Luik (Liège) 2017

Als je alle grote en bekende steden al hebt bezichtigd kom je automatisch uit bij de kleinere steden en daar zitten soms verrassend mooie pareltjes tussen. Mijn ontdekking is deze keer de stad Luik aan de noordelijke kant van de Belgische Ardennen. Wandelend door Luik bemerk ik toch diverse Nederlands- en Engelstalige toeristen. Het is blijkbaar populairder dan ik dacht. Routes naar Luxemburg of de Ardennen gingen in het verleden altijd dwars door Luik. Vanuit deze doorgaande weg heb ik Luik nooit bijzonder ervaren en leek het mij meer een lelijke grijze industriestad. Toch is Luik een bijzonder mooie historische stad met veel bezienswaardigheden. Onbekend is onbemind, dat geldt zeker voor Luik. Van de meeste kleinere steden zijn geen reisgidsjes te koop bij de boekhandel. Het wordt dus een ‘zoek-het-zelf-maar-uit’ reis, maar met een beetje googlelen vind je zo de highlights of je leest dit verslag natuurlijk.
Luik is prachtig gelegen aan de Maas – op zijn Frans La Meuse genoemd – tussen de noordelijke heuvels van de Ardennen die daar al behoorlijk hoog zijn. Zoals bij de meeste steden aan een rivier ligt ook in Luik de oude kern slechts aan één zijde van de rivier. In Luik ligt de historische kern aan de westoever van de Maas.
De voertaal van Luik is Frans, terwijl het slechts op 30 km van Maastricht ligt. De Franse taal is niet mijn sterkste punt, dus probeer ik het met Nederlands of Engels. Ik zie vanzelf of de Walen eigenwijs genoeg zijn om bij het Frans te blijven. Als ze Frans tegen me lullen zeg ik gewoon in het Nederlands dat ik geen Frans spreek.
Met 200.000 inwoners is Luik na Antwerpen, Gent en Charleroi de vierde grootste stad van België, en daarmee zelfs groter dan Brussel (zonder agglomeratie). Luik is een typische Belgische stad met veel bebouwing van bakstenen in een diep rode kleur, vaak met een sobere uitstraling, maar aan de architectuur is te zien dat Luik ooit een welvarende stad was. Dat blijkt ook uit de vele kunstwerken die door heel de stad te zien zijn. In diverse straten zie je nog kinderkopjes (kasseien) in de bestrating. In het algemeen is de stad historisch maar toch lang niet overal even mooi. Na de oorlog zijn de lege gaten meedogenloos vol gebouwd met lelijke rechte hoogbouw. Zeker vanaf de heuvels is dat goed te zien. Meteen als je het station uitkomt word je geconfronteerd met het kantoor van financiën. Deze supermoderne reus van 28 verdiepingen met een hoogte van 118 meter is in 2015 opgeleverd. Het is de enige wolkenkrabber in Luik.
Het geloof en het bisdom hebben een grote rol gespeeld in de historie van Luik en dat is nog altijd goed te zien aan de bijzondere kerken die de stad rijk is. In de stad zijn nogal wat bijzondere kerken te ontdekken in Romaanse en Gotische bouwstijl, zoals bijvoorbeeld de Romaanse Collégiale Saint-Denis kerk. De Saint-Paul Cathedrale en Saint-Jacques zijn mooie kerken die je zeker moet bezoeken.
In Luik zijn nogal wat musea met een grote diversiteit aan onderwerpen. Er is de laatste jaren flink geïnvesteerd in musea. Je vindt er vast een leuk museum tussen.
De wegenstructuur in Luik is een wirwar van bochtige en drukke wegen en daardoor niet echt overzichtelijk. Als automobilist is het niet prettig door de stad te rijden en als voetganger verdwaal je snel in de kleine steegjes.
Waar is Luik eigenlijk bekend van? Het enige wat ik kon ontdekken zijn wafels en Jupiler bier.
Een wafel – ook wel suikerwafel of Gaufre de Liège genoemd – is een Belgische koek, die zijn oorsprong vindt in de stad Luik. De Luikse wafel is over het algemeen zwaarder dan een Brusselse wafel, omdat er suikerkristallen in verwerkt worden. De Brusselse wafel is rechthoekig en de Luikse wafel is meestal ruitvormig of ovaal. Luikse wafels worden vaak verkocht op kermissen en braderieën en zijn ook meestal per stuk verpakt in de supermarkt te vinden.
De Jupiler brouwerij staat in het plaatsje Jupille-sur-Meuse, een deelgemeente van Luik. De naam Jupiler is in 1966 gevormd door het achtervoegsel ‘er’ achter de plaatsnaam te zetten. Kijk, dat wist ik niet. Toch weer wat geleerd. Over bier gesproken; alle cafés hebben een uitgebreide bierkaart. In België bestel je niet een biertje of een pilsje maar een merkbier. In België heet overigens een pilsje ‘pintje’. Met honderden merken is België misschien wel het meest interessante bierland van de wereld. Proost, we gaan een wandeling maken. En als we terugkomen pakken we er nog een…

Aquarium-Muséum de Liège, Quai Edouard Van Beneden 22

Dit aquarium is gelegen in een mooi historisch pand aan de oostelijke oever van de Maas. In dit museum gaat voor jong en oud een onbekende maar wondere wereld open over het leven in water. Het museum herbergt een grote diversiteit aan dieren, opgezet of in skelet. Er zijn circa 2500 dieren tentoongesteld die ongeveer 250 diersoorten vertegenwoordigen waaronder vissen, ongewervelden en reptielen die afkomstig zijn uit alle hoeken van de wereld. Maar liefst 46 aquariums zijn gevuld met vissen en dieren van zoet- en zeewater.

Archéoforum, Place Saint-Lambert

Via het plein ‘Place St-Lambert’ kom je bij het ondergrondse museum Archéoforum dat een voorstelling herbergt van het 9000 jaar oude erfgoed van Luik. Het is één van de grootste stedelijke archeologische sites in Europa. Persoonlijk vind ik het museum redelijk saai. Het overgrote deel van het museum bestaat uit restanten van oude funderingen. Ik word niet echt warm van kapotte muurtjes.

Le Grand Curtius, Quai de Maestricht 13

In Luik werd er de laatste jaren heel wat gedaan om kunstwerken optimaal te groeperen. Le Grand Curtius is de laatste realisatie en werd geopend in 2009. In een aaneenschakeling van gebouwen met een totale oppervlakte van 10.000 m², werden vijf Luikse musea samengevoegd: het Glasmuseum, het Wapenmuseum, het Archeologisch Museum, het Museum voor religieuze en Maaslandse Kunst en het Museum voor Decoratieve Kunsten. De rode draad door dit architecturaal gebouw is de rijke geschiedenis van het Prinsbisdom Luik. Omdat de prinsbisschoppen ruim acht eeuwen zowel de geestelijke als wereldlijke macht verenigden, is er veel aandacht voor religieuze kunst. Het wapenmuseum toont vuurwapens en zwaarden van vroeger tot nu. Aan de hand van voorwerpen, waarvan vele werden gevonden op de Place Saint-Lambert, kom je heel wat te weten over de prehistorie, de Romeinse en Frankische tijd. Pareltjes van glaskunst vind je in het Glasmuseum. Een tip: elke eerste zondag van de maand is het Grand Curtius gratis toegankelijk.

Maas (La Meuse) en Marché de la Batte

De Maas meandert lekker door Luik. Langs de oevers zijn redelijk veel wandel- en fietspaden voorzien waardoor het een geliefde plek is voor toeristen maar ook de lokale bevolking. Je kan er heerlijk te rust komen. Vanuit de oostelijke oever heb je een mooi uitzicht over de stad met al haar niveauverschillen. Geregeld zie je grote vrachtschepen op de brede Maas.
Elke zondag is er van 8.00 tot 14.00 uur een markt langs de Maas. Marché de la Batte is de grootste markt van de regio met een zeer grote diversiteit aan koopwaar en voedsel. Over bijna een lengte van een kilometer staan de kraampjes in een lang lint langs de oever opgesteld. Het is een zeer levendige markt met veel kledingkraampjes waar je voor een habbekrats kleding kan kopen. Voedsel kan je vinden van oosterse tot westerse cultuur en natuurlijk ontbreekt de Belgische wafel niet.

Montagne de Bueren

Ten noorden van het centrum ligt ‘Montagne de Bueren’. Het is een lange rechte trap van 260 meter die begint in de ‘En Hors Château’ (Straat) en eindigt bij de citadel. Het schijnt de 16de langste trap van de wereld te zijn. Exact 374 treden met een gemiddelde hellingsgraad van 28% leiden tot een panoramische uitzicht over het oude stadsgedeelte dat zeer de moeite loont.
De trap werd aangelegd tussen 1875 en 1880 ter herinnering aan de 600 inwoners van Franchimont die op 28 oktober 1468 op die plek een aanval uitvoerden op koning Lodewijk XI van Frankrijk en Karel de Stoute. Alle 600 Franchimontezen sneuvelden bij deze strijd. De Montagne de Bueren wordt daarom ook wel eens ‘les 600 escaliers’ genoemd.
Op de eerste zaterdag van oktober wordt het wijkfeest ‘La Nocturne des Coteaux‘ gehouden waarbij de treden, omliggende steegjes, terrassen en wandelpaadjes feeëriek verlicht worden met duizenden kaarsjes en lichtjes. Het is een fascinerend lichtschouwspel gecombineerd met muziek en theater.
Nooit eerder heb ik zo’n lange en rechte trap gezien. Heel opvallend staan er aan weerszijden huizen over de gehele lengte van de trap. Je zal hier maar wonen en iedere dag zoveel trappen moeten nemen. Als je bovenaan de trap bent ben je echt helemaal kapot en toch neemt iedere toerist graag de moeite om de trap te overwinnen. Je wil gewoon niet toegeven dat je het niet kunt.
Als je boven bent kun je met nog eens circa 50 extra traptreden bij het ‘Monument au 14ème Régiment de Ligne’ (Monument voor het 14e lijn Regiment) van beide wereldoorlogen komen. Bij het monument heb je een mooi panorama over de stad. Maar het kan nog beter, want 100 meter verder is een platform met een uitzicht dat nog beter is.

MADmusée

Het MADmusée ligt in het Parc d’Avroy, maar tijdens mijn bezoek aan Luik was het gebouw leeg en afgezet met hekken. Dit museum toonde voorheen een collectie van meer dan 2000 werken van kunstenaars met een mentale handicap. De tentoongestelde werken zijn erg uiteenlopend van stijl, thema en techniek.

Musée d’Ansembourg

Dit museum is in een prachtig herenhuis in barokarchitectuur uit de 18de eeuw gehuisvest. Alles in dit huis straalt de vroegere rijkdom en comfort van de Luikse regio uit. Er zijn verschillende stijlkamers (salons) elk met hun specifieke meubilair.
Bewonder de plafonds, tapijten, lambriseringen, schilderijen, trapleuningen, spiegels en de met Delftsblauwen tegels opgesmukte keuken. In de 18de eeuw kende Luik haar hoogtepunt in de meubelkunst en dat wordt prachtig tentoongesteld. Het museum is een absolute aanrader.

Musée de la Vie Walonne

In het Museum van het Waalse Leven kan je op een originele manier kennismaken met de geschiedenis van de stad van de 19de eeuw tot heden. Dit omvat zowel het politieke aspect als het sociale leven, religie, folklore, de ambachten en literatuur. Daarnaast wordt de industriële evolutie belicht die van Luik een welvarende stad maakte. Het museum werd na een complete opwaardering en renovatie in 2008 heropend met speciale aandacht voor de modernste audio- en visuele technieken. Het behoort nu tot de top van de Luikse musea en is gevestigd in een oud minderbroederklooster.

Museum La Boverie

De stad Luik wou een nieuw cultureel kunstcentrum en koos daarvoor de gebouwen van het vroegere paleis van de Wereldtentoonstelling in Parc de la Boverie. Naast de vaste collectie zijn er ook geregeld wisselende tentoonstellingen. De permanente collectie afkomstig uit het vroegere Museum voor Schone Kunsten telt voornamelijk schilderijen van de 16de eeuw tot heden van met tal van wereldvermaarde kunstenaars zoals Paul Gauguin, Picasso maar ook Nederlandse- en Belgische schilders zoals Van Rysselberghe en Pieter Claesz.  Een tip: elke eerste zondag van de maand is het museum gratis toegankelijk.

Parc d’Avroy

Het ruim vijf hectare grote park is een groene oase van rust in de stad maar omdat het omsloten is door twee drukke verkeersaders is het ook weer niet heel erg stil. Een van de informatieborden toont tot in detail de namen van alle bomen. In het park zijn diverse monumenten en kunstwerken ondergebracht. Op de meest zuidelijke punt staat het standbeeld van Camille Mark Sturbelle dat in 1905 onthuld werd ter gelegenheid van 75 jaar onafhankelijkheid van België. Het beeld toont Charles Rogier, een van de grondleggers van de Belgische staat. Voor hem ligt een leeuw en naast hem staat een naakte vrouw. Waarom moet die vrouw naakt moet zijn vraag ik me af?
Halverwege het park staat het oorlogsmonument met een gedenksteen ter ere van de 17.000 verzetsstrijders die gestorven zijn in WOII. Nabij de kiosk – die nu afgesloten is vanwege werkzaamheden – staan nog vijf bronzen beelden van naakte mannen uit de Griekse mythologie. In het noorden staat een groot ruiterstandbeeld ter ere van Karel de Grote, die in 742 in de omgeving van Luik geboren werd.

Parc de la Boverie

Het Parc de la Boverie is te voet te bereiken via een moderne voetgangersbrug over de Maas. In het park staat een bijzondere grote vogelkooi van circa 8 meter hoog en 15 meter lang met een leuke variatie aan vogels. Op de grond lopen eekhoorntjes die regelmatig grappig in holen wegduiken. Het is een geliefde plek voor kleine kinderen die naar de vogels komen kijken. Vooral in het weekend zie je veel joggers in het park. In het park staat een levendig abstract kunstwerk bestaande uit een mast van circa 30 meter hoogte. Aan de mast zitten dwarsarmen waaraan metalen platen ronddraaien terwijl treingeluiden via luidsprekers geprojecteerd wordt. Omdat het park op een schiereiland in de Maas ligt, is het er heerlijk rustig. In het park bevindt zich het imposante gebouw van Museum La Boverie.

Place du Marché

Place du Marché is het bruisende hart van de stad. Een terrasje pikken doe je op dit plein dat bijna naadloos overloopt met het Place Saint-Lambert. Aan een zijde van het plein is het een aaneenschakeling van cafés en restaurants. De overzijde wordt gedomineerd door shoarmatenten en döner kebab’s. Door de gezelligheid zal het je vast ontgaan, maar op het plein zijn heel wat mooie 17de en 18de eeuwse gevels te ontdekken. Voor de terrasjes staat een mooie maar droge fontein die onlangs werd gerestaureerd en symbool staat voor de vrijheden van Luik. De fontein is voorzien van een aantal mooie koperen plaquettes met wapenschilden.

Place Saint-Lambert

Dit plein is het hart van de stad met zicht op het Prinsschoppelijk Paleis. Het is een zeer indrukwekkend chic gebouw met een lange gevel dat in gebruik is door de provincie en het gerecht. Het toont aan hoe belangrijk ooit Luik was. Je kan het gebouw niet bezoeken behalve tijdens speciale openingsdagen. Wat je nu ziet dateert grotendeels uit de 18de en 19de eeuw.
Vanuit het plein kan je de stad verkennen op culinair gebied of om te shoppen. Op het plein is ook de ingang van Galeries St-Lambert, een groot modern overdekt winkelcentrum.
Jongeren hangen graag op het plein rond met skateboards, maar aan hangouderen ontbreekt het evenmin.
Ooit was dit een druk verkeersplein met parkings en bushaltes, maar nu is een gedeelte van het busverkeer ondergronds gebracht. Het heeft tientallen jaren geduurd voordat de renovatie van dit plein af was, wat vooral te wijten aan de archeologische vondsten die er plaatsvonden. Deze zijn nu te zien in het Archéoforum museum dat zich onder het plein bevindt.

Rue Hors-Château

Mijn ontdekking in Luik is de Rue Hors-Château, of beter gezegd de kleine pittoreske dwarssteegjes die aan deze straat beginnen. Alle steegjes beginnen met de naam ‘Impasse’ en zijn maar een goede meter breed. De kleine huisjes vormen samen een echte volksbuurt, maar het is wel fotogeniek. Aan het einde van de doodlopende steegjes zijn enkele fleurige kleine hofjes.

Saint-Barthélemy, (Sint-Bartolomeüskerk) Rue Hors-Château

De Saint-Barthélemy kerk uit de 11de – 12de eeuw behoort de oudste kerken van Luik. De buitenmuren zijn opgetrokken in bruinrode kolenzandsteen. Zowel de kerk als de doopvont zijn een prachtig voorbeeld van Maas-Rijnlandse bouwstijl. Ze werd grondig gerenoveerd en gedeeltelijk verbouwd in de 18de eeuw met toevoeging van onder andere een neoklassiek voorportaal. De doopvont uit de 12de eeuw is één van de zeven wonderen van België van ongeveer 500 kg dat vroeger in de Cathédrale Saint-Lambert op het gelijknamige plein stond. Nadat de doopvont vernield werd, is dit meesterwerk ondergebracht in de kerk van Saint-Barthélemy. Op de doopvont wordt de dooptraditie in vijf scènes uitgebeeld. De zeven wonderen van België of De zeven waardevolste van de Belgische kunst is een concept dat in de jaren zeventig van de twintigste eeuw werd gelanceerd om zeven vooraanstaande kunstvoorwerpen van het Belgische patrimonium beter voor het voetlicht te brengen.

Saint-Paul kathedraal, Place de la Cathédrale

Reeds in de 10de eeuw had Luik een kathedraal ter ere van de heilige Lambertus. De in romaanse stijl gebouwde kerk werd tijdens de Franse revolutie volledig vernield. Vanaf 1240 begon men met de bouw van de huidige kathedraal Saint-Paul in gotische stijl. Door de vele verbouwingen zou de kathedraal pas voltooid worden in 1430 waardoor heel wat elementen laatgotisch zijn. Pas in de 19de eeuw werd de geel kleurige torenspits gebouwd waarbij materialen werden gebruikt van de oude Lambertuskathedraal. Het resultaat leverde een imposant kerkgebouw op met een lengte van 83 m, een hoogte van 24 m en een 33,5 m brede kruisbeuk.
De kerk staat in de stijgers (2017) vanwege renovatiewerkzaamheden. Als deze klaar zijn, zal de imposante kerk er ongetwijfeld weer fris bijstaan.
Binnenin zijn heel wat fraaie schilderijen en beelden te bewonderen waaronder een witmarmeren Christusbeeld in barokstijl. De brandglasramen (16de en 20ste eeuw) zijn schitterend en ook het aanwezige meubilair uit de 19de eeuw verdient je aandacht. Via een deur kom je bij de kloostergang welke werd voltooid in 1445. Voor zes euro is Le Trésor de Liège (schatkamer van Luik) te bezoeken dat in een van de bijgebouwen van het vroegere klooster is ondergebracht. De schatkamer toont de geschiedenis van het voormalige Prinsbisdom met een grote en indrukwekkende collectie kerkelijke voorwerpen zoals kleden, bekers, beelden, schilderijen, sieraden en gebruiksvoorwerpen veelal in zilver en goud uitgevoerd. Pronkstukken zijn de goud- en zilverwerken waaronder het borstbeeldschrijn van de heilige Lambertus en een prachtige goud en zilver reliekschrijn van Karel de Stoute.

