet eens over de ruim één miljoen toeristen die er ieder jaar nog bij komen. Malta is vanwege het klimaat, de historische bebouwing, de restaurants en de stranden een populaire toeristische bestemming.
Maltezen zijn een zeer gelovig volk. 98% van de bevolking is katholiek, waarmee het een van de meest katholieke landen ter de wereld is. In Malta staan maar liefst 376 kerken.
Malta is kaal en rotsachtig met relatief weinig natuurlijke begroeiing. Zoek je natuur, ga dan vooral niet naar Malta. De zomers zijn heet en droog. De beste reistijd is mei als de temperaturen veel aangenamer zijn en er volop bloemen bloeien.
Malta is op veel plaatsen mooi, maar veel plaatsen zijn minder mooi. Het is dus zaak je goed voor te bereiden over waar je wil verblijven en de dingen die je wil zien. Doe je voordeel met onderstaande info.

Ħaġar Qim en Mnajdra tempels

Het tempelcomplex uit de steentijd ontstond in twee fasen rond 3500 en 2800 voor Christus en is daarmee ouder dan de Egyptische piramiden en het Engelse Stonehenge. Het is nog altijd zeer verwonderlijk hoe de bevolking in die tijd dergelijke bouwwerken heeft kunnen maken. Er zijn zelfs stenen van 20 ton gebruikt. Alle stenen zijn rechthoekig gekapt net zoals bij de piramides en het zijn geen zwerfstenen zoals bij Stonehenge. Omdat het zo oud is, is het best ver vergaan en daardoor voor sommige niet meer dan een stapel stenen oneerbiedig gezegd. Het feit dat de bevolking in die tijd al zo beschaafd was, is toch wel heel boeiend. De tempels behoren tot het Unesco Erfgoed.

Marsaxlokk

Dit vissersdorpje ligt aan de oostkust van Malta. Het oude vissersdorpje is een van de meest fotogenieke plaatsen op Malta. De kust heeft een tafereel dat nergens anders op Malta te vinden is. In de baai dobberen honderden kleurrijke bootjes die prachtige decors vormen voor een schilderij of foto. Van Gogh zou hier helemaal uit zijn dak gaan. Op de oeverpromenade bevindt zich een even kleurrijke markt met een grote diversiteit aan koopwaar maar wel erg op de toerist georiënteerd. Bij de tientallen restaurantjes kun je heerlijke verse vis eten. Het plaatsje is vooral een topattractie voor dagjesmensen.

Mdina

Mdina is misschien wel het mooiste stadje op Malta. Het middeleeuwse stadje is zeer pittoresk en authentiek waardoor het dagelijks veel toeristen trekt. Het is komen en gaan van toeristen die nagenoeg allemaal elders op het eiland verblijven. In het vrijwel autoloze stadje wonen nog geen 300 mensen. Mdina is een must see als je op Malta bent. Paardenkoetsen rijden rond met toeristen. De gebouwen – overwegend kerken, kloosters en paleizen van de Malthese adel – stammen uit de 17de eeuw en vroeger. Nu zijn in enkele gebouwen restaurants en souvenirwinkels ondergebracht. De bezienswaardigheden binnen de stadsmuren zijn binnen een uur bekeken, maar van de sfeer kan men urenlang genieten.

Senglea / Isla

Senglea ligt net als Vittoriosa ten oosten van Valletta. Senglea draagt tegenwoordig weer haar oude naam Isla. Daar waar Vittoriosa veel energie heeft gestoken in het opknappen van de stad heeft Senglea het duidelijk laten liggen en is daardoor nauwelijks interessant voor de toerist. Het kleine stadje heeft een fortificatie maar uit de riddertijd is nog weinig van over. Het enige aantrekkelijke is de uitkijkpost op de restanten van het oude Michaelfort met een prachtig uitzicht op Valletta.

Sliema

Ten westen van Valletta ligt Sliema. Dagelijks vaart een paar keer per uur een ferry naar Valleatta. Sliema is helemaal geen mooie plaats, maar vanwege de korte verbinding naar Valletta is het een gewilde uitvalbasis en het zicht op Valletta is fantastisch. De gehele kust staat vol met lelijke, moderne appartementencomplexen. Bij diverse makelaars kijken we in de etalage. Appartementen variëren van 2 ton tot 2 miljoen. Heel wat westerlingen zullen hier een tweede woning hebben. Er is blijkbaar nog veel behoefte aan nieuwbouw, want er wordt nog volop gebouwd. De allerrijkste bouwen een villa met zwembad recht naast de zee. Kosten? Geen idee, maar ik denk miljoenen.
De spaarzame stukjes strand in de stad bestaan uit stenen plateaus. Het ligt hard, maar je hebt in ieder geval geen zand tussen je tenen of in je zwempie. Aan zon geen gebrek.

Valletta

Valletta is de hoofdstad van Malta terwijl het maar 6.000 inwoners telt. Het is een historische vestingstad dat op een schiereiland ligt. Vanwege zijn unieke eigenschappen staat het op de Unesco Werelderfgoed. Dit jaar, 2018, mag Malta zich culturele hoofdstad van Europa noemen, net als Leeuwarden overigens. Aan de nog altijd bestaande enorme vestingmuren is goed te zien dat de stad in het verleden zwaar bevochten is.
Het wegenpatroon is kaarsrecht waardoor verdwalen bijna niet mogelijk is. Triq Ir-Republika is de naam van de belangrijkste winkelstraat die letterlijk in het midden van het centrum ligt. Massa’s mensen slenteren over de brede boulevard.
De stad is extreem heuvelachtig waardoor veel straten zeer steil zijn. Sommige straten zijn zo steil dat de trottoirs uit één lange trap bestaan. In sommige straten is zelfs autoverkeer niet mogelijk en bestaan de straten louter uit trappen. Als voetganger zul je dus geregeld moeten klimmen en dat merk je na een paar dagen behoorlijk aan je kuitspieren.
Dagelijks gaat er een paar keer per uur een ferry naar de ‘Drie Steden’ en naar Sliema. Het boottochtje duurt nog geen tien minuten. Het is een tocht en een bezoek die ik je zeer kan aanbevelen.
Ondanks de grote hoeveelheden toeristen en de historische bebouwing vind ik Valletta ook weer niet super mooi. Uniek is het zeker en het lijkt op geen enkele stad die ik ook eerder heb gezien en het is zeker de moeite waard voor een bezoek. In één à twee dagen heb je de stad eigenlijk wel bekeken.

Vittoriosa / Birgu

Vittoriosa vormt samen met Cospicua en Senglea de Drie Steden, die ten oosten van Valletta liggen. Samen zijn ze tot één stad versmolten. Vittorisa draagt tegenwoordig weer haar oude naam Birgu. Met de ferry van Valletta naar Vittoriosa is een van de mooiste dingen op Malta en tóch staat het niet in de reisgidsen! Vanuit Valletta gezien geniet je eerst van het prachtige uitzicht op de fortificatie van deze stad. Dan volgt het zicht op het evenzo historische Vittoriosa. De ferry vaart de jachthaven binnen. Het is een luxueuze jachthaven met peperdure boten tot wel 60 meter lang. Reken maar één miljoen per meter voor een jacht, dan weet je wat ze kosten. Nooit eerder zag ik zoveel grote jachten. Ik zie zelfs een jacht met een helikopter aan boord!
Vittoriosa is een prachtig stadje met veel kleine steegjes dat eigenlijk veel mooier is dan Valletta en vooral véél minder toeristisch. Het is misschien wel mooier om in Vittoriosa een accommodatie te zoeken en dan vanuit die stad dagtochtjes te maken naar Valletta.
Naast de jachthaven zijn het Maritiem Museum, het Inquisitor’s Paleis, het Malta at War Museum en het Fort St. Angelo de hoogtepunten in Vittoriosa.

Mijn persoonlijke top 10 van Malta:

1. Valletta
2. Mdina
3. Marsaxlokk
4. Ferry tussen Valletta en Vittoriosa
5. Ħaġar Qim en Mnajdra tempels
6. Vittoriosa / Birgu
7. Rondvaart door de havens van Valletta
8. Het paleis van de president in Attard
9. Dingli Cliffs
10. Blue Grotto

Klik hier voor meer foto’s van Malta.

Malta op internet:

Alles over Malta

Landen Portaal

Landen Net

Malta voor beginners

TOP-10 bezienswaardigheden 

Visit Malta

Wikipedia

Advertenties
Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Leeuwarden (Ljouwert) 2018

Leeuwarden en Valletta (Malta) zijn in 2018 de cultuursteden in Europa. Het toeval is dat beide steden dit jaar op ons programma staan. Leeuwarden is als eerste aan de beurt. Ik vraag mij af, waarin verschilt Leeuwarden dit jaar met andere jaren? Wat heeft het extra te bieden? Omdat ik nooit eerder in Leeuwarden ben geweest heb ik weinig referenties. Ik ga er de komende dagen achter komen waarom Leeuwarden zich dit jaar culturele hoofdstad mag noemen. In de krant lees ik dat Leeuwarden ‘hot’ is. Mede omdat het nu de status heeft van culturele hoofdstad is het erg in trek bij toeristen.
Met bijna 100.000 inwoners is het een van de oudste steden in het noorden van Nederland met een rijke geschiedenis. Dankzij een historische binnenstad en woonwijken uit de negentiende en twintigste eeuw staat Leeuwarden met 617 rijksmonumenteninschrijvingen in de top-15 van Nederlandse monumentengemeenten. Ook heeft de stad beschermde stadsgezichten zoals de binnenstad met singels, het Nieuwe Kanaalgebied en de Hollanderwijk. Deze worden beschermd, omdat ze een bijzondere ruimtelijke structuur en karakter hebben. Naast de rijksmonumenten zijn er 375 beeldbepalende panden. In de middeleeuwen hadden gebouwen een naam i.p.v. een huisnummer. Diverse panden dragen nog steeds de oorspronkelijke naam. Ondanks dat Leeuwarden een historische stad is toch mis ik wat. De huizen zijn gemiddeld klein en sober zonder veel sierlijke details wat duidt op een niet erg welvarend verleden. Leeuwarden is een stad maar heeft wel dorpse charmes. Uiteraard zijn er ook veel uitzonderingen. De mooiste gebouwen van Leeuwarden zijn onder andere: het Catshuis, het Stadhuis, Centraal Apotheek, de Kanselarij, Eysingahuis, Post Plaza, het Provinsjehûs, het Blokhuispoort, de Waag, Beurs, Paleis van Justitie en het Station NS.


Leeuwarden staat onder andere bekend om de 11 Stedentocht, Mata Hari, M.C. Escher en Fryske Dumkes. Bij Leeuwarden denk ik ook aan Doutzen Kroes. Ik weet ook wel dat ze uit Giekerk komt, het kleine dorpje op 10 km van Leeuwarden. Maar een beetje dromen mag toch wel? Ik weet zeker dat ze in haar leven vaak in Leeuwarden is geweest. En heel, heel, heel misschien loop ik ze wel tegen het lijf. Letterlijk? Ze zal er vast nog regelmatig komen.
Het is lente en erg warm dus over de 11 Stedentocht ga ik het hélemaal niet hebben. Over Escher kan ik ook kort zijn. Het gezin woonde in de Grote Kerkstraat, maar verhuisde naar Arnhem toen hun zoontje vier jaar was. De kleine Escher heeft dus niet echt kunstwerken geproduceerd in Leeuwarden. In de Grote Kerkstraat bij het Prinsenhof Museum hangt een tekening van Escher ter herinnering aan zijn voormalige woonhuis. Als je een bijzondere collectie van hem wil zien raad ik je aan om naar het Fischer Museum te gaan in Den Haag.
Fryske Dumkes is, zoals het woord het al zegt, een typisch Friese lekkernij, maar niet specifiek uit de hoofdstad dus. Het zijn lekkere koekjes die onder andere te koop zijn bij de bakker en op de markt.
Mata Hari is wel echt uit de hoofdstad en daar zijn ze best trots op. Wat weet je nog van haar? Wel, Mata Hari is als Margaretha Zelle in 1876 geboren. Ze was een exotische danseres die door de Fransen schuldig vonden is aan spionage en daarom is gefusilleerd. Ze groeide op in de Grote Kerkstraat 212. Zoals bij zoveel historische huizen staat er op het huis een tekstbordje met uitleg over deze bijzondere vrouw die ooit tot de best betaalde danseressen van Parijs behoorde. Op de ‘Kelders’ staat een bronzen beeld van Mata Hari tegenover het huis waar ze is geboren.
Er zijn een heleboel dingen die me opvallen in Leeuwarden. Ten eerste de grachten. Ik zou het niet over de 11 Stedentocht hebben, maar bij het zien van de grachten kan ik mijn gedachte er niet van verzetten om niet over deze marathon wedstrijd te beginnen. Ik bedenk me hoe het is als in een strenge winter de grachten bevroren zijn en de Friezen staan te popelen om te schaatsen. Moet machtig mooi zijn om middenin de stad te schaatsen.


In Leeuwarden zie ik veel jonge mensen, omdat er in Leeuwarden veel scholen zijn met studenten. Ik zie ook veel dagjesmensen en toeristen. Blijkbaar is de stad erg in trek. De rondvaartboten zitten helemaal vol en de stadsgidsen hebben het lekker druk. Mede vanwege het fantastische weer zijn de terrasjes lekker vol. Er is trouwens veel horeca in de stad, net als winkels waardoor het een gezellige stad is.
Ik had verwacht dat veel Friezen altijd Fries spreken, maar dat valt eigenlijk best tegen. De jeugd krijgt maar enkele uurtjes Fries op school dat overigens wel een verplicht vak is. De Friese taal is pas in 1955 als officiële taal erkend. Nu zet de provincie zich in om de taal te promoten, maar mijn gevoel zegt mij een beetje dat steeds minder Friezen Fries (zullen) spreken in het openbaar. Overal in de stad zie je borden met teksten waarop ze proberen de taal levend te houden, maar ik als niet Fries sprekende kan er niets mee. Ik kan het niet lezen. Zet er dan op zijn minst een Nederlandstalige versie onder. Op het grote plein voor de Oldehove is een stuk tekst verwerkt in de bestrating over het onderwerp taal.
Bewust of onbewust ga je Leeuwarden toch vergelijken met Groningen. Er zijn duidelijk overeenkomsten maar ook grote verschillen. Vooral de inwoners van de beide steden zelf zullen het meer als verschillende steden ervaren vanwege de unieke eigenschappen. Maar als niet-noordeling zie ik duidelijk overeenkomsten tussen de planologische structuur van de centra.
Ik was drie dagen in Leeuwarden en heb me prima vermaakt. Ik vind het een fantastische stad die ik iedereen kan aanbevelen.

Op de volgende onderwerpen nader toegelicht:

Blokhuispoort
Het Blokhuispoort is een van de meest bijzondere gebouwen in Leeuwarden. Het Blokhuispoort is een restant van de fortificatie van de vesting. Het huidige gebouw bestond jarenlang uit een gevangenis en een Huis van Bewaring. Sinds de sluiting in 2008 zijn er een groot aantal bedrijfjes gehuisvest letterlijk in de kleine cellen van het complex. Maar er is ook een hostel (Alibi). Dus als je nog eens in een gevangenis wil slapen kun je hier terecht. De industriële binnenhal is prachtig om te zien met veel staal en uiteraard de originele, dikke, stalen deuren van de cellen.

Fries Museum
In 2013 opende het nieuwe Fries Museum zijn deuren aan het Wilhelminaplein. Het moderne museum is een van de grootste in noord Nederland met een grote diversiteit aan onderwerpen. Uiteraard staat Leeuwarden centraal met onder andere archeologische vondsten en schilderijen. Er is een stijlkamer ingericht met schitterend achttiende eeuws meubilair. Compleet tegengesteld hiervan is de ‘feestzaal’ die geheel grijs is ingericht. Ik wist niet wat ik zag; een kamer waar alles maar dan ook alles grijs is. Zelfs het kratje bier is grijs. Het is een bijzondere ervaring, waar je bijna je oriëntatie verliest, omdat diepte vervaagt door de monotone kleur. Naast middeleeuwse kust is er ook ruim aandacht voor moderne kunst in het museum, maar dat zal vast niet iedereen waarderen. Tot de collectie behoren ook een BH van Mata Hari en het zwaard van Grote Pier (Grutte Pier), maar deze heb ik beide gemist, moet ik bekennen.
Onderdeel van het museum is het verzetsmuseum over de geschiedenis van de Joden waarvan het overgrote deel gedeporteerd is in de Tweede Wereldoorlog.

Keramiek Museum
Het museum is gehuisvest in het Princessehof, dat van 1731 tot 1765 bewoond is geweest door Maria Louise van Hessen Kassel, weduwe van stadhouder Johan Willem Friso. Het paleis bestaat uit drie panden die zijn samengevoegd. In het middelste huis woonde eind negentiende eeuw het gezin Escher. Maurits is daar geboren in 1898.
Het Keramiek Museum heeft een grote en uitgebreide collectie keramiek waaronder onder andere kunst, servies, tegels, vazen enz. Keramiek is niet echt mijn ding. Wat ik wel bijzonder vind zijn drie grote ‘vijvers’ met stromend water waar tientallen schalen met verschillende diameters in ronddraaien. Door het stromende water kletteren de schalen tegen elkaar waardoor er een onophoudelijk ‘geklingel’ ontstaat. Zo simpel, maar zo inventief en origineel.

Museum Pakhuis Koophandel
Het Museum pakhuis Koophandel – ook wel Het Andere Museum genoemd – is een van de meest eigenaardige musea dat ik ooit gezien heb. Het museum is ondergebracht in een vrij klein pakhuis dat afgeladen vol is met een zeer grote variatie aan voorwerpen. Bij binnenkomst krijg je de indruk dat ze gewoon heel veel voorwerpen bewaard en opgeslagen hebben in plaats van het weg te gooien. De collectie is zeer uitgebreid en bestaat samengevat uit: oldtimers, dinky toys, model treinen, Meccano, kantklossen, borduren, antieke radio’s enz. enz. Maar er is ook informatie en materiaal over Mata Hari en de Vrijmetselaars. Het is een zeer gevarieerde collectie met voorwerpen die vreemd genoeg onderling helemaal niets met elkaar te maken hebben. Al met al een verrassend leuk museum.

Natuurmuseum
Diverse steden in Nederland hebben een Natuurmuseum, zo ook Leeuwarden. Het is voor alle leeftijden, maar vooral voor jongere is het bijzonder leuk omdat het heel interactief is. Het museum bevat een grote collectie opgezette dieren met als pronkstuk een 15 meter lang skelet van een potvis die ooit op de Wadden aanspoelde.

Oldehove
De Oldehove op de Oldehoofsterkerkhof (plein) is de meest mislukte kerk die ik ooit gezien heb. De toren moest een van de hoogste van de Noordelijke Nederlanden worden, maar dat is er nooit van gekomen. Omdat het op een terp werd gebouwd begon het gebouw al op tien meter hoogte over te hellen. Eerst werd geprobeerd nog loodrecht door te bouwen waardoor de toren behalve scheef ook krom werd. Op veertig meter hoogte werd de bouw gestopt. Later zijn de spitsboogramen en portalen in de onderste geleding dichtgemetseld om de toren nog steviger te maken. De toren is nu het belangrijkste symbool van Leeuwarden. Er zijn zelfs likeurflesjes te koop die net zo scheef zijn. Wenteltrappen, die ook scheef zijn, brengen je naar de top van de toren. In een glazen uitkijkpost kijk je 40 meter recht naar beneden. In de toren wordt op de wand een boeiende film vertoond over het wel en wee van het ontstaan van de kerktoren.

Pier Pander Museum
Het Pieter Pander Museum is een klein museum in de Prinsentuin. Pier Pander was een Friese beeldhouwer die leefde van 1864-1919. Hij wist zich ondanks zijn handicap te ontwikkelen tot een gevierd kunstenaar, de bekendste Nederlandse beeldhouwer van zijn tijd. Het museum toont beelden en medaillons van de kunstenaar maar ook koperkunst van Dirk van Erp die in dezelfde periode leefde en op zijn 28ste naar Amerika emigreerde.

Praamvaren
In Friesland heet een rondvaartboot Praamvaart. Dagelijks vertrekken diverse platte open schuiten vanuit de gracht bij Nieuwstad. De tochten zijn populair waardoor de kans bestaat dat de dag volgeboekt is. Ben er dus snel bij. Bij de rondvaart zie je Leeuwarden vanuit een heel ander perspectief. Een gids vertelt onderweg over de details van Leeuwarden.

klik hier voor meer foto’s.

De belangrijkste musea in Leeuwarden:

Boomsma Beerenburgen Museum, Bagijnestraat 42A

De Blokhuis Poort, Blokhuisplein 40

Fries Museum, Wilhelminaplein 92

Fries Verzetsmuseum, Wilhelminaplein 92

Historisch Centrum Leeuwarden, Groeneweg 1

Keramiekmuseum Princessehof, Grote Kerkstraat 11

Museum De Grutterswinkel, Nieuwesteeg 5

Museum Pakhuis Koophandel, Oostersingel 8

Natuurmuseum Fryslân, Schoenmakersperk 2

De Oldehove, Oldehoofsterkerkhof

Pier Pander Museum, Groeneweg 1

Tresoar, Boterhoek 1

Mijn persoonlijke top 10 van Leeuwarden:

1. Een stadswandeling volgens VVV
2. Een stadstour met een gids
3. Een rondvaart met de boot / praamvaren
4. Blokhuispoort
5. Friesmuseum
6. Oldehove
7. Grote of Jacobijnerkerk
8. Prinsentuin
9. Museum de Grutterswinkel
10. Natuurmuseum

Leeuwarden op internet:

A guide to Leeuwarden

Dagje weg

Leeuwarden (gemeente)

VVV Leeuwarden / Mooi Leeuwarden

Wikipedia

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Willemstad vesting Nbr. 2018

De komende tijd zul je wat meer verslagen van Nederlandse steden voorbij zien komen op deze blog. Nederland heeft zoveel moois te bieden, dat naar mijn mening best wel wat meer aandacht zou mogen krijgen. Ik ben ook van mening dat er op gebied van toerisme in Nederland nog veel verbeterd kan worden, vooral op internationaal niveau. Laten we het overvolle Amsterdam even links liggen en ons meer concentreren op de kleinere steden, natuurgebieden, de kust en onze cultuur. We hebben echt heel veel te bieden, dat vooral voor buitenlanders erg mooi is. Zelf zijn we er misschien blind voor omdat het alledaags is. De komende jaren ‘stroop’ ik Nederland af en wil ik graag de bijzondere plekjes met jullie delen. Mijn eerste tocht dit jaar is naar Willemstad, in Brabant wel te verstaan, want er is ook een Willemstad in Curaçao, Groningen en Friesland. Willemstad is bijzonder vanwege zijn vesting.

(foto Wikipedia)

Willemstad heeft een markant verleden. De oorspronkelijke gemeentenaam is Ruigenhil. Het is een plaatsje dat sinds 1561 bestaat, toen de markies van Bergen op Zoom een moerassig gebied liet inpolderen. De Spanjaarden namen op 17 juni 1583 bij de Slag om Steenbergen tijdens de tachtig-jarige oorlog Steenbergen in dat op 20 km afstand van Ruigenhil ligt. Ruigenhil lag op een strategisch punt aan het Hollands Diep. Willem van Oranje liet Ruigenhil daarom versterken tot een vesting. Na zijn dood in 1584 verleende zijn zoon, Prins Maurits, Ruigenhil in 1585 stadsrechten en vernoemde het dorp naar zijn vader, Willemstad. Prins Maurits liet door ‘fortificatiemeester’ Adriaen Anthonisz de vesting uitbreiden tot zijn huidige vorm van een zevenpuntige ster. De bastions op de punten van de ster werden ieder genoemd naar een van de zeven provinciën die zich hadden verenigd in de strijd tegen Spanje. Er bestaat nog altijd een band tussen Willemstad en de familie Van Oranje; één van de titels van koning Willem-Alexander is Heer van Willemstad.
Ik heb een zwak voor vestingen, omdat ik ze zo mooi en uniek vind. Nederland heeft wel tientallen vestingsteden, maar laten we eerlijk zijn; ze zijn niet allemaal even bijzonder. Andere unieke vestingsteden in Nederland zijn onder andere: Bourtange, Heusden en Naarden. Die staan ook nog op mijn lijstje. Vestingsteden hebben ook iets dubieus, omdat ze allemaal een verdedigingsfunctie hebben; oorlog dus. In veel vestingsteden zie je nog historische kanonnen staan. Nu zijn ze gedegradeerd tot speelobjecten voor kleine kinderen. Dus eigenlijk is het ‘speeltuig’… Tijden veranderen!


Willemstad is maar een heel klein stadje dat maar een stuk of 15 straten heeft. De ligging is idyllisch met veel kleine huisjes uit de 20e eeuw. De meest bijzondere gebouwen in Willemstad zijn de Koepelkerk, het Oude Raadhuis, het Arsenaal, d’Orangemolen en het Mauritshuis. Er is een klein haventje binnen de vesting en buiten de vesting bevindt zich een grote jachthaven. Bij de binnenhaven zijn enkele horecazaken gelegen en dat is nou precies wat de mensen trekt. Vanwege de mooie ligging zijn er altijd wel ‘toeristen’ die even een terrasje komen pakken, waardoor het vaak druk is. In het autoluwe stadje hebben motorrijders mazzel, want die mogen binnen de vesting parkeren. Voor veel dagjesmensen blijft het bij een terrasje pikken en das jammer, want Willemstad heeft meer te bieden. Wandel eens door het kleine stadje en nog mooier, een wandeling over de bastions. Aan de buitenzijde van de vesting volgt een hooggelegen grindpad de contouren van de zeven bastions. Het slingerde pad leidt je naar mooie panorama’s. Vanwege het hoogteverschil zie je de mooie bebouwing van Willemstad met haar kleine huisjes. Informatieborden geven uitleg over de bastions die vernoemd zijn provincies. Aan de noordzijde heb je vergezichten over het Hollands Diep, de haven en de verdedigingswerken in de bastions. Om de vesting ligt een dubbele gracht waar je ook lekker kunt wandelen.
Indrukwekkend, gezellig, mooi, historisch en uniek zo is Willemstad het beste te omschrijven.

Hieronder een overzicht van de meest interessante gebouwen in Willemstad.