Saint-Jean d’Evangéliste, Pl. Xavier-Neujean 32

De in donker bruin opgetrokken bakstenen Saint-Jean d’Evangéliste is een kopie van de Dom van Aken en werd opgebouwd in de 10de eeuw door de toenmalige prinsbisschop Notger. Er volgden tussen 1754 en 1760 nog enkele verbouwingen. Binnenin valt de heldere witte kleur op van de muren. Met de witzwarte vloer vormt dit een mooi contrast. Je kan er enkele beelden zien uit de middeleeuwen.

Saint-Jacques, Place Saint-Jacques

Benedictijner-monniken vestigden zich in het begin van de 11de eeuw op deze plek. Toen was het een abdijkerk. Enkel het achterste gedeelte van de kerk is nog in de Romaanse bouwstijl. Na verwoesting en verval kreeg de huidige parochiekerk in diverse fasen de gotische fraaiheid waarmee ze nu kan pronken. Het portaal is uit de Renaissance-periode. Bewonder de prachtige gewelven en de gebrandschilderde ramen uit de 16de eeuw. Bijzonder is het beeld van Maria dat twee gezichten heeft. Het beeld hangt aan het plafond ter hoogte van het koor. De torenloze kerk is aan de buitenzijde niet echt een schitterende kerk aan de binnenzijde is het des te mooier. Bijna de gehele binnenzijde is versierd met vooral veel beeldhouwwerk en beelden.

Treinstation Liège-Guillemins

Luik heeft een uniek en een extreem modern treinstation met een bijzondere vormgeving waar maar liefst elf jaar aan gewerkt is en sinds 2009 in gebruik is. Onderin de ontvangsthal zijn winkeltjes aangebracht in de ruime passage. Het station is haast te uniek – voor zover dat kan – voor een stad als Luik. Zelfs als je niet met de trein komt is een bezichtiging de moeite waard. Het station Guillemins is een prestigieus staaltje van moderne bouwkunst met het accent op glas, staal en wit beton. De transparante overkapping oogt indrukwekkend en ligt als een soort enorm groot schild zonder kolommen over het station heen. Het is haast een kunstwerk. De naam Guillemins is ontleend aan de wijk waarin het nieuwe station ligt.

Klik hier voor meer foto’s van Luik.

Mijn persoonlijke top 10 van Luik:

  1. Een stadswandeling door het historisch centrum
  2. Een bezichtiging van de Saint Jacques
  3. Musée d’Ansembourg
  4. Een bezichtiging van de Saint Paul kathedraal
  5. Museum la Boverie
  6. De beklimming van de trappen Montagne de Bueren
  7. De kleine steegjes aan de Rue Hors-Château
  8. Een wandeling door Parc de la Boverie
  9. Trésor de la Cathédrale (Schatkamer van de Sint-Pauluskathedraal)
  10. Marché de la Batte, weekmarkt op zondag

Luik is een echte museum stad. De belangrijkste musea zijn:

Aquarium et Musee de Zoologie, Quai Édouard van Beneden 22

Archéoforum, Place St. Lambert (Sint-Lambertusplein), archeologie

Botanische Tuinen Universiteit Luik, Chemin de la Ferme 1

Grand Curtius, 136 Féronstrée, de geschiedenis van Luik

Madmusée, Rue Fabry 19, moderne kunst

Maison de la metallurgie et de l’industrie de Liege, (Huis van de metallurgie en industrie van Luik), Boulevard Raymond Poincaré 17

Maison de la Science (Huis van de Wetenschap), Quai Édouard van Beneden 22 (bij het aquarium)

Musée Grétry, Rue des Récollets 34, woonhuis van de 18e-eeuwse componist André Ernest Modeste Grétry

Musée d’Ansembourg, Hôtel d’Ansembourg, Féronstrée 114, 18e-eeuws stadspaleis met stijlkamers

Musée de la Vie Wallonne (Museum van het Waalse Leven ), Rue Moray, folkloristisch museum

Musée des Beaux-Arts (Museum voor Schone Kunsten) (Beaux-Arts Liège), Féronstrée 86

Musée des Transports en commun de Wallonie, (Museum voor het Openbaar Vervoer van Wallonië), Rue Richard-Heintz 9

Musée en plein air du Sart-Tilman (Openluchtmuseum van Sart-Tilman), Allee des Erables 25 (Kasteel van Colonster)

Musée Liégeois du Luminaire (Museum voor verlichting), Rue Mère-Dieu 2

Musée Tchantchès, Rue Surlet 56, marionettenmuseum met klein poppentheater

Museum La Boverie, Park de la Boverie, schilderkunst van de 16e eeuw tot heden

Prehistomuseum, Rue de la Grotte 128, prehistorisch museum

Territoires de la Mémoire, Boulevard de la Sauvenière 33-35, opleidingscentrum voor verzet en burgerschap

Trésor de la Cathédrale (Schatkamer van de Sint-Pauluskathedraal), in de kathedraal, middeleeuwse reliekhouders

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Leuven 2014

Leuven is net als onder andere Anderlecht, Antwerpen, Brugge, Brussel, Gent, Liège (Luik), Mechelen, Namur (Namen) en Schaarbeek, een mooie historische stad met een Bourgondisch karakter. De stad ligt ter hoogte van Brussel nog net in het Nederlandstalig gedeelte op circa twee uur rijden vanaf Utrecht. Leuven telt circa 100.000 inwoners en ligt aan de rivier de Dijle. Na een bezoek aan Antwerpen, Brussel en Brugge kom je al snel in een van de kleinere steden zoals Leuven, maar dat wil nog niet zeggen dat deze kleinere steden minder interessant zijn. Het centrum van Leuven is niet echt heel groot en je zou het makkelijk in één dag kunnen bezoeken. Ik adviseer echter om er een tweedaagse trip van te maken en een hotelletje te nemen. Met het begijnhof in het zuiden en de Keizersberg Abdij in het noorden wordt het toch een flinke wandeling. Samen met een culinair dinertje en in de avond een pint in een kroeg is dat een prima combinatie voor een weekend.

038 Naamsestraat (1024x678)
We hebben een leuk hotelletje met de naam “Professor” in het midden van de stad. Het is een oud herenhuis op 50 meter afstand van het stadhuis. De kamer is recht boven een café, waar we gelukkig weinig geluidsoverlast van hebben. Buiten op straat is in de nachtelijke uren wel wat geluid, maar ik stoor mij er niet aan. Laat ze maar genieten. Leuven is niet voor niets bekend om zijn uitgaansleven. Er zijn zeer veel uitgaansgelegenheden in de stad, overwegend cafés. De Oude Markt wordt, vanwege zijn aaneenschakeling van kroegen, ook wel “De Langste Toog” van Europa genoemd.
In Leuven is multinational Anheuser-Busch InBev gehuisvest, de historisch Brouwerij Artois (voorheen ook nog Interbrew en InBev geheten). AB InBev is de grootste bierbrouwerij van de wereld. Daarnaast is er nog een stadsbrouwerij. Ooit waren er in Leuven maar liefst 56 brouwerijen actief. In de omgeving van Leuven zijn nog diverse andere brouwerijen zoals Hoegaarden. De bouwerijen zijn een belangrijke bron van inkomsten voor de stad. Vanwege de eeuwenlange aanwezigheid van zowel brouwerij Artois als wel het studentenleven wordt Leuven ook wel de bierhoofdstad van Vlaanderen/België genoemd. Je ziet, je moet gewoon deze stad bezoeken en als student wil je er zeker studeren.
Op vrijdagochtend en op zaterdag zijn er diverse markten waaronder een bloemen, – antiek- en rommelmarkt op een van de historische pleintjes.
Voor het station van Leuven ligt het Martelarenplein met een imposant vredesmonument. Vanaf dit plein loop je door de rechte Bondgenotenlaan naar de Grote Markt. De Bondgenotenlaan is een van de mooiste straten van Leuven met tal van statige herenhuizen en winkels. Parallel aan deze straat ligt de Diestsestraat die net iets minder druk, groot en mooi is dan de Bondgenotenlaan, maar als je toch aan het lopen bent kun je beter een rondje lopen. De Diestsestraat en de Bondgenotenlaan zijn de belangrijkste winkelstraten in het centrum van Leuven. Ook in de Tiensestraat en de Mechelsestraat bevinden zich veel winkels. Zowel de Diestse- als de Mechelsestraat zijn volledig verkeersluw.

001 Sint Pieterskerk (1024x678)
Een andere noemenswaardige straat is de Naamsestraat. Komende van de Grote Markt tref je eerst de Lakenhal uit 1317-1345. Een klein stukje verderop staat de Sint-Michielskerk uit 1650-1671 met zijn zeer imposante gevel. Loop je nog verder naar het zuiden, dan vind je de Sint-Kwintenskerk.
Leuven kenmerkt zich niet door één maar door twee centrale pleinen namelijk de Grote Markt en de Oude Markt die ook nog eens heel dicht bij elkaar liggen. De Grote Markt mag dan wel groot heten, maar het plein wordt wel voor een groot deel beheerst door de Sint-Pieterkerk. Op de achterzijde van de kerk bevindt zich een transkapel met een beeldje van Margareta, die door het leven gaat als Fiere Margrietje. De legende gaat wanneer Margriet naar huis terugkeert, moordenaars haar mee buiten de stad nemen waar zij haar (wellicht na een poging tot groepsverkrachting) doden en in de Dijle werpen.
Haar lichaam zinkt echter niet. Vissen dragen het lichaam zodat het boven water blijft. Tegen de stroom in en omgeven door een wonderbaarlijk licht drijft het lichaam terug richting Leuven. Hendrik, de toenmalige Hertog van Brabant, is getuige van dit wonder. Dankzij de vondst van het lichaam komt de waarheid aan het licht. Voor ze verder kwaad kunnen aanrichten worden de moordenaars opgespoord en in de gevangenis geworpen.
Tegenover de kerk staat nog een gebouw met een mooie trapgevel met de gelijknamige tekst “De Fiere Margriet”.
De 93 meter hoge St. Pieterskerk uit de 15e eeuw is in Brabantse gotiek stijl. De kerk is zowel binnen als wel buiten fraai gedecoreerd met beelden, schilderijen en versieringen. De kansel is één groot houten siersnijwerk tezamen met een prachtig beeld dat zich er onder bevindt. Het beeld toont onder andere een ruiter die van zijn paard is gevallen. Bovenop de kerk staat een gouden beeld van een klokkenluider die een klok luidt. De kerk maakt onderdeel uit van de Belgische en Franse Belforten die opgenomen zijn in de Unesco Werelderfgoedlijst. Rondom de dominante Sint Pieterkerk bevinden zich op de Grote Markt veel horeca gelegenheden en prachtige gildehuizen.
Het Tafelrond is gebouwd in gotische stijl. Het oorspronkelijke gebouw was een samenhangend architectonisch geheel van de huizen “Tafelront”, “Sint-Joris” en “Spaegnen”. Mettertijd werd de naam Tafelrond gebruikt om het geheel van de drie huizen aan te duiden. Begin negentiende eeuw was het gebouw echter erg vervallen. Het stadsbestuur besloot in 1817 het Tafelrond te slopen en te vervangen. Dit gebouw werd echter in puin gelegd in augustus 1914. Wederom werd het herbouwd volgens het oude Tafelrond-gebouw. De Nationale Bank, die haar filiaal op de Volksplaats (Ladeuzeplein) had verloren, trad op als geldschieter en bouwheer van het nieuwe gebouw. In 1930 werd het gebouw in gebruik genomen door de Nationale Bank die in 2002 weer vertrok. De nissen van de voorgevel werden opgevuld met acht beelden van Ernest Wijnants en stellen belangrijke figuren voor uit het bank- en financiewezen. De twee binnenste nissen missen een beeld. In juli 2005 werd het Tafelrond openbaar verkocht voor 6,4 miljoen euro. In 2012 maakte de koper bekend dat het gebouw herbestemd zou worden tot hotel, restaurant, studio voor praatprogramma’s en appartementen. Op het spitse met leien bekleed dak zijn 15 kleine dakkapelletjes aangebracht.

016 Raadhuis (1024x678)
Het stadhuis is het pronkstuk van Leuven en is een van de bekendste gotische stadhuizen ter wereld. Het ontwerp van het stadhuis is gebaseerd op het Stadhuis van Brugge dat één van de oudste Belgische stadhuizen is. Tussen de vensters zijn telkens twee nissen. Drie van de vier hoektorens hebben ook nissen. De kraagstenen zijn gebeeldhouwde voorstellingen uit de bijbel. Het steeds terugkerende onderwerp is schuld en boete. Ze hadden een belerende en vermanende functie.
Het stadhuis met drie verdiepingen werd gebouwd tussen 1439 en 1469. In 1709 werd de ingang verbouwd: links naast de toegangsdeur werd een venster omgebouwd tot deur, wat de symmetrie ten goede kwam en ook kwamen er de huidige trappen. De grote verandering kwam in de periode 1849-1880. De tot dan leeg gebleven nissen werden gevuld met beelden. Er staan in totaal 149 beelden in de gevels. De figuren op de voetstukken dragen allen Bourgondische kledij, de figuren in de nissen dragen kledij uit de periode waarin ze geleefd hebben. De beelden op de benedenverdieping tonen onder meer geleerden, kunstenaars en historische figuren uit Leuven. De eerste verdieping toont figuren die de gemeentelijke vrijheden symboliseren en de patroonheiligen van de parochies. Op de tweede verdieping staan alle heersers over de stad, de graven van Leuven en de hertogen van Brabant tot Leopold II, hoewel Willem I en Leopold I ontbreken. De nissen in de torens werden gevuld in 1895-1913 met 87 beelden. Zij kregen Bijbelse figuren. De buitengevel mag dan gotisch zijn, binnen zijn de salons in verschillende stijlen ingericht. Zo is er een salon in Lodewijk XIV-stijl, één in Lodewijk XV-stijl en één in Lodewijk XVI-stijl. In één van die salons hangt een schilderij van elke burgemeester sinds de Franse tijd, met uitzondering van de zittende burgemeester. Op de begane grond is de wandelzaal met eiken draagbalken. Ook is er een gotische zaal, met vier grote historische schilderijen en zeven kleinere portretten van André Hennebicq.
Grenzend aan de Grote Markt ligt het Rector de Somerplein met het Fonske standbeeld. Het beeld stelt een student voor die, lezend in een boek, de wijsheid in vorm van water door zijn hoofd laat lopen. Maar deze verklaring zou later aan het beeldje zijn gegeven. Volgens beeldhouwer Claerhout is het een sculptuur van iemand die, een pils in zijn kop gietende, zijn gedragingen bestudeert. Studentenorganisaties waren het hier niet mee eens en vonden dat het een karikatuur van de drinkende student was. Daarom werd het beeldje omgedoopt tot “Bron Der Wijsheid”.
De Muntstraat profileert zich als het culinaire hart van de stad. De straat, die gedomineerd lijkt door Italiaanse restaurants, heeft na een grondige opknapbeurt ook stilaan een tweede adem gevonden.

063Groot Begijnhof (1024x678)
Het Groot Begijnhof ook bekend als Begijnhof Ten Hove, is een gaaf bewaarde en volledig gerestaureerde historische wijk in het zuiden van de binnenstad, gelegen aan de Schapenstraat, niet ver van de Naamsepoort. Het mag zich gerust groot noemen, want het begijnhof telt tientallen steegjes. Je waant je haast in heus dorp, zo groot. Het is een mini stad in een stad. Dit begijnhof ontstond in de vroege 13e eeuw. Er heerst een serene rust in de autoloze steegjes. Het is moeilijk voor te stellen maar, ooit woonden er honderden vrijgezelle vrouwen, die van heinde en verre kwamen om hier te leven als nonnen. Wat moet dat een enorme aantrekkingskracht hebben gehad op de mannelijke bevolking! Met zoveel kroegen en bierbrouwerijen in de stad moet dat ongetwijfeld een feest zijn geweest. En euh, die begijnen waren dan misschien wel vrijgezel, maar dat zegt natuurlijk nog niet dat ze “vies” waren van mannen…. Vanaf het einde van de 16e eeuw, en vooral na het Twaalfjarig Bestand in de 17e eeuw, kende het begijnhof een tweede bloeiperiode met een nabloei tot aan de Franse Revolutie. Het hoogtepunt in het aantal roepingen situeert zich omstreeks 1650-1670, toen het aantal begijnen opliep tot boven 360. Omstreeks 1960 was het begijnhof behoorlijk verkrot. De Universiteit was bereid het complex te restaureren, om er studenten en gastprofessoren te huisvesten. Een vijftal huizen dateert uit de 16e eeuw, waarvan enkele zijn opgetrokken in vakwerkbouw. Het karakteristieke huis van Chièvres dateert uit 1561. Het merendeel van de huizen dateert uit de periode 1630-1670. Ze werden opgetrokken in streekeigen traditionele architectuur, versierd met enkele sobere, barokke elementen. Een typisch element van het begijnhof zijn de talrijke dakkapellen, vaak uitgewerkt met trapgevels en de rondboogvensters daarin. Her en der komen beeldhouwwerken voor met een religieus thema, vaak verwijzend naar de patroonheilige van het huis. Het Groot Begijnhof in Leuven staat samen met 12 andere Belgische begijnhoven op de Unesco Werelderfgoedlijst.
Naast het Groot Begijnhof heeft Leuven ook nog een Klein Begijnhof dat bestaat uit een straat en twee doodlopende steegjes ten noorden van de Sint-Geertruikerk. Het aantal begijnen reikte nooit boven de 100 en zakte na de Franse Revolutie erg snel weg. In de jaren 2000 werd een grondige restauratie uitgevoerd. Na de restauratie werden de huisjes weer wit geverfd waardoor het Klein Begijnhof een ander uiterlijk kreeg dan het Groot Begijnhof. Van dit begijnhof resten nu een dertigtal huizen in traditionele Vlaamse stijl. Over het algemeen zijn ze soberder afgewerkt dan deze in het Groot Begijnhof, hetgeen wijst op de beperkte middelen van de begijnen in dit hof.
Helemaal in het noorden van het oude centrum ligt de Keizersberg Abdij. Het is een flinke tippel, maar het is zeker de moeite waard het te bezoeken. Rondom de abdij, die overigens niet te bezoeken is, ligt een mooi park. In het park staan enkele Sequoia bomen die in Europa vrij zeldzaam zijn en reeds in 1840 gepland zijn. Omdat de abdij op een heuvel staat heb je er een mooi uitzicht over de stad van Leuven.
De Hortus Botanicus Lovaniensis, beter bekend als de Kruidtuin, ligt in het westen van het centrum. Het is de oudste botanische tuin van België. De tuin is gelegen aan de Kapucijnenvoer en dateert uit 1738. De eerste wetenschappelijke tuinen waren kruidtuinen en verzamelingen van geneeskrachtige planten. De Kruidtuin was dus in het begin nauw verbonden met de geneeskunde. Later werden meer zuiver plantkundige tuinen ingericht met sierplanten, potentieel economische gewassen, zeldzame planten en planten als studieobjecten. Vanaf toen af was er eigenlijk geen sprake meer van een kruidtuin, hoewel die benaming in de volksmond verder bleef leven. Nu bevindt zich op een oppervlakte van ca. 2,2 ha een uitgebreide verzameling bomen, heesters en struiken.
Jaarlijks worden er veel verschillende evenementen georganiseerd in Leuven. Met een beetje mazzel valt een evenement samen met je bezoek aan Leuven. Je ziet, Leuven is een bruisende stad, ook al laat het zich qua grootte niet meten met Antwerpen of Brussel. Leuven is TOP.