Arsenaal
In een vestingstad is uiteraard behoefte aan een gebouw voor de opslag van wapentuig. Reeds in 1590 was er reeds sprake van een arctionaelhuys, ook wel ’s Lands Magazijn genaamd. Dit werd in 1627 vervangen door een nieuw arsenaal. Dit laatste gebouw raakte op zijn beurt in verval. Het huidige arsenaal werd in 1792 gebouwd.

Koepelkerk
De grote Koepelkerk ligt in het midden van het stadje. Het was de eerste kerk in Nederland, die speciaal voor protestantse diensten werd gebouwd. De bouw begon in 1597 en werd in 1607 voltooid. Prins Maurits verleende financiële steun voor de kerk, op voorwaarde dat deze in een ronde of achtkante vorm zou worden gebouwd. Tegenwoordig wordt het rijksmonument gebruikt door de Hervormde gemeente/PKN. Rondom de kerk ligt een kerkhof, als een oase van rust.

Mauritshuis
Het Mauritshuis is een jachtslot en buitenverblijf in Renaissance stijl dat in 1623 door Prins Maurits van Oranje onder de naam Princehof werd gebouwd. Veel heeft hij er niet van kunnen genieten, want Maurits overleed in 1625. Het gebouw werd de ambtswoning van de gouverneur en later magazijn, ziekenhuis en  thuishaven van postduiven. Vanaf 1973 was het stadhuis van Willemstad, tot het in 1997 opging in de gemeente Moerdijk. Het rijksmonument wordt tegenwoordig gebruikt als locatie voor zakelijke en particuliere evenementen, waaronder bruiloften. Op de zolder bevindt zich het museum van de plaatselijke heemkundekring. Beneden is de VVV en een postkantoor gehuisvest.

d’Orangemolen
De prachtige d’Orangemolen werd in 1734 gebouwd in opdracht van de Nassause Domeinraad. De molen was tot 2008 soms in bedrijf. Nu wordt de molen bewoond. In 2014 kreeg de D’Orangemolen een flinke opknapbeurt waarbij onder andere de voorzomen, de windborden, de stelling en de kruilier zijn vervangen en de molen een complete schilderbeurt heeft gekregen. Sinds 2014 kan de molen weer draaien. De molen is heel opvallend slechts aan één kant wit geschilderd en de andere zijde is niet geschilderd.

Oude Raadhuis
Het raadhuis kwam tot stand in 1587. Oorspronkelijk wenste Prins Maurits dat er een kerk én een raadhuis zou worden gebouwd in het toen nog jonge dorp. Vanwege de oorlogssituatie was daarvoor geen geld. Aldus werd een soort multifunctioneel raadhuis ontworpen waarin men ook kerkdiensten kon houden en dat voorzien was van een toren met luidklok. In 1620 werd het tot dan toe eenvoudige gebouw verfraaid met een Vlaamse gevel. Er kwamen enkele dakvensters in de nieuwe kap en de zolder ging fungeren als bewaarplaats voor gereedschap van oorlog, zoals hellebaarden en dergelijke. De wapenstenen in de gevel werden in 1798 eveneens verwijderd, om in 1937 weer te worden aangebracht.

Klik hier voor meer foto’s van Willemstad.

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Baarle-Nassau en Baarle-Hertog 2018

Omdat ik in Midden-Brabant opgegroeid ben en familie had in Baarle-Nassau, kwam ik al op vroege leeftijd in Baarle, zoals het in de volksmond genoemd wordt. In het Brabants dialect klinkt het dan als “Bòòl “. Vroeger dacht ik altijd dat Baarle-Hertog een Belgische gemeente was, dat tegen Baarle-Nassau aan is gebouwd, een enclave dus. Maar het blijkt veel complexer te zijn. Baarle is het enige dorp ter wereld dat bestaat uit een internationale legpuzzel van 35 gebiedsdelen. Het grondgebied van beide gemeenten loopt met name in de kern flink door elkaar. Er zijn 22 exclaves van Baarle-Hertog in Baarle-Nassau en 8 exclaves van Baarle-Nassau in Baarle-Hertog. 4 van de enclaves liggen echter niet in Baarle maar ter plaatse van de Nederlands-Belgische grens. Een aantal van deze Nederlandse exclaves vormen weer enclaves in de Belgische enclaves. Een enclave in een andere enclave wordt counterenclave of enclave van de tweede orde genoemd. Dit is heel uniek in de wereld want het komt maar op twee andere plaatsen in de wereld voor nl. in de Verenigde Arabische Emiraten en in Bangladesh (Cooch Behar), waar de grootste en de meest complexe enclave van de wereld is.

In 1993 suggereerde Jan Houben, voorzitter van de CDA-statenfractie in Noord-Brabant, dat de enclavesituatie in Baarle het best opgeheven kon worden vanwege gemeentelijke herindelingen. Om een lang verhaal kort te maken. De Tweede Kamer in Den Haag besliste uiteindelijk in 1996 om Baarle-Nassau zelfstandig te laten en dus buiten het herindelingsproces van Brabant te houden. Hoe kan (kon) iemand het in zijn hoofd halen om de enclaves op te heffen en her in te delen? Is het niet geweldig mooi en zeldzaam? Het is een unieke situatie in de wereld. Dit moet zo behouden blijven. Dit is geschiedenis. Het hoort gewoon bij de cultuur. De inwoners van de beide gemeenten vinden het (nu) zo uniek dat ze menen dat de gemeentes op het Unesco Werelderfgoed moeten komen.
Baarle-Nassau en Baarle-Hertog zijn samen gesmolten tot één dorp. Maar dat is feitelijk bedrog, want de dorpen hebben elk hun eigen B&W, kerk (Onze-Lieve-Vrouw van Bijstandkerk NL, Sint-Remigiuskerk B), scholen, postkantoor, apotheek, notaris en vroegers zelfs hun eigen station aan het zogenaamde Bels Lijntje. De Belgische grens loopt letterlijk kriskras en totaal onlogisch door de gemeente. De grens loopt zelfs soms dóór de huizen en de tuinen. En dat kan behoorlijk lastig zijn, want als je zo’n huis of stuk grond koopt moet je niet alleen naar de Nederlandse notaris maar ook naar de Belgische notaris. Waar je je precies bevindt (in welk land) is het beste te herkennen aan de huisnummers. De vlaggen van de landen staan namelijk op de huisnummers. Dat loopt zelfs in sommige straten door elkaar heen. De plaats van de voordeur bepaald of men inwoner van Baarle-Hertog of Baarle-Nassau is. De enclavegrenzen zijn in het centrum zichtbaar gemaakt door grote RVS ‘punaises’ in het wegdek en speciale tegels in de bestrating. Op een enkele plek is de straat Belgisch en zijn de huizen Nederlands, zoals bij modehuis De Kok. Maar het is nog gekker, het gemeentehuis van Baarle-Hertog ligt op Nederlands én Belgisch grondgebied. Het is het enige gemeentehuis in de wereld waar een grens doorheen loopt. De grens wordt aangegeven met blauwe LED-lampjes. Tijdens gemeenteraadsvergaderingen kan het gebeuren dat de Belgische raadsleden op Nederlands grondgebied zitten. De kleinste enclave van Baarle van anderhalve bouwplaats ligt aan de ‘Loveren’. Het huis heeft twee huisnummers nl. 2 en 19. De grens loopt letterlijk dwars door de voordeur. Eén straat heeft twee verschillende namen. De Belgen noemen hem Hoogbraak en de Nederlandse naam is Nonnenkuil, rare naam trouwens.
Eerlijk gezegd is Baarle helemaal geen mooi dorp. Ik heb me altijd verbaasd over de vele dagjesmensen, die voornamelijk in het weekend Baarle bezoeken. Er moet iets zijn wat de mensen trekt. Is ’t misschien het gevoel in het buitenland te zijn? Of is het gewoon de Bourgondische sfeer die Baarle heeft? Misschien wel, maar besef wel dat het grootste en het gezelligste gedeelte van de gemeente Nederlands grondgebied is en dat is met name de Singel in het centrum waar de meeste horecagelegenheden zijn. Dus als je dáár een Belgisch biertje drinkt, ben je helemaal niet in het buitenland, maar gewoon in Nederland! Bourgondisch is Baarle zeker. Op en nabij de Singel bevinden zich vier restaurants en cafés namelijk: Den Engel, De Pannekoekenbakker, Raef en De Pungelaer.
Aan de Molenstraat 98 bevindt zich een drankenhandel met de toepasselijke naam “De Biergrens”, waar je meer dan 600 soorten (Belgisch) bier kunt kopen en uiteraard veel andere dranken. Probeer zo’n winkel maar eens in Nederland te vinden. 600 is natuurlijk extreem veel, maar wie gaat het natellen?
De meest bijzondere bezienswaardigheden van Baarle zijn: het Kaarsen Museum en Museum de Vergane Glorie. Maar beide musea zijn maar beperkt open en ook weer niet heel erg bijzonder.


Het Kaarsen Museum is alleen geopend van 1 april tot 30 september of voor groepen gedurende het hele jaar. Het museum bevat een uitzonderlijke collectie gebeeldhouwde kaarsen van Frits Spies. Uit pure bijenwas, op natuurlijke wijze gekleurd, heeft hij met ongelooflijk vaardige hand en veel geduld tot in de kleinste details meestal onderwerpen en personen van religieuze aard gebeeldhouwd. Het gaat hier om een absolute unieke kunstvorm van driedimensionale afbeeldingen van soms meer dan twee meter hoog.
In het kleine Museum de Vergane Glorie herleven diverse oude ambachten.
Jammer genoeg komen alle hoofdwegen van Chaam, Alphen en Turnhout middenin het centrum van de gemeente uit. Dit is precies waar de cafés zijn, waardoor het centrum niet bepaald autovrij is. Tijdens de werkdagen is Baarle alles behalve toeristisch en rijden grote vrachtwagens dwars door het smalle centrum. Het is ongetwijfeld een doorn in het oog van de bevolking. Van een randweg is al enige jaren sprake, maar het is waarschijnlijk moeilijk uit te voeren en erg kostbaar.


Al tientallen decennia zijn in Baarle de winkels op zondag open, dus ver voordat Nederland koopzondagen had. Dit was dus een van de redenen om naar Baarle te gaan. En tot op de dag van vandaag is het nog steeds stik druk in het weekend in Baarle. En als je toch in België bent, gooi dan meteen de tank vol, want benzine is nog altijd een stuk goedkoper in België.
Maar er is meer dat mensen naar Baarle trekt. Sigaretten zijn altijd goedkoop(er) geweest in België. Baarle heeft een aantal tabakswinkels waar veel Nederlanders inkopen komen doen, het liefst verpakt per slof. In de etalages zie je zelfs emmers met sigaretten. Het kan niet op.
Het is bekend dat ook vuurwerk aanzienlijk goedkoper is dan in Nederland en zelfs heel het jaar te koop is. Vooral in december zijn er heel wat Nederlanders die de autokoffer vol laden.
Samen gevat; Baarle Nassau en Baarle Hertog zijn vanwege de enclaves uniek in de wereld. In het weekend is het er druk en gezellig. Goedkoop zijn: benzine, sigaretten en vuurwerk. Genoeg redenen om (eens) naar de enclavedorpen te gaan, ondanks dat het eigenlijk helemaal niet mooi is, maar ach wat maakt dat uit, als het maar gezellig is. Toch?

Klik hier voor meer foto’s.

Baarle Nassau en Baarle Hertog op internet:

Baarle-Hertog (gemeente)

Baarle-Nassau (gemeente)

Dodendraad

Toerisme Baarle-Nassau-Hertog

VVV Baarle-Nassau-Hertog

Wikipedia Baarle-Nassau

Wikipedia Baarle-Hertog

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Mechelen 2018

Mechelen is niet zomaar een mooie stad dat bij toeval haar historische schoonheid heeft verworven. Ook in de middeleeuwen was architectonische schoonheid afhankelijk van geld en importantie. Tot 1795 vormde Mechelen het centrum van de kleine zelfstandige Heerlijkheid Mechelen. In dat verband had het gebied dezelfde status als bijvoorbeeld Holland, Zeeland, Vlaanderen en Brabant. Gedurende een korte periode in de 15e en 16e eeuw werden de Nederlanden vanuit Mechelen geregeerd en vervulde de stad de functie van bestuurlijke hoofdstad van de Nederlanden. Deze periode heeft bijgedragen tot het uitgebreide kunstbezit en diverse bijzondere gebouwen. De stad heeft het op een na hoogste aantal beschermde gebouwen van Vlaanderen, waaronder vier Unesco-vermeldingen. Tot het Unesco erfgoed behoren: de Sint-Romboutskathedraal, het lakenhuis op de Grote Markt, het groot begijnhof en de Ommegang.
Eens in de 25 jaar trekt de Hanswijkcavalcade door de Mechelse binnenstad. Dit is een historische en religieuze optocht van ruiters en door paarden getrokken praalwagens die taferelen en figuren uit de Bijbel en de geschiedenis van Mechelen verbeelden. De Cavalcade wordt gevolgd door de Ommegang. Dit is een religieuze processie dat voornamelijk in de Zuidelijke Nederlanden (nu België) plaatsvindt. De laatste Cavalcade was in 2013. Andere steden waar nog altijd processies plaatsvinden zijn: Brussel, Hasselt, Lede, Lier en Poederlee. De Ommegang is als traditie erkend door Unesco. Sinds 2008 wordt immaterieel erfgoed door Unesco opgenomen in de lijst van ‘Meesterwerken van het Orale en Immateriële Erfgoed van de Mensheid‘. Een hele mond vol, maar het komt er op neer dat Unesco naast materiële voorwerpen ook culturele, orale tradities, performing arts, rituelen en festivals en traditionele kennis opneemt en erkend als buitengewone onderwerpen met als doel het beschermen van immaterieel cultureel erfgoed. Tot deze lijst behoren onder ander ook Belgische Bieren en het Nederlandse ambacht van molenaars. Ondertussen staan meer dan 100 items op de lijst.
Mechelen is dus niet zomaar een stad, maar een stad rijk aan tradities, rijkdom, historie en cultuur. Laat ik niet vergeten te melden dat Mechelen ook een heel gezellige en culinaire stad is met een overvloed aan restaurants, cafés en bars. Met de eigen stadsbrouwerij Het Anker wordt dat nog eens dubbel onderstreept.
Ondanks de importantie van Mechelen in het verleden is de stad eigenlijk vrij klein gebleven en telt het nu circa 85.000 inwoners waardoor het tot de allermooiste kleine steden van België behoort. De stad ligt op circa 50 minuten rijden van Breda. Vanwege de ligging is het best populair bij Nederlanders. Alle bezienswaardigheden bevinden zich binnen de ringweg om het oude centrum dat maar een diameter heeft van een goede kilometer.


Dwars door de stad loopt de rivier de Dijle. Een rivier die uiteindelijk via de Rupel overgaat in de Schelde. Voor de scheepvaart vormt de rivier allang geen belangrijke rol meer voor de stad waardoor het water nu louter een toeristische functie heeft. Langs de rivier is het Dijlepad aangelegd. Wandelend over de moderne promenade gemaakt van staal en hout heb je een prachtig uitzicht op de historische panden en het water. Toch staan er ook moderne woonpanden tussen met balkons aan de waterzijde, maar het stoort niet. Middenin de stad en toch zo rustig, wat moet het heerlijk zijn om hier te wonen.
Over de Mechelaars, die ook wel Maneblussers worden genoemd, is nog een leuke anekdote te vertellen. De naam Maneblussers hebben de inwoners te danken aan een historische gebeurtenis uit de 17e eeuw. Op een bepaalde nacht was het volle maan met een lage bewolking. Een late caféganger met een glaasje te veel op dacht dat de Sint-Romboutstoren in brand stond. Heel de stad werd opgetrommeld en mensen stonden in lange rijen emmers met water door te geven om de kerktoren te blussen. Maar er was geen echte brand, door het invallend licht van de maan dacht de dronkenlap vuur te zien. Sindsdien hebben de Mechelaars de spotnaam de Maneblussers gekregen omdat ze de maan hadden proberen te blussen.
Het Anker is een nostalgische brouwerij waarvan de geschiedenis terug gaat naar het jaar 1872. Een van de directeuren besloot vanwege de felle concurrentie te stoppen met de productie van pils en alleen nog maar speciaal bier te brouwen. Achteraf is dit de redding van het bedrijf geweest, want de vraag naar speciaal bier groeide waardoor Het Anker overleefde. Het Gouden Carolus behoort nu tot de allerbeste bieren ter wereld. Naast bier produceren ze ook hun eigen whisky. De brouwerij timmert goed aan de weg, op het terrein is zelfs een hotel waar men kan overnachten. De brouwerij bevindt zich naast het Groot Begijnhof en dat is niet bij toeval. Begijnen speelden op de brouwerij een belangrijke rol bij de productie van bier omdat het drinken van gewoon water ongezond was en het drinken van (licht) bier was dat niet. Het volgen van een toer door de brouwerij is een populaire bezigheid in Mechelen. Een gids vertelt je in letterlijk in geuren en kleuren het proces van bierproductie. Uiteraard eindigt de toer in de proefkamer waar je een glaasje trippel en Gouden Carolus voorgeschoteld krijgt.


De Grote Markt is een prachtig plein met uitsluitend historische panden waarbij het stadhuis toch wel het meest bijzonder is. Het stadhuis bestaat uit drie delen: het Paleis van de Grote Raad, het belfort en de lakenhal. Het paleis uit 1526 werd echter pas in 1900-1911 volledig afgemaakt. Het belfort is een gotisch gebouw, uit de 14e eeuw en heeft diverse barokelementen uit de 17e eeuw. De toren zelf werd echter nooit volledig afgewerkt zoals gepland. Van een echte toren is daardoor nog nauwelijks sprake. De lakenhal werd gebouwd in de 14e eeuw en werd gebruikt voor de handel in textielproducten. In 1342 woedde er een brand en werd het drastisch verbouwd. Belfort en lakenhal zijn typische Belgische gebouwfuncties. Een belfort of hallentoren is een middeleeuwse wachttoren met een stormklok. Een groep van 56 belforten in België en Frankrijk is opgenomen in de Unesco Werelderfgoedlijst. Een lakenhal is een gebouw dat zijn oorsprong kent in de middeleeuwen als handels- en stapelplaats voor het laken, een industrie die zich bezighield met het maken van wollen lakenstoffen.


Mechelen heeft een Klein en een Groot Begijnhof die al in de 13e eeuw zijn gesticht. De begijnhoven hebben niet (meer), zoals het woord doet geloven en zoals dat bij andere begijnhoven dat wel vaak het geval is, die typische hofjesstructuur met kleine huisjes er omheen. Nee, in Mechelen lijken het haast gewone steegjes met best wel grote huizen. Je moet het weten dat je in een voormalig begijnhof bent, anderzijds verraden de straatnamen wel deels de oorspronkelijke functie. De laatste 40 jaren zijn meer en meer huizen in privébezit gekomen, wat geleid heeft tot restauratie van vele panden en een algemene opwaardering van het gehele begijnhof. In België staan 13 begijnhoven tezamen op de Unesco erfgoed lijst.
Binnen het historisch centrum van Mechelen staan maar liefst acht historische kerken. De meest bijzondere daarvan zijn de Sint-Romboutskathedraal en de Sint-Pieters-en-Pauluskerk. De grote Sint-Romboutskathedraal in Mechelen is de hoofdkerk van het aartsbisdom Mechelen-Brussel. De kathedraal is vooral beroemd vanwege de ruim 97 meter hoge toren met zijn twee beiaarden. De beroemde toren beheerst het stadsbeeld van Mechelen en geldt als een van de bekendste in België. De oorspronkelijke geplande hoogte was maar liefst 167 meter, maar door geldproblemen is de toren nooit op deze hoogte voltooid. Dit verklaart de enigszins stompe top van de toren. De toren is als onderdeel van een groep van 56 belforten en kerktorens in België en Frankrijk opgenomen op de Unesco erfgoedlijst en dat is best opvallend, want de toren van het stadhuis, dat eigenlijk niet een echte toren is, heeft ook deze status. De kerk in Brabantse gotiek is in de 13e – 16e eeuw gebouwd.
Misschien ben je niet geïnteresseerd in al deze oude historie en kom je alleen voor een dagje gezellig shoppen, ook dan voel je je waarschijnlijk wel thuis in Mechelen. Met een pint in een café na afloop, heb je ongetwijfeld ook een leuke dag. Mechelen is vooral fantastisch omdat het nog zo puur is; gezellig, mooi, historisch en kleinschalig. Ben je de grote drukke wereldsteden beu, dan ben je in Mechelen op de juiste plaats. Ik weet zeker dat ik nog eens terug ga.

Klik hier voor meer foto’s van Mechelen.

De acht kerken in het centrum van Mechelen:

Begijnhofkerk, Nonnenstraat 28
Onze-Lieve-Vrouw-over-de-Dijlekerk, Onze-Lieve-Vrouwestraat
Onze-Lieve-Vrouw-van-Hanswijkbasiliek, Hanswijkstraat
Onze-Lieve-Vrouw van Leliëndaal, Bruul (straat)
Sint-Janskerk (Sint-Jan de Evangelist), Sint-Janskerkhof (straat)
Sint-Jozef-Colomakerk, Tervuursesteenweg
Sint-Katelijnekerk, Sint-Katelijnestraat
Sint-Pieters-en-Paulus, Veemarkt 44
Sint-Romboutskathedraal, Onder-Den-Toren 12

De belangrijkste musea in Mechelen:

Brouwerij Het Anker, Guido Gezellelaan 49

Joods Museum van deportatie en verzet, Kazerne Dossin, Goswin de Stassartstraat 153

Klokkenmuseum Huis Michiels, Huis De Clippel, Korenmarkt.

Museum Schepenhuis, Steenweg 1

Museum het zotte Kunstkabinet / Het Vliegend Peert, Centrum voor oude kunst, Sint Katelijnestraat 22

Speelgoed Museum, Nekkerspoelstraat 21

Mijn persoonlijke top 10 van Mechelen:

1. Sint-Romboutstoren en kathedraal
2. Brouwerij Het Anker
3. Sint-Pieters-en-Paulus kerk
4. Grote markt
5. Kruidtuin
6. Begijnhof
7. De Dijle
8. Stadhuis
9. Paleis Margaretha van Oostenrijk
10. Vismarkt

Mechelen op internet:

Mechelen Mapt

Mechelen

Toerisme Mechelen

T0p 10 bezienswaardigheden 

Uit in Mechelen

Visit Mechelen

Wikipedia

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Athene 2017

Na onze rondreis door Griekenland verblijven we nog drie dagen in Athene. Vrienden hadden gezegd, dat twee dagen voldoende is voor Athene. Ik als citytripfreak kon dat moeilijk geloven. Hoe kun je in hemelsnaam zo’n oude stad bezichtigen in slechts twee dagen? Zelfs in kleinere steden verblijf ik al snel drie tot vier dagen. Het antwoord is eigenlijk heel simpel; ja, je kunt de belangrijkste bezienswaardigheden van Athene makkelijk in twee dagen zien, maar als je meer wil zien moet je toch echt drie tot zeven dagen uittrekken. Er zijn tientallen musea te bezichtigen.
De voorstelling die ik vooraf van Athene had blijkt uiteindelijk compleet niet aan te sluiten bij de werkelijkheid. Athene is vooral een stad met veel tegenstrijdige eigenschappen. Athene is mooi maar ook lelijk, druk maar ook rustig, oud maar ook nieuw. En zo kan ik nog wel even doorgaan. Hoe dan kan? Dat lees je hier onder.
Wat mij het meest opvalt in Athene is dat alles maar dan ook alles onder de graffiti zit. Ik heb nog nooit een stad gezien die zo veel en vies is onder geklad. Gelukkig worden de historische sites redelijk bespaard, maar dan heb je het ook wel gehad. Alle muren, roldeuren, kolommen enz. zijn beklad, zelfs verkeersborden, informatieborden. Alles. Bah! Het zet me aan het denken. Waarom? Het enige wat ik mij kan bedenken is; ongenoegen, frustratie, expressie, verzet, werkeloosheid, geen toekomst, verveling en dat soort eigenschappen. Artistiek is het zeker niet, maar dat geldt wel voor de vele muurschilderingen die er zijn. De muurschilderingen zijn vooral kleurrijk, origineel, groot en artistiek. Je ziet ze overigens in alle steden steeds meer verschijnen. Je mag zelf bepalen wat je er van vindt.


Buiten de archeologische sites is Athene helemaal geen oude stad. Dat verbaasde mij enorm. Je zult dan ook vrij weinig historische gebouwen zien. Tot tweehonderd jaar geleden was Athene een onbeduidend dorp van hooguit 4.000 inwoners. Veel bewoners leefden tussen de tempelruïnes. Zelfs nadat de Grieken in 1821 tegen de Turkse heerschappij in opstand waren gekomen en de strijd met een overwinning in 1828 had beslecht, werd Athene nog steeds niet uitverkoren als hoofdstad. Pas in 1829 werd de Griekse onafhankelijkheid erkend en in 1833 volgde Athene het kleine Nauplion op als hoofdstad van het nieuwe koninkrijk. Daarmee is Griekenland zelfs nog jonger dan Nederland! Eind 19de eeuw was Athene nog maar een kleine stad met 100.000 inwoners. In de decennia daarop werd een nieuwe stad ontworpen. In schril contrast met de archeologische schoonheid staan de stadswijken die uit de grond werden gestampt. Na de nederlaag tegen de Turken in 1923 verdrongen zich honderdduizenden woningzoekende Griekse vluchtelingen naar Athene. Na de Tweede Wereldoorlog begon de grote leegloop van het platteland naar de grote steden en weer braste Athene uit haar voegen. In de 20e eeuw maakt Athene een enorme groei door. Dit verklaart waarom er redelijk weinig oude bebouwing is in de stad. Het voelt niet historisch aan. Nu telt Athene circa 700.000 inwoners, terwijl het gehele stedelijke gebied van de metropool circa 4-5 miljoen inwoners telt. Door deze ontwikkeling heeft Athene zijn typische uitstraling en karakter gekregen, waardoor Athene echt helemaal anders is dan alle andere hoofdsteden in Europa. Dat was voor mij bijna een cultuurschok. Hier kun je je niet op voorbereiden. Het overkomt je. Dit is ook de reden waarom mensen zeggen dat je Athene in twee dagen kunt bekijken. Het is een stad met twee gezichten, archeologisch en modern tegelijk.
Het centrum van Athene is heel compact. In die zin is alles eenvoudig te voet te bereiken, maar het zijn andere dingen die je wandeling mogelijk beperken. In de zomer kan het zeer heet zijn in de stad, waardoor je lever loom op een terrasje rondhangt dan bezweet door de stad gaat wandelen. De ‘nieuwe’ stad is redelijk vlak, maar het heeft wel een aantal steile heuvels verspreid over de stad. En je raadt het al, een aantal bezienswaardigheden zijn bovenop deze heuvels. Dat wordt klimmen dus. De belangrijkste heuvels zijn: Akropolis, Lykavittós en Filopappou.
Misschien ben ik af en toe negatief over Athene maar toch verblijf ik er graag. Athene is een gezellige stad met veel restaurantjes. ‘s-Avonds buiten eten op een terras is bijna dagelijks mogelijk. Mensen leven op straat dankzij een warm klimaat. Genoeg argumenten voor een citytrip naar Athene.