078 Arenberg Kasteel (1024x678)
Na al dit moois in Leuven zou je eigenlijk ook nog even het kasteel van Arenberg moeten bezoeken dat op 3 kilometer van het Leuvense centrum ligt in de deelgemeente Heverlee. Het mooie kasteel is uit de 16e eeuw, maar onderging diverse wijzigingen in alle daaropvolgende eeuwen tot en met de 21e eeuw. De architectuur is grotendeels Vlaams-traditioneel met elementen uit de late gotiek, renaissance en neo-gotiek (19e eeuw). Karakteristiek zijn de twee grote hoektorens met peervormige spitsen, waarop een Duitse Adelaar prijkt. Het kasteel is eigendom van de Katholieke Universiteit Leuven, dat het gebruikt als centrum van de campus. Rondom het kasteel bevindt zich een mooi park waar studenten in serene rust kunnen studeren op het grasveld. De Katholieke Universiteit van Leuven is een van de oudste in de Benelux. Mede door de universiteit heeft Leuven een grote naamsbekendheid gekregen.

Klik voor meer foto’s

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Alkmaar 2016

Alkmaar is bijzonder mooi. Ik kan niet anders zeggen. Maar het is eigenlijk ook best klein. Dat wil zeggen, alleen het historisch centrum is klein, want de hele agglomeratie – ook wel Groot Alkmaar genoemd – telt meer dan 300.000 inwoners. Het meest mooie aan de stad vind ik de variatie in de huizen, werkelijk ieder huis is anders. Alkmaar heeft een historisch centrum met 399 rijksmonumenten en 700 gemeentelijke monumenten. Het historische centrum is ongeveer 1200 meter lang bij 650 meter breed en het wordt geheel omsloten door een singel. Binnen de singel zijn nog een drietal grachten, waardoor de stad een echte grachtenstad is. Ophaalbruggen, kleine bootjes en rondvaartboten geven de grachten een idyllisch beeld. Het historische centrum telt veel steegjes en autoloze straten, waardoor er ruim baan is voor terrasjes, winkels en lekker slenteren.
Wat mij het meest verbaasde is dat Alkmaar ‘walletjes’ heeft. In de Achterdam zitten de dames ‘netjes’ achter de ramen. De rode lampen bevestigen toch wel dat het om prostitutie gaat. Ja, daar hoor de reisbureaus nooit over praten! De steeg is ook niet in Google streetview opgenomen. Bewust? Ik weet het zeker.
Een inwoner van Alkmaar heet een Alkmaarder, maar wordt in de volkstaal ook wel kaaskop genoemd. Alkmaar staat bekend als ‘de kaasstad’ en dat is tot ver over de grenzen bekend. Van begin april tot begin september wordt nog steeds wekelijks een traditionele kaasmarkt gehouden. Die kaasmarkt is eigenlijk niet meer dan een toneelspel. Er wordt niet echt meer kaas verhandeld. Puur toeristisch dus. Het stikt er dan ook van de Duitse toeristen en het aantal winkeltjes dat kaas verkoopt is erg groot.
De oplettende kijker vallen vast de dikke gouden duiven op die op diverse daken staan. De duiven zijn onderdeel van het kunstwerk de Duivenwagen van kunstenares Marte Röling uit 2009. Aanvankelijk stonden ze op de nieuwe Friese brug, maar vanwege vandalisme zijn ze verplaatst naar ‘veilige oorden‘. Op 10 daken in de binnenstad zijn nu de duiven te bewonderen.
Alkmaar is gewoon een unieke stad met zijn mooie panden en bruggen. Diverse panden hebben een uniek verhaal.

Accijnstoren, Bierkade 26

De Accijnstoren is een gebouw uit 1622 aan de Bierkade. Het was aanvankelijk een soort belastingkantoor. Goederen die werden ingevoerd via de grachten moesten worden aangegeven. De accijnzen waren een belangrijke inkomstenbron voor de stad. De brug waar de toren deels op staat, was ooit een draaibrug, die in 1903 werd vervangen door een ophaalbrug. Door toenemend verkeer is deze brug inmiddels verdwenen. In 1924 werd de toren 4 meter verplaatst vanwege de verbreding van de Bierkade.

Alkmaarse Bed and Breakfast, Luttik Oudorp 18

Ja, waarom zou je altijd in een hotel overnachten? In Nederland denk je misschien niet zo snel aan een B&B, maar het kan wel. De Alkmaarse Bed and Breakfast is te vinden in hartje centrum van Alkmaar aan de Lutik Oudorp op vijftien minuten lopen vanaf het centraal treinstation. Het monumentaal pand uit 1630 is ingericht met drie kamers. We worden hartelijk welkom geheten en de eigenaar brengt ons naar onze zolderkamer. Het gebouw heeft binnen en buiten veel originele details wat voor een warme sfeer zorgt. Daarnaast hebben de kamers het comfort van deze tijd, zoals een luxe regendouche, heerlijke bedden, wifi en digitale televisie. Bij de twee zolderkamers slaap je onder de bruine balkenconstructie van het dak hetgeen een romantische sfeer geeft. In de ochtend krijgen we een heerlijk ontbijtje in de eetzaal op de begane grond.

Bruggen

Vanwege de grachten zijn er heel wat historische bruggen in Alkmaar waarvan diverse zogenaamde ophaalbruggen zijn. Je kunt er prachtige foto’s nemen die niet zouden misstaan op een ansichtkaart.

Hooge Huys, St. Laurensstraat 1-3

Wandelend door Alkmaar kom je heel wat leuke pandjes tegen. Het hooge Huys uit 1931 tegenover de St. Laurenskerk is er zo een.
Het Hooge Huys is vernoemd naar de verzekeringsmaatschappij en naar het pand dat voorheen op deze plek stond.
Het complex waartoe het Hooge Huys behoort, is in 2002 in het rijksmonumentregister ingeschreven. Naast het Hooge Huys behoren het Princenhof, de conciërgewoning uit 1933 en de Hof van Teylingen uit 1961 ook tot het complex.

st-laurensstraat-1-3-hooge-huys-1024x678

Huis Leeuwenburg, Mient 23

Dit pand met de gevel in de stijl van de barok of Lodewijk XIV-stijl is in 1969 als rijksmonument opgenomen in het monumentenregister.
Jacob Leeuwenburg kocht in 1702 het pand van de erven van Gerrit Floriszoon Wildeman. In 1707 liet Leeuwenburg de gevel wijzigen waardoor deze voor het aangrenzende pand uit kwam te steken. In 1737 kwam er naast Leeuwenburg een nieuwe buurman wonen: Sijbrant van Haften. Hij merkte op dat de dakrand die Leeuwenburg had laten bouwen voor zijn eigen gevel uitstak. De dakrand van Leeuwenburg zou 17 duim (dat is ongeveer 44 cm) voor zijn gevel steken.
Nadat Van Haften bij de gemeente was gaan klagen, stelde de gemeente, na een onderzoek in december 1731, Leeuwenburg in het ongelijk. Naar aanleiding hiervan liet Leeuwenburg het wapenschild van Alkmaar op zijn gevel plaatsen met daarop twee leeuwen met het achterwerk naar het wapenschild gericht. Hij had duidelijk schijt aan de gemeente. In een stadswapen fungeren de leeuwen normaal gesproken als schildhouders die met hun voorpoten het schild vasthouden. De gemeente heeft de situatie nooit aan laten passen, daardoor steekt de gevel tot op heden voor die van de buren langs.

Huis met de Kogel, Appelsteeg 2

Het Huis met de Kogel aan de Fnidsen is een rijksmonument en is een van de meest bijzondere huizen van Alkmaar met een mooi verhaal. Een van de eerste bewoners was Jan Arendszoon. Hij was een van de eerste hagenpredikers van het huidige Nederland.
Het huis dankt zijn naam aan de kogel die tijdens het Beleg van Alkmaar in het huis is ingeslagen. Volgens de legende zou bij de inslag de 40 pond zware kogel dwars door de gevel zijn gegaan, waarbij alle gezinsleden ongedeerd bleven. Binnen in het pand zou het een stoel, waarop een dochter van Jan Arentsz zat te spinnen, het spinnewiel en de wastobbe waarin Jan Arentsz’ vrouw aan het wassen was, vernietigd hebben. Van de herstelkosten is een rekening bewaard gebleven. Op de rekening is sprake van een ‘gatt’ in het huis na een inslag van een Spaanse kanonskogel. De kogel van circa 10 cm is later letterlijk in de linkerhoek van de achtergevel aangebracht aan de grachtzijde als herinnering.
De houten gevels van het pand zijn allemaal in overstek gebouwd. Elke verdieping is daarbij op consoles geplaatst. Overkragingen van gevels was een list om het huis te vergroten, terwijl het grondplan niet groter werd. Belasting werd immers gebaseerd op het grondplan.

Indoor City Camping, Wageweg 17

Een van de dingen die mij het meest verbaasde in Alkmaar was de Indoor City Camping. Per toeval lopen we letterlijk dwars door het gebouw op weg naar ons B&B dat er naast ligt. Nooit eerder zag ik een indoor camping. Ik zie caravans, tenten en picknicktafels op een kunstgrasveld en dat allemaal op de begane grond van het pand aan de Wageweg. Wat een ludiek idee. Lekker het hele jaar door kamperen en dat zonder nat te worden en in nat gras of modder te trappen! Dus als je eens iets anders zoekt dan een hotelbed is dit een geweldig alternatief.

Kerken

De kerken in het oude centrum zijn eenvoudig te tellen. Om de grote St.Laurenskerk kun je niet heen. De kerk uit de 14e eeuw is een toonbeeld van Brabantse gotiek. Er zijn tegenwoordig geen diensten meer en de kerk heeft nu een toeristische functie. In de kerk staat de tombe van graaf Floris V van Holland. Deze bevat alleen de ingewanden, die bij het balsemen zijn verwijderd. Het lichaam van Floris is later herbegraven in Rijnsburg.
Andere kerken in het centrum zijn: de Laurentiuskerk en de Kapelkerk, maar die zijn lang niet zo mooi.

sint-laurenskerk-a-1024x656

Molens

Tot 2015 telde de gemeente Alkmaar dertien molens. Daarvan bevinden zich er twee in Koedijk, zes in het dorp Oudorp en vijf in de stad Alkmaar zelf. Sinds 2015 omvat de gemeente Alkmaar ook het grondgebied van de voormalige gemeenten Schermer en Graft-De Rijp. Sindsdien telt de gemeente Alkmaar maar liefst 32 molens.
Aan de rand van het oude centrum ligt de Molen van Piet die officieel ‘molen De Groot’ heet. De naam ‘Molen van Piet’ wordt veel gebruikt omdat de familie Piet de molen al vele jaren bewoont en beheert. De ronde stenen stellingmolen werd gebouwd in de 18e eeuw, en was bedoeld voor het malen van graan. Er worden rondleidingen gegeven en er is een souvenirwinkeltje.
Korenmolen ’t Roode Hert ligt op ongeveer 900 meter ten noorden van het centrum aan de Frieseweg 102. Het is een in 1925 gebouwde stellingmolen. Er wordt in de molen nog steeds graan tot meel verwerkt en onderin bevindt zich een winkel waarin meelproducten worden verkocht.

Moriaanshoofd, Langestraat 93

Het rijksmonumentale pand Moriaanshoofd is een voormalig patriciërshuis. De Moriaanshoofd heeft zijn naam te danken aan de functie die het pand in 1820 verkreeg namelijk die van (stads)herberg. De herberg heette zo omdat er een gaper in de vorm van een morenkop aan de gevel hing. Dit was een verwijzing naar de apothekers die dergelijke hoofden als uithangborden gebruikten om aan te geven dat er medicijnen te krijgen waren. In de herberg was ook een ‘goed’ medicijn te verkrijgen.
Daarvoor is het pand ook ambtswoning geweest van burgemeesters en van een rechter Simon Schagen die de woning geheel liet verbouwen.
Boven op de erker staat een rijk gebeeldhouwde houten bekroning. De bekroning staat symbool voor de rechtspraak. De voorstelling is van de goede rechter in de vorm van de adelaar. De vrouw links met helm is een personificatie van Dapperheid en Eerlijkheid en de vrouw rechts met lauwerkrans en granaatappel staat voor Overwinning en Eendracht. Tussen deze twee vrouwen bevindt zich nog een voorstelling van de Naakte Waarheid met Vader Tijd.
Het pand is in de eerste helft van de 18e eeuw gebouwd en werd op 10 december 1969 ingeschreven in het monumentenregister. Het pand maakt onderdeel uit van het oude Stadhuis van Alkmaar. Het is een van de mooiste gevels van Alkmaar.

langestraat-93-moriaanshoofd-3-1024x674

Musea

Alkmaar heeft vier bijzondere musea nl.; het Kaasmuseum, het Biermuseum, het Stedelijk museum en het Beatles Museum.
Het Kaasmuseum is gevestigd op de 1e en 2e verdieping van het Waaggebouw. Uiteraard vind je hier alle info over Alkmaar als kaasstad en tekst en uitleg hoe kaas wordt gemaakt. Vanwege interactieve media is het voor kinderen leuk en leerzaam. Persoonlijk vond ik het museum echter weinig interessant en klein. Gelukkig kost het maar vier euro.
Ik wilde naar het Biermuseum ‘De Boom’gaan, maar dat is op zondag gesloten, omdat het op vrijwilligers draait. Das jammer, want ik was na het slenteren door de stad wel toe aan wat bierdampen. Restte mij alleen een lekker biertje te pakken in het ‘proeflokaal’, zeg maar het café onder het museum.
Het Beatles Museum is als enige buiten het centrum gelegen en wel in de Pettemerstraat.
In het Stedelijk museum was in 2016 een tentoonstelling te zien van Picasso. In de zomer van 1905 verblijft de jonge Pablo Picasso enkele weken in Noord-Holland. Hoewel hij hier maar kort verbleef, is deze vakantie wel van betekenis geweest voor zijn kunstenaarschap. Geweldig toch, dat zo’n wereldberoemde schilder gewoon even in Almaar was om landschappen te schilderen.

Park

Door de omsluiting van de oude stad door de gracht, kon Almaar weinig groeien in het verleden en werd bijna ieder stukje bebouwd. Je zult dan ook weinig groen vinden in de stad. De enige groenvoorziening is aan de westkant, waar een smal (naamloos) park ligt tussen de gracht en de stad met heerlijke wandelpaden en enkele kunstwerken.

Stadhuis, Langestraat 97

Het stadhuis aan de Langestraat is tussen 1509 en 1520 gebouwd in de gotische stijl. Tegenwoordig is dat de winkelstraat van Alkmaar. De hoektoren heeft een opengewerkte peervormige torenspits en het pand zelf is elf traveeën breed. Het complex is op 10 december 1969 opgenomen als rijksmonument. Het stadhuis heeft nog altijd de functie van stadhuis. Sinds de bouw van het stadskantoor vervult het met name de functie van trouwlocatie. En das begrijpelijk wand de gevel met zijn witte spekstenen en speklagen is fotogeniek. De gevel wordt gedomineerd door een trap met op het bordes vier gebeeldhouwde leeuwen. Deze leeuwen dienen als schildhouders van het wapenschild van Alkmaar.
Op de rechtervleugel staan bij de ingangspartij twee beelden, het zijn personificaties van Rechtvaardigheid en de Waarheid. Diverse zalen zijn ingericht met renaissance elementen zoals een beschilderd balkenplafond en een 17e-eeuwse schouw. Het is een prachtgebouw.