Hieronder de hoogtepunten van Athene tijdens onze vakantie.

Agora van Athene
Dit is de grootste archeologische site van Athene. Het vormde in de oudheid, net zoals de agora’s in andere Griekse steden, het centrum (letterlijk ‘verzamelplaats’) van de stad. Agora ontstond rond het begin van de 6e eeuw v.Chr. Hier lagen de belangrijkste gebouwen voor bestuur en rechtspraak en er vonden markten en religieuze feesten plaats. Het meest indrukkende en best bewaarde gebouw is de Tempel van Hephaistos (ook wel Theseion genoemd) uit de tweede helft van de 5e eeuw v.Chr. De tempel is een zogenaamde Dorische peripteros. Dat wil zeggen dat het gehele gebouw is omgeven door een rij Dorische zuilen: aan de korte kanten 6 zuilen en aan de lange kanten 13 zuilen. De zuilen staan om de cella, het eigenlijke heiligdom waarin de godenbeelden hebben gestaan. Alle 34 zuilen staan nog overeind.
In de jaren 1953-56 werd de Stoa van Attalus herbouwd om te dienen als museum (het Agora Museum) en werkruimte voor de archeologen. In het museum zijn voornamelijk standbeelden, reliëfs en resten van de versiering van de bouwwerken op de Agora te zien.

Akropolis
Athene is een stad van heuvels en het Akropolis ligt bovenop een van die heuvels, waardoor het al snel vanuit alle stadsdelen zichtbaar is. Het Akropolis is misschien wel een van de beroemdste bouwwerken van de wereld. Het is het eerste grote bouwwerk in de geschiedenis van de mensheid dat in democratische staat tot stand kwam en uiteraard staat het op het Unesco erfgoed. Het is nummer 1 van de bezienswaardigheden in Athene.
Als makke schapen volgen we sloom de toeristenstroom die het 156 meter hoge tafelgebergte beklimt. Het Akropolis is niet echt een ‘doe ding’. Het is eigenlijk niet meer dan een wandeling langs de oude gebouwen die vanwege de leeftijd in een behoorlijk slechte staat zijn. Hierdoor kun je de ruïnes alleen van een afstand bekijken. Als eerste zien we het Dionysustheater. Dit is het oudste theatergebouw in Europa en de bakermat van de antieke tragedie. Het werd gebouwd in negen verschillende bouwfasen vanaf de 6e eeuw v.Chr. Het mooie is dat je er nog steeds mag lopen en zitten. In fantasie zie ik Griekse toneelspelers een stuk spelen van een Griekse mythologie. De volgende arena is de Odeion van Herodes Atticus. Hier worden op zomeravonden regelmatig opera’s, balletvoorstellingen, concerten en antieke Griekse tragedies uitgevoerd onder de blote Atheense hemel. Het hele zitgedeelte is gerenoveerd, maar de toneelmuur is nog van 161 n.Chr. Via een aantal minder interessante ruïnes kom je bij het Parthenon, letterlijk en figuurlijk het hoogtepunt van de Akropolis. Het Parthenon was de tempel voor Athena Parthenos (de Maagd), die de beschermgodin was van de stad Athene. De tempel vormt het hoogtepunt van de Atheense bouwkunst in de klassieke periode. Het is voltooid in 447-432 v.Chr. De tempel heeft een indrukwekkende afmeting van 69,51 × 30,86 meter en het telt 46 zuilen die circa 10 meter hoog zijn. Sinds 1975 is men bezig met de renovatie van het bouwwerk. Een speciaal voor dit werk vervaardigde kraan kan weggeklapt worden als er geen bouwwerkzaamheden zijn, maar desondanks is de kraan toch wel dominant aanwezig. Voor mij vormt het een heel tegenstrijdig en botsend plaatje. De oude Grieken gebruikten toch ook geen moderne kranen om bouwwerken te maken? Het is hightech versus ambachtelijk vakmanschap. Het zet me aan het denken; moet de ruïne nou wel of niet gerenoveerd worden? Willen we een ‘originele’ ruïne of moet de mens ingrijpen in de historie? Het Parthenon is zwaar beschadigd tijdens het Venetiaans beleg van 1687. Het Parthenon wordt niet hersteld tot een pre-1687 toestand, maar de schade veroorzaakt door de explosie wordt zo veel mogelijk hersteld. Dit betekent dat de kolommen weer recht gezet zijn en daar waar noodzakelijk delen hersteld zijn met nieuw wit marmer, waardoor het heel herkenbaar is wat nieuw is. In 2020 zullen de werkzaamheden gereed zijn.
Erechtheion is een der voornaamste heiligdommen van Akropolis. De tempel in Ionische stijl werd tussen 421 en 406 v.Chr. opgetrokken in Pentelisch marmer. De tempel is beroemd om de zes zuilen die de vorm hebben van 2,3 m hoge vrouwenfiguren wier hoofden als kapiteel dienen. De zuilvrouwen noemt men kariatide. Momenteel zijn deze vervangen door kopieën. Van de originele zuilen bevinden zich er vijf in het Akropolismuseum en één in het Londense British Museum.

Anafiótika
Dit wijkje ligt ten noordoosten van de Akropolisheuvel. Het is het meest idyllisch deel van Athene. We ontdekken het per toeval. Er zijn zelfs relatief weinig toeristen. Dit is wat je ziet in de reisbrochures. Prachtig. De steegjes zijn vaak niet breder dan ongeveer 80 cm. Witte slingerende trapjes met bloempotten, veel groen, kleine witte huisjes en een prachtig uitzicht op de Lykavittós heuvel. Souvenirwinkels noch tavernes verstoren het beeld. Maar tegelijkertijd ook erg armzalig met hier en daar golfplaten. Ik krijg zelfs de indruk de sommige huisjes niet meer bewoond worden, of omdat de huizen te weinig luxe bieden of omdat men gevlucht is voor de toeristen die dagelijks langs hun huis lopen. En zelfs hier is de witte muur langs het wandelpad vol gespoten met graffiti.

Archeologisch Museum
Het is aannemelijk dat veel meer mensen naar het Akropolis Museum gaan, dat naast het beroemde Akropolis ligt, maar wij kiezen voor het Archeologisch Museum ten noorden van het centrum, omdat dit museum een veel grotere en indrukkende collectie heeft. In dit grootste museum van Griekenland zijn kunst- en gebruiksvoorwerpen van meer dan vijfduizend jaar Griekse geschiedenis ondergebracht. Een paradijs voor de archeologische liefhebber.

Megali Mitrópoli (Grote Metropolitaan)
Athene bulkt niet van de grote, mooie en bijzondere kerken zoals je dat bijvoorbeeld in Rome of Boedapest ziet. De meeste kerken zijn klein, maar de Grote Metropolitaan of Megali Mitrópoli vormt daar een uitzondering op. Deze kerk staat het hoogst in rang van alle Griekse bisschopskerken. Groot en statig staat deze bisschopskerk op het Metropolis plein. Het kleine 900 oude byzantijnse Agios Eleftherios kerkje, dat er naast staat, valt bijna in het niet. De Grote Metroplitaan heeft een schitterend interieur met – zoals zoveel kerken in Griekenland – prachtige fresco’s.

Lykavittós heuvel
Ik moet bekennen, we zijn niet naar de Lykavittós heuvel geweest, maar omdat deze heuvel zo uitdrukkelijk aanwezig is in de stad wil ik er toch iets over vertellen. Met 277 meter hoogte torent deze heuvel letterlijk boven alles uit in Athene. Met diverse buslijnen kun je de top bereiken, maar dat kan ook met een bergtrein vanaf de Aristippou (straat). De heuvel wordt bekroond door de witte kapel Agios Geórgios uit 1834. Op de toppen na is de heuvel helemaal begroeit met bomen waardoor er buiten het uitzicht niet veel te beleven valt.

Overige archeologische sites in Athene
Athene heeft naast het Agora een groot aantal archeologische sites in het hart van het centrum. De bekendste daarvan zijn: Kerameikos, Hadrian’s Library, Roman Agora en het Olympieion. Voor wie het wil kan ze allemaal bezoeken, maar uiteindelijk vertonen ze wel veel overeenkomsten. Vanwege de leeftijd zijn het veelal niet meer dan ruïnes.

Nationale Tuin van Athene
De Nationale Tuin ligt ten oosten van het centrum bij het parlementsgebouw. In 1836 werd het paleispark aangelegd. Weg van de drukte is dit een heerlijk park om even tot rust te komen. Het is een prachtig bosrijk park met slingerende wandelpaden en bloemperken.

Pláka
Ten noordoosten van de Akropolisheuvel ligt het ‘jonge’ historische centrum van Athene dat nu het meest toeristische gedeelte is van Athene. Voor de één een walhalla en voor de ander is het een te vermijden gebied. Vooral nabij Monastiraki is het een aaneenschakeling van souvenirwinkels. Je vindt het eigenlijk vanzelf, want je wordt er gewoon naartoe gezogen! Gezellig, dat zeker wel. Druk, tuurlijk, vooral dat. Maar gelukkig zijn de verkopers niet agressief en kan je rustig rondkijken. Er zijn misschien wel een miljoen dingetjes te koop. Ja dingetjes, want in de regel is het veel prullaria, van ‘houten lullen’ tot mooie marmeren schaakborden met Griekse figuren. You name it. Tavernes en terrassen maken het plaatje compleet.

Platía Syntágmatos (Sýntagma plein)
Wellicht het bekendste plein van Athene is de Platía Syntágmatos, ofwel het plein van de grondwet (Sýntagma). Hier vinden regelmatig protesten plaats. Het plein wordt vaak als een bezienswaardige plaats beschreven in reisgidsen, maar persoonlijk kon mij het plein weinig bekoren wat hoofdzakelijk veroorzaakt wordt door de verkeersdrukte. Gebouwen die aan het plein staan zijn nou ook weer niet zo heel indrukwekkend. De meeste toeristen komen naar het plein voor het bekijken van het parlementsgebouw en de Evzone wachters. Het grote en indrukwekkende parlementsgebouw (Voulí ton Ellínon) uit 1842 is oorspronkelijk gebouwd als paleis voor koning Otto I. Voor het paleis ligt het graf van de onbekende soldaat, maar het marmeren graf is zo eenvoudig dat het je makkelijk ontgaat. Alle aandacht gaat uit naar de twee Evzone-wachters in traditionele 19e eeuwse uniformen die ‘zogenaamd’ de wacht te houden. Elk heel uur wordt de wacht afgelost, dat met strak ceremonieel plaatsvindt. Aan dit plein liggen enkele grote en dure hotels zoals ‘Hotel Grande Bretagne’, het oudste en bekendste hotel van de stad. In dit hotel hebben veel beroemdheden gelogeerd en het was tijdens de Tweede Wereldoorlog het hoofdkwartier van de Duitse bezetters.

Het presidentieel paleis alsmede de ambtswoning van de premier zijn gelegen achter het parlementsgebouw en de nationale tuin, aan de Irodou Attikou. De Evzone-wachters houden tevens wacht voor het presidentiële paleis en voeren ook de ceremonie van de wisseling van de wacht uit.

Stisikleous
Stisikleous is een wandelpromenade rondom het Akropolis. Ooit was dit een gewone straat maar nu is het geheel autovrij gemaakt. Het is er altijd druk met toeristen. De redenen daarvoor zijn divers. Het is de weg naar het Akropolis. Bij hoge temperaturen met lichte kleding kun je er heerlijk flaneren. Er zijn terrasjes in overvloed. Of je vindt het heerlijk te snuffelen tussen de vele souvenirkraampjes. Maar je ziet er ook veel kunstenaars en hobbyisten die kleine spulletjes verkopen die ze thuis of ter plekke maken. De ‘rondweg’ eindigt of begint – het is maar net hoe je het bekijkt – bij het Akropolos Museum en eindigt onder het centrum.

Wil je ook weten hoe we de rondreis door Griekenland ervaren hebben, lees dan hier het verslag. Veel plezier in Griekenland als dit verslag een inspiratiebron was voor je volgende reis.

De belangrijkste musea van Athene:

Athene kent een groot aantal musea met een grote verscheidenheid. Alleen al hierom is twee dagen erg kort voor een reis naar Athene.

Acropolis Meuseum, 15 Dionysiou Aeropagitou St.

Ancient Agora Museum,

Athens Municipal Gallery, 51 Pireos St.

Athens National Archaeological Museum, 44 Patision

Benaki Museum, 1 Koumpari

Byzantine & Christian Museum, 22 Vasilissis Sofias

Eleftherios Venizelos Museum, Eleftherias Park

Emotions Museum of Childhood, 7 Karatza

Epigraphic Museum, 1 Tositsa

Exile Museum, 31 Agion Asomaton

Frissiras Museum, 3 Monis Asteriou

G. Gounaropoulos Museum, 6 G. Gounaropoulos St. Ano Illissia

Hellenic Children’s Museum, 14 Kidathineon

Hellenic Motor Museum, 33-35 Loulianou & Tritis Septemvriou

Herakleidon Museum – Art & Mathematics, 16 Irakleidon St.

Ilias Lalaounis Jewelry Museum, 12 Kalisperi & Karyatidion St.

Industrial Gas Museum, 100 Pireos & Persefonis

Jewish Museum of Greece, 39 Nikis St.

Katina Paxinou Museum, 20 Agiou Konstantinou & Menandrou

Kerameikos Museum, 148 Ermou St.

Museum of Athinais, 34-36 Kastorias St.

Museum of Cycladic Art, 4 Neofytou Douka St.

Museum of Folk Art & Tradition, 6 Chatzimichali

Museum of Greek Children’s Art, 9 Kodrou

Museum of Greek Folk Art, 17 Kydathineon

Museum of Greek Folk Musical Instruments, 1-3 Diogenous

Museum of the City of Athens, 5-7 Paparrigopolou St.

Museum of the History of the Greek Costume of the Lyceum Club of Greek Women,
7 Dimkritou

Mijn persoonlijke top 10 van Athene:

1. Akropolis
2. Archeological Museum
3. Anafiótika
4. Plaka
5. Grote Metropolitaan
6. Agora van Athene
7. Stisikleous
8. Nationale Tuin van Athene
9. Platía Syntágmatos
10. Akropolis Museum

Klik hier voor meer foto’s van Athene.

Veel plezier in Athene.

Athene op internet:

Lonely Planet

This is Athene

T0p 10 bezienswaardigheden 

Visit Athene

Wikipedia

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Griekenland 2017

Griekenland is een land waar je bijna oneindig vaak op vakantie kunt omdat het zoveel bestemmingen heeft. Kijk alleen maar eens hoeveel eilanden het telt buiten de bekende en grote eilanden Kreta, Cyprus, Rhodos en Corfu. Dan is er natuurlijk ook het vasteland met onder andere de hoofdstad Athene. En niet te vergeten Peloponnesos, het grote schiereiland dat ten westen van Athene ligt. Vanwege de vele eilanden heeft Griekenland erg veel vliegvelden waar op gevlogen wordt. Een andere vorm van de eilanden verkennen is eilandhoppen. Zeker bij de kleinere eilanden zonder vliegveld is de boot het enige middel om de eilanden te verkennen. Kortom, houd je van zon, watersporten, cultuur, strand en historie, dan kan je vaak teruggaan naar Griekenland.
Onze vakantie betreft een rondreis door het vasteland waarbij Athene de laatste stop is. We rijden een rondje tegen de klok in en doen gedurende twee weken bijna iedere dag een andere bestemming aan. De plaatsen waar we overnachten zijn hieronder in die volgorde weergegeven.
De Griekse taal heeft een eigen alfabet. Zonder enige studie is het Grieks niet voor ons te lezen. Ik probeerde vooraf het alfabet te leren, om zo toch iets te kunnen lezen, maar dat valt nog niet mee. Gelukkig kan je overal met Engels terecht en zijn verkeersborden en dergelijke in twee talen weergegeven. Anderzijds wordt steeds meer het Latijns alfabet gebruikt met name voor internationale woorden en merknamen. Misschien vinden de Grieken het zelf ook niet meer zo handig om in deze tijd een afwijkend alfabet te hebben.
Griekenland heeft een warm klimaat waar het in de zomer bloedheet kan zijn. Veel dorpjes zijn pittoresk, het landschap is gevarieerd, er zijn veel historische opgravingen en de mensen zijn relaxt. Het is dus een fijn vakantieland.


Eten in Griekenland is een feest, tenminste als je van vlees houdt. Op de Griekse menukaart zie je vooral veel vleesgerechten. Vegetariërs zullen het moeilijk hebben in Griekenland. Moussaka, souvlaki en gyros zijn bekende Griekse gerechten. De borden worden geserveerd met een beetje groenten en frietjes. Een vleesgerecht kost zelden boven de tien euro. Maar als je een salade besteld ben je meestal net zoveel kwijt. Vreemd genoeg krijg je nergens vooraf Ouzo aangeboden bij het eten, terwijl dat in een Grieks restaurant in Nederland altijd als een traditie wordt verteld. Not dus!
In Griekenland zijn opvallend veel half wilde katten. Je ziet ze echt overal. Ze laten zich vooral zien op de terrasjes. Tijdens het eten zitten ze braaf maar smekend naar je te staren. “Krijg ik niks?”, schijnen ze te zeggen. De katten worden voldoende gevoerd en zien er best gezond uit, ook al zijn ze een stuk dunner dan bij ons.
Maar Griekenland is ook een heel arm land en in ieder geval zijn er grote verschillen tussen arm en rijk. Tijdens een rondreis door Griekenland zie je pas hoe slecht de wegen en de huizen onderhouden zijn. De snelwegen zijn echter van goede kwaliteit en veelal betaald met Europees geld. Dat was voor de crisis in Griekenland. Europa heeft niet één maar twee keer veel geld in Griekenland gestoken! Dat hoor je de politici niet zeggen. Desondanks moet je bijna op alle snelwegen tol betalen.
Griekenland telt nog geen 11 miljoen inwoners terwijl er rond Athene al 3 miljoen inwoners wonen. Dat geeft aan hoe dun bevolkt de binnenlanden zijn en dat ervaar je op een rondreis maar al te goed.
Tijdens onze reis bezoeken we een aantal kerken. Zelf was ik nog nooit in Grieks-Orthodoxe Kerk geweest. Je wordt geacht netjes gekleed te zijn in kloosters en kerken. Dat doen we dan ook telkens uit respect. Griekse kerken zijn echt heel anders van architectuur en interieur. De benaming voor de Byzantijnse kerk is Katholikon. Meestal hebben ze een ronde koepel met verticale smalle raampjes. Het interieur is zeer rijk gedecoreerd met vooral heel veel fresco’s, gouden elementen en zilverwerk. Bij de kerken horen natuurlijk Griekse priesters met hun typische uiterlijk; zwarte ‘jurk’, hoedje – hoe dat ook mogen heten- lang haar, vaak in een staart en een lange grijze baard. Een plaatje om te fotograferen, maar dat vinden ze ongevraagd eigenlijk helemaal niet leuk. Bezoek een kerk, hartstikke interessant.
Het is laat en donker als we landen op de luchthaven van Athene. Het is nog steeds 26 graden terwijl het al september is. Heerlijk zwoel. De man van het autoverhuurbedrijf gemaand ons iedereen aan te spreken als we informatie nodig hebben. De Grieken zijn behulpzaam, ze zullen je altijd helpen, aldus de man. Ondertussen vertelt de man honderd uit over Griekenland. Hij noemt de interessante dingen waar we naar toe moeten gaan. Ik vertel hem dat we al die dingen in onze route hebben opgenomen. Blijkbaar hebben we onze reis goed voorbereid.

Hieronder een overzicht van de plaatsen die we aandeden.

Mati
In 30 minuten tuffen we in het donker vanaf het vliegveld naar Mati waar we onze eerste overnachting hebben. De weg is grotendeels binnendoor, in het donker over slechte wegen en uiteraard in een vreemde auto. Heerlijk, maar niet heus.
Mati is een badplaats, maar het is niet wat je noemt een toplocatie. Het is een eenvoudig en misschien wel een saai en lelijk plaatsje, maar voor ons is het perfect als eerste korte tussenstop. De stranden stellen ook niet veel voor. Toch staan er diverse hotels, maar toeristen zijn er haast bijna niet (meer).

Kamena Vourla
Onderweg naar Kamena Vourla zien we eigenlijk pas hoe arm en vervallen deze streek is. Hier wil je echt niet wonen. Het gebied ten oosten van Athene is niet echt toeristisch. De route naar de snelweg is echter heerlijk relaxt over slingerende wegen door het dorre landschap. De snelweg is in goede staat, maar er rijdt bijna geen verkeer waardoor het lekker opschiet.
Kemena Vourla is een badplaats met een lange boulevard vol met hotels en restaurants. Een groot lang eiland voor de kust scheidt echter Kemena Vourla van de Egeïsche zee. Het ziet er prachtig en gezellig uit. We hebben een leuk hotelletje aan de boulevard met zicht op zee. Vanuit het balkon horen we de zee ritmisch en onophoudelijk kabbelen. Verschil tussen eb en vloed is er nauwelijks. Prachtig. Ondanks dat het weer nog steeds erg warm is zijn er maar weinig toeristen. Blijkbaar is het hoogseizoen al voorbij. We krijgen zelfs de indruk dat we de enige gasten zijn in het hotel.
We bezoeken een wit kerkje aan de boulevard. Onze monden vallen open als we het interieur zien. Er is werkelijk geen millimeter in de kerk dat niet versierd is. Het plafond is helemaal beschilderd met kleurrijke fresco’s. Zo klein en toch zo mooi. Alweer prachtig.

Kastraki en Meteora
We vertrekken over de snelweg maar spoedig duiken we weer de binnendoor wegen in. Het is een waar genot om hier te rijden met prachtige natuur om ons heen. Na het hooggebergte belanden we in grote Thessalische vlakte dat echt zo plat is als Nederland. Het is moeilijk voor te stellen maar miljoenen jaren geleden was de Thessalische vlakte een binnenzee.
Onderweg zien we een dorpje dat bestaat uit vervallen huizen, golfplaten hutjes, troep en nog eens troep. Wat een armoede. Het lijkt haast een sloppenwijk in Afrika. Het zou zomaar een vluchtelingenkamp kunnen zijn en dat is natuurlijk niet vreemd in Griekenland. Het is in ieder geval in en in triest wat we zien.
Onderweg zien we ook nog een grote autosloperij. Het meest indrukwekkende is dat de stalen carrosserieën echt overal staan, zelfs in een vervallen huis zonder ramen. De balkons en de kamers staan echt helemaal vol met onderdelen. We maken een paar foto’s van deze ruwe maar fotogenieke plek.
Als je Meteora wil bezoeken maakt het niet uit of je in Kastraki of in Kalabaka verblijft. Beide plaatsjes zijn dichtbij Meteora. Ons verblijf is in Kastraki. Het plaatsje barst van de hotels, guesthouses en restaurants. Wat moet het hier druk zijn in het hoogseizoen, maar nu valt dat reuze mee. Gelukkig.
Bij aankomst in Kastraki worden we meteen geconfronteerd met de enorme grote, kale, afgeronde rotsformaties. Door eeuwenlange wind- en watererosie hebben de rotsformaties hun specifieke en moeilijk bedwingbare uiterlijk gekregen. Op de afgeronde rotsen groeit letterlijk helemaal niets. Dit hebben we nooit eerder gezien in Griekenland of Europa. Het doet me nog het meest denken aan de canyons in Amerika. Erg indrukwekkend. Bovenop deze rotsen zijn de kloosters van Meteora gebouwd die letterlijk boven alles uit tornen. We verblijven hier twee dagen om zeker niets te missen van de indrukwekkende kloosters.
Meteora heeft een opmerkelijk en interessant verleden. Reeds vanaf de 9e eeuw werden de rotsformaties van dit erosiegebied beklommen door kluizenaars die daar hun eigen leefomgeving creëerden en slechts af en toe naar beneden kwamen. Vanaf de 11e eeuw trokken elders verdreven monniken naar het gebied. Halverwege de 14e eeuw verrezen de eerste kloosters op de toppen. In 1336 stichtte monnik Athanasios, afkomstig van de berg Athos zijn Groot Meteoron. Daarna volgde nog 23 andere kloosters. Met netten aan touwen en houten ladders van soms wel veertig meter lang transporteerden de monniken de benodigde goederen én personen naar boven. In de hoogtijdagen bestond er een autonome gemeenschap van monniken en 24 kloosters in vrijwel volledige afzondering van de rest van de wereld. Sinds 1490 werd de abt van het Groot Meteoron ook het hoofd van de gehele monnikengemeenschap van Meteora. In de 17e eeuw begon echter het verval van het kloosterleven in Meteora. Er werd gesjoemeld, sommige monniken hielden er als monnik verklede vrouwen op na en van het idealistische gedachtegoed was niets meer overgebleven. In de 18e eeuw werden de kloosters gebruikt als toevluchtsoord voor Grieken die door de Turkse overheersers opgelegde belastingen wilden ontduiken. Tijdens de 19e eeuw werden de kloosters gebruikt om te ontkomen aan oprukkende rebellen. In de Tweede Wereldoorlog en de daaropvolgende Burgeroorlog (1945-1949) hebben de toen nog overgebleven kloosters veel schade opgelopen. Na al die gewelddadige eeuwen zijn er nu nog slechts zes kloosters in goede staat overgebleven, waarvan sommige nog steeds bewoond worden door monniken en monialen (vrouwelijke kloosterlingen). Men heeft de laatste tijd veel moeite gedaan om de kloosters in hun oorspronkelijke glorie te renoveren. Sinds 1988 staan de kloosters op de Unesco Werelderfgoedlijst. Meteora staat in de top tien van bezienswaardigheden in Griekenland.