Waag

De Waag is onmiskenbaar het meest bijzondere gebouw van Alkmaar. Vanwege zijn centrale ligging en zijn hoogte valt het prachtige monument je meteen op. Op het plein wordt wekelijks de kaasmarkt gehouden en in het pand bevindt zich het Kaasmuseum.
Een waag is een gebouw waar goederen werden gewogen. In Alkmaar was dit dus het wegen van kaas.
Het waaggebouw heeft een interessante geschiedenis die teruggaat tot de 14e eeuw. In die periode diende het gebouw als kapel van het naastgelegen H. Geestgasthuis. In dit soort van ziekenhuis/herberg konden arme reizigers gedurende drie dagen en nachten gratis onderdak krijgen; ook werden er zieken verpleegd door monniken of nonnen. In 1566 gaf de bisschop van Haarlem toestemming om het H. Geestgasthuis in te richten tot waaggebouw. In 1582 besloot men de waag over te brengen naar de grotere H. Geestkapel, die inmiddels niet meer in gebruik was voor de godsdienstige activiteiten.
Op die oostzijde van het gebouw kwam een rijk versierde gevel in renaissancestijl. Op deze gevel staat in gouden letters de spreuk: “SPQA (Senatus Populusque Alcmariensis) RESTITVIT VIRTVS ABLATAE JVRA BILANCIS”. Dit betekent ongeveer: “Moed en kracht schonken regering en burgerij van Alkmaar het verloren waagrecht terug”. Boven de spreuk staan twee beelden die de personificaties van Rechtvaardigheid (Vrouwe Justitia) en de Waarheid voorstellen. Vrouwe Justitia wordt doorgaans afgebeeld als een geblinddoekte figuur, met in haar rechterhand een zwaard en in haar linkerhand een weegschaal. Tussen de beelden bevindt zich een reliëfsteen met het wapen van Alkmaar. Daarboven een opvallende schildering van een landelijk tafereel met twee vrouwen en een man. Onder de klok staat een Romeinse soldaat met een blaasinstrument. Diverse gouden elementen versieren de prachtige gevel.

waag-g-1024x782

Mijn persoonlijke top 5 van Alkmaar:

  1. Een stadswandeling door het historisch centrum
  2. Een bezichtiging van de Sint Laurenskerk
  3. Een rondvaart door de grachten
  4. Een terrasje pakken op het Waagplein
  5. Een museum naar keuze

De belangrijkste Musea in Alkmaar:

Beatles Museum, Pettemerstraat 12A

Kaasmuseum, Waagplein 2

Nationaal Biermuseum De Boom, Houttil 1

Stedelijkmuseum, Canadaplein 1

Geplaatst in Stedentrip | Een reactie plaatsen

Keulen 2016

Voordat ik naar Keulen ging vroeg ik mij af: “Hoe mooi is Keulen eigenlijk? Wat heeft de stad te bieden? Zijn de steden in west Duitsland überhaupt wel mooi voor een weekendje?” Na drie dagen door Keulen gezworven te hebben en tientallen kilometers gelopen te hebben moet ik zeggen dat Keulen niet echt een héel mooie stad is. Het is echter ook zeker geen lelijke stad. Ondanks dat Keulen geen historische stad (meer) is, is het toch populair bij toeristen. Keulen heeft een aantal bijzonder gewaardeerde highlights die de stad populair maken en dat zijn in willekeurige volgorde: de Dom, carnaval, kerstmarkten, winkelen en Eau de Cologne.
Het centrum van Keulen is vrij klein en alle bijzondere dingen zijn te voet te bereiken. Er is weliswaar een tramdienst in Keulen, maar daar hoef je dus geen gebruik van te maken.
Met circa een miljoen inwoners is Keulen na Berlijn, München en Hamburg de vierde grootste stad van Duitsland. Keulen kent in tegenstelling tot veel andere Duitse steden een lang historisch verleden. In 38 v.Chr. richtten de Romeinen er een nederzetting die uit groeide tot een flinke stad dat omgedoopt werd tot Colonia Claudia Ara Agrippinensium (CCAA). De stad werd ommuurd waarvan nog altijd delen te bezichtigen zijn. Keulen was lange tijd een van de grootste steden ten noorden van de Alpen.
De indrukwekkende Dom is thans wereldberoemd en attractienummer één van de stad. Tegenwoordig staan er in Keulen nog bijna honderd katholieke kerken, waarvan twaalf romaans en vier gotisch. Het Aartsbisdom Keulen is nog steeds het rijkste bisdom ter wereld. Nadat je vanuit het Hauptbahnhof het plein voor de Dom opkomt word je meteen geconfronteerd met grote zwart-wit foto’s van de Dom na de bombardementen van WOII. Ik wist niet goed wat ik hier nou van moest vinden. Wat willen ze hiermee zeggen? Kijkt eens hoe goed wij de Dom weer gerenoveerd hebben, of kijk eens hoe zwaar de Dom getroffen is door bombardementen van de geallieerden? Moet het schuldgevoel opwekken of juist medelijden? Ik weet het niet.
Over Duitsland beginnen zonder over de oorlog te spreken is nog steeds lastig. Moet je nou altijd die oorlog aanhalen, zal je zeggen? Nee, maar je ontkomt er eigenlijk niet aan. Ongeveer 90% van het oude centrum van Keulen is in WOII plat gebombardeerd, waardoor veel historie is verdwenen. De architectuur van de bebouwing is hierdoor van na de oorlog. De stijl is in het algemeen eenvoudig, recht, sober en tijdloos. In die zin is de stad wat saai. Diverse huizen zijn in verschillende kleuren geschilderd waardoor het wat frisser overkomt. In het centrum is haast geen moderne bebouwing en hoogbouw. Een van de weinige opvallende moderne gebouwen is de winkel van Peek&Cloppenburg aan de Schildergasse 65-67, dat er uitziet als een glazen “rups”.
Er zijn weinig herinneringen aan WOII te zien in de stad. Je moet je verdiepen in de stad om ze te vinden. Das toch ook raar? Aan de Duitse zijden zijn toch ook veel onschuldige slachtoffers gevallen. Worden die niet herinnerd? Het waren toch niet allemaal slechteriken? WOI en WOII zijn gevoelige onderwerpen voor de Duitsers en worden blijkbaar zoveel mogelijk vermeden. Of is het schaamte voor wat door landgenoten is aangericht? Ze zullen er ook niet trots op zijn. Kop op, niet achterom kijken, is blijkbaar de mentaliteit van een Duitser, of kroppen ze het gewoon op? Wie weet.
Het NS-Documentationszentrum / EL-DE Haus is een documentatie- en onderzoekscentrum over het nationaalsocialisme. De Gestapo was hier ooit gehuisvest. In de Alt St. Alban staat het skelet van de St. Alban kerk als oorlogsherdenkingsmonument. Veel meer kon ik niet ontdekken over de oorlog.
Na de bombardementen in WOII was het niet meer toegestaan om hoge bebouwing te maken die enig zicht van de Dom zou ontnemen. Hierdoor is op het raadhuis, enkele kerken en de Dom na helemaal geen hoogbouw in het centrum en das heel uniek voor een stad met een miljoen inwoners.
In het centrum van Keulen is maar weinig groen te vinden, er zijn geen parken. Om het centrum heen ligt weliswaar een lange smalle groengordel (Innerer Grüngürtel), maar of je daar als toerist iets van zult zien is twijfelachtig, omdat je daar niet zo snel komt.
De stad heeft echter een lange en mooie wandelpromenade langs de Rijn. Toeristen en bewoners wandelen er graag, terwijl je kunt genieten van de weidse blik over de Rijn en de beide stadsdelen. Aan de kade liggen diverse boten voor dagtochtjes over de Rijn.
In Nederland hebben we het vaak over Deutsche Gründlichkeit, maar wat is dat nou eigenlijk precies? In Keulen vallen me een aantal dingen op waarmee ik dit kan toelichten. Op de eerste plaats viel me op dat de meeste voetgangers netjes wachten voor rood licht bij het zebrapad, zelfs als er geen auto’s aankomen. Dat doen wij Nederlanders toch echt niet meer. Tijdens de kerstmarkt wordt bier geschonken is glas en niet in plastic bekers. Dat is bij ons ondertussen ondenkbaar. Ondanks de duizenden mensen op de kerstmarkten ligt er toch geen vuil of gebroken glas op de grond. Super! In de stad is maar weinig graffiti en street art. “Degelijk” dus, we kunnen er nog van leren!

tunnes-und-schal-1-1024x678

Alter Markt

De Alter Markt is zoals de naam al doet vermoeden de oudste marktplaats van Keulen. In de oudheid was hier al het bestuur van de stad gevestigd en het is ook het economische hart. Alter Markt is het mooiste en gezelligste autovrije plein van Keulen, ondanks dat alle bebouwing van na de oorlog is. De bebouwing is strak met hier en daar een gekleurde gevel. Het huis Zur Brezel/Zum Dom met de renaissance gevel uit 1580 is het enige historische huis op Alter Markt.
Het mooiste op het plein is natuurlijk het oude stadhuis dat met zijn imposante toren de binnenstad domineert.
In december is er een beregezellige en grote kerstmarkt waardoor het plein een heuse gedaantewisseling ondergaat.
In het midden van het plein staat een fontein, die het verhaal toont van generaal Jan von Werth. Tegenwoordig wordt zijn naam en uniform gedragen door een van de carnavalsverenigingen. Ook met carnaval is het hier een groot feest.

Dom

Het aartsbisdom Keulen bestaat al sinds 313. De eerste Dom van Keulen dateert uit 870. In 1164 roofde aartsbisschop Reinhold von Dassel tijdens de Derde Kruistocht in Milaan de stoffelijke resten van de heilige Drie Koningen en nam die mee naar Keulen. Voor de grote groeiende groep pelgrims die daar op af kwam was de Dom spoedig te klein. In 1248 werd met de bouw van de nieuwe Dom aangevangen, maar het zou duren tot 1880 voordat de kerk volledig af was.
Zonder de Dom zou Keulen lang niet zo bekend zijn. Keulen moge dan misschien niet zoveel bezienswaardigheden (meer) hebben, maar deze gigant maakt veel goed en is een enorme trekpleister. Het behoort niet voor niets tot het Unesco Werelderfgoed. Dit indrukwekkende gebouw is Duitslands grootste gotische kathedraal. Hij is gewoon absurd groot en van buitenaf bijna niet in zijn geheel te fotograferen. Helaas is de kerk nogal zwart geworden door vervuiling waardoor de kerk best somber overkomt. Op het kerkplein staat een kopie van de 9,5 meter hoge torenspits. Het is een enorm ding maar als je omhoog kijkt naar de toppen van de twee torens zien ze er best klein uit.
De Dom is 144 meter lang, 86 meter breed en heeft torens tot 157 meter hoog. Je kunt de zuidelijke toren beklimmen tot een hoogte van 97 meter. Die klim over 509 treden leidt voorbij de klokkenkamer met zijn 8 klokken.
Het bekendste kunstwerk in de kerk is de gouden sarcofaag het “Drie Koningen schrijn” (1181) achter het altaar, die als de grootste van het westen wordt beschouwd. Het is een schitterende kist met goudsmeedkunst uit de middeleeuwen die de relikwieën van de heilige Drie Koningen zou beavtten. Naar mijn mening is het een mysterie waarvan de waarheid nooit boven water zal komen om de mythe maar in stand te houden. Zou het niet een enorme ontgoocheling zijn als ze nu zouden zeggen dat de relikwieën er helemaal niet in liggen? Dan maar beter zwijgen.
Verder zijn er onder meer te bewonderen: het oudste venster van de Dom (uit 1265, te zien in de kapel tegenover het Drie Koningen schrijn), de Madonna van Milaan (1320, hoog en opvallend aan de andere kant van het koor), het grote en zeer prachtige Agilophusretabel. Dit is een 16de eeuws en Vlaams retabel (schilderwerk op altaar), te zien halfweg de kerk aan de rechterkant. De kerk heeft erg veel prachtige glas-in-lood ramen, maar is het best donker binnen. Op diverse locaties staan grote en indrukwekkende sarcofagen van prominente geestelijke leiders uit het verleden. Op zondag is er nog een mis waarbij de kerk stampvol zit en de kerk dus niet te bezichtigen is.
De Dom is dus attractienummer één van Keulen. Hele drommen mensen worstelen zich door het kerkgebouw. De toegang is gratis.
Aan de zijde van de Haubtbahnhof bevindt zich een aparte ingang van de schatkamer (Schatzkammer) die de belangrijkste van Europa is, zelfs belangrijker dan die van het Vaticaan. De schatkamer gaat tot drie verdiepingen de grond in tussen de gewelven van de funderingen. Het toont bijzondere unieke en waardevolle religieuze gebruiksvoorwerpen uit negen eeuwen zoals het Hillenius codex, een handschrift uit 1025 en het Gero-kruis (houten kruisbeeld van voor 1000). Er zijn een groot aantal gouden voorwerpen te zien die bijzonder fijn zijn gedetailleerd. Ik sta echt perplex dat ze in die tijd al in staat waren zulke fijne sieraden te maken.

dom-02-1024x676

Carnaval

Keulen kent veel tradities en hoogtepunten. Eén van de hoogtepunten is carnaval en dat vieren ze in Keulen op zijn best. Het feest wordt net als bij ons traditiegetrouw geopend op de 11de van 11de, november dus. Het feest duurt bijna een week en gaat pas echt van start op donderdagavond (Weiberfastbacht of Wieverfastelovend) en eindigt op dinsdagavond (Veilchendienstag). Die avond verbranden ze de carnavalsgeest om de zonden die ze tijdens carnaval begaan hebben van zich af te wassen. Op de maandag voor Aswoensdag, Rosenmontag, is er een grote optocht, de Rosenmontagzug. Tijdens het Keulse carnaval zakken er in totaal meer dan een miljoen mensen af naar de stad.

Eau de Cologne / Glockengasse 4711

Vier jaar voordat Napoleon besloot dat de huizen geregistreerd moesten worden, in 1792, was Wilhelm Mühlens getrouwd met Catharina Moers en als huwelijksgeschenk kregen ze van de Karthuizermonnik Franz Marina Farina het geheime recept voor een “Aqua Mirabilis”, een soort mirakelwater. Als zakenman realiseerde Wilhelm Mühlens zich onmiddellijk het potentieel van dit geschenk. Het “Keuls water Farina” zoals het eerst heette, was een succes waardoor Wilhelm Mühlens enkele jaren later tegenover de ouderlijke zaak een eigen parfumeriefabriek begon. Dit pand kreeg als adres “Eau de Cologne & Parfümeriefabrik Glockengasse 4711 gegenüber der Pferdepost von Ferd. Mühlens” om zich te onderscheiden van andere fabriekjes die op dat ogenblik allemaal Keuls water produceerden. Ondanks de Franse naam stamt dus het reukwater ‘Eau de Cologne’ of ‘4711’ wel degelijk uit Keulen. De naam van het reukwater werd afgeleid van het huisnummer (4711) van de fabriek waar het gemaakt werd.
Het oorspronkelijke stamhuis in de Glockengasse 4711 is nog steeds eigendom van het bedrijf dat 4711 produceert. In het huis is nu een parfumwinkel gevestigd. Als je in de winkel binnenkomt dringt het overdadige parfum meteen diep in je reukorgaan. In de hoek van de winkel staat een fonteintje met stromend Eau de Cologne. Mensen steken er hun vingers in alsof het wijwater is. Ze maken nog net geen kruisje! Op de bovenverdieping is er een kleine tentoonstelling met de verpakkingsdoosjes en flesjes van vroeger tot nu. Bij 4911 moet ik denken aan de tijd van mijn oma, das toch niet meer van deze tijd. Toch gaan de flesjes parfum als zoete broodjes over de toonbank. Het parfum heeft een sterke toeristische waarde gekregen. De winkel is modern en fris ingericht en het trekt aardig wat volk. Persoonlijke kon ik er attractieve waarde wel van inzien. Ik zou zeggen: gewoon doen.
Het ontwierp van de fles had een goudblauw etiket waarin het huisnummer 4711 de centrale plaats kreeg. Zelf zal Mühlens wel nooit vermoed hebben dat dit cijfer uiteindelijk de bekende roepnaam voor zijn “aqua mirabilis” zou worden. “4711 Echt Kölnisch Wasser” is inderdaad wereldberoemd geworden, in zoverre dat men bij enquêtes omtrent de bekendheid van Keulen steeds eerst de Dom noemt en dan pas 4711.
4711 is echter niet het oudste parfummerk van Keulen, uitvinder van het reukwater was de Italiaan Johan Maria Farina. Hij wilde eigenlijk van bloemen een lustopwekkend middel maken.

Fischmarkt

Vanuit de Rijn heb je een prachtig zicht op de Fischmarkt met de Groß St. Martin kerk en de gekleurde huizen die er voor staan. De vijf smalle huizen met puntdaken hebben de kleuren: groen, oranje, wit, geel en roze. De muurankers tonen de jaartallen 1935 en 1685. Blijkbaar is er maar één origineel oud huis en de rest is gerenoveerd. Het pittoreske plaatje Fischmarkt wordt vaak gebruikt in reisgidsen en dergelijke. Je komt er eigenlijk van zelf langs als je langs de Rijn wandelt.
Achter de Groß St. Martin kerk staat een bronzen standbeeld van Tünnes und Schäl. Het zijn twee Keulse typetjes. De kleine gedrongen Tünnes met zijn grote aardbeienneus moet zich in tal van anekdotes de praatjes van de gewiekste lange Schäl (schele) aanhoren. Het grappige is zijn neus, die iedereen vast pakt en daardoor een lichte kleur heeft gekregen.

fischmarkt-1024x678

Hahnentor

De Hahnentor is een Romaanse poortgebouw uit de 12de eeuw en het is de mooiste van de stad die ooit onderdeel was van de stadsmuur waarvan er nog resten te zien zijn. Oorspronkelijk waren er twaalf poortgebouwen in Keulen. Aan de soorten steen is duidelijk te zien dat het gebouw gerenoveerd is. Voor zover ik het weet is de toren van binnen niet te bezichtigen.

Hohenzollernbrücke

De Hohenzollernbrücke ligt tussen de Dom/Hauptbahnhoff en het oostelijk deel van Keulen. De brug werd gebouwd tussen 1914 en 1917. Architect Franz Schwechten koos voor een neoromaanse stijl, dat een mooi contrast vormde met de gotische Dom. Oorspronkelijk was de brug open voor voetgangers en gemotoriseerd verkeer, maar in WOII werd de brug ernstig vernield. Na de heropbouw was hij enkel nog toegankelijk voor voetgangers en spoorverkeer. Feitelijk liggen er drie stalen bruggen naast elkaar met elk drie grote bogen. De totale overspanning is 400 meter. Aan beide zijden van de brug staan twee grote koperen ruiterstandbeelden van Pruisische vorsten van de adellijke familie Hohenzollern.
Even op en neer lopen over de brug is een geliefde bezigheid van de toeristen. Aan de zijden van het voetgangers gedeelte zijn gaashekken gemonteerd die over de volle lengte van 400 meter voorzien zijn hangslotjes. Bij elkaar zijn het minstens een miljoen sloten! Het is echt ongelooflijk, zo veel. Het hele hek zit vol. Soms zijn er zelfs hele trossen gemaakt en hartjes van plaatstaal. Op ieder slot staan wel namen of liefdesverklaringen. Er zijn dus heel wat verliefde paartjes geweest die hier elkaar de liefde hebben verklaard. Traditiegetrouw hoort men dan de sleutel in het water te gooien. Er ligt dus heel wat staal op de bodem van de Rijn. In tegenstelling tot andere steden worden ze dus hier niet weggehaald. Het is al een attractie op zich.
Je bent nu vlakbij de KölnTriangle toren in het oostelijk deel van Keulen. Liefhebbers kunnen met een snelle lift naar het uitzichtplatform op een hoogte van 103 meter. Hier heb je een prachtig uitzicht over de stad met de Dom.

Kerstmarkten

Kerstmarkten in Keulen trekken ieder jaar weer misschien wel meer dan een miljoen bezoekers. De stad is dan afgelaten vol en dat wel vier weken lang. Een van de mooiste is de markt naast de Dom waar een circa 20 meter hoge kerstboom staat waar tienduizenden lichtjes aan zijn gemonteerd als een soort web. Samen met carnaval vormt het een van de populaire tradities in de stad. Het stikt er van de Nederlandse toeristen. Op bijna alle grote pleinen in Keulen zijn kerstmarkten. Niet van die lullige marktkraampjes maar volledige en degelijke chaletjes die ‘s-nachts op slot gaan. Lang is dat echter niet van duur; ’s-ochtends gaan de kraampjes al open en dat gaat door tot het einde van de avond. Dankzij de vele eet- en drinktentjes is het er lang uit te houden. Glühwein in een aarden beker is daarbij een populaire versnapering om jezelf warm te houden. De koopwaar bij de kraampjes is erg divers, waardoor je niet snel uitgekeken raakt. Het is dan ook eindeloos slenteren met de grote mensenmassa langs de kraampjes, maar wel beregezellig.

Kölsch bier

In Keulen wordt onder meer het Kölschbier gebrouwen dat sinds 1997 beschermd is door de Europese Unie Kölsch als lokale bierspecialiteit. Het bovengistende bier bestaat al sinds 874. Je kunt het drinken in de Keulse bierhuizen. Traditioneel wordt het bier geserveerd door een kelner in een blauwe schort, de Köbes; ook als hij niet Jacob heet (Jacobus werd Köbes), wordt hij toch Köbes genoemd. Ze lopen de ruimte rond met een Kranz, een bierglazenhouder. Als je glas leeg is krijg je ongevraagd een nieuw glas. Voor elk nieuw glas wordt er op het bierviltje van de gast een streepje gezet. Reissdorf, Früh en Mühlen zijn de beste merken. Het bier wordt geserveerd in kleine rechte vaasjes van ca. 250 cl en niet in grote bierpullen zoals je dat misschien zou verwachten in Duitsland.

Musea

Keulen heeft nog al wat musea. Dus als je je verveeld of als het is slecht weer kun je altijd nog een museum in duiken. In Keulen zijn veel musea voor kunst met een hoge kwaliteit. Onderaan dit verslag staat een opsomming van de belangrijkste musea in Keulen.

Neumarkt

Neumarkt is het centraal plein in de stad. Hier begint de autovrije winkelstraat Schildergasse die op zijn beurt overgaat in andere winkelstraten. Het is hier vrij druk, omdat er heel wat parkings zijn en het openbaar vervoer hier ook een centraal punt heeft. Het plein zelf is vrij saai en heeft weinig te bieden, behalve in december want dan is er een grote en gezellige kerstmarkt. Het enige mooie op het plein is eigenlijk het zicht op de Romaanse Apostelen kerk.

Radhaus (stadhuis)

Het stadhuis aan de Altermarkt is een van de indrukwekkendste gebouwen in het centrum. In de Romeinse tijd stond op de plek waar het huidige ‘Rathaus’ staat een bestuursgebouw (Praetorium). Het stadhuis van vandaag staat op de fundamenten daarvan. De toren van het gebouw dateert uit de vroege 15de eeuw. Door de eeuwen heen zijn er echter steeds nieuwe onderdelen aan het gebouw toegevoegd. Zo vind je gotische en renaissancistische elementen terug. De gevel van de 61 meter hoge toren wordt gesierd door 124 beelden uit de stadsgeschiedenis. Ze dateren echter pas van 2008.
Tijdens WOII werd ook het stadhuis niet gespaard en liep het veel beschadigingen op. Het gebouw is echter nooit volledig terug opgeknapt.
Het gebouw is van binnen op bepaalde tijden te bezichtigen voor gegadigden.

rathaus-01-718x1024

Romaanse kerken

Naast de overweldigende Dom zijn er nog 12 Romaanse kerken in Keulen die ook noemenswaardig en uniek zijn. De Romaanse bouwkunst bestrijkt grofweg de periode tussen 1000 en 1200 en heeft een relatie met de architectuur van de Romeinen. Vanaf het jaar 1000 ontwikkelde de Romaans bouwkunst zich tot een geperfectioneerde en unieke stijl. De Romaanse bouwtechniek ontwikkelde zich verder en leidde tot een nieuwe bouwstijl; de gotiek.
Het feit dat Keulen 12 Romaanse kerken heeft geeft aan dat Keulen zo’n 1000 jaar geleden al een aanzienlijke stad was. De Romaanse kerken zijn gebouwd in middeleeuwse sacrale (heilige) stijl. Een aantal van de kerken dateert zelfs uit de Romeinse tijd, zoals de St. Gereonskerk, die oorspronkelijk een kapel was op een Romeins kerkhof. Met uitzondering van de St. Maria Lyskerk zijn al deze kerken zwaar beschadigd tijdens WOII waarbij soms alleen nog maar de buitenmuren overbleven. Gelukkig zag de stad de historische waarde in van de Romaanse kerken er werden ze allen gerestaureerd. De wederopbouw van de laatste kerk werd pas in 1985 voltooid. Het heeft ook zijn gekke kant, want nagenoeg de hele stad is naoorlogs en daar staan verspreid over de stad 12 Romaanse kerken tussen. Tot deze Romaanse kerken behoren: Basilika St. Andreas, Groß St. Martin, St. Aposteln, St. Cäcilien, St. Georg, St. Gereon, St. Kunibert, St. Maria im Kapitol, St. Maria Lyskirchen, St. Pantaleon, St. Severin en St. Ursula.
Met een toren van 75 meter hoogte is de Groß St. Martin een van de mooiste en hoogste gebouwen in het centrum.
Een andere bijzondere kerk waar je eigenlijk niet omheen kunt is de St. Aposteln kerk nabij de Neumarkt.

Römerturm

Veel minder opvallend is de kleine Romeinse toren uit de 2de-3de eeuw die deel uitmaakte van de Romeinse vestingmuur. Oorspronkelijk waren er 21 torens. Nu zijn de kleine vensters dichtgemetseld met een andere steensoort en is er is een ander gebouw tegenaan gemetseld. Ondanks dat het een uniek gebouw is, is er niets spannends aan te beleven, dus gouw doorlopen.

Römisch-Germanisch Museum

Het Römisch-Germanisch Museum ligt naast de dom. Het museum werd in 1974 gebouwd boven de vindplaats van de Dionysus mozaïek uit 200 n.Chr. Het mozaïek heeft een oppervlakte van 70 vierkante meter en bevat meer dan 1,5 miljoen steentjes. Het is het kopstuk van het museum, dat oorspronkelijk uit een villa komt. Het museum toont een zeer uitgebreide collectie archeologische vondsten uit de Romeinse tijd maar ook uit andere tijden zoals het ijzertijdperk en het stenentijdperk. Je wandelt bijna tot vervelens toe langs vitrinekasten met glasservice en andere gebruiksvoorwerpen. Interessant is het zeker, maar eigenlijk ook wel heel statisch en voor sommigen best saai…

Wallraf-Richartz Museum

Het Wallraf-Richartz-Museum ligt vlakbij het raadhuis en behoort tot de belangrijkste musea van Europa. Het museum draagt de namen van Ferdinand Franz Wallraf, een geleerde die zijn kunstverzameling naliet aan zijn geboortestad en de Keulse koopman Johann Heinrich Riachartz die ook een schenking kunst achterliet. Het herbergt een uitgebreide verzameling schilderijen van de Middeleeuwen tot de 19de eeuw en ze zijn allemaal netjes genummerd van 1 tot en met 64. Erg groot is het museum dus ook niet weer. Vooral de collectie Vlaamse, Nederlandse en Duitse kunstwerken is omvangrijk. Zo kun je er Nederlandse schilderijen bewonderen van: Jan van Goyen (1596-1656) met landschappen van Leiden, Salomon van Ruysdael (1603-1670) met landschappen van Naarden, Willem Claesz Heda (1594-1680) met landschappen van Haarlem, Aelbert Cuyp (1620-1691) met landschappen van Dordrecht en Van Gogh met landschappen van Frankrijk. Zo wordt Nederland toch weer een beetje bekender in de wereld, maar zouden die schilderijen niet in een museum in Nederland moeten hangen, vraag ik mij dan altijd af? Het thema van het museum is von Dürer bis Van Gogh, wat nogmaals aangeeft hoe belangrijk van Gogh wordt gezien in de schilderkunst. Ook de collectie 19de en 20ste eeuwse kunst is indrukwekkend met onder andere enkele schilderijen van Monet en Picasso.

Winkelen

Winkelen is dus een van de trekpleisters in Keulen. De wegenstructuur in het centrum is eenvoudig en recht waardoor je niet snel verdwaalt. Waar de bekende en drukke winkelstraten zijn ontdek je vanzelf; je loopt gewoon achter de meute aan. Deze straten zijn allemaal vrij van verkeer. Als ik er ben is het december en de straten zijn mede dankzij de kerstmarkten afgelaten vol. Hele hordes slenteren op en neer door winkelstraten. Het barst er van de Nederlanders.
Keulen is eenvoudig per trein te bereiken. Vanaf Arnhem is het maar 1,5 rijden en je stapt in het centrum uit naast de Dom. Verrassend genoeg zijn haast alle winkels op zondag gesloten en das best opvallend voor een wereldstad. Voor een overnachting kun je beter kiezen voor vrijdag en zaterdag dan voor zaterdag en zondag.

dufthaus-4711-1-1024x784

Mijn persoonlijke top tien van Keulen:

1. De Dom, onmiskenbaar op nummer 1
2. Wallraf-Richartz Museum voor oude schilderkunst
3. Radhaus, bezichtiging stadhuis
4. Hohenzollernbrücke, wandeling over de (spoor)brug
5. Promenade langs de Rijn, wandeling
6. Groß St. Martin Kirche, bezichtiging kerk
7. Römisch-Germanisch Museum, archeologie
8. Alter Markt, een biertje op het terras
9. St. Aposteln, bezichtiging kerk
10. Glockengasse 4711, een kijkje in de wereldberoemde parfumwinkel

Klik hier voor meer foto’s.

Overzicht van de belangrijkste musea in Keulen:

Biermuseum, Buttermarkt 39.

Deutsches Sport und Olympia Museum, Im Zollhafen 1, sport museum

Duft Museum Eau de Cologne, Obenmarspforten 21, parfum museum

Historische Senfmühle, Holzmarkt 79-83, mosterd museum

Käthe Kollwitz Museum, Neumarkt 18-24, museum voor tekeningen en schetsen

Kolumba / Archbishop’s Diocesan Museum (Diözesanmuseum), Roncalliplatz 2, westerse cultuur

Kölnisches Stadtmuseum, Zeughausstraße 1, museum over de geschiedenis van Keulen,

Ludwig Museum, Heinrich-Böll-Platz, museum voor moderne kunst,

MAKK museum / Museum für Angewandte Kunst, An der Rechtschule, museum voor toegepaste kunst en design

Museum für Ostasiatische Kunst, Universitätsstraße 100, museum voor Oost Aziatische kunst

NS-Documentationszentrum / EL-DE Haus, Appellhofpl. 23-25, Documentatiecentrum geweid aan de slachtoffers van het nationaalsocialisme in de Bondsrepubliek ,

Odysseum, Corinstrasse 1, kenniscentrum voor kinderen

Rautenstrauch-Joest-Museum, Cäcilienstraße 29-33, Cultuur museum

Römisch-Germanisch Museum, Roncalliplatz 4, Museum voor Romeinse en Germaanse voorwerpen

Schatzkammer Dom, Domkloster 4, kerkelijke gebruiksvoorwerpen

Schnütgenmuseum, Cäcilienstraße 29-33, Middeleeuwse kunst

Schokoladenmuseum / Chocolade Museum, Am Schokoladenmuseum 1A

Wallraf-Richartz Museum, Obenmarspforten 40, Museum voor oude schilderkunst

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Boedapest 2016

Hoeveel steden ken je in Hongarije? Persoonlijk ken ik alleen Boedapest. Dat kan natuurlijk best aan mij liggen, maar het is best weinig. Er valt blijkbaar nog veel te ontdekken in Hongarije. Laat ik mij eerst beperken tot Boedapest.
In 1873 werden de steden Boeda en Pest verenigd tot Boedapest. Het heuvelachtige Boeda ligt aan de westzijde van de Donau en het vlakke Pest ligt aan de oostzijde van de Donau. De twee steden vertonen niet veel gelijkenissen. Boeda is het oude, historische deel van de stad en bestaat uit heuvels, warmwaterbronnen, veel groen en bovenal het Koninklijk Paleis. Pest wordt gekenmerkt door rechte lanen, veel winkels, supermarkten en het dominante bouwwerk van het Parlement. Pest blijkt uiteindelijk veel gezelliger en groter te zijn. Ik verblijf er ook de meeste tijd.
Hongarije heeft net als wij het Latijns alfabet, maar het Hongaars heeft wel erg veel leestekens boven de klinkers, waardoor het voor ons niet altijd even leesbaar is, zeg maar gerust niet leesbaar. Het is wijs vooraf wat woorden te leren, zodat je jezelf een beetje verstaanbaar kunt maken. Mijn eerste Hongaarse woorden zijn: jó reggelt (goedemorgen), kettö sór (twee bier), köszönöm (bedankt). Daar kom je heel ver mee toch? Nu nog op de juiste wijze uitspreken. Echt ieder woord heeft bijna één of meerdere leestekens. Maar gelukkig kun je bijna overal met Engels terecht. Ook de menukaarten worden in het Engels weergegeven. In het algemeen is er weinig bekends te herkennen in de schrijftaal. Ik zag bijvoorbeeld een bord met de tekst: “Föpolgármesteri hivatal ügyfélszolgálati iroda”, wat ongeveer betekent: “Burgemeesters kantoor klantenservice”. Ik bedoel maar. “Üdvözöljük” betekent “welkom”. Verder moet je nog weten de woorden “utca” en “ter”, dat respectievelijk straat en plein betekent. Je zult het veel tegen komen.
Een paar dingen vallen me op in Boedapest. Op veel plaatsen stinkt het naar urine, zelfs in drukke winkelstraten en nabij terrasjes. Lekker! Blijkbaar nemen stappers en daklozen het niet zo nauw met hun volle blaas. Het had ook al een tijdje niet geregend, misschien lag het daaraan.
Er zijn opvallend veel Thaise massages. Dat kan alleen als er veel klandizie is. Ik weet niet in hoeverre het echt bij Thais blijft….
Ik voel me erg veilig in Boedapest en constateer geen enkele vorm van criminaliteit. Er zijn weliswaar veel daklozen, maar daar heb je geen last van. Straatmuziekkanten en entertainers zijn er nauwelijks, evenals irritante straatverkopers.
Boedapest is een schone stad met betrekkelijk weinig straatvuil wat natuurlijk positief is voor toerisme.
Boedapest heeft veel te bieden. Persoonlijk was ik er vijf dagen en in die tijd had ik meeste bezienswaardigheden wel gezien. Daarvoor heb ik wel hele dagen gelopen. In principe zijn alle bezienswaardigheden op loopafstand. Omdat Boedapest zoveel te bieden heeft kan het wat mij betreft meteen achter Parijs en Rome op de ranglijst geplaatst worden van boeiende, mooie en historische steden. Ik vind het een heerlijke stad waar ik mij uitstekend vermaakt heb.
Hongarije is het land van goulash en Frans List (Liszt Ferenc). Van goulash moet je houden, maar dat geldt natuurlijk ook voor klassieke muziek. In Hongarije wordt de voornaam altijd achter de achternaam geschreven, maar in spreektaal niet natuurlijk. Liszt Ferenc is dus gewoon Frans List
Het verraste mij dat Hongarije nog niet overgestapt is op de euro, terwijl ze toch sinds 2004 in de Europese Unie zitten. Na de Brexit zullen de Hongaren wel op hun achterhoofd hebben gekrabd of ze überhaupt nog wel over willen op de euro, want na eenmaal een (verkeerde) keuze gemaakt te hebben is een weg terug erg moeilijk. Hoe dan ook, het Hongaarse geld went snel. De munteenheid is de HUF. Omdat 300 HUF slechts circa 1 euro is, heb je meestal aardig wat geld in je portemonnee. Als je een huis in Hongarije koopt ben je al snel multimiljonair.
Boedapest is echt een stad naar mijn hart. De stad blinkt uit historische gebouwen, monumenten, kunst, veel restaurants, bars en winkels. De bevolking is aardig en behulpzaam. Het is begin september en het klimaat is heerlijk met erg veel zon. Het is gewoon erg prettig om in Boedapest te verblijven.

kossuth-lajos-ter-04-1024x573

Highlights van Pest

Andrássy út

In de reisgidsen wordt de Andrássy út bestempeld als de mooiste boulevard van Boedapest. Deze kaarsrechte 2,5 km lange boulevard verbindt de binnenstad met het Heldenplein en het stadspark. Eind 19de eeuw spreidde de maatschappelijke elite zijn rijkdom hier tentoon en dat is tot de dag van vandaag nog altijd het geval. Omdat de bewoners niet gestoord wilden worden door het lawaai van de tram werd hier de eerste metrolijn van Europa aangelegd. Verrassend! Dicht bij het centrum vind je de chique en bekende modehuizen zoals Armani. Naarmate je verder van het centrum af komt zie je steeds minder winkels maar meer villa’s. Aan weerszijde van de boulevard staan grote rijen bomen waardoor het zicht behoorlijk belemmerd wordt. Je hebt niet het idee in een eindeloze lange winkelstraat te zijn. Ondertussen raast het verkeer van verkeerslicht naar verkeerslicht waardoor – wat mij betreft – de straat niet echt als de mooiste boulevard genoemd mag worden. Desondanks staat de boulevard op de Unesco Werelderfgoedlijst. Het stikt er niet van de toeristen of shoppers, blijkbaar hoeft er niet veel chique kleding verkocht te worden om te overleven.
De boulevard heeft wel een aantal bijzondere panden, zoals de staatsopera uit 1884. Boedapest heeft iets met muziek, zo blijkt uit hun goede reputatie op het vlak van klassieke muziek. Denk maar aan de componisten Liszt, Kodály en Bartók. Het operagebouw werd ontworpen en gebouwd in renaissancestijl. Het prachtige gebouw bevat onder andere Korinthische zuilen, een vestibule gedecoreerd met fresco’s en het auditorium is versierd met schilderijen. De staatsopera is zelfs een van de mooiste podia van Europa.
Het Terror Háza (Huis van Terreur) is een van de meest omstreden musea van Boedapest. Je herkent het gebouw meteen door de enorme woorden “TERROR“ die in de overstek van de dakrand zijn aangebracht. Het museum is gewijd aan de fascistische en communistische dictatoriale regimes die in de 20ste eeuw over Hongarije heersten. De tentoonstellingen doen de banden tussen Hongarije en het Naziregime en de Sovjet Unie uit de doeken. Verder wordt er aandacht besteed aan Hongaarse organisaties zoals de fascistische Pijlkruisers en de AVH, de gevreesde geheime dienst in de communistische periode. Het museum is ondergebracht in een gebouw dat tijdens de Tweede Wereldoorlog het hoofdkantoor was van de Nazi’s en later van de geheime dienst. In de kelders van het gebouw werden tegenstanders van het regime opgesloten en gefolterd. Als je binnenkomt in het museum zie je meteen een grote muur, bedekt met foto’s van slachtoffers van de wrede regimes. Het museum is indrukwekkend, maar kreeg ook veel kritiek te verduren. Volgens de critici zou het Hongarije teveel in een slachtofferrol duwen, terwijl het land in deze twee bloedige periodes zelf een groot aandeel had in de gruwelijkheden. De lift in het museum is heel bijzonder. Als je erin stapt, start er op een groot scherm een film waarin een oud-medewerker van de geheime dienst vertelt hoe het in dit gebouw destijds aan toeging.
Liszt Ferenc tér (Frans List plein) is een zijstraat van de lange boulevard. Het is eigenlijk meer een langwerpig plein waar het barst van de restaurants, bars en terrasjes. Hier is altijd gezelligheid. Op het plein staan diverse beelden van klassieke componisten, maar ook echte piano’s waar passanten een stukje kunnen spelen. Leuk toch? Aan het einde van het plein staat de Frans List Muziekacademie. Wat voor les zouden ze daar geven? De prachtige façade van het pand is rijk versierd met beelden.
Op de kruising met Vörösmarty utca staat het gebouw waar Frans List woonde en werkte tot zijn dood in 1886. Nu is er het Frans List museum ondergebracht.
Er zijn nog drie andere musea te bezichtigen op de boulevard: het Ferenc Hoppmuseum met kunst uit Azië, het István Zelnik Goudmusem en het Kogarthuis met schilderkunst.
Je hoeft je dus niet echt te vervelen op de brede boulevard. Aan het einde van de straat bereik je het Heldenplein en het stadspark die evenmin hoogtepunten van de stad zijn.

Baden

Boedapest staat bekend om zijn warmwaterbronnen en geneeskrachtige baden. Er zijn overblijfselen aangetroffen die teruggaan tot de 2de eeuw, maar de badcultuur raakte pas tijdens de Turkse periode in de 16de-17de eeuw echt ingeburgerd. De Turkse baden die nu nog in gebruik zijn: Császár (Lukacs Baths, Boeda), Gellért Gyogyfürdö (Boeda), Király (Boeda), Rácz (Boeda), Rudas Gyógyfürdő (Boeda) en Széchenyi Gyógyfürdö (Pest). Het zijn stuk voor stuk architecturale meesterwerken.
De Királybaden werden gebouwd in de tweede helft van de 16de eeuw, ten tijde van de Turkse bezetting van Hongarije. De Turkse invloeden zie je nog steeds aan de vormgeving van het gebouw. Zo heeft het onder meer een Turkse koepel en een achthoekig zwembad.
De Rudasbaden zijn thermale en medicinale Turkse baden die gebouwd werden in 1550. Het achthoekige zwembad werd er pas in de 19de eeuw aan toegevoegd. De baden liggen nabij de Elisabethbrug.
Het Széchenyi gyógyfürdö badhuis is het grootste medicinale kuuroord van Europa en is gelegen in het stadspark Városliget van Pest. Het gebouw in neobarok stijl dateert van 1913 en is een juweeltje om te zien. Het enorme buitenzwembad is indrukwekkend. Badgasten spelen er graag een spelletje schaak terwijl ze half in het warme water staan. Een bezoek aan een badhuis is meer dan een helende en sociale gebeurtenis. Je gaat er ook om te genieten van de architectuur, de geschiedenis en beslist ook de sfeer.

szechenyi-gyogyfurdo-01-1024x673

Belvárosi Ferences templom (Franciscanenkerk) Terenciek tere

Al in de 13de eeuw waren de Franciscanen aanwezig op de plek waar nu hun kerk staat. In het midden van de 16de eeuw werd het gebouw tijdelijk omgevormd tot moskee. In de periode 1727-1743 werd de kerk herbouwd in barokstijl. Direct na binnenkomst in de kerk belemmert helaas een groot smeedijzeren hekwerk verdere toegang. Tot de mooiste onderdelen van de kerk horen: de gevel met sculpturen van Maria en van franciscaner heiligen, de fresco’s en het hoofdaltaar.
Een gedenksteen in de zijgevel van de kerk met het jaartal 1838 herinnert aan de grote overstroming van de Donau, die honderden slachtoffers eiste in het stadsdeel Pest.

Belvárosi Plébánia templom (parochiekerk) Március 15. Tér

De bouw van de kerk begon kort na de regeerperiode van de heilige koning Istvan, in de eerste helft van de 11 de eeuw. In de 14 de eeuw kwam er een gotische kathedraal overheen, die later door de Ottomaanse bezetters omgevormd werd tot moskee. Eén van de weinige restanten uit die tijd is een mihrab (nis die de richting van Mekka aanwijst). In 1723 werd de kerk gedeeltelijk verwoest en tussen 1725 en 1739 werd de kerk verbouwd met een gevel in barokstijl.

Donau en bruggen

Er is geen stad aan de 2830 km lange Donau waar de rivier een belangrijkere functie heeft dan in Boedapest. De rivier meandert tussen de voormalige steden Boeda en Pest. Vijf bruggen zijn er in het centrum om je naar de andere zijde van de stad te brengen. In het algemeen zijn de bruggen stik druk, omdat blijkbaar iedereen net naar de ander kant wil.
De meest bezienswaardige brug is de 330 meter lange Kettingbrug (Széchenyi lánchíd) uit 1849. Twee enorme kettingen met lange schakels dragen aan weerszijden het wegdek. De Kettingbrug was de eerste definitieve verbinding tussen beide stadsdelen. Het is niet alleen de oudste, maar ook een van de mooiste bruggen van de stad. Vanaf de brede brug kun je prachtige panoramafoto’s maken van beide stadsdelen. Twee grote beelden van leeuwen aan weerszijden “bewaken” de brug. ’s Avonds wordt de brug sprookjesachtig verlicht.
Ter hoogte van Gellért-Hegy ligt een brug met de naam Erzsébet Hid (Elisabethburg). Hier rijdt het meeste verkeer over. Het is de minst interessante brug omdat deze strak, nieuw en modern is.
De Szabadság Hid (Vrijheidsbrug) verbindt de beide stadsdelen ter hoogte van de grote markthal. Deze oude groene brug lijkt nog het meest op het ouderwetse meccano speelgoed. Het is een bijzonder mooie brug. In de avonduren kruipen jongeren (gevaarlijk) op de draagbogen om zo de zonsondergang achter de Gellertheuvel te zien. Toegegeven, het is een mooi gezicht, maar of die enorme klinkbouten onder je kont zo lekker zitten, betwijfel ik.
Net onder het Margaretha eiland worden beide stadsdelen verbonden door de Margitsziget (Margarethabrug). Op de pijlers van de brug zijn mooie beelden aangebracht. Halverwege de brug is er een “afslag” voor voetgangers naar het Margitsziget eiland.

szabadsag-hid-02-1024x678

Egyetemi templom (Universiteitskerk)

Deze kerk uit de 18e eeuw bevindt zich op het Egyetem tèr. Kenners geven aan dat deze barokke kerk twee van de belangrijkste kunstwerken uit de Hongaarse barok bezit, namelijk de rijkelijk met houtsnijwerk versierde eiken ingangsdeur en een bijzonder mooie preekstoel uit lindehout. De kerk heeft prachtige plafondschilderingen uit 1776. Helaas is de kerk niet altijd open.
Links voor de kerk staat een monument voor de gevallene uit WOI.

Frans List (Liszt Ferenc)

Boedapest is de stad van Frans List. Op veel plekken zie je verwijzingen en herinneringen aan de klassieke componist. List werd geboren in een deel van Hongarije dat nu de Oostenrijkse deelstaat Burgenland vormt. Opvallend genoeg sprak hij niet eens Hongaars, maar hij was zijn vaderland zeer toegedaan, waardoor het nog altijd een nationale held is. In en nabij de Andrássy út boulevard vind je het woonhuis waar hij werkte (nu museum), de Frans List muziekacademie en diverse standbeelden van de componist.

Herdenkingsmonument 19 maart 1944 Szabadság tér

In juli 2014 werd dit nieuwe herdenkingsmonument opgericht ter herinnering aan de Duitse inval op 19 maart 1944 en de daaropvolgende bezetting. Het Duitse naziregime en de Hongaarse regering waren op dat ogenblik bondgenoten van elkaar! Helemaal zuiver was Hongarije dus niet in die tijd.
In het monument herken je aartsengel Gabriël, Hongarije voorstellend, die aangevallen wordt door een Duitse adelaar. De meningen over het monument zijn zeer verdeeld. Enerzijds zijn er mensen die denken dat de huidige uiterst rechtse regering van premier Orban de band van de nazi’s met de toenmalige Hongaarse regering wil verdoezelen en ook hun verantwoordelijkheid over de Holocaust onder de mat wil vegen. Anderzijds zijn er de bijna altijd aanwezige talrijke bloemen en foto’s van slachtoffers van de nazi’s, geplaatst door mensen die hun vermoorde verwanten willen herdenken. Het is een heel controversieel monument; officieel herdenkt het de inval en de daaropvolgende bezetting, maar niet de gevallen slachtoffers.

Horeca

Voor wie van terrasjes houdt kan zijn lol op in Boedapest. Bijna overal vind je wel restaurants, bars en terrasjes. De bediening spreekt over het algemeen goed Engels. Natuurlijk is in Boedapest het eten niet meer zo authentiek als vroeger, maar waar is dat wel? In de stad zijn ook veel Döner Kebabs, Pizza- en hamburgertenten. Diverse restaurants geven met borden aan dat ze nog Hongaars eten serveren. Eten en drinken in Boedapest hoeft niet duur te zijn. In het algemeen liggen de prijzen lager dan in Nederland. Houd er rekening mee dat aan het einde meestal servicekosten in rekening worden gebracht, waardoor het uiteindelijk toch net iets duurder uitvalt dan je had gedacht. Wil je nog goedkoper eten, dan moet je net even buiten het centrum gaan. Een halve liter bier kost gemiddeld 3 euro en das toch aanzienlijk goedkoper dan bij ons. Bij de super kost een halve liter bier 60 ct. Afrekenen gaat in het algemeen makkelijk, omdat je snel aan het Hongaars geld gewend bent.

Hösök tere (Heldenplein)

Het Heldenplein, gelegen aan het uiteinde van de Andrássy út boulevard, is een van de belangrijkste pleinen van Boedapest. Bij het zien van die monument ben ik enorm verrast. Wat is dit monument groot en indrukwekkend. In het midden van het plein staat het Millenniummonument, dat werd opgericht voor de viering in 1896 van de 1000-jarige geschiedenis van de Magyaren in Hongarije. Het monument werd overigens pas in 1929 voltooid. De 36 meter hoge zuil wordt bekroond met een bronzen beeld van de aartsengel Gabriël die de gouden Stefanuskroon in de hand houdt. Op de sokkel onder de zuil poseert te paard vorst Árpád (Magyarenvorst), die aanvoerder was toen ze aan het eind van de 9de eeuw het land in bezit namen. Aan weerszijden van hem staan zes fiere stamhoofden, eveneens te paard. Achter dit monument staan twee cirkelvormige zuilengalerijen met elk zeven bronzen beelden en plaquettes van belangrijke Hongaren, van koning Stefanus tot de vrijheidsstrijder Lajos Kossuth. Bovenop deze zuilengalerij staan onder andere bronzen beelden van Romeinse krijgers met paarden.
Ten noorden van het monument bevindt zich het Szépmüvészeti Múzeum (Museum voor beeldende kunst) en ten zuiden bevindt zich de Mücsarnok (kunsthal). Achter het plein ligt het enorme Városliget stadspark.

hosok-tere-01-1024x666

Jodenwijk en synagogen

De Jodenwijk ligt ten oosten van het centrum. Je vindt er allerlei interessante bouwwerken en veel eettentjes. Hoogtepunt in de wijk is de imposante synagoge (Zsinagóga) uit de 19e eeuw aan de Dohány utca. Lange rijen staan voor het gebouw om de synagoge van binnen te bezichtigen. Het is de tweede grootste synagoge ter wereld. Het gebouw is 75 meter lang en 27 meter breed en biedt plaats aan 3000 personen. De twee imposante Moorse koepels bepalen voor een groot stuk de skyline van de stad. Aan de achterzijde op het binnenplein staat een bijzonder kunstwerk. Het is een treurwilg waarbij op ieder blaadje de naam staat van een slachtoffer van de Holocaust. Hier is ook het Magyar Zsidó Múzeum és Levéltár of te wel het Hongaars Joods Museum en Archieven.
Boedapest had een groot percentage Joden ten tijde van WOII. Veel Joden zijn slachtoffer geworden van de Duitse nazi. Diverse monumenten herinneren nog aan deze zinloze slachting.
Vanwege de drukte laat ik de grote synagoge even links liggen, maar ik bezoek wel de veel kleinere en minder bekende synagoge aan de Kazinczy utcai. De synagogen zijn vernoemd naar de straatnaam. Het entree bedraagt maar 1 euro. Uit respect wil ik mijn petje afzetten, zoals ik dat altijd doe als ik een gebedshuis binnenstap. De man achter de kassa zegt echter dat ik mijn petje kan ophouden en geen keppel hoef te dragen. Ik wist niet eens dat het gebruikelijk is, dat mannen in de synagoge een hoofddeksel moeten dragen. Het is de eerste keer in mijn leven dat ik in een synagoge ben en het voelt best wel vreemd. Samen met een paar andere mensen bezichtig ik het gebouw. Ik ben zelfs even alleen en verbaas me dat een vreemde met een fototas zomaar alleen in een synagoge mag rondlopen. Je weet maar nooit met al die aanslagen. Wat me opvalt, is de afwijkende stijl ten opzichte van christelijke kerken. De ruimte is bijna overal versierd met kleurrijk schilderwerk. Daarnaast zie ik koperen kroonluchters, glas-in-lood ramen en houtsnijwerk. De zitbanken komen veel overeen met die van kerken. In het midden van de ruimte staat op een podiumpje een houten stoel/meubel waar waarschijnlijk de “voorlezer” zit. Eerlijk gezegd weet ik te weinig van het Joodse geloof voor een goede uitleg. Des te indrukwekkender voelt het voor mij.

kazinczy-utcai-zsinagoga-02-1024x712

Musea

Het barst in Boedapest van de musea. Het voert te ver om ze allemaal op te noemen. Tijdsbesteding is dus afhankelijk van je persoonlijke interesses. Wil je meerdere musea gaan bezichtigen trekt dan extra tijd uit in je reisschema. Persoonlijk was ik vijf dagen in Boedapest, maar heb geen musea bezocht. De stad heeft veel te bieden.

Országház (Parlementsgebouw) en Kossuth Lajos tér

Het Hongaarse Parlement werd gebouwd tussen 1884 en 1902, naar een ontwerp dat sterk geïnspireerd was op het Britse House of Parliament. De stijl is neogotisch. Opvallend aan de buitenzijde zijn de vele gevelspitsen die het gebouw een apart karakter bezorgen.
Het parlementsgebouw is de residentiële woning van de president en de plaats waar het Hongaars parlement zetelt. De “nationale vergaderzaal” wordt beschouwd als het meest indrukwekkende onderdeel van dit bouwwerk met bijna 700 kamers, maar de koepelzaal en de grote congreszaal moeten daarvoor weinig onderdoen. In de zijvleugels van het gebouw vind je de zittingszalen.
Het gebouw behoort tot de fraaiste monumenten ter wereld en dat zegt natuurlijk al genoeg. De lengte is 268 meter, het breedste stuk is 118 meter en de koepel is wel 96 meter hoog. Het is het grootste parlementsgebouw ter wereld.
Bezoek van het gebouw is alleen mogelijk in groepsverband onder begeleiding van een gids. Bij de Visitors Center koop je kaartjes à 7,5 euro pp voor een tijdstip met een taalgids naar keuze. De gids leidt je vervolgens in drie kwartier door met bladgoud beklede gangen en vergaderzalen. Hoogtepunten zijn de congreszaal, waar de kamer zetelt en de koepel(zaal). In de koepel ligt de gouden Stefanuskroon die permanent bewaakt worden door twee soldaten. De kroon mag niet gefotografeerd worden. Je ziet uiteindelijk maar een klein gedeelte van het kolossale gebouw. Als er debatten zijn is bezichtiging niet mogelijk. Per dag worden er duizenden mensen door het gebouw “gejaagd”, waardoor het een enorme “toeristenfabriek” is.
Het parlementsgebouw ligt aan het Kossuth Lajos tér (plein), dat op zich zelf al een bijzonderheid is. Op de eerste plaats natuurlijk omdat het een perfect zicht biedt aan de façades van het parlementsgebouw. Op het plein staan grote indrukwekkende monumenten van de vrijheidsstrijders/vorst Ferenc II Rákóczi en Lajos Kossuth die zich destijds tegen de Habsburgers verzetten. Het plein is autoluw gemaakt, dat betekent dat parlementsmedewerkers dus ook met de taxi, lopend of met de tram moeten komen. Goed voorbeeld toch?
Recht voor het parlementsgebouw staat een enorme vlaggenmast die door twee gewapende soldaten bewaakt wordt. Opvallend zijn hun donkere zonnebrillen. Het valt niet mee om met je kanis uren recht in de zon te kijken! Periodiek worden de soldaten afgewisseld hetgeen op traditionele wijze geschiedt waardoor het een toeristisch spektakel is.
Aan het plein ligt het Néprajzi (etnografisch) Museum met zijn imposante façade. Het is een van de grootste van Europa is zijn soort. De uitgebreide en veelzijdige collectie bestaat uit meer dan 200.00 voorwerpen van kunstwerken en religieuze voorwerpen tot meubels, textiel en keramiek. Het eclectische paleis werd voltooid in 1896.

orszaghaz-00-1024x577

Reformatus Templom (hervormde kerk)

Deze kerk uit het begin van de 19de eeuw staat aan het Kalvin tèr. Opvallend bij dit godshuis is behalve de ui-vormige groene toren ook de vierkante voorgevel. Het plein is vernoemd naar Janos Kalvin (Johannes Calvijn), de protestantse hervormer uit de 16de eeuw.

Szent István-bazilika (St. Stefanusbasiliek)

In deze basiliek aan het gelijknamige plein (Szent Istvan tér) vereren de Hongaren hun eerste christelijke koning. De bouw van deze kerk begon in 1851, maar het duurde ruim een halve eeuw eer de kerk voltooid was. Het is de grootste kerk van Boedapest met een koepel die 96 meter hoog is. In de koepel is een uitkijkplatform op een hoogte van 65 meter met een panoramisch zicht over de stad. Om het te bereiken moet je ruim driehonderd treden overwinnen, maar gelukkig is er ook een lift.
Als je de basiliek betreedt via de massieve deur van de hoofdingang (naast de toren) heb je een goed overzicht van het interieur. Boven het hoofdaltaar prijkt een beeld van de heilige koning. Aan de linkerzijde, in de Heilige Rechterhandkapel (Szent JobbKkápolna), bevindt zich een van de meest vereerde voorwerpen van het land: de gemummificeerde onderarm van Szent Istvan (de heilige koning Stefanus).

Vaci Utca

Vaci Utca is de belangrijkste, grootste en drukste winkelstraat met exclusieve winkels, restaurants en bars van Boedapest, die vrij is van autoverkeer. De straat ontstond in de 18de eeuw, maar de meeste architecturale panden dateren uit de 19de en 20ste eeuw. De toerist verblijft hier graag om te shoppen of om op een van de vele terrasjes iets te drinken die talrijk aanwezig zijn.

jane-haining-rakpart-07-678x1024

Városliget stadspark

Het park ligt aan het einde van de Andrássy út en is daardoor helaas wat ver van het centrum. Hele busladingen strijken er echter neer voor een gecombineerd bezoek, want het Heldenplein met de musea kan in één keer meegenomen worden. In sommige opzichten lijkt dit park wel een sprookjespark, zo mooi zijn de gebouwen. Er zijn veel gezinsvriendelijke attracties te vinden. Centraal in het park ligt een grote vijver. In de Állatkert Zoo zijn niet alleen dieren te zien maar ook bezienswaardige kunstmonumenten en jugendstilpanden. Het is maar een klein dierentuintje.
Széchenyi gyógyfürdö is een schitterend badhuis in het stadspark uit het begin van de 20ste eeuw met jugendstilingang en fantastische koepelfresco’s. Het bad is bijzonder populair bij schakers die in het warme water van 37° graden van geen stoppen weten.
Vajdahunyadvár is een burcht met een sprookjesachtig decor. Het kasteel werd gebouwd ter ere van de Wereldtentoonstelling in 1896. Het is een kopie van een gelijknamig kasteel uit Transsylvanië. Het kasteel werd oorspronkelijk opgetrokken uit karton en hout, maar omdat het zo populair was bij de bevolking, werd het herbouwd in steen. Het gebouw combineert verschillende Hongaarse stijlen, maar ook de gebouwen rond het kasteel hebben elk hun eigen stijl: romaans, gotisch, renaissancistisch en barok. De burcht moest een overzicht bieden van de Hongaarse architectuurgeschiedenis. Op de binnenplaats achter de leeuwenbrug staat de Jáki kápolna kapel in romaanse stijl, die wordt gebruikt voor erediensten en huwelijksplechtigheden. De burcht biedt nu plaats aan het landbouwmuseum (Magyar Mezögazdasági Múzeum).
Aan de rand van het park staat een enorm groot wiel/schijf met een doorsnede van acht meter. Het is misschien een saai en statig ding maar heeft wel een bijzondere eigenschap. Het is de grootste zandloper ter wereld en wordt ieder oudjaar om middernacht in een ceremonie omgedraaid. Het doorlopen van het zand duurt exact één jaar. Het tijdwiel werd in 2004 ingehuldigd ter ere van de toetreding van Hongarije tot de Europese Unie. Vandalen proberen wel eens het glas stuk te slaan met de hoop het zand uit het monument te laten stromen, maar dat is (gelukkig) nog niet gelukt. Ik kreeg echter de indruk dat de landloper niet meer functioneerde.

Vásárcsarnok (Grote Markthal)

Deze grote markthal uit 1897 aan de Vámház Körút is maar liefst 150 m lang en grotendeels opgebouwd uit ijzer en glas achter een prachtige bakstenen voorgevel. Het dak is bekleed met felle gele, groen en rode leisteentjes in ruitpatroon wat heel fotogeniek is. Oorspronkelijk was de markthal degelijk uitgerust met transportmogelijkheden. Een spoorlijn liep tot binnen en er was een kanaal tot aan de nabije Donau om verse producten aan te voeren. Het fraaie gebouw onderging in 1984 een grondige restauratie.
Zowel Hongaren die hun dagelijkse boodschappen doen, als toeristen vinden hier hun gading. Dit is het kloppende hart van de stad; iedereen komt hier, van rijkelui tot daklozen. Bij binnenkomst komen de geuren van de koopwaar je al tegemoet. Ik ruik olijven, worst en dergelijke. Als je verse producten wilt kopen, is dit de place to be. Op de begane grond vind je een reusachtige selectie van het lekkers dat Hongarije te bieden heeft. De handelaars verkopen werkelijk alles, van vlees, kaas, fruit en groenten tot typisch Hongaarse producten als worst, paprikapoeder, kaviaar en tokajiwijn. Op de eerste verdieping zie je souvenirs en talloze eetstandjes. De markthal is gesloten op zondag maar open op koopzondagen, de overige dagen open van 6 tot 17 u (op zaterdag tot 15 u).
Naast de markthal staat het imposante gebouw van de universiteit van Boedapest.

vasarcsarnok-03-1024x664

Vigadó opera / ter

De Vidadó opera ligt op aan de oostelijke oever van de Donau aan het Vigadó ter en is het tweede grootste operagebouw van Boedapest. Het gebouw werd in 1859 ontworpen. Tijdens de tweede wereldoorlog liep het gebouw zware beschadigingen op. Na de oorlog nam de reconstructie maar liefst 36 jaar in beslag. Vooral de façade is een kijkje van dichterbij de moeite waard. Die wordt gesierd door zuilen met gebeeldhouwde dansers, bustes van Hongaarse koningen en beroemdheden.
Voor het gebouw staat een prachtige fontein met een bronzen beeld van twee jongens.
Vlak daarbij staat nog andere bijzonder kunstwerken zoals het bronzen beeld van de Kleine Prinses. Dit is waarschijnlijk een van de bekendste standbeelden van Boedapest. Het meisje dat op de reling zit draagt een opvallende narrenmuts. Als brons regelmatig wordt vastgepakt wordt het donkere brons licht van kleur. Aan haar benen is te zien dan mensen vaak aan haar benen zitten… Even verderop staan nog bronzen beelden van een meisje met een hond, een kunstschilder met een ezel en een dame in een lange strakke jurk.

Vörösmarty tér

Midden op dit mooie plein staat een groot beeld van de dichter Vörösmarty naar wie het plein (tér) genoemd is. In de sokkel staat een van de beroemdste zinnen gebeiteld uit een patriottisch gedicht van zijn hand: “Van liefde en trouw voor het vaderland blijf steeds vervuld, o Magyaar”.
Op huisnummer 7 vind je één van de bekendste koffiehuizen van de stad, Gerbeaud Cukrászda. Al ruim anderhalve eeuw wordt koffie met heerlijk gebak opgediend in het prachtige interieur met rode fluwelen stoelen.
Naast al het schoon van de historische gebouwen staat een supermodern winkelcentrum met een in strak glas gehulde gevel. Het is bijna schokkend hoe nieuw en oud gemixt zijn op het plein. Er bevindt zich veel horeca waardoor het plein zeer geliefd is bij de toerist. Een van de bekende namen op het plein is het Hardrock Café. Op de eerste verdieping van dit café is alleen kleding te koop. In de kelder is een restaurant.

Highlights van Boeda

Boeda is dus een heel andere stad dan Pest. Het historische gedeelte bestaat uit twee heuvels waarvan eigenlijk alleen de Vízivaros-heuvel bebouwd is. De meer zuidelijke heuvel Gellért-Hegy is nagenoeg geheel een natuurpark.

Budavári Palota (Burchtpaleis)

Hoog boven de Donau domineert het Burchtpaleis de skyline van de Burchtheuvel in Boeda. Het eerste paleis werd in de 13de eeuw gebouwd door koning Béla IV van Hongarije, maar het werd in de loop der eeuwen verschillende keren vernield en heropgebouwd. Het oudste deel van het huidige paleis stamt uit de 14de eeuw. Tijdens de tweede wereldoorlog liep het paleis zware beschadigingen op, maar in de jaren ’60 werd het herbouwd. In het paleis resideren al lang geen koningen meer. In plaats daarvan presenteert de Magyar Nemzeti Galéria (Hongaarse Nationale Galerie) in vier vleugels van het Koninklijke Paleis het werk van grote Hongaarse kunstenaars. Het historisch Történeti Múzeum (historisch museum) ernaast geeft een beeld van de veelbewogen geschiedenis van de stad, beginnend met de opstand tegen de Turken in 1686 tot de val van het communisme in 1989.

torteneti-muzeum-02-1024x678

Gellért-Hegy (Gellertheuvel)

Ik start mijn wandeling bij de mooie Szabadság hid (Vrijheidsbrug). Het Gellért gyógyfürdö (Gellértbadhuis) ligt ten zuiden van de Gellertheuvel en is het eerste wat ik tegenkom. Dit is het meest populaire badhuis bij toeristen. De geneeskrachtige bron die zich hier bevindt, komt in teksten voor die teruggaan tot de 13de eeuw. Het badhuis is verbonden aan een chic wereldberoemd viersterren hotel en het interieur bestaat uit kunstige mozaïeken, gekleurde glasramen en beelden, wat het geheel een folkloristische en ontspannende sfeer geeft. Mijn eerste indruk van het gebouw is dat het allemaal poep chic en duur is. De gevel is in Jugendstil en bijzonder mooi.
Heuvelopwaarts zie ik het monument van bisschop Gellért. Het bestaat uit een zuilengalerij met een beeld en een watervalletje, die samen het verhaal van de marteldood van de heilige Gellért illustreren. Na de dood van de heilige koning István (Stefanus) vermoordden opstandige, niet–christelijke Magyaren zijn geestelijke adviseur, bisschop Gellért, omdat hij trachtte hen te bekeren. Hij werd in een dicht getimmerd vat gestopt en vervolgens van de rotsen van wat nu Gellértheuvel (Gellért-hégy) heet, in de Donau gegooid. Het bekken dat het water van het watervalletje opvangt is rood gekleurd en geeft daarmee de indruk dat hier Gellérts’ bloed stroomt, aldus een reisgids. De rode kleur kon ik echter niet ontdekken.
Naast het monument staat de Sziklakápolna rotskapel, die uitgehakt is in de Gellértheuvel. De grot wordt ook wel Sint-Ivansgrot genoemd, naar de monnik die hier in afzondering leefde en het thermale water van het meer naast de grot gebruikte om de zieken te genezen. De grot maakt deel uit van een labyrint van onderaardse gangen en ruimtes. Een groep monniken legde in de jaren ’20 van de 20ste eeuw de eerste ingang van de grot aan. Van 1926 tot 1951 deed de grot dienst als kapel en klooster. In 1951 viel de communistische Hongaarse staatsveiligheid binnen. Die wilde de katholieke kerk ondermijnen en sloot de kerk af. Pas in 1989 werd de kerk opnieuw geopend. Tegen een kleine betaling is nu de grotkapel te bezoeken.
Ik wandel verder bergopwaarts richting het Vrijheidsbeeld dat al van veraf zichtbaar is. De paden zijn smal en behoorlijk steil. Ik kom haast niemand tegen en ben dan ook uiterst verbaast als ik honderden mensen boven op de 235 meter hoge top van de Gellértheuvel zie. Mijn hart bonkt en mijn lichaam is bezweet. Ik kom er achter dat al die mensen met de bus gekomen zijn via een weg aan de noordzijde van de heuvel. Ja lekker makkelijk, zo kan ik het ook!
Het Szabadság (Vrijheidsbeeld) op de top van de berg is in 1947 opgericht ter herdenking van de bevrijding van het fascisme en de oorlog. Het Vrijheidsbeeld is een indrukwekkend 14 meter hoog bronzen beeld van een vrouw met een palmtak. Naast de dame staan nog twee beelden waarvan het ene de vooruitgang en het andere de vernietiging uitbeeldt.
Vanuit het plateau heb je een schitterend uitzicht over de stad en de Donau. Massa’s toeristen nemen foto’s van het weidse uitzicht.
Het enige gebouw op de heuvel is de Citadel. Deze vesting werd in 1851 gebouwd door de Habsburgers. De Oostenrijkers wilden de Hongaren met een indrukwekkende vesting onder de duim houden. Sinds 1961 is de Citadel geopend voor publiek. Binnen vind je onder meer een eenvoudig hotel en een restaurant. Ben ik even blij dat ik niet in dat hotel zit. Je zal maar iedere dag die klim moeten maken, of de bus pakken natuurlijk. Naast het Citadel bevinden zich tal van kleine houten souvenirwinkeltjes. Het is komen en gaan met toeristen – in bussen dus – naar dit letterlijk hoogtepunt van de stad.

Halászbástya (Visserbastion)

Het vissersbastion is een neogotisch en neoromaans bouwwerk vlakbij de Matthiaskerk. Het werd gebouwd tussen 1895 en 1902. De zeven sprookjesachtige torentjes opgetrokken uit wit kalksteen stellen de Hongaarse stammen voor die eeuwen geleden de Pannonische vlakte bewoonden. De naam van het bastion is afkomstig van het gilde van de vissers die in de middeleeuwen dit deel van de stad moest bewaken. Om het plein staat een grote muur met wandelpromenade waar je tegen betaling kunt genieten van een magnifiek uitzicht over Pest. Nu zijn er diverse restaurants ondergebracht in het bastion en de ommuring waardoor de toerist eigenlijk alleen maar de buitenkant van het bouwwerk ziet, tenzij je er gaat eten natuurlijk. Een van de restaurants heeft een prachtig terras aan de muur waar je via vensters onder het genot van een hapje en een drankje heerlijk kunt genieten van het uitzicht. Dat de prijzen hier aanzienlijk hoger liggen moge duidelijk zijn.
Eigenlijk bestaat het bouwwerk uit een groot uitkijkplatform met veel trappen en paadjes. Samen met een bezoek aan de Matthiaskerk is het een grote trekpleister. Op het plein staat en groot indrukwekkend ruiterstandbeeld van Stefanus I van Hongarije.

halaszbastya-06-1024x667

Mátyás Templom (Matthiaskerk)

De Matthiaskerk bevindt in het kastelendistrict en is vernoemd naar de populaire koning Matthias Corvinus. De mooie toren is 80 meter hoog. De oudste delen van de kerk dateren uit de 13de eeuw, maar onder meer de Turkse bezetting zorgde voor donkere tijden in haar geschiedenis en werd ze omgedoopt tot een moskee waaruit alle fresco’s en andere versieringen verwijderd of gesloopt werden. In 1686 kwamen de Habsburgers langs, die op hun beurt voor grote schade zorgden. In het laatste kwart van de 19de eeuw volgden verbouwingen in neogotische stijl, maar ook deze hielden geen stand, want tijdens WOII werd de kerk opnieuw zwaar beschadigd. Inmiddels is de kerk weer fraai hersteld, maar met meer aandacht voor de vroegere stijl. De inrichting is op zijn minst opmerkelijk te noemen. Zelden zag ik eerder dergelijke beschilderingen in een kerk. Nagenoeg alles is geschilderd in bruin, goud in sierlijke geometrische patronen. Prachtig. Nu is het een toeristische trekpleister. Een van bijzonderheden is het dak dat bestaat uit geglazuurde en gekleurde dakpannen in ruitpatronen. De kerk heet ook wel Nagyboldogasszony templon of Onze-Lieve-Vrouwekerk.

Sikló (kabeltram)

Komende van Pest via de Kettingbrug zie je meteen de kabeltram. De kabeltram is de eenvoudigste en meest relaxte wijze om naar de kasteelheuvel te gaan. De kabeltram is in gebruik sinds 1870. In de Tweede Wereldoorlog werd de lijn vernietigd, maar in 1986 werd het terug in gebruik genomen. De kabeltram bestaat uit twee wagons waarvan het onderstel met dezelfde hoek is gebouwd als de heuvel. De hellingsgraad is 48°. De ene wagon gaat naar boven terwijl de ander tegengesteld naar beneden gaat en andersom. Een tochtje van het krap 100 meter lange traject duurt nauwelijks langer dan een minuut. De ritprijs is relatief duur, maar een steile klim is het alternatief. Het uitzicht onderweg is magnifiek in dit originele vervoermiddel.

Szent Anna Templom (Sint Annakerk)

De Sint-Annakerk is een van de mooiste barokke gebouwen van Boeda. De bouw duurde van 1740 tot 1761. De kerk, gelegen aan het Batthyánplein, valt vooral op door zijn twee torens. De façade wordt gesierd door verschillende beelden, met in het midden een beeld van de Heilige Anna met de maagd Maria.
De magnifieke ovalen koepel bevat fresco’s van kunstenaar Pál Molnar. De kerk is gedurende haar bestaan vaak door getroffen aardbevingen, oorlogen en overstromingen, in die mate dat men er zelfs even aan gedacht heeft het gebouw af te breken voor de bouw van de nieuwe metro. Dat is gelukkig nooit gebeurd.

szent-gyorgy-ter-01-1024x572

Klik hier voor meer foto’s.

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Dubai 2015

Als je de media en de reismagazines moet geloven is tegenwoordig Dubai de “place to be”. Hoewel ik zelf nooit in Dubai overnacht heb, maar er wel diverse keren ben geweest kan ik dit niet echt onderstrepen. Mijn stad is het niet. Toerisme in Dubai is het laatste decennium sterk toegenomen, maar dat is voor een groot deel veroorzaakt door het feit dat Dubai – maar dat geldt eigenlijk voor alle steden in het Midden-Oosten – een grote transferluchthaven heeft. “Waarom brengen we niet een paar dagen door in Dubai, als we er toch een tussenstop hebben naar het oosten?” Dat is de gedachte van veel reizigers. Toen ik in Abu Dhabi woonde hoorde ik tijdens een ochtendprogramma op de radio dat in een enquête Dubai bovenaan de lijst staat van overgewaardeerde vakantiebestemmingen. De radiopresentatoren waren het stellig niet mee eens. Of Dubai iets voor jou is, is volledig afhankelijk van je persoonlijke behoeftes. Bepaal zelf aan de hand van onderstaande (in willekeurige volgorde) of Dubai een leuke vakantiebestemming voor jou is.

geb125-marina-haven-1024x573

Dubai is een mooie vakantiebestemming voor jou omdat:

  • Je houdt van een luie, relaxte en luxe vakanties. Vooral de resorts zijn fantastisch mooi. Je leeft in luxe met goede restaurants, spa’s, zwembaden en dergelijke. Er zijn veel hotels met 4 en 5 sterren. Burj Al Arab heeft zelfs 7 sterren. Overnachtingen kunnen oplopen tot 15.000 euro per nacht!
  • Je houdt van lange en brede stranden met mooi geel zand en warm zeewater. Dubai ligt pal aan de Perzische Golf.
  • Je houdt van winkelen. Dubai heeft meer dan 60 grote malls.
  • Er is een overvloed aan restaurants met alle keukens van de wereld.
  • De prijzen zijn gemiddeld niet hoger dan bij ons. Luxe moet natuurlijk wel betaald worden.
  • Criminaliteit is heel laag.
  • Emirati (de inwoners van de VAE) zijn heel tolerant jegens westerlingen. Strandkleding wordt 100 procent geaccepteerd (alleen op de stranden). Korte mouwen en broekspijpen zijn nergens een probleem. Hetzelfde geldt voor topjes en minirokken. Bij een bezoek aan een moskee dient men zich echter gepast te kleden. Grote tegenstelling is wel dat een groot gedeelte van de lokale bevolking in traditionele kleding loopt, d.w.z. vrouwen met zwarte boerka’s en mannen met hoofddoeken.
  • Vrouwen kunnen gewoon deelnemen aan het verkeer in de Verenigde Arabische Emiraten. (In Saudi Arabië niet)
  • Als vrouw hoef je je niet onveilig te voelen. Je wordt niet lastig gevallen (er zijn natuurlijk altijd uitzonderingen).
  • De benzineprijzen zijn er heel laag.
  • Je houdt van moderne architectuur en wolkenkrabbers. Dubai heeft de meeste wolkenkrabbers per vierkante kilometer. 95% van de bebouwing is nieuwbouw en niet ouder dan 60 jaar. 50% is zelfs jonger dan 30 jaar.
  • Je houdt van indoorskiën. Dubai heeft de grootste indoorskibaan van de wereld waar je zelfs bij een buitentemperatuur van plus 45°C. kunt skiën.
  • Er zijn voldoende musea met een grote diversiteit.
  • Er zijn voldoende (water)pretparken.
  • Safari-rijden, woestijnovernachtingen en andere activiteiten in de woestijn zijn op korte afstand te bereiken.
  • Abu Dhabi ligt gemiddeld op 1,5 uur van Dubai en dus bereikbaar voor een uitstapje. De grote moskee en het Ferrari pretpark zijn daar de grote bezienswaardigheden.
  • Dubai heeft een historische site rond de kreek. Dit mooie gebied geeft een goed beeld hoe het meer dan 50 jaar geleden er aan toeging in Dubai. Traditionele dhowboten liggen in de haven.
  • Met de Big Bus tour kun je lekker sightseeing door de stad. Er zijn 3 routes waar je urenlang mee bezig kunt zijn. Let je wel op brandende zon boven je hoofd?
  • Er zijn volop wateractiviteiten zoals zeilen, motorboten, jetski’s, skiën, vissen, cruisen en duiken.
  • Breng een bezoek aan de Burj Kalifa. Met 830 meter is dit (nog) het hoogste gebouw van de wereld. Het hoogst bereikbare punt voor toeristen is het observatiedek op de 125ste De toegangsprijs is redelijk hoog en ook afhankelijk van het tijdstip.
  • Breng een bezoek aan de Dubai Marina. Deze wijk heeft de meeste wolkenkrabbers ter wereld. In het gebied ligt een prachtige jachthaven te midden van de hoogbouw. Uniek in de wereld en prachtig vormgegeven
  • Breng een bezoek aan de Palm Jumeirah. Dit kunstmatig eiland in de vorm van een palmboom is door de Nederlandse baggeraar Van Oord opgespoten en in 2008 geopend. Bekijk zoals zoveel anderen het machtige Atlantis hotel. De rest van het schiereiland is stampvol gebouwd met luxe villa’s die echter wel hutjemutje staan op de “takken” van de boom. Deze straten zijn niet toegankelijk voor toeristen. Je woont er dus in rust, maar of je buren ooit thuis zijn is nog maar de vraag, omdat veel villa’s een tweede (of derde) woning zijn die maar een paar weken per jaar bewoond worden.
  • In de winter is het weer heel aangenaam met temperaturen tot 30 °C. De kans op regen is heel nihil.
  • Er is een goed openbaarvervoersysteem bestaande uit: metro, tram en bus. Er zijn ook veel taxi’s. OV is goedkoop.

geb300f-burj-khalifa-632x1024

Dubai is GEEN mooie vakantiebestemming voor jou omdat:

  • Je houdt van dieren. Dieren zijn behalve in dierentuinen zeldzaam in het Midden-Oosten. Er zijn zelfs weinig insecten. Arabieren (moslims) hebben zelden huisdieren. Katten komen buitenshuis niet voor. Alleen expats hebben soms een hond. Wilde kamelen komen wel voor in de woestijnen. Vogels zie je wel regelmatig.
  • Je houdt van natuur. Behalve in parken zie je er geen groen. Er zijn geen bossen. Buiten de stad is het één grote zandbak. De woestijnen kunnen echter heel mooi zijn, maar dan moet je dus wel er op uit met een landrover. Alle bloemen, bomen en parken worden kunstmatig geïrrigeerd.
  • Het verkeer kan heel gevaarlijk zijn. Het verkeer is druk. Arabieren en Aziaten rijden als een kip zonder kop! Dagelijks zijn er veel ongelukken.
  • Het hele jaar door is er kans op zandstormen. Tijdens zandstormen ben je liever niet buiten. Het verkeer is dan extra gevaarlijk. Het zicht is slecht. Het zand kan zeer pijnlijk zijn in je ogen. Zandstromen kunnen een paar dagen duren. Het zal maar in je vakantie vallen.
  • Je houdt niet van warmte. De temperatuur en de luchtvochtigheid zijn in de zomer ondragelijk. In de zomer leeft iedereen binnen. De temperatuur is dan iedere dag circa 45°C. Door de hoge luchtvochtigheid is alles klam en nat.
  • Je wil graag op een terrasje een biertje drinken. Buiten de resorts en de hotels wordt er in openbare gebieden geen alcohol geschonken. Alcohol op je hotelkamer drinken is geen probleem. Er zijn winkels waar alcohol verkocht wordt, maar die moet je als toerist wel weten te vinden. Er wordt geen reclame voor gemaakt. Moslims drinken (in principe!) geen alcohol.
  • Je houdt van wandelen en fietsen. Fiets- en wandelpaden zijn er bijna niet. Het is er ook te warm voor. Iedereen pakt voor alles de auto. Een avondwandeling langs het strand of over de boulevard is echter heerlijk. De zinderende zon is dan weg en de temperatuur is dan lekker.
  • Voor sport hoef je ook niet naar Dubai te gaan. Er zijn weliswaar voldoende sportscholen waar je alle sporten kan beoefenen. Er zijn ook golfterreinen, maar in de zinderende zon is dat weinig aangenaam.
  • Er is geen gezellig centrum. Het hart van de stad ontbreekt. De stad heeft geen ziel.
  • De stad is erg groot, waardoor een wandeling naar een volgende bezienswaardigheid er niet in zit. Iedereen doet alles met de auto. Dubai is een lange smalle stad van wel 70 kilometer.
  • Ondanks dat Emirati heel tolerant zijn is de kans erg klein dat je in gesprek komt met de oorspronkelijke bevolking. Emiratie zijn erg op zich zelf. Bijna alle functies worden uitgevoerd door buitenlandse werknemers. 80% van de bevolking komt uit het buitenland. De kans dat je een moslima spreekt is al helemaal klein.

En een keuze kunnen maken? Wil je naar Dubai? Zoals hierboven vermeld is een tussenstop in het Midden-Oosten tijdens de zomermaanden geen goed plan vanwege de ondraaglijke hitte. Dat maakt de keuze een stuk makkelijker of je überhaupt nog wel naar Dubai wil.

Tijdens de acht maanden dat ik Abu Dhabi woonde en werkte heb ik een reisgids samengesteld over de Verenigde Arabische Emiraten. Wil je meer weten over het land klik dan hier. Mocht je besluiten om toch naar het land te gaan, veel plezier.

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

New Forest National Park 2016

Zuid Engeland

Omdat ik zoveel mogelijk van de wereld wil zien ga ik in principe nooit twee keer naar eenzelfde vakantiebestemming. Toch zijn er altijd uitzonderingen zoals zuid Engeland waar ik nu voor de vierde keer kom. Het is gewoon te mooi om er maar één keer naar toe te gaan. Regelmatig praten mijn vriendin en ik over wonen in het buitenland. Hoog op het lijstje van buitenlandse bestemmingen staat Engeland. We voelen ons daar thuis. De cultuur, het landschap, de pubs, de historie en veel andere dingen spreken ons aan. Omdat de Engelsen zo lekker eigenwijs zijn, is het land zo puur gebleven en niet zoveel beïnvloed door andere culturen. Engeland is heel authentiek, conservatief maar ook eigenzinnig. Engelsen zijn zich daar terdege van bewust. Monumenten, kastelen, kathedralen en National Parks worden zorgvuldig beheert door National Trust en Heritage Trust. Engelsen weten maar al te goed de waarde van hun cultureel erfgoed.
Bij de eerste de beste pub waar we een lunch nemen hangen agrarische werktuigen aan het plafond. Waar zie je dat nog in Nederland? Op de vloer ligt bondgekleurd tapijt. Ooit gezien in een Nederlandse kroeg? De pub zit afgeladen vol. Op iedere tafel staan een of meerdere ‘pints’. Toch staan er Brie en andere Franse kazen op de menukaart. Dat hebben ze dan weer wel overgenomen. Langzaam maar zeker zie je toch steeds meer buitenlandse biermerken verschijnen zoals Heineken, Amstel, Peroni en Budweiser. Jammer, want dat kan ik thuis ook drinken. Ik kom hier juist om een local biertje te drinken. Het zou verboden moeten worden om met de “autodrop” reclame te spreken.

new-forest-national-park-10-1024x678

Walnut Tree Cottage

Walnut Tree Cottage is de naam van onze accommodatie in het piepkleine gehucht Burgate net boven Fordingsbridge in zuid Engeland. Het gehucht ligt aan de rand van het New Forest National Park in het graafschap Hampshire. Bij aankomst worden we welkom geheten door Jeremy de eigenaar. Al snel beseffen we dat het weer een shot in de roos is. We hebben weer een unieke locatie gevonden. Rondom de cottage met het rieten dak ligt een prachtige tuin met fruitbomen en een notenboom waar uiteraard de cottage zijn naam aan ontleent. Hier vinden we ongetwijfeld de rust die we zoeken. Jeremy vraagt of we binnen de schoenen willen uitdoen. Komt dat even goed uit, want we hebben beide slofjes bij. Als ik op de bank zit kijk ik minuten lang recht voor me uit. Ik voel de ontlading in mijn lijf. De gedachtes in mijn hoofd komen in tegenstelling tot het dagelijks leven bijna tot stilstand. Wat een heerlijk gevoel. De stress glijdt van me af. Voor het raam staat een bordje met de tekst “Life is not measured by the number of breaths we take, but by the moments that take out breath away”. Het is een waarheid die ik in volle overtuiging kan onderstrepen.
Als we ‘s avonds na het eten samen met een boek in de bank zitten met een muziekje op de achtergrond en een glas wijn voor ons, vraag ik me af, is dit romantiek? Wat is romantiek eigenlijk? Het laat zich moeilijk definiëren, maar wat ik wel weet is dat we met volle teugen genieten van elkaar. Op zulke momenten zijn we 100 procent één.

new-forest-national-park-20-1024x678

New Forest National Park

We hoeven de drukke A338 weg maar over te steken en we lopen zo het New Forest National Park in. Binnen vijf minuten lopen we dwarsdoor een wei waar minstens 20 zwarte stieren staan. Op slechts 20 meter passeren we de runderen. Ik vertel tegen mijn vriendin dat stieren van nature geen agressieve dieren zijn. Dat zeg ik om haar gerust te stellen, maar ik weet het niet helemaal zeker. Ze zegt dat ze blij is dat ze geen rode kleding aan heeft. Als de wandelroute door de weide gaat moeten de dieren toch wel vreedzaam zijn, is mijn gedachte.
Met prachtige vergezichten, groene weides met runderen en paarden, boerderijen, bossen, wandelpaadjes, riviertjes en een glooiend landschap mag het gebied zich oprecht een park noemen. Het is oktober en de natuur toont prachtige herfstkleuren. Het weer is nog steeds aangenaam, zonnig maar niet boven de 17°C. Na een paar uur wandelen komen we in het dorpje Godshill aan. Bij een lokale pub met de prachtige naam “The Fighting Cocks” nemen we de lunch. Hoe zal het daar in keuken aan toegaan? Buiten staat een prachtstel antieke motoren. Ik zie namen als BSA, Norton en BMW. Binnen zitten oude knarren die de oldtimers besturen. TVR’s, Triumphs en andere oer Engelse roadsters met open daken zie ik vanuit het raam over de weg rijden. Het is Engeland op zijn best.
Het park staat bekend om zijn wilde pony’s die er vrij rondlopen. Bij pony’s denk je misschien aan kleine paardjes, maar klein zijn ze allerminst. Naast de paarden zien we ook Schotse Hooglanders, runderen, Shetland pony’s, ezels, schapen en zelfs een reetje. De wilde dieren in park zijn eigenlijk maar half wild en allesbehalve schuw van mensen en auto’s. De dieren zijn tot op een halve meter te benaderen. En soms kun ze je zelfs aaien. Ze mogen eigenlijk niet aangehaald en gevoerd worden, maar het feit dat de paarden soms aan je autoraam staan te bedelen blijkt wel dat veel mensen zich daar niet aan houden. Door de dieren te voeren worden ze ook agressiever jegens mensen, omdat ze weten dat daar eten te halen valt. Doordat ze te tam zijn lopen ze over de wegen en worden ze te vaak aangereden. Een bord aan de rand van het park geeft aan dat er dit jaar (het is oktober) al 82 ongelukken met wilde dieren zijn geweest in het park. Door het park rijden, waarbij het continu opletten is voor wilde dieren lopend over de weg, is echter wel heel bijzonder. Niet zelden moet je stil staan omdat er weer eens een dier of zelfs hele kudde oversteekt.
Alle dieren lijken wild, maar feitelijk zijn ze eigendom van zogenaamde “Commoners” (burgers). De veestapel bedraagt meer dan 10.000 dieren waaronder 5.000 pony’s die beheert worden door circa 700 commoners. Brandmerken tonen wie de eigenaren zijn. Bij pony’s wordt vaak de taart in een bepaald patroon geknipt waardoor te herkennen is uit welk deel van het park het dier afkomstig is.
De dieren kunnen vrij door het park lopen, maar wel binnen de gebieden van de wildroosters. Je wil immers niet dat de dieren het park uitlopen, op drukke wegen terechtkomen en door de dorpjes gaan lopen. Er zijn echter uitzonderingen waar de dieren wel doorheen kunnen lopen zoals de dorpjes Brockenhurst en Burley. Je zal raar opkijken als een paard langs je voordeur loopt of aan je bloemen zit te knabbelen.
Het park is fantastisch om te wandelen. Er zijn diverse wandelroutes, maar die zijn best wel slecht aangegeven. Je kunt er uren lopen zonder iemand tegen te komen. Het park is wel 566 km2 groot en dat is circa viertiende van de provincie Utrecht. Pas dus goed op, want je zou zomaar kunnen verdwalen.

new-forest-national-park-21-1024x678

Beaulieu

Het plaatsje Beaulieu met de Frans aandoende naam ligt in het zuidoosten van het National Park. Het dorpje zelf stelt niet zoveel voor, maar een bezoek aan het familie park – met een niet verder specifieke naam – is meer dan de moeite waard. Het park heeft onder andere een National Motor Museum, Victorian Flower & Kitchen Gardens, Mini Cars & Play Trail, Secret Army Exhibition, Palace House, Beaulieu Abbey & Exhibition, World of Top Gear en On Screen Cars.

Brockenhurst

Je zou bijna zeggen dat Brockenhurst een Duitse naam is. “Hurst” komt regelmatig terug in Engelse plaatsnamen zoals Lyndhurst en Midhurst. “Hurst” betekent letterlijk “bosje” en is dus toch echt Engels. Brockenhurst is een goed alternatief als je geen accommodatie meer kunt vinden in het meer toeristische Lyndhurst. Het heeft voldoende gezellige pubs en degelijke.

Highcliffe Castle

Highcliffe castle is een kasteel in het gelijknamige dorp gelegen aan de kust. Het kasteel is in 1835 herbouwd nadat het vorige kasteel in zee is gestort toen de kliffen afbraken. De stijl is Georgian Gothic Revival. Lord Stuart de Rothesay liet het kasteel na zijn pensioen bouwen. In 1828 werd hij benoemd tot Baron en in hetzelfde jaar werd hij benoemd tot ambassadeur van Frankrijk. In 1967 is een groot deel van het kasteel verloren gegaan door brand. In 1968 volgde een tweede brand en pas na 1977 is het kasteel gerenoveerd. Een bezoek aan het kasteel valt eigenlijk best tegen. Het kasteel is niet zo groot en er zijn maar een beperkt aantal ruimtes, die niet eens zo interessant zijn omdat een grootgedeelte van het gebouw en de inrichting verloren zijn gegaan door de brand. In het kasteel is een zaal en een kapel waar regelmatig bruiloften plaatsvinden.
Het kasteel staat op circa 100 meter vanaf de kust. Ondanks dat het plaatsje Highcliffe heet, vallen de kliffen best tegen. Waarschijnlijk heeft de zee al genoeg afgebrokkeld in de loop der tijden. Nu is Highcliffe meer een badplaats met een kilometers lang zand- en kiezelstrand. In de verte zie je Isle Of Wight liggen met de beroemde Three Needles.

new-forest-national-park-45-1024x678

Lyndhurst

Het plaatsje Lyndhurst ligt letterlijk in het hart van het New Forest National Park. Het is de spil waarom het park draait. Het plaatsje is wel toeristisch en er zijn veel souvenirwinkels en winkels met typische Engelse lifestyle artikelen. Toeristen meren er graag even aan om te shoppen, door de straten te slenteren of een pint te drinken in een van de pubs.
Hoewel het plaatsje maar 3000 inwoners telt heeft het wel een heuse Ferrari en Maserati dealer en niet zo’n kleintje ook. Enkele tientallen auto’s staan opgesteld in en rond de showroom. Blijkbaar is er voldoende klandizie voor dergelijke auto’s in dit welvarende deel van Engeland.
In het New Forest National Park komen we ook nog een Bentley dealer tegen, zomaar ergens verloren buiten de bebouwing. Opvallend en uniek. “Maakt u maar even een proefritje meneer, maar let u wel even op de paarden op de weg!”

Salisbury

Salisbury is natuurlijk geen stad in het New Forest National Park, maar het is wel een middeleeuwse stad die een bezoek meer dan waard is. Het ligt tenslotte dichtbij het park. Hoogtepunt in Salisbury is letterlijk en figuurlijk de kathedraal. De hoge torenspits is maar liefst 135 meter hoog. De grote kathedraal is een juweel onder de kathedralen.
Salisbury heeft een grote diversiteit aan middeleeuwse huizen die veelal als vakwerkhuizen zijn gebouwd. In de stad zijn veel pubs en winkels waardoor je je er al snel thuis voelt. De pubs lonken om er een pint te drinken.

salisbury-23-1024x664

Sammy Miller Motorcycle Museum

In het zuidwesten van het National Park vlakbij ligt het Sammy Miller Motorcycle Museum. Sammy Miller was een bekende motorcoureur en trialrijder. Hij was één van de beste trialrijders aller tijden en werd twee keer Europees kampioen. Naast de sport was hij ook een fervent verzamelaar van oude motorfietsen. Dat de man succesvol was blijkt wel uit de honderden bekers die in het museum zijn opgesteld. Ook voor niet-motorrijders is het museum interessant, omdat het museum vol staat met oude attributen zoals oude benzinepompen, naaimachines, reclameborden en andere snuisterijen. Het museum herbergt enkele honderden gerestaureerde oldtimers vanaf eind 17e eeuw tot circa 20 jaar geleden. Uiteraard zijn de Engelse merken zoals Norton, BSA en Triumph sterk vertegenwoordig, maar merken van andere landen zijn er ook volop te zien. Het museum heeft enkele unieke exemplaren waar er maar enkele van zijn gemaakt of zijn overgebleven. De oudste en zeer unieke motoren komen uit 1898.
Op het buitenterrein zijn naast oude benzinepompen en tractoren diverse handwerk souvenirwinkels te vinden.

Geplaatst in Geen categorie | 1 reactie