Tegenwoordig is Meteora zeer toeristisch. Alle kloosters liggen min of meer op een rondgaande route. Het is komen en gaan met bussen vol toeristen uit heel het land.
Ook wij rijden een rondje langs de zes kloosters van Meteora en besluiten alleen bij het grootste klooster een bezoek te brengen. Zes kloosters bezoeken op één dag is misschien te veel van het goede. Bij alle kloosters moet je entree betalen ook al is het maar heel weinig. Onze benen en schouders zijn bedekt, want dat is wel een voorwaarde om kloosters te bezoeken. Ik ga in vogelvlucht langs de kloosters omdat anders het verhaal te lang wordt.
Het eerste klooster dat we tegenkomen vanuit Kastraki is Agios Nikolaos Anapafsas (H. Nikolaas) uit circa 1490. Volgens deskundigen is het boven op de overblijfselen van een ouder klooster gebouwd. Je moet een stukje te voet klimmen om bij het klooster te komen. Dit relatief kleine klooster laten we letterlijk links liggen.
Daarna volgt het Rousanouklooster. Volgens onbevestigde bronnen zou het gesticht zijn in 1288, maar alleszins staat vast dat er 156 jaar later vervallen gebouwen werden gerestaureerd. In de 16e eeuw werd het volledig in zijn huidige vorm herbouwd, met de goedkeuring van de abt van het Groot Meteoron. Het klooster is alleen te bereiken via een lang trappenstelsel over en langs de rotsen. Eenmaal boven heb je prachtig uitzicht over de andere kloosters waarvan enkele nog veel hoger liggen.
Het derde klooster is Varlaäm. In de hiërarchie van de Meteorakloosters neemt het Varlaäm de tweede plaats in. Het werd in zijn huidige vorm gebouwd in 1518. Er is een mooie anekdote over de bouwwerkzaamheden van het klooster. Uit schriftelijke bronnen blijkt dat de kloosterkerk in 1542, in twintig dagen tijd, werd voltooid. Daarvóór had men er echter 22 jaar over gedaan om het benodigde materiaal naar boven te takelen. Naar verluidt lag een van de stichters al tien maanden doodziek op bed. Toen hij hoorde dat het werk voltooid was, stond hij plots op van zijn ziekbed. Hij kon zijn ogen niet geloven en dankte God en al zijn heiligen, dat hij dit nog had mogen meemaken. Nadat hij dankbaar de monniken en vaklui had gezegend, keerde hij dolgelukkig naar zijn bed terug en overleed in vrede.
Mega Meteoron (Groot Meteoron) is het grootste, maar ook het meest bezochte en indrukwekkende klooster. Met 620 meter is het ook het hoogstgelegen klooster. In de 14e eeuw kwam monnik Athanasius van de Athos-berg zich vestigen in deze omgeving. Hij beklom de meest imposante rots (de Platys Lithos, d.i. Platte Steen) en besloot hier zijn eerste klooster te stichten. Hij noemde de rots “Meteora” (dit betekent “Hoog Verhevene”), omdat ze leek te zweven tussen hemel en aarde. We bezoeken het klooster dat eigenlijk nog niet voor de helft toegankelijk is voor publiek. Alle slaapplaatsen en dergelijke zijn niet te bezichtigen. Het klooster heeft nogal veel buitenplaatsen waar je een prachtig uitzicht hebt over de weide omgeving. Er is een klein museum met een grote variatie aan interessante voorwerpen zoals klederdracht, mozaïeken, kunst, boeken, handschriften, iconen, religieuze voorwerpen en nog veel meer. In een knekelkamer zien we tientallen schedels en een heleboel botten, allemaal netjes opgeborgen in een soort boekenkast. Fascinerend, luguber en zeldzaam tegelijkertijd. Maar het mooiste is toch wel de kapel. Ik heb nog nooit zo’n indrukkende en mooie kapel gezien als deze. Het hele plafond is beschilderd met kleurrijke fresco’s. Prachtig. Je mag er niet fotograferen, maar dat deed ik toch stiekem… Achteraf maar goed, want een mens kan onmogelijk zoveel impressies in zijn bolleke opslaan. De kloosterkerk van de Metamorphosis (= Verheerlijking van Christus op de Taborberg) is de oudste bewaard gebleven kerk van de Meteora en het is gebouwd tussen 1387 en 1388.
Onderweg zijn diverse stop- en parkeerplaatsen waar toeristen stoppen om ongelooflijk mooie panoramafoto’s te maken van de kloosters, de vallei en de rotsformaties. Het is adembenemend mooi. Waaghalzen gaan op de randen van de rotsen staan om foto’s te maken. Bergbeklimmers overwinnen met lange touwen de steile rotsen en lopen op de toppen een ronde alsof hoogtevrees helemaal niet bestaat. Dapper.
Bij het klooster Agia Triada (H. Drievuldigheid) staan we ook maar even stil langs de kant van de weg. Dit klooster is de op twee na oudste stichting van de Meteora. Bepaalde kloostergebouwen dateren reeds van de 14e eeuw. De huidige vorm van het klooster kwam tussen 1458 en 1476 tot stand. Volgens een niet-bevestigde overlevering zou het zeventig jaar gekost hebben om al het benodigde materiaal naar de top van de rots te brengen voordat men met de eigenlijke bouw kon beginnen. Nazi’s hebben tijdens de Tweede Wereldoorlog de schatkamer van het klooster leeggeroofd. Het kloostergebouw is gebruikt als decor in de Kuifje film ‘Kuifje en het geheim van het Gulden Vlies’ en de Bondfilm ‘For Your Eyes Only’. De laatste 20 minuten van de film zijn gefilmd op Meteora. De film geeft een prachtig en realistisch beeld van Meteora. Vanuit dit klooster heb je een prachtig wandelpad door de vallei naar Kalambaka dat hemelsbreed het dichtst bij ligt.
Het laatste klooster op de route is Agios Stefanos (H. Stefanus). Dit is het enige klooster waarbij het parkeerterrein naast het gebouw ligt, waardoor je niet te voet hoeft te klimmen. In 1888 telde het rijke klooster nog 31 monniken, maar in 1960 was het vrijwel verlaten. Het werd zwaar beschadigd door brand tijdens de Tweede Wereldoorlog, en communistische partizanen hebben tijdens de burgeroorlog in 1949 het gezicht van de stichter op een van de fresco’s onherstelbaar beschadigd. In 1961 werd het omgezet in een nonnenklooster. Vrouwen hadden destijds geen toegang tot de Meteora. De nonnen herstelden niet alleen de schade, ze slaagden er ook in het klooster weer een bloeiend bestaan te schenken. De refter (eetzaal, nu als schatkamer ingericht) getuigt van de vroegere rijkdom van het klooster: kostbare handschriften, iconen, houtsnijwerk, zilveren vaatwerk en reliquiaria (o.a. de in zilver gevatte schedel van de schutspatroon Charalampos).
Oorspronkelijk waren er dus 24 kloosters. Van de achttien kloosters die verdwenen zijn heb ik geen spoor meer kunnen bekennen. Blijkbaar is er niet veel meer van over. Volgens een plattegrond zijn er nog paar ruïnes, maar daar kun je alleen nog maar te voet komen.

In Griekenland eet je laat en vanwege de temperatuur lekker buiten op het terras onder het genot van een lekker wijntje of koel biertje. ’s Avonds eten we bij een echt familiebedrijf waar voornamelijk locals en familie eten. Het kan dus blijkbaar nog in een druk toeristisch gebied. Het mooiste is eigenlijk dat al het vlees voor onze ogen wordt gebarbecued door de kok. Op het terras staat een enorme oven waar de man de hele avond staat te bakken. Eerst maakt de kok zelf de houtskool in een kachel en daarna wordt met enorme spiesen en roosters het vlees gegaard. We eten voor 17 euro inclusief een halve liter wijn. We genieten lekker vanavond en gaan met BBQ-lucht in onze kleren terug naar het hotel.

Ioánnina
Het eerste deel van de route naar Ioánnina is binnendoor en erg bergachtig. Er is werkelijk geen enkel recht stukje in de weg. Heerlijk. Wat moet het fijn zijn om hier met de motor te rijden. Meestal hebben we de weg voor onszelf, waardoor het heel relaxt rijden is. We hebben een korte break in het toeristische stadje Metsovo. Het historische stadje ligt idyllisch tegen een berghelling waardoor het een populaire bestemming is. Het is enorm kruipdoor en sluipdoor in de smalle drukke straatjes om in het centrum te komen waar het bovendien erg lastig is om een parkeerplaatje te vinden. Het stadje barst van de gezelligheid met de vele restaurantjes en winkeltjes. Het is een prima stadje om te verblijven. Een bronzen beeld van een berin met jong en informatieborden geven aan dat in deze streek beren voorkomen. In een reisgids had ik gelezen dat in Griekenland ook wolven en everzwijnen voorkomen, maar de kans dat je ze tegenkomt is wel heel klein.
We rijden door naar Ioánnina waar we overnachten. Ioánnina is een belangrijke universiteitsstad. Het heeft circa 100.000 inwoners en ligt aan het Pamvotismeer of Meer van Ioánnina waardoor het een mooie ligging heeft. In Ioánnina kunnen we veel moeite een parkeerplek vinden. De steegjes zijn super smal en druk waar ik zelfs soms moet steken om de bocht te kunnen maken. Beschadigde muren geven aan dat het niet iedereen lukt. We hebben een super klein hotelletje middenin het centrum met slechts vijf kamers. De kamer ziet er fantastisch uit. Het is zondagmiddag en de restaurants zijn druk bezet waardoor de lunch uitloopt tot 16:30 uur. We hebben alle tijd, maar daardoor hebben we minder tijd om het stadje te bezichtigen. De stad bestaat uit twee delen: de eigenlijke stad en het zogenaamde frourion, een Turkse citadel uit de 17e eeuw, met onder andere twee moskeeën. We bezichtigen dit stadsdeel dat als een aanhangsel in het meer ligt. Binnen de oude stadsmuur bevindt zich een klein dorpje met kleine huisjes. Het is niet wat je noemt mooi, pittoresk of historisch, maar eerder lelijk. Achter een tweede muur zien we de ruïnes van het kasteel, een kleine moskee en het Byzantijns Museum, maar heel erg enthousiast word ik er ook weer niet van.
Het is zondagmiddag en de winkels zijn gesloten waardoor het wat saai is in de stad. Ioánnina is een arme stad met nogal wat panden in erbarmelijke staat. Er is opvallend veel graffiti op de muren waardoor de stad misschien niet aantrekkelijk overkomt. In het oude centrum zijn echter opvallend veel horeca gelegenheden, waardoor het toch een heel gezellige stad is. Langer dan één dag zou ik zeker niet willen adviseren.

Parga
We rijden over de snelweg naar Parga waarbij we diverse tunnels passeren. Ook de snelwegen in Griekenland zijn best interessant vanwege de prachtige uitzichten die je onderweg heb. Eenmaal in Parga ben je in een totaal andere stad. Parga is een van meest beroemde en drukbezochte badplaatsen van Griekenland. Het kleine stadje is één toeristisch centrum met oneindig veel hotels, restaurants, cafés en souvenirwinkels. Het is allemaal super commercieel waardoor het niet helemaal my cup of tea is. Maar variatie is goed en al met al is het een prachtig, mooi, pittoresk dorpje. Mijn zwembroek blijft nog even in de koffer. Ik heb geen zin om op het strand hutjemutje te gaan liggen tussen die duizenden badgasten. Het 12.000 inwoners tellend dorpje heeft waarschijnlijk net zoveel inwoners als toeristen. Zelfs nu eind september is het nog aardig druk. Ik moet er niet aan denken om hier in het hoogseizoen te zijn. Zelfs in de smalle steegjes van het stadje is het een en al commercie. Wandelend door een van de steegjes kom je vanzelf bij het kasteel boven op de berg, maar dan moet je wel eerst tig trappen overwinnen. De steile klim wordt beloond met een prachtig uitzicht over het stadje en de zee. Het kasteel werd in de 15e eeuw gebouwd door de inwoners van Parga om hun stad te beschermen tegen piraten en Turken. De Venetiërs hebben het kasteel diverse malen herbouwd en versterkt nadat het door de Ottomanen werd bezet en vernietigd. Tussen de kasteelrestanten bevindt zich nu een restaurant waar je romantisch kunt dineren met zicht op zee.
We wandelen weer naar beneden en we besluiten te gaan dineren in een restaurant aan de baai. We vinden een leuk restaurant waar je op de balkonnetjes kunt dineren terwijl je geniet van de drukte op de boulevard. Wijntje erbij. Lekker romantisch.

Mitikas en Nicopolis
Vandaag hoeven we maar 65 kilometer te rijden naar onze volgende stop in Mitikas. We zakken naar het zuiden af langs de kust met prachtige stranden. In tegenstelling tot Parga zijn hier de stranden bijna verlaten en aanzienlijk groter. Het is naseizoen en de drukte is voorbij. Regelmatig stoppen we bij de zandstranden om te genieten en mooie foto’s te nemen. Parasols en strandstoelen staan netjes maar leeg op een rij. Ik had verwacht dat de dorpjes aan het strand heel pittoresk zouden zijn, maar dat is niet echt het geval. Ik zie geen prachtige wit-blauw geschilderde huizen en geen gezellige dorpspleintjes met souvenirwinkels. Het is bijna een saaie boel. Gelukkig is de natuur wel op zijn mooist.
Mitikas is ongeveer het tegenovergestelde van Parga, zo rustig en uitgestorven, maar eigenlijk ook oer saai. Nu in september heeft het stadje bijna toeristen meer. We krijgen bijna het gevoel dat we de enige toeristen zijn in het hotel en zelfs in het dorp. Het appartementenhotel ‘Faros Apartments’ staat hoog op een klif en vanuit ons balkon op de derde verdieping hebben we een prachtig uitzicht over de zee.
We bezoeken Nicopolis een Romeinse nederzetting vlakbij Mytikas. Nicopolis (Grieks voor: stad van de overwinning) is een stad in de oudheid in Epirus (Griekenland), gesticht in 31 v.Chr. De restanten van de nederzetting liggen verspreid over een grote afstanden tussen de akkers en dorpjes. Ooit moet hier dus een aanzienlijke populatie hebben gewoond. Het grote en imposante theater is helaas afgezet met bouwhekken vanwege instortingsgevaar van de muren. Het zal nog lang duren voordat het gerenoveerd is. We lopen over het stadion, een parkoers waar ooit paardenwedstrijden werden gehouden. In gedachten zien we de ‘Ben Hur’ karretjes op-en-neer rijden met menners in stoere met leer versterkte pakken en zwepen. Nu lopen wij over de piste, alleen. We horen het gejoel van het publiek. Imposant! We bezoeken het centrum van de nederzetting waar mooie mozaïekvloeren gerenoveerd zijn. We zijn de enige bezoekers in dit historisch openluchtpark. Nicopolis is een sterk ondergewaardeerde archeologische site, maar helaas tegelijkertijd ook slecht gepromoot, slecht gereconstrueerd en slecht opgezet als toeristisch trekpleister. Misschien zijn er gewoon te veel van dit soort gebieden in Griekenland.
We rijden een stukje door naar het bijbehorende Archeologisch Museum. We moeten echt zoeken om het gebouw te vinden en het is bovendien ondergebracht in een vreselijk lelijk gebouw. Ook hier zijn wij de enige bezoekers. Een van de bedienden loopt (uit verveling?) met ons mee en vertelt soms wat informatie over de artefacten. Wij zijn in ieder geval enthousiast, maar het grote publiek weet blijkbaar dit museum niet te vinden.

Nafpaktos
Het mooie van rondreizen is dat je telkens weer verrassende dingen meemaakt. Het meest bijzondere in Nafpaktos is het hotel (Ilion Hotel) dat we geboekt hebben. Via een steile kronkelige weg bereiken we de parkeerplaats van het hotel. Daarna moeten we nog een stukje te voet flink klimmen door een nauw steegje om bij het hotel te komen. De klim wordt beloond met een fantastische kamer. Het is een zeer romantische kamer met een lief balkonnetje waar paarse bougainvillea bloemen sierlijk boven ons hoofd hangen. Het uitzicht is werkelijk fantastisch. We kijken over de rode daken van de stad, de zee en daarachter zien we het schiereiland Peloponnesos.
Nafpaktos heeft een geschiedenis die terug gaat tot 5000 v.Chr. Tegenwoordig dankt het zijn populariteit aan de fraaie ligging aan de baai en de lange kiezelstranden. De mooiste bezienswaardigheden zijn het kasteel, enkele historische ruïnes (Ottoman Bad en Sideroporta Poort) en het haventje. We bezoeken het kasteel dat op 200 meter boven de zee ligt, een flinke klim dus. Het middeleeuws kasteel is een van de best bewaard gebleven en grotere kastelen op het vasteland van Griekenland. We zijn haast alleen als er rondwandelen. We zien voornamelijk muren en kantelen op het heuvelachtige landschap. De enkele gebouwtjes die er staan zijn niet (meer) open.
Er hangen zware, donkere wolken in de lucht. Samen met felle zon geeft dat schitterende beelden over de weidse panorama’s die je bovenop de heuvel hebt.
Het kleine haventje van Nafpaktos wordt omsloten door twee armen met muren, kantelen en poortgebouwen die eens ter verdediging dienden van de stad. Nu is het een jachthaventje met een pittoreske ligging. Vlakbij dit haventje bevindt zich centrum van de stad met tal van gezellige restaurantjes en cafeetjes. Nu begrijpen we waarom het helemaal niet verkeerd is om hier te verblijven. Het is er erg gezellig.
We rijden door en wel via de zuidkust (Golf van Korinthe) richting Delphi. Voor het eerst zien we tijdens onze reis een gebouwtje zoals je dat in de reisgidsen ziet. We gillen allebei tegelijk “STOPPUH!” Het kleine, witte kerkje heeft blauw geschilderde daken. We maken enthousiast foto’s aan alle kanten en rijden daarna weer verder. Deze kustroute is aanzienlijk mooier dan de westkust. De levensstandaard is hier hoger. Ik zou er zelf best willen wonen, zo mooi. Maar de dorpjes zijn ook hier verlaten van toeristen. De rust en stilte zijn teruggekeerd en dat maakt het wat mij betreft allemaal nog mooier.

Delfphi
We verblijven twee dagen in Delphi omdat we uitgebreid de archeologische site willen bekijken. Delphi is een klein stadje met een onevenredig aantal hotels. Naast Meteora is Delphi een van de hoogtepunten van Griekenland. We verblijven in het Castri Hotel dat gerund wordt door een bejaard echtpaar. De eigenaar is 84 jaar en telkens als we hem tegenkomen is hij in voor een praatje met ons. Hij vertelt honderd uit. Als hij merkt dat we graag wat Griekse woorden willen leren is het hek van de dam en probeert hij nog meer met ons te praten. We genieten er allebei zichtbaar van.
Onze kamer is weer fantastisch. Vanuit ons balkon hebben we een prachtig uitzicht over de vallei met duizenden olijfbomen. In de verte ligt de Golf van Korinthe en Peloponnesos. Een plaatje, zo mooi.
Delphi is een mooi stadje met een leuke en gezellige maar toeristische winkelstraat. Het stadje is tegen een berghelling aangebouwd waardoor sommige steegjes extreem stijl zijn. Met al die toeristen zijn er heel wat restaurants. Bij sommige terrassen heb je een schitterend uitzicht over de vallei. Je kan er heerlijk genieten onder het genot van een drankje.
De archeologische site ligt op 10 minuten wandelen van het centrum. Bussen uit heel het land rijden af en aan om toeristen te brengen.
Delphi is een extreem unieke locatie in de wereld. Het staat op de Unesco erfgoed. Voor de Grieken was Delphi letterlijk het centrum van de wereld. Volgens de mythologie liet Zeus twee adelaars los vanuit twee tegenovergestelde plekken op aarde. Ze ontmoetten elkaar boven Delphi. De naam Delphi is afgeleid van het Griekse delphos, dat baarmoeder betekent en de geboorteplaats is van de wereld. Opgravingen hebben aangetoond dat de plek al in de 15de eeuw v.Chr. bewoond was.
Als pelgrimsoord trok Delphi mensen uit heel de wereld aan. Ze bezochten het orakel om raad te vragen bij belangrijke levenskwesties. Na een offergave beantwoordde de Pythia – een speciaal voor deze taak opgeleide zieneres en medium van Apollo – de vragen in cryptische zinnen. Ze deed dat in het adyton een kleine ruimte in de Apollotempel waar alleen zij toegang had. Haar antwoord werd door een priester uitgelegd. Van de Apollotempel die in de 4de eeuw voor Christus is gebouwd, is nu alleen nog een ruïne over met een zestal ronde zuilen. In de 4de eeuw v.Chr. werd ook het theater gebouwd met plaats voor 5.000 mensen.
Diverse muren van gebouwen zijn voorzien van Griekse schriften. Alle letters zijn netjes met beiteltjes op de grote stenen uit gehouwen. Je kunt als het ware de muren lezen.
Op het hoogste punt van Delphi ligt het stadion. Op de 178 meter lange baan konden waarschijnlijk 17-18 hardlopers tegelijk deelnemen. Vanaf 586 v.Chr. vonden hier de Pytische Spelen plaats, die na de Olympische spelen de belangrijkste waren in Griekenland.
Wat mij het meest verbaasde is dat deze historische stad tegen een berghelling is aangebouwd. Hoe hebben de mensen in hemelsnaam al die grote steenblokken om hoog weten te krijgen. Uiteraard is na 5000-7000 jaar veel van de gebouwen verloren gegaan en zijn er alleen nog maar ruïnes over, maar toch het is een knap staaltje bouwtechniek en architectuur.
Veel artefacten en beelden van de site zijn ondergebracht in het Archeologisch Museum dat zich naast de site bevindt. De voorwerpen tonen nogmaals aan hoe goed de Grieken in die tijd ontwikkeld waren. Toen waren wij Nederlanders nog een stel holbewoners! Een slimme Engelsman heeft in het begin van de 20ste-eeuw een groot deel van Griekse schatten ‘geroofd’. Hedendaags zijn deze voorwerpen te bewonderen in het British Museum in Londen.

Vilia
Onderweg naar Vilia maken we een stop bij het Osios Loukas klooster. Samen met het Daphni klooster in Athene en het Nea Moni klooster in Chios staan ze op het Unesco erfgoed. Osios Loukas werd in 896 geboren en verwierf een reputatie van wonderbare genezer. Aan hem is het klooster toegewijd.
Nu, in het naseizoen is er haast geen toerist meer te bekennen. We kijken onze ogen uit en ik maak wel 100 honderd foto’s. We bewonderen de kapel met zijn fresco’s. Het wordt gezien als een van de mooiste Byzantijnse bouwwerken van Griekenland. De kerk is gebouwd in de vorm van een gelijkbenig kruis met een grote koepel, dat wordt ondersteund door pendentieven, waardoor een achthoekige ruimte ontstaat. In de 11de en 12de eeuw werden ze versierd met prachtig marmerwerk en mozaïeken op een gouden achtergrond, wat kenmerkend is voor de tweede gouden eeuw van de Byzantijnse kunst.
Er loopt een Griekse priester (of iets wat er op lijkt). In ieder geval een man in een zwarte ‘jurk’, een zwarte hoofddeksel, grijze baard en lang haar. Prachtig. Ik maak stiekem foto’s van deze man en hij kijkt me als een strenge schoolmeester nors aan. Als blikken konden doden. Best vreemd eigenlijk voor een priester…
In de prachtige kelder met fresco’s staat de crypte van Sint Barbera. Dit is de plaats waar Osios Loukas begraven zou liggen. Het klooster met de tuinen, de binnenplaatsen en de oude gebouwen stralen vooral rust uit. Ik kan me heel goed voorstellen dat de monniken hier gelukkig leefden, ook al waren zij celibatair. De monniken leefden onder andere van de verkoop van olijven.
We rijden door en rijden bijna twee uur lang in gebied zonder veel bebouwing. Langs de kant van de weg zien we een kleine kudde geiten (shoarma). Ik stop en mijn vriendin stapt uit om foto’s te maken. Als ze weer instapt en ik weg rijd, komen vier grote honden luid blaffend aangerend. Ik roep keihard “GAS”. De ramen staan nog open en even krijg ik het gevoel dat de honden ons met auto en al verslinden…. LOL. Even later zien we in de verte een veel grotere kudde geiten (nog meer shoarma) van wel 200 stuks. Ik vraag me af hoe we letterlijk door die kudde komen, maar eenmaal bij de kudde gaan de geiten als makke ‘schapen’ (hùh) aan de kant. We stoppen midden in de kudde en fotograferen er op los. Eindelijk zien we eens wat dieren in dit land. Sommige geiten hebben prachtige horizontaal gekrulde horens met een spanwijdte van wel 60 cm. Indrukwekkend, maar toch niet gevaarlijk.
De reis zit er bijna op en we maken nog één overnachting in het stadje Vilia voordat we naar Athene gaan. In het stadje zien we erg veel restaurants, bijna onevenredig veel tot de grootte van de stad terwijl het stadje zelf niet echt bezienswaardigheden heeft.
Het is zaterdagavond en de lokale slager is nog volop aan het werk. In de etage hangen drie geslachte geiten, gewoon zonder bescherming in de buitenlucht. De poten zijn er af maar de koppen zitten er nog aan. Blauwe stempels geven aan dat het vlees gekeurd is. Hygiënisch? Wordt al het vlees zo behandeld in Griekenland? We zijn in ieder geval niet ziek geworden tijdens onze reis.

Athene
Onze reis is bijna ten einde en we sluiten de reis af met drie dagen Athene. Wil je weten hoe ons de stad is bevallen, kijk dan binnenkort op deze site voor het verslag van Athene.

Griekenland was top. We hebben vooral genoten van de natuur, cultuur, het eten en de aardige mensen. De kans dat we nog eens terug gaan is vrij groot. Ik weet zelfs al waar ik dan naar toe wil, n.l. Peloponnesos.

μέχρι την επόμενη φορά (tot de volgende keer)

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen