Ierland 2018

In Ierland wordt de toerist overweldigd door de talloze verschillende tinten groen. Je zou het Fifty Shades of Green kunnen noemen, maar dan anders. Mede door de frequente regen groeit en bloeit de vegetatie optimaal. Blauw is de tweede opvallende kleur. Diep blauw is de hemel, als er tenminste geen wolken zijn. De talrijke meren met hun blauwe tinten aan de onderzijde van de horizon zijn een weerspiegeling van de hemel. De derde kleur is grijs. Het gesteente, de kliffen en enorme rotslandschappen zijn grijs, maar ook de vele muurtjes in de landschappen die gebouwd zijn met grijze leisteenachtige keien. Wanneer het weer omslaat, worden de zee, de lucht en het landschap zo grijs als het gesteente op de grond en lijkt de omgeving één grote grijze massa die alleen opgefleurd wordt door een verkeersbord. Ierland verandert in Fifty Shades of Grey! Komt men in de buurt van de bewoonde wereld dan wordt het oog opgeschrikt door fel geschilderde gevels van huisjes en winkeltjes. Fel geel, rood, oranje of paars, geen enkele kleur is te bond. Mensen laten hun fantasie de vrijeloop wanneer ze hun huizen schilderen. De felle kleuren zijn de tegenhanger van het sombere klimaat. Aan de kleurrijke gevels hangen evenzo kleurrijke bloembakken. Ieren hebben leren omgaan met het weerbarstig klimaat en het vermogen om met humor de tegenslagen onder ogen te zien. Elkaar helpen en vriendelijk naar elkaar zijn, dat zijn de Ieren. Welkom in Ierland, of Fáilte go hÉirinn zoals de Ieren in het Keltisch zeggen.

De komende drie weken verblijven we in Ierland. Het is 12 jaar geleden dat ik ongeveer dezelfde route heb gereden, maar toen met de motor in een veel kortere tijd. Een reflreshment is meer dan welkom. Voor het eerst in mijn leven rijd ik in een auto met een rechts stuur. Als we wegrijden bij de car rental wil mijn vriendin prompt aan de verkeerde kant van de auto instappen. Proest! Het rijden gaat eigenlijk zo makkelijk als ik had gedacht. Het went snel. Het valt me meteen op dat alle verkeersborden tweetalig weergegeven zijn; in het Engels en het Keltisch. Dat maakt het voor mij wat lastiger, want ik hoef eigenlijk maar de helft van de tekst te lezen. Maar welke helft? De Keltische tekst verwart alleen maar. Het Keltisch lijkt totaal niet op Engels, geen enkel woord is te herkennen. De Ieren zijn trots op hun Keltische taal, ondanks dat slechts een klein gedeelte van de inwoners de taal spreekt. Het is iets wat hun onderscheid van de Engelsen. Over onderscheid gesproken tussen Engeland en Ierland. Beide landen hebben erg veel overeenkomsten, maar ik weet zeker als je dit aan de Britten of de Ieren vraagt, dat ze zullen antwoorden dat ze heel verschillend zijn. Persoonlijk denk ik dat de Ieren meer op de Schotten lijken dan op de Engelsen. Feit is dat het beide eilanden zijn, die misschien wel letterlijk van Europa afgedreven zijn en daardoor niet zo Europees (minded) zijn. Dat geldt zeker voor de Britten na de Brexit, maar voor de Ieren geldt dat weer minder. Zij hebben euro’s, kilometers i.p.v. mijlen en ze horen bij de EU.
Ierland is ongeveer anderhalf keer zo groot als Nederland en toch telt het maar 5 miljoen inwoners. Hieruit blijkt dat het een dunbevolkt land is en dat merk je erg goed als je door de binnenlanden rijdt. Je ziet veel natuur en de dorpjes zijn klein.
(Links) rijden is nog een hele kunst in Ierland. Als je “MOLS” op je weghelft ziet staan, moet je zo snel mogelijk van rijbaan verwisselen, want dan rijd je rechts i.p.v. links! De B-wegen zijn erg smal, vol bochten en hoogteverschillen. Hoewel het aantal gaten en scheuren in het wegdek nog wel meevalt, zijn de B-wegen bijna nergens vlak. Regelmatig wordt je heen en weer geslingerd in je eigen auto door de vele zonken en bulten. Het wordt pas echt spannend met tegenliggers in blinde bochten. Vooral als er een bus de hoek om komt zeilen. De maximale snelheid op deze gevaarlijke wegen is 80 km/u en soms zelfs 100 km/u. Het is ongelooflijk hard. In de meeste situaties zijn deze snelheden niet eens te halen zonder zelfmoordpogingen! Op deze 100 km/u wegen zijn zelfs haakse inritten van woonhuizen. Je zal maar in de drukte vanuit stilstand moeten invoegen als bewoner. In sommige dorpjes mag je met 80 km/u doorheen rijden. Dit is in Nederland ondenkbaar.
We rijden een rondje tegen de klok in door Ierland. We beginnen ten noorden van Dublin. Steken dan over naar de westkust. Maken een ronde door Connemara. Zakken dan via de westkust naar befaamde ‘Rings’. Een stukje zuidkust en dan via Cork weer schuin omhoog naar Dublin.
Onze eerste overnachting is in Dalys Inn in het dorpje Donore boven Dublin. Het dorpje kent maar twee straten. Het hotel is tevens pub en restaurant. We slapen dus boven de kroeg. Het hotel is gedateerd, maar het is een prima uitvalsbasis voor het vliegveld van Dublin.


De eerste bezienswaardigheden op onze trip zijn de grafheuvels in de Boyne Valley. Op de zacht glooiende, groene heuvels bouwden families uit de steentijd omstreeks 3300-2900 v.Chr. paleizen voor de doden. Bezichtiging van de grafheuvels, die op de Unesco Werelderfgoedlijst staan, is alleen mogelijk via het bezoekerscentrum waarvandaan bussen rijden naar Knowth en Newgrange. Eerst bezoeken we Knowth. De gids vertelt zeer gedetailleerd over de oude grafheuvels die geheel gerenoveerd zijn en op diverse plaatsen versterkt zijn met beton. Om de deels gereconstrueerde grafheuvel liggen 19 satellietgraven. In de grootste grafheuvel is alleen een kleine kamer te betreden en de gangen naar het midden van de heuvel zijn afgesloten voor publiek. Om de heuvel liggen enorme grote stenen die voorzien zijn van megalithische kunst. De kunstuitingen zijn abstract en bestaan veelal uit geometrische figuren zoals concentrische cirkels en spiralen. De meeste figuren hebben een oneindige vorm, die symbool staan voor het eeuwige leven. Ze zijn net zo geheimzinnig als de cultuur waaruit ze voortkomen. De figuurtjes worden nu gebruikt op souvenirs en sieraden als symbool voor Ierland.
De grafheuvel van Newgrange met een doorsnede van 80 meter is misschien wel het beroemdste megalithische graf ter wereld. Het is zelfs ouder dan de piramiden in Egypte. Het graf is door geen enkele bezetter geschonden tot het in 1699 werd herontdekt en in de jaren 1960 is het pas uitgegraven. In tegenstelling tot de andere grafheuvels heeft deze grafheuvel een stralende, halfronde gevel van witte stenen en waarin symmetrisch zwarte granieten bollen zijn verwerkt. Een 19 meter lange, smalle gang leidt naar de grafkamer. De gang wordt steeds smaller tot je zelfs zijwaarts en gehurkt moet lopen. Het is de nachtmerrie voor mensen met claustrofobie. De centrale grafkamer is zes meter hoog en het gewelf is geheel zonder mortel met grote keien dicht gestapeld en ook nog eens geheel waterdicht. Aan weerszijden van de grafkamer zijn in totaal drie kleine zijkamers, zodat een klavervormige indeling is ontstaat. In de zijkamers staan grote, uit steen gesneden schalen, waarin sporen van as en beenderen zijn aangetroffen. Over de grafheuvels zijn veel raadsels, die nooit meer opgelost zullen worden, waardoor er een mysterieuze sfeer heerst. De ingang van grafheuvels is zodanig en uniek gelegen dat er tussen 14 en 28 december slechts 17 minuten lang een zonnestraal binnentreedt tot in de grafkamer als de zon op haar laagste punt staat. Dit was de mensen uit de stenentijd het teken dat de winter begon. Het is het oudste zonneobservatorium ter wereld. Er over nadenkend is het bijzonder knap dat de mens 5000 jaar geleden al in staat was een dergelijk groot en complex bouwwerk te maken. De gids simuleert het bijzondere verschijnsel met kunstmatig licht. Eerst wordt het kunstlicht uitgeschakeld. Het is letterlijk aardedonker. Dan wordt met een schijnwerper het invallend licht van de zon nagebootst. Je houdt je adem even in er ervaart dit unieke verschijnsel.
Newgrange en Knowth zijn maar een deel van het prehistorische Brú na Bóinne, dat bestaat uit meer dan 50 andere monumenten: kringen van houten palen, complexen van aarden wallen en andere ganggraven.
Bij het Newgrange visitor centre kopen we een Heritage Card. Het kost pp 40 euro en geeft je toegang tot een heleboel heritage sites van Ierland. Die kaart gaan we waarschijnlijk dik terug verdienen, want een heleboel van de sites staan op ons programma.
Bijna al onze overnachtingen zijn bij B&B’s. Ierland kent er duizenden. We verkiezen er voor om ze telkens één dag vooruit te boeken via Booking.com. Met de app gaat dat heel makkelijk. Dat scheelt een hoop zoekwerk ter plaatse en zoektijd die we liever ergens anders aan willen besteden.


We overnachten in Athboy bij een B&B midden in een woonwijk. Het dorpje stelt niet veel voor maar fungeert prima als je op doorreis bent. Het B&B is uitstekend.
Het Trim kasteel ligt in het leuke stadje Trim, waar het niet verkeerd is om een middag te verblijven. Het heeft een van de bekoorlijkste marktplaatsen van de Midlands. Het kasteel is oorspronkelijk gebouwd in de 12de eeuw door een Normandische ridder en het was een van de grootste kastelen van Ierland. Een ruïne, enkele poortgebouwen en een kasteelmuur is alles wat rest van wat ooit een imposant kasteel moet zijn geweest. De ruïne is alleen met een gids te bezichtigen. Een van de kamers is ooit het decor geweest van de bekende film Braveheart uit 1995 met Mel Gibson in de hoofdrol. Het geeft me een raar gevoel als ik in dezelfde raamopening sta waar deze wereldberoemde acteur ook ooit heeft gestaan.
In Tullamore bezoeken we de gelijknamige whiskey distillery dat een van de grootste en bekendste is van Ierland. Het bezoekerscentrum ligt in het drukke hart van het centrum waar zich ooit de distillery bevond. Tegenwoordig bevindt een nieuwe distillery zich buiten de stad. In het bezoekerscentrum zijn de gebruikelijke voorwerpen te koop. Op de eerste plaats natuurlijk whiskey maar ook kleding, glaswerk en van alles en nog wat. Grenzend aan de store is een café waar je gezellige kunt naborrelen. Helaas komt het ons even niet goed uit om de tour te volgen, maar wat in het (whiskey)vat zit verzuurt niet. Er komen nog meer kansen…
De topattractie van Birr is het kasteel en de gardens. Omdat het kasteel wordt bewoond, is het helaas niet te bezichtigen, maar de aangrenzende tuin is uniek in zijn soort en die is gelukkig wel te bezichtigen. De tuin kenmerkt zich door grote variatie in flora. We zien onder andere vijvers, een rivier, sequoiabomen, bloemen, grasvelden, wandellaantjes, een kas met bloemen en kunst. De tuin is zowel wild als wel goed onderhouden en is daardoor perfect in balans. Zelden heb ik zo’n mooie en grote tuin gezien. Heerlijk om te wandelen.
Onze derde overnachting is in een B&B in Shannonbridge. Het kleine maar gezellige dorpje is gelegen aan de rivier de Shannon. Het B&B is wederom een voltreffer. De vloeren en het bed kraken behoorlijk, maar dat schijnt normaal te zijn in Ierland. Net als de deuren die nergens goed sluiten.
Vlakbij Shannonbridge ligt het Clonmacnoise klooster. Het is een van de meest unieke kloosterruïnes van Ierland. Hele bussen met toeristen stoppen hier. Het klooster is in 545-548 gesticht aan de rivier de Shannon. Clonmacnoise lag op een kruispunt van middeleeuwse wegen naar alle delen van het land. Veel koningen van Tara en Connaught liggen er begraven. Het klooster bestaat uit een groot ommuurd complex met diverse kerkjes. Het meest opvallende zijn de grafstenen die zich overal op het terrein bevinden. Het is eigenlijk één groot kerkhof met de ruïnes van kerkjes. Bijzonder zijn de zogenaamde ‘hoogkruizen’, het zijn Ierse kruizen, meestal van steen, versierd met afbeeldingen en symbolen. Een aantal replica’s van deze imposante kruizen staan in het museum opgesteld.
In het kleine plaatsje Roscommon bezoeken we de ruïne van het kasteel uit 1269. Aan de contouren van de muren is te zien dat het ooit groot moet zijn geweest. Wat rest zijn delen van muren en torens. Veel muren zijn compleet verdwenen. Wat het mooist is aan dergelijke ruïnes, is de sfeer die er heerst. Je fantasie de vrije loop laten en dromen over de tijden van ridders en jonkvrouwen en wat dies meer zij.


We strijken neer in de stad Galway in het westen van Ierland waar we twee dagen zullen blijven. De stad telt circa 80.000 inwoners en is voor Ierse begrippen een grote stad. Galway is een prima uitvalsbasis voor de prachtige streken als Connemara en het Burren National Park. We hebben via Airbnb een appartement gehuurd aan de haven in het midden van het centrum, een prima locatie om de stad te verkennen. In de haven voor ons ligt een prachtig en peperduur zeilschip van wel 30 meter en twee masten. Het is zondag en het is extreem druk in de historische stad. Galway is een unieke stad. Het oude centrum kenmerkt zich door prachtige gevels van winkels, pubs en restaurants die in felle en contrasterende kleuren zijn geschilderd en met bloembakken, geschilderde sierlijsten, houtenpanelen en reclameborden zijn gedecoreerd. Het is iets wat alleen de Engelsen… euh de Ieren ook, alleen zó kunnen vormgeven. In het centrum zie je veel straatmuzikanten, tapdanseressen en artiesten. En dat is nou precies wat de stad zo gezellig maakt. Naast de horeca natuurlijk, want dat is er ook volop. En niet te vergeten souvenirwinkels. In de Ierse souvenirwinkels zie je honderden verschillende voorwerpen. De typische Ierse souvenirs zoals Ierse wollen truien gaan als zoete broodjes over de toonbank. Maar toch is er niet zoveel in Galway te doen. Er zijn wel een paar musea en festivals, maar het eenvoudige straatleven blijft het hoogtepunt.
De hele dag door kwetteren de zeemeeuwen ook vroeg in de ochtend als je wakker wordt. Voor de een is het misschien irritant maar persoonlijk vind ik het heerlijk en rustgevend om aan te horen vanuit je bed.

Toeval of niet maar precies als we in Galway zijn heeft Ed Sheeran een liedje over een meisje uit Galway. De clip geeft een leuk beeld van de pubs in Galway.

Van Galway vertrekken we naar Westport in het noorden van Connemara. Het is een verbindingsweg en de echte schoonheid van Connemara laat nog even op zich wachten. Onze eerste stop is bij het Ross Errilly Abbey. Het is een oude ruïne in de middle of knowwhere. Het is goed dat ik dit soort locaties allemaal voorbereid heb. Dit vind je niet spontaan. Het is een doolhof aan ruimtes in de ruïne. Zoals bijna altijd bij een ruïne zijn de daken van de gebouwen compleet verdwenen. Wat rest zijn dikke muren uit het 16de eeuws klooster. In de kapel liggen diverse oorspronkelijke grafstenen waarvan veel uit de 18de eeuw zijn. Met wat fantasie zie je oude monniken in bruine pijen door de gangen van het klooster lopen op weg naar de kapel. De geesten dwalen nog steeds door de gangen. Het is vooral de sfeer die er heerst, die het zo mooi maakt.
We hebben een koffiestop in het toeristische Westport. Het is een prachtig stadje met veel gekleurde huizen, bloemen, horeca en souvenirwinkels. Het is er prima vertoeven en een goede plek om een tijdje te verblijven.
Daarna duiken we de verlaten wegen in van Connemara. Het is een van de hoogtepunten van Ierland waar de natuur ongelooflijk mooi is. Het liefst wil ik iedere 200 meter stoppen om foto’s te maken. Uit de auto, om je heen kijken en genieten. Connemara is een verlaten streek die nog ongelooflijk puur is. Alle groentinten die er bestaan zijn er te vinden. Bergen, meren, watervallen, bloemen, bomen en struiken, in één woord gewéldig. Schapen lopen onverstoord over de weg, uitkijken dus. Helaas is er verder niet veel flora te bekennen, maar dat geldt eigenlijk voor heel Ierland. In ieder geval schijnbaar voor mij als toerist.
We onderbreken de route voor een bezoek aan ‘Kylemore Abbey & Victorian Walled Garden’ net boven Clifden. Het is een uitgestrekt gebied waar je heerlijk kunt wandelen. In de Victoriaanse tuin is een grote diversiteit aan fauna te bezichtigen. Niet alleen bloemen maar ook groente en fruit. Perkjes, hagen, bomen, laantjes, grasvelden; alles ligt er zeer verzorgd bij. Met het zonnetje erbij is het heerlijk genieten. In de abdij zijn diverse stijlkamers te bezichtigen. Die nonnen hadden het nog niet zo slecht vroeger. Ze leefden in luxe in een extreem vreedzaam, rustig en wonderschoon natuurgebied.
In Clifden vinden we een prachtig B&B. Het mooiste en beste tot nu toe. We boeken zelfs een extra nacht. Vanuit onze kamer kijken we zo in het natuurgebied van Connemara. Een uitzicht als een ansichtkaart.


Ierland staat bekend om zijn pubs, maar toch is het publeven niet meer zoals vroeger. In de supermarkt is bier goedkoper dan in de pub. Voor de armen Ieren is dan de keuze niet moeilijk. Vroeger zag je hele gezinnen in de pub. De overheid heeft dat sterk ontmoedigd. Educatief gezien is het niet goed als kinderen zien hoe hun ouders dronken worden. Een slechter voorbeeld kunnen ze niet hebben. De meeste pubs hebben prachtige interieurs met veel tierelantijntjes; schilderijtjes, foto’s, posters, tekstbordjes en andere snuisterijen. Pubs zijn meestal bruin zoals bij ons de bruine kroeg. De sfeer is uniek, gezellig en uitnodigend. Dat is de reden waarom we erg graag komen. Veel pubs serveren voedsel, pubfood. Denk niet dat dit alleen kleine en kwalitatief minder goede hapjes zijn. In een pub kan het eten net zo goed en uitgebreid zijn als in een restaurant en dat meestal voor minder geld. Er is vaak livemuziek, maar helaas begint dat meestal pas om 21:30 uur. Dan zijn wij allang klaar met eten en onderweg naar huis. Vandaag hebben we mazzel, er is muziek vroeg in de avond. Twee oude knarren op een gitaar en banjo spelen lekkere Ierse muziek. De oudste blijkt zelfs 83 jaar te zijn. Er zijn wat jonge meisjes van ca. 5 en 8 jaar die spontaan om te beurt een Iers dansje maken. Een oude man reageert op zijn beurt en geeft tot grote vreugde van het publiek eveneens een danssolo. Een volwassen Ierse vrouw volgt en danst op blote voeten bijna net zo mooi als bij de Deep River Dance. Dit is Ierland op zijn best. We vermaken ons maximaal. Maar toch is het ook wel een beetje vreemd. 80% van de gasten in de pub bestaat uit toeristen. Ik zie Fransen, Duitsers en Engelsen. De Ierse pub traditie wordt soms overeind gehouden door het toerisme. Zonder de toeristen zouden pub’s bijna leeg zijn. Als de toeristen weg zijn, hebben de pubs het minder breed. Echte Ieren vermijden de populaire pubs waar hoofdzakelijk toeristen komen, maar in de minder toeristische gebieden kun je nog steeds een volle pub met Ieren treffen. De kans dat je dan in gesprek komt met een leuke Ier is veel groter.
Ten noorden van Clifden ligt het Connemara National Park. Het is populair gebied voor wandelaars. In het park kunnen je kiezen uit drie wandelroutes variërend van kort/beginners/vlak tot lang/extreem/hoog. Wij lopen de middelste route die drie kilometer is. Het weer is wat grauw maar de vergezichten zijn desondanks schitterend mooi.
We vervolgen onze route richting Ennistymon. Maar eerst bezoeken we nog twee kastelen. De eerste is het Aughnaure Castle. We zien resten van een ommuring, poortgebouwen en een hoofdgebouw. De kasteelruïne is niet echt heel interessant. Misschien hebben we al genoeg van dit soort kastelen gezien. Veel kastelen hebben overeenkomsten. Bij de tweede kasteelruïne in Dunguaire is het net even anders. Dit kasteel ligt in het mooie vissersdorpje Kinvara. Om het kasteel uit de 16de eeuw ligt een middeleeuwse aarden wal. De ommuring en de kasteeltoren zijn nog helemaal in tact.
We rijden door naar de wereldberoemde Cliffs of Moher, maar het weer is gekeerd en het water komt met bakken uit de lucht. Dit hoort bij Ierland. We besluiten niet naar de kliffen te gaan.


De volgende dag is het weer gelukkig een stuk beter en gaan we opnieuw naar de Cliffs of Moher. Zelfs in de ochtend is het al druk. Er staan al tientallen bussen. Met een miljoen bezoekers per jaar behoort het tot de meest populaire bezienswaardigheden van Ierland. De Cliffs of Moher behoren tot de hoogste kliffen van de wereld. Het hoogste punt rijst 214 recht omhoog uit de zee. Met een lengte van 8 km is het adembenemend mooi. De rotsen bestaan uit lagen zwarte schalie en zandsteen. Bovenop de kliffen liggen zandpaden die gevaarlijk dicht bij de randen lopen. Op sommige plekken is de afstand tot de rand niet meer dan enkele meters en kan het pad nat en glibberig zijn. Maar dit weerhoudt de honderden mensen niet om er over te wandelen. Sommige waaghalzen begeven zich nog dichter bij de rand om foto’s te maken. Griezelig eng soms. Het uitzicht op de kliffen is magnifiek. Mocht je ooit ‘mooie’ suïcidale neigingen hebben dan zijn de Cliffs of Moher een prachtige locatie…
Ten oosten van deze kliffen ligt het Burren National Park. Het meest kenmerkende van dit gebied zijn de rotsige plateau’s. Door ijsvorming, wind en regen zijn 300 miljoen jaar geleden in het kalksteen diepe spleten ontstaan, die ‘grykes’ worden genoemd, waar unieke vegetatie groeit. Het gebied ziet er uit als een kaal plateau waar ontelbaar veel rosten zijn neergelegd. Het is een bijzondere natuurverschijning. In dit park ligt de Poulnabrone Dolmen. In deze 5000 oude tempel begroeven de toenmalige bewoners hun doden. De tempel lijkt nog het meest op een enorme stenen tafel opgebouwd uit circa vier pijlers en een schuin hellend blad. Het is extreem uniek dat dit monument na 5000 jaar nog steeds overeind staat. Ondanks zijn eenvoud trekt het toch busladingen met toeristen.
Bijna alle wegen aan de westkust van Ierland zijn prachtige wegen met schitterende panorama’s. De wegen slingeren als een lint langs de kust en zijn opgenomen in de zogenaamde ‘Wild Atlantic Way’. Langs de hele kust staan borden die je naar de route leiden. De borden zijn te herkennen aan een blauwe kleur met een witte golf er doorheen. Het is een aanrader als je alle tijd hebt en wil genieten van het prachtige landschap. Maar pas wel op voor fietsers, want die kunnen zo maar opduiken achter een blinde bocht.
Typerend voor Ierland zijn de muurtjes in het landschap. Je ziet ze op heel veel plaatsen. Voor de muurtjes wordt geen mortel gebruikt. De grote stenen worden vakkundig gestapeld zonder dat ze omvallen.
We vertrekken uit het mooie dorpje Ennistymon waar we twee nachten verbleven. We rijden langs de kustweg naar Killimer waar we de ferry pakken naar Tarbert in het graafschap Kerry. Het landschap is beduidend anders maar de verschillen laten zicht lastig omschrijven. Onderweg hebben we prachtige panorama’s van weidse en open natuur. Op een uitgestrekte helling zien we de omzomingen van akkers met muurtjes. Elke akker heeft zijn eigen kleur waardoor het op één grote lappendeken lijkt. Prachtig.
Onderweg stoppen we bij het Carrigafoyle Castle uit de 15de eeuw. Het kasteel is niet meer dan half ingestorte toren die nog steeds te beklimmen is. De eenvoudige toren ligt idyllisch in het landschap aan de monding van de Shannon rivier, waardoor het toch de moeite waard is voor een kort bezoek.
In Ardfert bezoeken we de Cathedral, of beter gezegd de ruïne van de Cathedral uit de 12de eeuw. Het zuidtransept, waar een expositie is ondergebracht, is nog altijd in tact. Rondom de eenvoudige muurrestanten van de kerk ligt een kerkhof met zeer oude graven en mausolea. De sfeer op het kerkhof is het unieke op het complex. Het is moeilijk te beschrijven hoe dat precies voelt, maar geloof me; het doet je wat.
In het stadje Killorglin zullen we drie nachten verblijven. We hebben een B&B gevonden dat naar de naam O’Grady Bar and B&B luistert. Het B&B bevindt zich dus boven een bar. Naar mijn mening had het dan ook beter B&B&B genoemd moeten worden. Beer en bed en breakfast…
We zitten nu in het meest toeristische en misschien ook wel mooiste, drukste en duurste deel van Ierland. We hebben bewust voor een klein stadje gekozen en niet voor Killarney. Killarney is de aller drukste, bekendste en meest toeristische stad van het westen en dat trekt ons nou net niet. Geef ons maar iets kleiner en knusser.


De komende dagen staan de ‘Ringen’ op ons programma. Als eerste rijden we de Ring of Dingle, de noordelijkste van de vier schiereilanden aan de westkust. Het schiereiland heeft naast Dingle weinig andere grote plaatsen waardoor je bijna overal het gevoel krijgt in een dunbevolkt gebied te rijden. Dingle zelf is een leuk maar wel toeristisch stadje, dat zeker de moeite waard is voor een bezoek. Het is er erg druk omdat al het verkeer door deze stad moet. Wij richten ons echter op de schitterende natuur van het schiereiland. De eerste voltreffer is de Conor Pass. Deze pas is verboden voor bussen en vrachtwagens. De weg wordt naar mate je hoger komt steeds smaller en smaller tot een enkelvoudige rijbaan overblijft. Tegenliggers moet je laten passeren op zogenaamde passing places waar de weg wat breder is. Het uitzicht op de top van de pas is werkelijk magnifiek mooi. We rijden helemaal door naar het meest westelijke punt van het schiereiland. Ook hier is het druk met toeristen die willen genieten van de allermooiste panorama’s. Badgasten nemen een duik in de zee, maar wij houden liever onze voeten droog en persen ons door het drukke verkeer terug naar het oosten. Het is onvoorstelbaar dat bussen door deze smalle en bochtige wegen weten te wurmen. Knap staaltje stuurmanskunst. Deze wegen zijn helemaal niet gemaakt voor zo’n grote verkeersdrukte.
De Ring of Kerry volgt. Wederom rijden we de ronde tegen de klok in. Het noordelijk deel van de route is misschien wat minder mooi. Kleine dorpjes onderbreken de route door de natuur. In het westelijk deel kun je naar behoefte aanvullend de Ring of Skellig rijden. Nu wordt het pas echt leuk. De wegen zijn zo smal dat bussen hier niet meer komen. Fijn, hebben we daar tenminste geen last van. We stoppen in het vreedzame pittoreske dorpje Portmagee. Het is een prachtig vissersdorpje waar het best een tijdje vol te houden is. Er is een brugverbinding naar het Valentia Island, maar dit eiland bezoeken we niet. We rijden verder over de Skellig Ring. Per toeval ontdekken we de Skellig Cliffs. Hier heb ik niets over gelezen in de reisboeken. Het grote verschil met de Cliffs of Moher is dat de kliffen van Skellig niet zo recht zijn, maar desondanks zijn ze wel super mooi. Ze zijn ook veel minder toeristisch. Ik vind ze zelfs mooier dan in Moher. De hele omgeving – waar je ook kijkt – is onvoorstelbaar mooi. Zoals in veel delen van Ierland zijn de wegen niet breder dan drie meter. Passeren van tegenliggers is dan alleen mogelijk om speciale plaatsen waar de weg iets breder is. Het is telkens opletten en elkaar de ruimte geven. In de praktijk valt dat reuze mee, omdat een van beide meestal wel netjes blijft wachten op een inhaalplek. De vergezichten zijn schitterend. De kustlijn is ruw en ruig. We komen weer op de Ring of Kerry en stoppen bij het Staigue Stone Fort. Het ligt in een verlaten dal en dateert uit de ijzertijd. Het fort bestaat uit een ronde muur van vier meter hoog en twee meter breed met een doorsnede van 30 meter. Alle stenen – die er uitzien als grote leistenen – zijn zonder mortel aangebracht. Na 3000 jaar zijn ze nog steeds sterk genoeg om de toeristen te dragen die op de ronde muur klauteren en lopen. Het zuidelijk gedeelte van het Kerry schiereiland is één groot natuurwonder, zo mooi. De ene naar de andere mooie panorama volgt. Ik blijf er fotograferen. Het zonnetje verlicht de valleien zodat het groen van de natuur wonderschoon is. Desondanks drijven witte grote wolken aan de hemel, waardoor zowel de aarde als wel de hemel prachtig tot zijn recht komen. Dit is echt het allermooiste deel van Ierland. De Ring slingert zich onophoudelijk door het landschap waardoor het heerlijk rijden is. Het ene naar het andere ‘viewing point’ volgt. Telkens weer stoppen, de auto parkeren, uitstappen, camera pakken en foto’s maken. Dat is de Ring of Kerry. Fantastisch mooi. Het is bijna geen bebouwing aan deze zuidring. Een pas volgt. We klimmen en dalen. Haarspeldbochten. De bermen zijn regelmatig één grote bloemenzee. De wilde bloemen vormen samen een uniek kleuren palet. Monet zou het graag schilderen. Dit is paradijs. In het oosten gaat het wonder naadloos over in het Killarney National Park met zijn grote meren. Alsof het niet op kan. God was in een goede bui toen hij dit geschapen heeft! De Ring of Kerry is ongeveer 200 kilometer lang en het duurt ongeveer een hele dag om de route af te leggen.


De Ring of Beara is de laatste die we rijden. Het weer is licht tot zwaar bevolkt waardoor de natuur niet zo mooi tot zijn recht komt als gisteren. Het schiereiland Beara is ten opzichte van de vorige twee veel ruiger. Op het schiereiland zijn geen grote plaatsen. Er zijn er sowieso niet veel. We rijden door enkele dorpjes en die zijn haast allemaal mooi zijn met veel gekleurde gevels van huizen. Ook hier geldt dat het meest indrukwekkende deel in het westen van het schiereiland ligt. Met een slakkengang kronkelen we door de zeer smalle, steile en bochtige wegen. Een waar genot om je stuurmanskunst te tonen, maar bij iedere bocht hoop ik toch weer dat er geen tegenligger aankomt. We stoppen wat minder om foto’s te maken. Er zijn ook minder view points, maar dat neemt niet weg dat Beara veel onderdoet voor Dingle en Kerry. De naamsbekendheid is een stuk minder en er zijn minder toeristen. Bussen hebben we helemaal niet gezien.
Ten zuidwesten van Killarney ligt het Killarney National Park. De grote meren Muckross Lake en Lover Lake liggen vormen tezamen met het gebergte dat tot een hoogte reikt van 832 meter een prachtig natuurgebied. Het gebied was al eeuwen geleden een populair gebied. Het Ross Castle, Muckross Abbey, Muckross House & Gardens vonden hun plaats aan de rand van de meren.
We bezoeken de Muckross House & Gardens. De enorm grote tuinen zijn gratis toegankelijk. Wederom is het een prachtige tuin waar je heerlijk kunt wandelen. Het is een populaire bestemming voor toeristen uit Killarney en omgeving. Het Muckross House is een groot landhuis uit 1843 dat ooit bewoond werd door diverse vooraanstaande gezinnen. In het huis zijn diverse stijlkamers te bewonderen met meubels uit de 19de eeuw. In 1861 verbleef Queen Victoria en haar man Albert een paar dagen in het landhuis. Het landhuis is alleen met een gids te bezichtigen. Trots vertelt ze hoe de Queen hier ooit verbleef. Ze laat de slaapkamer zien waar de Queen overnachtte, maar vertelt er wel bij dat dit niet het bed is waarin de koningin sliep, omdat zij destijds haar eigen bed meebracht.
In het Killarney National Park bezoeken we de Muckross Traditional Farms. Het laat zich nog het best vergelijken met ons eigen Open Lucht Museum in Arnhem. We zien historische boerderijen van zeer armoedig tot welgesteld, vee, een smederij, een harnas- en zadelmaker, een timmermanswerkplaats en een schoolgebouw. Alle gebouwen zijn ingericht met origineel huisraad en gereedschappen. In de stallen zien we jonge hondjes, geiten, een kalfje, biggetjes en kippen. Vooral de kinderen vermaken zich uitstekend. Het is bijzonder interessant om te zien hoe de boeren vroeger leefden. Ik zou niet echt willen ruilen.
Na al dat moois rijden we door naar Bantry. Dit mooie vissersdorpje en populaire badplaats is gelegen in de baai van twee schiereilanden (Beara). In Bantry bezoeken we het Bantry House & Garden. Het oorspronkelijke landhuis stamt uit circa 1700, maar de noordgevel is van latere datum. De stijlkamers zijn prachtig ingericht met een eclectische collectie van kunstwerken en meubelen. Tot de hoogtepunten behoren de Aubussontapijten gemaakt ter gelegenheid van het huwelijk van Marie Antoinette met Lodewijk XVI. Rondom het huis bevindt zich een prachtige tuin die afzonderlijk te bezichtigen is.
Bantry is het meest zuidwestelijkste punt van onze rondreis. We vertrekken richting het oosten via de zuidkust. Aanvankelijk zijn de wegen nog klein en verlaten maar naar mate we meer oostelijk komen worden de wegen steeds breder, rechter en vlakker en de snelheid neemt toe. Welkom in de bewoonde wereld. Terug naar realiteit. Het vakantiegevoel neemt af.


Onderweg bezoeken we de Drombeg Stone Circle. Dit is Stonehenge in het klein. De diameter van de 17 tellende stenen cirkel is maar 9 meter. Volgens onderzoek dateert het monument uit 1100 – 800 v.Chr. Een pot met gecremeerde resten werd begraven in het midden van de cirkel, samen met 80 andere geslagen scherven, vier stukjes leisteen en overblijfselen van een brandstapel. De cirkel kan dus gezien worden als een grafcirkel.
De Timoleaque Abbey ligt in de gelijknamige plaats. Van het in de 13de eeuw gestichte klooster is alleen een ruïne over. Binnen de ommuring van de ruïne zijn veel oude graven te vinden.
Volgens de Capitool reisgids zou Kinsale bovenaan staan van Ierlands mooiste plaatsen. Hoewel het zeker mooi is, is bovenaan de lijst misschien wat overtrokken. Kinsale kan bogen op een lange en veelbewogen geschiedenis. In de 17de en 18de eeuw was Kinsale een belangrijke marinebasis. Nu liggen er voornamelijk pleziervaarten in de haven. Het is misschien wel een van de mooiere jachthavens van Ierland. Het gezellige en historisch centrum is erg mooi maar ook erg klein. Diverse horeca en winkelpanden zijn in zeer knallende kleuren geschilderd, bijna schaamteloos contrasterend, maar daardoor wel bijzonder om te zien.
Het Blackrock Castle uit de 16de eeuw is gelegen in Blackrock aan het Lough Mahon meer op twee kilometer afstand van Cork. In het kasteel is een observatorium en een museum ondergebracht. Het observatorium herbergt een interactief astronomiecentrum dat open is voor publiek. De tentoonstelling toont een rondgang door het universum en een radiotelescoop die berichten van schoolgroepen bundelt naar nabijgelegen sterren.
In Midleton is de distillery van het wereldberoemde whiskeymerk Jameson. De oorspronkelijk in Dublin gevestigde distillery sloot in 1976 de deuren en verplaatste toen de productie naar Midleton vlakbij Cork. Een rondleiding in Dublin is echter nog altijd mogelijk, zoals ikzelf zes jaren geleden ook heb gedaan. De rondleiding in Midleton is eender, maar het grote verschil is dat de bezoeker een kijkje mag nemen in de oude, authentieke gebouwen. Vooral de oude warehouses zijn prachtig om te zien. Je loopt door diverse gebouwen. Het terrein tussen de gebouwen is mooi gedecoreerd met onder andere oude vrachtwagens met whiskeyvaten. Ondertussen vertelt de gids hoe het productieproces is van whiskey. Zoals altijd eindigt de rondleiding in de proefkamer. In amper vijf minuten ‘moeten’ we aan drie whiskey’s ruiken en snuiven en vervolgens naar binnen kiepen. Net als in Dublin beginnen we met de Jameson, dan Johnny Walker Black Label en dan Jack Daniels. Voor de whiskykenner geen gelijke strijd natuurlijk. De gids vraag enthousiast: “Which whiskey do you like most”. Als een stel makke schapen antwoord het gros van de bezoekers – waarvan 3/4 nog nooit whisky heeft gedronken – “James”. “Congratulations, you are all now certified Irish Whiskey Experts”, roept de gids.
In Dungarvan hebben we wederom een leuk B&B. Dungarvan is geen onaardig plaatsje en ligt aan een baai aan de zuidkust. Daarna rijden we weer landinwaarts naar het noorden. In Cahir bezoeken we het Cahir Castle. Dit kasteel uit de 13de eeuw is nog helemaal in tact en vooral vanaf een afstand in het naast gelegen park oogt het bijzonder mooi. Binnenin het kasteel is het een doolhof aan trappetjes, gangetjes en ruimtes. Alle ruimtes zijn kaal en wit geschilderd, waardoor uiteindelijk het kasteel ook weer niet zo interessant is. Het plaatsje Cahir is een mooi en levendig plaatsje met historische bebouwing.


Rock of Cashel is een kerkruïne in het plaatsje Cashel. Het is een druk bezochte bezienswaardigheid. Een afbeelding van de kerk staat zelfs op de cover van de ANWB-reisgids. De kerk heeft net als een kasteel een ommuring waardoor het als een burcht overkomt. Dit is wat het uniek maakt. Het complex ligt bovenop een heuvel, waardoor de gebouwen reeds van veraf zichtbaar zijn. En omgekeerd heb je vanaf het complex een prachtig uitzicht over de wijde omgeving. Van de kathedraal uit de 13de eeuw is alleen een ruïne overgebleven, maar de kapel uit de 12de eeuw is nog steeds in tact. Aan de binnenzijde van de kapel bevinden diverse afbeeldingen van dierenkoppen en mensengezichten aan het plafond. Van het fresco aan het plafond is helaas niet veel meer over. De kapel is een van de mooiste voorbeelden van romaanse architectuur in Ierland. Een andere bijzonderheid is de ronde kerktoren naast de ruïne. Hij is 28 meter hoog en het oudste gebouw. Ronde kerktorens – die nog het meest op fabrieksschoorstenen lijken en naast de kerken zijn gebouwd – zie je overigens wel meer in Ierland, maar voor ons is dat uniek.
Wederom bezoeken we een kloosterruïne. Er zijn er zoveel in Ierland. Ook deze ligt ver buiten de bebouwde kom. We moeten door een weiland met tientallen schapen lopen om de ruïne te bereiken. Het Kells klooster is een groot ommuurd klooster. Het is vooral de ligging in de natuur dat het bijzonder maakt. Er zijn wat gezinnen met kleine kinderen. Deze kinderen denken dat het een speeltuin is; rennen rond door de ruimtes en klauteren op de muren.
In Bunclody hebben we een prachtige B&B. In onze slaapkamer kunnen we met gemak dansen, zo groot. De eigenaresse is minstens 70 jaar, maar heel vief en erg bij de tijd. Geweldig. Het is telkens weer een verrassing hoe je de douchekraan moet bedienen. Er zijn erg veel varianten om warm water te krijgen. Schakelaars, trektouwtjes, ecostanden, allerlei draaiknoppen en diverse combinaties daarvan. Soms moeten we alleen aan een touwtje trekken om water te krijgen! Primitief, dat zeker. De meeste wastafels in Ierland hebben aparte warme- en koude kranen. Als je dus je handen afspoelt krijg je koud water of je verbrandt je jatten. Ongelooflijk dat ze nog steeds geen mengkranen en boilers toepassen.
Vlakbij Bunclody bezoeken we de Huntington Castle & Gardens. Het kasteel uit 1625, dat prachtig is gemeubileerd, is alleen met een gids te bezichtigen. Het is nog vroeg en we lopen als enige door de mooie tuin en dat geeft een bijzonder dimensie aan de wandeling. We genieten van de rust.
We rijden door naar onze volgende B&B meer noordelijk, maar stoppen in Kilkenny om de stad te bezichtigen. Voor het Kilkenny Castle middenin het centrum staan erg veel bussen. Zoveel, dat we besluiten dat we daar niet naar toe willen. Blijkbaar is het een bekende en populaire bezienswaardigheid. Het is een erg groot kasteel uit de 12de eeuw dat nog geheel in takt is. Het park om het kasteel is gratis te bezichtigen.
Helaas valt de stad Kilkenny ons tegen. De brouwersstad telt 22.000 inwoners. We lopen de historische mijl, maar de historische gebouwen spreken ons minder aan dan de reisboeken doen geloven. Natuurlijk zijn er wel (veel) gezellige kroegen en leuke winkels, maar die heb je redelijk snel gezien.


Op de weg naar Castledermot, waar onze volgende overnachtingsplaats is, stoppen we eerst bij het Kilkea Castle, maar dit is een hotelkasteel dat niet te bezichtigen is. Castledermot is een klein en saai plaatsje dat je beter kunt vermijden. Ook dit plaatsje heeft een kasteelruïne maar voor de rest is er niets te beleven. Ons B&B is in een oud schoolgebouwtje dat wordt gerund door een bejaarde man van 74. Het is een zeer excentriek persoon en het B&B lijkt nog het meest op een oud gebouw met een antieke verzameling aan huisraad. Overal hangen schilderijtjes. Overal ligt een dikke laag stof. Een stofdoek ligt in de voorkamer met briefje met de tekst “Please help yourself”. Meubels zijn zo oud dat de antiquair er jaloers op is. De vloerbedekking is even oud. De meest geziene gast in het B&B is de huismeid die ongetwijfeld tierig wemelt in de vloerbedekking…. In de ochtend zitten we met vier Ieren aan tafel. Er volgt een interessant en lang gesprek. Ik geniet ervan als je met de locals in gesprek bent. Ieren hebben echt ontzettend veel humor.
De Wicklow Mountains is een national park net onder Dublin. Het is het laatste park van onze rondreis. Het is wederom een hoogtepunt. Vooral de groene, boomloze heuvels met de weidse uitzichten zijn schitterend om te zien. De wegen door de Wicklow Mountains kunnen soms heel druk zijn door de vele toeristen. Desondanks is het een zeer uitgestrekt en zeer dun bevolkt gebied. Een van de talloze wandelpaden is de Wicklow Way, die over het algemeen niet erg moeilijk zijn om te lopen. Het mooiste punt in de Wicklow Mountains is de Sally Gap. Vanuit dit punt heb je een prachtig uitzicht over de valleien met de meren. Het groen op de glooiende kale bergen is super mooi. De Sally Gap ligt aan de R759 die diagonaal door het National Park loopt. Een andere mooie weg die zeer de moeite waard is om over te rijden is de R115. De hoogste berg is de Lugnaquilla met een hoogte van 925 meter.
Tussen de Wicklow Mountains en Bray ligt Powerscourt. De tuinen zijn een van de mooiste van Ierland, vanwege het ontwerp en de spectaculaire ligging aan de voet van de Great Sugar Loaf Mountain. Helaas kampt ook dit jaar Ierland met grote droogte waardoor het grasveld in slechte staat verkeert. In 1730 werd opdracht gegeven voor het huis en de tuinen. In 1875 werden opnieuw siertuinen aangelegd. Het landhuis brandde in 1974 volledig uit, maar de begane grond is prachtig hersteld en herbergt winkels, een restaurant en een café. In de tuin staat een grote vegetatie aan planten. Het verbaast mij dat in Ierland zoveel andere planten voorkomen dan bij ons in Nederland, terwijl we beiden ongeveer hetzelfde klimaat hebben. Centraal in het park ligt een grote vijver (Triton Lake) met een fontein, dat gemaakt is naar de 17de eeuwse Tritonfontein van Bernini in Rome. Door het park zijn wandelpaden aangelegd die je langs de mooie onderdelen brengen. Ook in dit park staan prachtige grote Sequoia bomen van enkele tientallen meters.


Onze laatste B&B is in Kilcullen. Het B&B heeft bij Booking.com een 9.4 voor beoordeling. Het is dan ook een geweldige accommodatie en het ligt net onder Dublin. Vanuit hier zullen we onze laatste dingen bezoeken. De kwaliteit van de B&B’s in Ierland is gemiddeld erg hoog. Veel B&B’s scoren met een acht tot tien. Naar mijn mening zijn al deze B&B overgewaardeerd. Er is altijd wel wat te zeiken over de kamer. Wifi is vaak slecht. De vloeren kraken meestal. De deuren piepen en sluiten meestal slecht. Het sanitair is ouderwets en de bedden zijn meestal ook maar matig. Het personeel / de eigenaar is in de regel zeer vriendelijk, gastvrij en zelfs humoristisch. Een knuffel bij het vertrek was bij ons niet zeldzaam. De kostprijs was gemiddeld 80 euro per nacht voor twee personen. Over kosten gesproken. Ierland is een arm land waar het levensonderhoud relatief hoog is. Een pakje sigaretten kost 11 euro, een liter benzine 1,5 euro en een pint (halve liter) bier 5 euro. Een eenvoudige maaltijd, bestaande uit een hoofdgerecht met een glas bier of wijn, kost gemiddeld 25 euro pp.
Het Irish National Stud & Gardens park ligt vlakbij onze accommodatie. In dit park zijn paarden de hoofdattractie. Oude wedstrijdpaarden brengen hier hun laatste levensjaren door. Het is dus een soort bejaardenhuis voor paarden. Op een van de borden lezen we dat voor ‘Invincible Spirit’ destijds 120.000 euro gevraagd werd voor een dekbeurt. Een hoop geld. De paarden zijn miljoenen waard (geweest)! Het park is verder aangevuld met prachtige tuinen en activiteiten voor kinderen.
Glendalough is een toeristische locatie in het zuiden van de Wicklow Mountains. Eigenlijk is het niet meer dan een hotel, wat winkeltjes en kraampjes. Heel wat volk komt hier naar toe om wandelingen te maken in de bergen. Er zijn diverse wandelroutes met diverse afstanden die beginnen in de vallei achter het hotel. Twee grote meren in de vallei vormen samen met de groene bergen een prachtig groen landschap. Achter het hotel is ook een abdijruïne gelegen met grafstenen.
We sluiten af met een bijzonder voorval. Als we op de laatste avond van het restaurant naar ons B&B terug wandelen komen we twee schapen tegen. Het schemert al en normaliter staan ze ergens in het donker in een wei te wachten. Hopeloos verdwaald lopen ze de stad in op zoek naar een weide, niet wetende dat ze steeds verder van ‘huis’ geraken en steeds dichter bij de shoarmatent komen…. Even twijfelen ze nog of ze samen bij het zebrapad oversteken, maar nee, toch niet. Op naar het centrum!
Het zit er op. We vliegen terug naar Nederland. We kijken terug op een supervakantie. Ierland is fantastisch fijn om op vakantie te gaan. Wat is ons het meest bevallen? Eumm… alles. Wat is ons niet bevallen? Eummm…. niets.

Mijn persoonlijke top 10 van Ierland:

1. Ring of Kerry, Dingle en Beara
2. Connemara
3. Wicklow Mountains
4. Galway
5. Cliffs of Moher
6. Clonmacnoise klooster
7. Rock of Cashel
8. Birr Castle & Gardens
9. Kylemore Abbey & Victorian Garden
10. Burren National Park

Ierland op internet:

AA,  Wegenhulp

B&B Ireland

Heritage Ireland

Hidden Ireland

Hill Walk Tours

Lonely Planet

Ireland Hotels

Irish Trails

Tourism Ireland

Advertenties
Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Dordrecht 2018

Dordrecht is een stad waar ik graag kom. Ik vind het een van de mooiere steden van Nederland en geniet telkens van de vele historische panden. De stad telt maar liefst ongeveer 900 rijksmonumenten, meer dan 650 gemeentelijke monumenten en twee beschermde stadsgezichten. Dordrecht heeft al het goede dat een stad aantrekkelijk maakt; gezellige winkelstraten, mooie musea, grachten, jachthavens, cafés en terrasjes.
Met ca. 120.000 inwoners staat Dordrecht op de 23de plaats van grote steden in Nederland. Een middelgrote stad waar het historische centrum vrij compact is. Als ik in Dordrecht ben maak ik steevast een wandeling door de Groenstraat en Wijnstraat en dan via de haven weer terug richting station. Ondertussen geniet ik van fraaie gevels in diverse bouwstijlen.
Ingesloten tussen de Beneden Merwede, Nieuwe Merwede, Hollands Diep, Dordtsche Kil en de Oude Maas ligt Dordrecht samen met enkele andere gemeentes op een eiland, het Eiland van Dordrecht. In de middeleeuwen was Dordrecht dus alleen per boot te bereiken en ontwikkelde zich als belangrijke handelsstad en stapelplaats. Het was een van de zes grote steden van Holland. Later nam het belang van de stad af, maar de binnenstad herinnert nog altijd aan dit rijke verleden.
Bezienswaardigheden in Dordrecht zijn onder andere de Groothoofdspoort bij de rivierkade en de Grote Kerk met zijn onvoltooide toren. Een wandeling langs de binnenhavens, waarvan er één wordt overkluisd door het stadhuis en het Scheffersplein kan ik iedereen aanbevelen. In de havens liggen honderden oude en nieuwe motor- en zeilboten. Langs de havens staan historische koopmanshuizen. Bijzonder zijn de circa 50 huizen met Dordtse gevel, een eigen geveltype dat in de 16e eeuw werd ontwikkeld als meesterproef van het metselaarsgilde.
Op de Visbrug staat een groot en indrukwekkend bronzen standbeeld ter nagedachtenis van de gebroeders Johan en Cornelis de Wit die in Dordrecht zijn geboren. Twee prominente personen uit de vaderlandse geschiedenis die uiteindelijk op afschuwelijke wijze zijn vermoord op 20 augustus 1672 door orangisten, waarbij hun lijken werden verminkt. De moorden behoren tot de meest gedenkwaardige in de geschiedenis van Nederland. Naast het standbeeld staat onder andere te lezen: “Zijn doot al t onverdient zal Hollandt eewig smarten”.
Dordrecht kent ook nog enkele mooie en unieke hofjes: onder andere de Regenten- en Lenghenhof (1755), de Arend Maartenshof (1625), de Van Slingelandthof (1542), en de Clara en Mariahof (1880).
Dordrecht is vooral een gezellige stad waar veel te zien en te doent valt. Vooral op een zonnige zondag kan het er druk zijn. Ga gewoon op een door de weekse dag en geniet van deze mooie stad.

Hieronder een overzicht van de meest interessante gebouwen in Dordrecht.

Arend Maartenshof
Een rijk versierd renaissancepoortje in de Museumstraat 56 geeft toegang tot de binnentuin van het Arend Maartenshof. Bezoekers worden ‘verwelkomd’ met de woorden ‘Naeckt kom ick, naeckt scheyde ick’. Ook de spreuk ‘Vita Vapor’ ofwel ‘het leven is een damp’ staat op het zandstenen poortje te lezen. Het Arend Maartenshof is een van de prachtige hofjes in Dordrecht met 38 woningen. Het is een oase van rust in de stad met een bijna ondenkbare pittoreske sfeer dat een prachtig decor zou kunnen vormen voor een schilderij of een film. Het lijkt enigszins op een begijnhof.
Het hofje werd gebouwd in 1625 en werd vernoemd naar de oprichter Arend Maartenszoon. Hij stond als geldwolf bekend en probeerde zijn reputatie te verbeteren door het bouwen van woningen voor arme vrouwen. Door het stichten van dit hofje hoopte de naamgever zijn geweten te kunnen sussen.
Rechts van de ingang ligt de regentenkamer. De kleine kamer is in 1701 gerenoveerd. Het interieur bestaat uit een plafondschildering en een portrettengalerij van de stichter en de eerste regenten.

Dordts Patriciërshuis
Dit is een van de mooiste huizen in Dordrecht dat thans als museum functioneert. Wie over de drempel stapt, gaat terug in de tijd van de gegoede burgerij aan het eind van de achttiende eeuw. In 1733 zijn de twee aangrenzende panden samengevoegd en kreeg het pand zijn uitstraling. De achterkamer in Lodewijk XVI stijl ligt prachtig aan de drukbevaren rivierenknooppunt bij de Oude Maas. Schilderijen van Cornelis Kuipers (1739-1802) sieren de verschillende stijlkamers.

Dordrechts Museum
Het Dordrechts Museum is een van de grootste, belangrijkste en mooiste musea van Dordrecht. Het is opgericht in 1842 en is daarmee een van de oudste musea in Nederland. Het bevindt zich al ruim 100 jaar in dit gebouw dat daarvoor een krankzinnigengesticht was. Het museum bezit een representatieve collectie van zes eeuwen Nederlandse schilderkunst van veelal Nederlandse schilders en waarvan diverse van Dordtse herkomst. Maar er hangen ook werken van bekende buitenlandse schilders zoals: Monet, Sisley, Boudin en Daubigny. Er is een grote expositie te bewonderen van Johan Barthold Jongkind (1819-1891) die een sleutelfiguur was in de schilderkunst van de 19de eeuw en pionier van het impressionisme. Naast de schilderijen is er nog een kleine collectie glasservies te zien. Al met al een prachtig museum waar je makkelijk twee à drie uur kunt verblijven, maar dan moet je wel erg van middeleeuwse schilderkunst houden. Zeg maar gerust veel.

Het Hof van Nederland
Het Hof van Nederland is van oorsprong een Augustijnenklooster. De kloosterkerk, kloosterhof, kloostertuin, refter (eetzaal), dormitorium (slaapzaal) en kelders zijn nog altijd bewaard en fungeren nu als tentoonstellingszalen. In het voormalige klooster komt de stadsgeschiedenis en daarmee ook de vaderlandse geschiedenis op verschillende manieren tot leven: in objecten, films, geluid en virtuele vitrines. Centraal staat de Eerste Vrije Statenvergadering van 1572, die hier plaatsvond en uiteindelijk leidde tot de Onafhankelijke Nederlanden.

Huis Van Gijn
Het voormalige patriciërshuis uit 1729 is een van de weinige voor publiek opengestelde patriciërshuizen in Nederland. Het museum is genoemd naar de laatste bewoner, bankier mr. Simon van Gijn die er tot zijn dood in 1922 in woonde. Het huis bevat schitterende interieurs uit de 17de, 18de en 19de eeuw. Zo zijn er onder andere plafondschilderingen, meubels en keukeninrichtingen te bewonderen. Het pronkstuk vormt de voorkamer met rijke betimmering en kostbare wandtapijten. Op de verdieping heeft de voorkamer een uniek goudleer wandbedekking uit de 17de eeuw. Het is de enige goudleerkamer in Nederland die volledig bewaard is gebleven. Op de zolder is een grote en unieke verzameling antiek speelgoed ondergebracht, dat een van de oudste collecties is in Nederland.
Al met al een prachtig historisch gebouw met veel originele elementen uit het verleden.

Museum 1940-1945
Museum 1940-1945 is een oorlogsmuseum dat misschien maar een beperkt publiek trekt. Boeit het de jongeren nog wel vraag ik mij af? Toch is het goed dat mensen er energie in steken om de geschiedenis van de oorlog levendig te houden en ons herinneren wat oorlog werkelijk betekent en doet.
De positie van Dordrecht was in mei 1940 van groot belang mede door zijn ligging en de zeer omvangrijke spoor- en verkeersbruggen bij Moerdijk en Zwijndrecht. Dit was onder meer aanleiding tot de oprichting van het museum. Het is een klein museum met hoofdzakelijk veel kleine attributen zoals: uniformen, wapens, foto’s, onderscheidingen, documenten enz. enz.

Klik hier voor meer foto’s van Dordrecht.

De belangrijkste musea in Dordrecht zijn:

Dordrechts Museum, Museumstraat 40.

Dordts Patriciërshuis, Wolwevershaven 9

Het Hof van Nederland, Hof 6

Huis Van Gijn, Nieuwe Haven 29-30.

Museum 1940-1945, Nieuwe Haven 27-28.

Nationaal Landschapskundig Museum, Reeweg Oost 145

Nationaal Medisch Museum, Stadhuisplein 2

Nationaal Onderwijsmuseum, Burgemeester de Raadtsingel 97

Het Dordrechts Museum, Het Hof van Nederland, Regionaal Archief Dordrecht en Huis Van Gijn zijn één organisatie voor kunst, archief en geschiedenis van de stad Dordrecht.

Mijn persoonlijke top 10 van Dordrecht:

1. Wandeling door de historische stad
2. Dordrechts Museum
3. Huis van Gijn
4. Rondvaart door de grachten
5. Het Hof van Nederland
6. De Grote kerk
7. Arend Maartenshof
8. Dords Patriciërshuis
9. Groothoofdspoort
10. Villa Augustus – Watertoren en Pompgebouw

Dordrecht op internet:

Alles over Dordrecht

Dordrecht (gemeente)

In Dordrecht

VVV Dordrecht

Wikipedia

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Bratislava 2018

Bratislava is misschien niet de eerste stad waar je aan denkt bij een stedentrip. Bij diverse websites lees ik, ‘of Bratislava wel de moeite is’. Natuurlijk is het altijd persoonlijk, het is maar net waar je interesses liggen. De komende vier dagen ga ik ontdekken of Bratislava écht de moeite waard is. In mijn leven bezocht ik al honderden steden en heb dus genoeg referenties om een oordeel vellen.
Slowakije met haar hoofdstad Bratislava zijn niet bepaald wat je koplopers zou kunnen noemen. Slowakije is maar een beetje groter dan Nederland en telt maar 5,5 miljoen inwoners. Bratislava telt maar 430.000 inwoners en zit daarmee qua inwonersaantal tussen Den Haag en Utrecht in.
Na het uiteenvallen van het Oostblok heeft Bratislava een enorme ontwikkeling doorstaan. De gehavende stad is na de oorlog een hippe stad geworden. De stad heeft te maken met een snel toenemende mate van populariteit onder stedentrippers, dat mede te danken is aan de vrij compacte historische binnenstad dat na restauraties in top conditie is gekomen. Het is vooral een sfeervolle stad waar je lekker rond kunt wandelen en nog tegen betaalbare prijzen kunt genieten van een hapje of een drankje. In het café kost een biertje (Pivo, halve liter) ca. 2 euro. Je kunt dus al voor een tientje zat zijn! Vrijgezellenfeesten zijn dan ook veel voorkomend. Er zijn volop horecagelegenheden waardoor het ook onder de jeugd een populaire stad is. Dat verklaart meteen waarom er zoveel hostels zijn.
Een diner heb je al vanaf tien euro inclusief een drankje. De busrit tussen het vliegveld en het centraal station kost slechts 90 cent. Waar maak je dat nog mee? Bij Airbnb vind je appartementen in het centrum voor 30 à 40 euro per nacht. Wil je goedkoop op vakantie, dan kun je nog altijd in de voormalige Oostblok landen terecht. Dat geldt zeker voor Slowakije.
De Slovaken hebben een eigen taal. Het Slovaaks/Slowaaks wordt geschreven in het Latijnse alfabet en is nauw verwant aan het Tsjechisch en het Pools. Het bevat veel leestekens ook op de medeklinkers. De taal is voor ons slecht leesbaar en moeilijk en voor mij klinkt het allemaal als Russisch.


Bratislava ligt zoals andere grote Europese steden Wenen, Boedapest en Belgrado aan de rivier de Donau. Lokaal wordt deze rivier Dunaj genoemd. Opvallend is, hoe weinig er eigenlijk langs de oevers van de Donau gebeurt. Er liggen alleen rondvaartboten, boten met restaurants en een hotelboot (Botel). Verder worden de oevers van de Donau amper actief betrokken bij het culturele en sociale leven van de stad. Romantiek is ver te zoeken.
De historische binnenstad van Bratislava is de grote publiekstrekker van de stad. Hier bevinden zich de meeste bezienswaardigheden variërend van authentieke gebouwen, fraai vormgeven torens, indrukwekkende kerken, sfeervolle straten en pleinen. Topattracties van de oude stad zijn de Franciscanenkerk, het Oude Stadhuis (met daarin het Stedelijk Museum), het Paleis van de Primaat, de Michaëlpoort, Hlavné námestie en de Jezuïetenkerk ofwel de blauwe St. Elisabethkerk. Een redelijk groot deel van de Oude Stad is autovrij. Het oostelijke deel van de binnenstad bestaat meer uit gebouwen uit latere tijden, met name uit de twintigste eeuw. Hier zie je veel straten en gebouwen die niet direct de moeite waard lijken te zijn, maar die feitelijk wel deel uitmaken van de historie van Bratislava en daardoor ook bij het gezicht van de stad horen.
Tegenkomend op de vraag: is Bratislava de moeite waard? Ik moet volmondig antwoorden met ‘ja’. Bratislava heeft een eigen karakter en is niet met andere steden te vergelijken. Maar het is ook weer niet zo groot en boeiend dat je er dagen kunt verblijven. Het is gewoon weer eens wat anders. Mensen hebben nu Rome, Parijs en Londen wel gezien.

De volgende onderwerpen zijn nader belicht:

Bratislava City Museum
Dit is een van de belangrijkste musea in Bratislava. Het museum is ondergebracht in het voormalige Stadhuis op Hlavné námestie, de Grote Markt in het centrum. Omdat het aanbod van voorwerpen zo uitgebreid is en totaal niets met elkaar te maken heeft, is moeilijk te omschrijven waar het museum over gaat, maar in het algemeen is het historisch. Er zijn onder andere te zien: een stijlkamer, meubels, huisraad, oude geschriften en kunst. Tevens kan je met het entree de toren van 45 meter hoogte beklimmen. Het meest opvallende, indrukwekkende en unieke vormt misschien wel de kelder van het gebouw waar martelwerktuigen tentoongesteld zijn. Het zijn gruwelijke martelwerktuigen. Die werden overigens niet alleen hier in de middeleeuwen gebruikt maar in heel Europa. In de middeleeuwen hadden de mensen nog niet zoveel rechten. Als je verdacht werd van criminaliteit werd je lichaam meedogenloos opgerekt, doorgezaagd, doorregen met pinnen enzovoorts….

Bratislavský Hrad en Historisch Museum
Zowel letterlijk als figuurlijk de blikvanger van Bratislava is de kasteel van Bratislava (Bratislavsky Hrad). Dit kasteel ligt op loopafstand ten westen van de historische binnenstad. Het kasteel stamt oorspronkelijk uit het begin van de tiende eeuw, waarna er meerdere keren uitbreidingen en aanpassingen plaatsgevonden hebben. Op 28 mei 1811 is de kasteel zelfs vrijwel geheel afgebrand. Het duurde tot de jaren vijftig van de vorige eeuw voordat de burcht herbouwd was. De meest recente grote restauratie begon in het jaar 2008 en was in 2010 afgerond. Dit werd gevierd met een groots opgezette ceremonie op 6 juni 2010 waarbij tevens het standbeeld van Koning Swentopluk onthuld werd. Dat het kasteel gerenoveerd is, is goed te zien aan het interieur. Het is sober en strak. In het algemeen is geen super boeiend kasteel. Diverse centrale ruimtes zijn afgewerkt met gouden biezen en dat is ongeveer het enige dat mooi is aan het interieur.
In het kasteel is het Historisch Museum ondergebracht. Het museum toont een zeer gevarieerde collectie van voorwerpen uit het verleden van Bratislava; van archeologische beelden tot buizen radio’s. Steile trappen in de 47 meter hoge toren brengen je naar panoramisch uitzicht over de stad. Via een kleine wenteltrap kom je in de kroonjuwelen kamer, maar er is slechts één imitatie kroon te wonderen.
Niet alleen het kasteel/museum is de moeite waard, wie in de omringende tuin loopt krijgt op de zuidelijke en oostelijke rand een prachtig uitzicht over Bratislava.

Františkánské námestie en Franciscaanse kerk
Dit plein grenst aan het Hlavné námestie. Hier staat de Franciscaanse kerk en klooster welke volmondig in het Slowaaks ‘Františkánsky kostol Svestovania Pána’ genoemd worden. De beginselen van deze bouwwerken dateren uit de late dertiende eeuw. Het barokke uiterlijk is echter pas in de achttiende eeuw verkregen. In de kerk hebben in het verleden vele kroningen van koningen plaatsgevonden.
Op het plein vind je vrijwel doorlopend kraampjes waar souvenirs en ambachtelijke producten verkocht worden.

Grassalkovichov Palác
Het barokke Grassalkovičov Palác aan de Hodžovo Námestie is het paleis waar de president van Slowakije woont. Dit in grijs/wittinten barokke stijl opgetrokken paleis dateert uit omstreeks 1760. Het gebouw met zijn vlaggenmasten en wachters doet zeer hoffelijk aan. Achter het paleis ligt Grassalkovichova záhrada. Dit is tegenwoordig een publiek park en was vroeger de tuin van het paleis. Het behoort tot de populairste parken in het centrum van Bratislava. Er staan diverse standbeelden waaronder het standbeeld van Keizerin Maria Theresia op haar paard.

Hlavné námestie
Hlavné námestie (Grote Markt) is samen met het aangrenzende plein Františkánské námestie de kern van de historische stad en stamt uit de veertiende eeuw. De naam Hlavné námestie betekent letterlijk “hoofdplein”, waarmee aangeduid wordt dat het hier om het belangrijkste plein in Bratislava gaat. Langs het plein zie je fraaie gevels in allerlei pasteltinten. De belangrijkste elementen aan het plein zijn het Oud Stadhuis (Stará radnica) dat een combinatie van renaissancestijl met barokke elementen kent, het Paleis van de Primaat en de Maximiliaanfontein met daarop een beeld van ridder Roland uit 1572. Sinds 1868 is in het stadhuis het oudste museum (City Museum) gehuisvest. Een 45 meter hoge toren brengt je naar een panoramisch uitzicht over de oude stad.

Hviezdoslavovo námestie
Het Hviezdoslavovo plein is een van de oudste, drukste en grootste pleinen van de hoofdstad dat vroeger diende als markt. Het is aangelegd als een lange, dubbele promenade met aan weerszijde rijen met bomen. Horeca is er volop aanwezig en mede dankzij de beschutting van de bomen is het een geliefde plek tijdens de warme zomers. Tegenwoordig is het met zijn boulevard uiterlijk een gezellige en levendige plek waar altijd wat te doen, te zien of te luisteren is. Op het middengedeelte staan diverse standbeelden van onder andere een standbeeld van de dichter waar het plein na vernoemd is en een beeld van de Deense sprookjesschrijver Hans Christian Andersen. Het opvallendste gebouw aan de kop van het plein is het sierlijke Slowaakse National Theater.

Katedrála svätého Martina / St. Martinuskathedraal
De in gotische stijl opgetrokken St. Martinuskathedraal van Bratislava werd gebouwd op de ankers van een eerdere kerk op deze plaats. De kathedraal behoort tot de mooiste en oudste kerken van Bratislava die ook nog te bezichtigen is voor toeristen. Met name tussen 1563 en 1830 was deze kerk vaak het decor voor kroningen van Hongaarse koningen, onder meer Maria Theresia.
Onder de kerk ligt een begraafplaats waar belangrijke en invloedrijke personen liggen. Een vergulde replica kroon van 150 kg is gemonteerd op de 85 meter hoge kerktoren.

Kunst
Allerlei vormen van kunst vormen een belangrijk onderdeel in het dagelijks leven in Bratislava. Tijdens het communistische tijdperk gebruikten de mensen kunst om hun gevoel van onderdrukking uit te drukken. Tegenwoordig wordt kunst in allerlei vormen toegepast in het straatbeeld van Bratislava. Wat te denken van de soms enorme kunstobjecten die je aantreft op Hviezdoslavovo Nameste of de opmerkelijke beelden die verspreid door de historische binnenstad staan. Wie door de straten van Bratislava loopt zal ze zonder twijfel zien. Een van de meest bijzonder is ‘Man at Work’. Dit is een bronzenbeeld van een man die letterlijk uit een straatput kruipt. Naar verluidt vielen veel mensen letterlijk over dit beeld. Men heeft er maar een bord naast gezet met de tekst ‘Man at Work’. Nu staan er horde mensen om er foto’s van te maken. Een ander opmerkelijk beeld staat op het Hlavné námestie. Hier hangt een soldaat aan de achterzijde over een zijbank.

Michalska Brana / Michaël poort
Michalska Brana behoorde vroeger tot één van de vier toegangspoorten van de stad. Het koperen groene dak van de Michaël poort lijkt nog het meest op een kerktoren. Op het balkon heb je een mooi uitzicht over de stad en het kasteel (Bratislavský Hrad).
Nu is de poort een gezellig, druk en pittoresk plekje in de stad. Straatmuzikanten spelen er graag vanwege de goede akoestiek. In de aangrenzende winkelstraten zijn veel cafés en restaurants.

Natuur Museum
Veel steden hebben er een; een Natuur Museum. Bratislava heeft er ook een en wel vlak naast de Donau. Op de eerste verdieping van het neoclassicistische gebouw is een Muziek Museum onderbracht met een uitgebreide collectie muziekinstrumenten en ook oude documenten met bladmuziek.
Op de tweede en derde verdieping bevindt zich het Natuur Museum met een zeer uitgebreide collectie fossielen, opgezette dieren en skeletten. Het is zeer de moeite waard voor een bezichtiging en zeker voor kinderen is het zeer leerzaam. Bijzonder zijn de levensgrote imitaties van een mammoet en een relatief kleine dinosaurus.

Nový Most
Nový Most betekent de Nieuwe Brug. Om de naam is nogal wat te doen geweest. Toen hij in 1972 werd geopend heette hij Slovenského národného povstania, wat Slowaakse nationale opstand betekent. Echter in 1993 werd er door het parlement besloten dat de brug Nový Most moest gaan heten. Daarna zijn er initiatieven geweest om het wederom terug te draaien. Tijdens de bouw van deze behoorlijke lange brug over de Donau is onder andere de Joodse wijk in de oude stad plat gegooid.
Deze asymmetrische tuibrug over de Donau is een belangrijke verkeersader voor het wegverkeer tussen de twee oevers waarover Bratislava verdeeld ligt. Wat de ruim 431 meter lange brug bijzonder maakt is dat het de langste brug ter wereld is met één dubbele pyloon van bijna 85 meter en één brugdek. Onder het wegdek hangen twee loopburgen voor langzaam verkeer.
Bijzonder onderdeel van de brug is het restaurant bovenop de pyloon. Het restaurant is te bereiken met een lift in de pyloon. Dit restaurant ziet eruit als een vliegende schotel en biedt een prachtig 360 graden uitzicht over Bratislava.

Period Rooms Museum – The Apponyi House
Dit museum bevindt zich naast het Oude Stadhuis in het midden van het centrum. Het Apponyi House is een oude chique villa dat in 1762 gebouwd is. Het heeft prachtige stijlkamers uit de achttiende eeuw. Het is uniek in Bratislava en misschien wel een van de weinige oude gebouwen die voor publiek te bezichtigen zijn.

De belangrijkste musea in Bratislava:

Archaeological Museum – SNM, Žižkova 12

Arthur Fleischmann MuseumBiela 419/6

Bibiana – International House of Art for Children, Panská 41

Bratislava City Gallery – Mirbach Palace, Františkánske námestie 8-11

Bratislava City Museum / Múzeum Dejín Mesta, Radničná 1

Bratislava Transport Museum, Šancová 6419/1A

Bunker BS-8, Kopcianska Ulica

Children’s Museum, Vajanského nábrežie 2

Czechoslovak Fortification Museum, Belinského 7

Danubiana Meulensteen Art Museum, Cunovo – Vodne Dielo

Johann Nepomuk Hummel Museum, Klobučnícka 2

Museum of Clocks – House at the Good Shephard, Židovská 3

Museum of Jewish Culture, Židovská 17

Museum of Pharmacy – Red Crayfish Pharmacy, Michalská 1484/26

Museum of Trade, Linzbothova 16

Natural History Museum Bratislava / Slovenské Národné Museum + Prirodovedne Muzeum, Vajanského nábrežie

Nedbalka Gallery, Nedbalova 17

Period Rooms Museum – The Apponyi House / Múzeum Historickych Interieérov, Radničná 1

Railway Museum in Railway Depot Bratislava-Vychod, Východná

Slovak National Gallery, Námestie Ľudovíta Štúra

Slovak National Museum / Slovenské Narodné Múzeum / Historické Múzeum, Kasteel Zámocká

Synagoque, Heydukova

Mijn persoonlijke top 10 van Bratislava:

1. Bratislavský Hrad (kasteel en museum)
2. Een wandeling door het historisch centrum
3. City Museum en oude stadhuis
4. Period Rooms Museum – The Apponyi House
5. Natuur Museum
6. Michalska Brana / Michaël poort
7. St. Martinuskathedraal
8. Nový Most
9. Hviezdoslavovo námestie
10. Grassalkovichova záhrada (stadspark)

Bratislava op internet:

Lonely Planet

OV dienstregeling

Stedennet, Stedentips en informatie

Ticketbar

TOP 10 bezienswaardigheden 

Visit Bratislava

Wikipedia

 

Geplaatst in Geen categorie | 1 reactie

Malta 2018

Malta is een land maar ook een eiland, maar het is geen eiland van Italië mocht je dat denken. Het ligt tussen Sicilië en Libië in de Middellandse Zee. Met een oppervlakte van 316 km2 is het nog kleiner dan Texel. De afmetingen van het hoofdeiland zijn ca. 12 bij 26 km. Het telt dik 400.000 inwoners en daarmee behoort het tot de dichtstbevolkte landen ter wereld, terwijl de hoofdstad Valletta weer de kleinste hoofdstad is van Europa.
De geschiedenis van het eiland gaat ver terug. Door de strategische ligging van het eiland is Malta van oudsher van groot belang voor het beheersen van de Middellandse Zee. De tempels van Ħaġar Qim en Mnajdra en de op het eiland Gozo gelegen tempel van Ġgantija zijn ouder dan de Egyptische piramiden. Diverse volkeren regeerden over Malta.
Ook Napoleon probeerde Malta te bezetten. De Maltezers verjoegen de Fransen met hulp van de Britten en zo werd Malta een Britse kolonie die tot 1964 duurde. Tot 1974 was de Britse vorstin het staatshoofd; daarna werd het land een republiek. Dit verklaart waarom Malta nog steeds Engels georiënteerd is. Naast Maltees spreekt een groot deel van de bevolking Engels en er wordt links gereden. Malta trad op 1 mei 2004 toe tot de Europese Unie en op in 2008 werd de euro ingevoerd als betaalmiddel.
De Maltese taal is ontstaan uit het Arabisch nadat de Arabieren Malta in 870 veroverden. Maltees is de enige Semitische taal die in het Latijns alfabet geschreven wordt. Naast de standaardletters van het Latijns alfabet, bevat het extra tekens zoals de Ħ, die hetzelfde wordt uitgesproken als onze H.

Ondanks dat Malta zo klein is heeft het toch een grote wereldwijde naamsbekendheid.
Opvallend op Malta zijn de gele kalkstenen (limestone) waarmee alle gebouwen zijn gebouwd. De steen wordt lokaal gewonnen. De bebouwing op Malta is zo dicht dat diverse steden tegen elkaar aan zijn gebouwd en één grote agglomeratie zijn geworden. Dicht bevolkt, maar dan heb ik het niet eens over de ruim één miljoen toeristen die er ieder jaar nog bij komen. Malta is vanwege het klimaat, de historische bebouwing, de restaurants en de stranden een populaire toeristische bestemming.
Maltezen zijn een zeer gelovig volk. 98% van de bevolking is katholiek, waarmee het een van de meest katholieke landen ter de wereld is. In Malta staan maar liefst 376 kerken.
Malta is kaal en rotsachtig met relatief weinig natuurlijke begroeiing. Zoek je natuur, ga dan vooral niet naar Malta. De zomers zijn heet en droog. De beste reistijd is mei als de temperaturen veel aangenamer zijn en er volop bloemen bloeien.
Malta is op veel plaatsen mooi, maar veel plaatsen zijn minder mooi. Het is dus zaak je goed voor te bereiden over waar je wil verblijven en de dingen die je wil zien. Doe je voordeel met onderstaande info.

Ħaġar Qim en Mnajdra tempels

Het tempelcomplex uit de steentijd ontstond in twee fasen rond 3500 en 2800 voor Christus en is daarmee ouder dan de Egyptische piramiden en het Engelse Stonehenge. Het is nog altijd zeer verwonderlijk hoe de bevolking in die tijd dergelijke bouwwerken heeft kunnen maken. Er zijn zelfs stenen van 20 ton gebruikt. Alle stenen zijn rechthoekig gekapt net zoals bij de piramides en het zijn geen zwerfstenen zoals bij Stonehenge. Omdat het zo oud is, is het best ver vergaan en daardoor voor sommige niet meer dan een stapel stenen oneerbiedig gezegd. Het feit dat de bevolking in die tijd al zo beschaafd was, is toch wel heel boeiend. De tempels behoren tot het Unesco Erfgoed.

Marsaxlokk

Dit vissersdorpje ligt aan de oostkust van Malta. Het oude vissersdorpje is een van de meest fotogenieke plaatsen op Malta. De kust heeft een tafereel dat nergens anders op Malta te vinden is. In de baai dobberen honderden kleurrijke bootjes die prachtige decors vormen voor een schilderij of foto. Van Gogh zou hier helemaal uit zijn dak gaan. Op de oeverpromenade bevindt zich een even kleurrijke markt met een grote diversiteit aan koopwaar maar wel erg op de toerist georiënteerd. Bij de tientallen restaurantjes kun je heerlijke verse vis eten. Het plaatsje is vooral een topattractie voor dagjesmensen.

Mdina

Mdina is misschien wel het mooiste stadje op Malta. Het middeleeuwse stadje is zeer pittoresk en authentiek waardoor het dagelijks veel toeristen trekt. Het is komen en gaan van toeristen die nagenoeg allemaal elders op het eiland verblijven. In het vrijwel autoloze stadje wonen nog geen 300 mensen. Mdina is een must see als je op Malta bent. Paardenkoetsen rijden rond met toeristen. De gebouwen – overwegend kerken, kloosters en paleizen van de Malthese adel – stammen uit de 17de eeuw en vroeger. Nu zijn in enkele gebouwen restaurants en souvenirwinkels ondergebracht. De bezienswaardigheden binnen de stadsmuren zijn binnen een uur bekeken, maar van de sfeer kan men urenlang genieten.

Senglea / Isla

Senglea ligt net als Vittoriosa ten oosten van Valletta. Senglea draagt tegenwoordig weer haar oude naam Isla. Daar waar Vittoriosa veel energie heeft gestoken in het opknappen van de stad heeft Senglea het duidelijk laten liggen en is daardoor nauwelijks interessant voor de toerist. Het kleine stadje heeft een fortificatie maar uit de riddertijd is nog weinig van over. Het enige aantrekkelijke is de uitkijkpost op de restanten van het oude Michaelfort met een prachtig uitzicht op Valletta.

Sliema

Ten westen van Valletta ligt Sliema. Dagelijks vaart een paar keer per uur een ferry naar Valleatta. Sliema is helemaal geen mooie plaats, maar vanwege de korte verbinding naar Valletta is het een gewilde uitvalbasis en het zicht op Valletta is fantastisch. De gehele kust staat vol met lelijke, moderne appartementencomplexen. Bij diverse makelaars kijken we in de etalage. Appartementen variëren van 2 ton tot 2 miljoen. Heel wat westerlingen zullen hier een tweede woning hebben. Er is blijkbaar nog veel behoefte aan nieuwbouw, want er wordt nog volop gebouwd. De allerrijkste bouwen een villa met zwembad recht naast de zee. Kosten? Geen idee, maar ik denk miljoenen.
De spaarzame stukjes strand in de stad bestaan uit stenen plateaus. Het ligt hard, maar je hebt in ieder geval geen zand tussen je tenen of in je zwempie. Aan zon geen gebrek.

Valletta

Valletta is de hoofdstad van Malta terwijl het maar 6.000 inwoners telt. Het is een historische vestingstad dat op een schiereiland ligt. Vanwege zijn unieke eigenschappen staat het op de Unesco Werelderfgoed. Dit jaar, 2018, mag Malta zich culturele hoofdstad van Europa noemen, net als Leeuwarden overigens. Aan de nog altijd bestaande enorme vestingmuren is goed te zien dat de stad in het verleden zwaar bevochten is.
Het wegenpatroon is kaarsrecht waardoor verdwalen bijna niet mogelijk is. Triq Ir-Republika is de naam van de belangrijkste winkelstraat die letterlijk in het midden van het centrum ligt. Massa’s mensen slenteren over de brede boulevard.
De stad is extreem heuvelachtig waardoor veel straten zeer steil zijn. Sommige straten zijn zo steil dat de trottoirs uit één lange trap bestaan. In sommige straten is zelfs autoverkeer niet mogelijk en bestaan de straten louter uit trappen. Als voetganger zul je dus geregeld moeten klimmen en dat merk je na een paar dagen behoorlijk aan je kuitspieren.
Dagelijks gaat er een paar keer per uur een ferry naar de ‘Drie Steden’ en naar Sliema. Het boottochtje duurt nog geen tien minuten. Het is een tocht en een bezoek die ik je zeer kan aanbevelen.
Ondanks de grote hoeveelheden toeristen en de historische bebouwing vind ik Valletta ook weer niet super mooi. Uniek is het zeker en het lijkt op geen enkele stad die ik ook eerder heb gezien en het is zeker de moeite waard voor een bezoek. In één à twee dagen heb je de stad eigenlijk wel bekeken.

Vittoriosa / Birgu

Vittoriosa vormt samen met Cospicua en Senglea de Drie Steden, die ten oosten van Valletta liggen. Samen zijn ze tot één stad versmolten. Vittorisa draagt tegenwoordig weer haar oude naam Birgu. Met de ferry van Valletta naar Vittoriosa is een van de mooiste dingen op Malta en tóch staat het niet in de reisgidsen! Vanuit Valletta gezien geniet je eerst van het prachtige uitzicht op de fortificatie van deze stad. Dan volgt het zicht op het evenzo historische Vittoriosa. De ferry vaart de jachthaven binnen. Het is een luxueuze jachthaven met peperdure boten tot wel 60 meter lang. Reken maar één miljoen per meter voor een jacht, dan weet je wat ze kosten. Nooit eerder zag ik zoveel grote jachten. Ik zie zelfs een jacht met een helikopter aan boord!
Vittoriosa is een prachtig stadje met veel kleine steegjes dat eigenlijk veel mooier is dan Valletta en vooral véél minder toeristisch. Het is misschien wel mooier om in Vittoriosa een accommodatie te zoeken en dan vanuit die stad dagtochtjes te maken naar Valletta.
Naast de jachthaven zijn het Maritiem Museum, het Inquisitor’s Paleis, het Malta at War Museum en het Fort St. Angelo de hoogtepunten in Vittoriosa.

Mijn persoonlijke top 10 van Malta:

1. Valletta
2. Mdina
3. Marsaxlokk
4. Ferry tussen Valletta en Vittoriosa
5. Ħaġar Qim en Mnajdra tempels
6. Vittoriosa / Birgu
7. Rondvaart door de havens van Valletta
8. Het paleis van de president in Attard
9. Dingli Cliffs
10. Blue Grotto

Klik hier voor meer foto’s van Malta.

Malta op internet:

Alles over Malta

Landen Portaal

Landen Net

Malta voor beginners

TOP-10 bezienswaardigheden 

Visit Malta

Wikipedia

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Leeuwarden (Ljouwert) 2018

Leeuwarden en Valletta (Malta) zijn in 2018 de cultuursteden in Europa. Het toeval is dat beide steden dit jaar op ons programma staan. Leeuwarden is als eerste aan de beurt. Ik vraag mij af, waarin verschilt Leeuwarden dit jaar met andere jaren? Wat heeft het extra te bieden? Omdat ik nooit eerder in Leeuwarden ben geweest heb ik weinig referenties. Ik ga er de komende dagen achter komen waarom Leeuwarden zich dit jaar culturele hoofdstad mag noemen. In de krant lees ik dat Leeuwarden ‘hot’ is. Mede omdat het nu de status heeft van culturele hoofdstad is het erg in trek bij toeristen.
Met bijna 100.000 inwoners is het een van de oudste steden in het noorden van Nederland met een rijke geschiedenis. Dankzij een historische binnenstad en woonwijken uit de negentiende en twintigste eeuw staat Leeuwarden met 617 rijksmonumenteninschrijvingen in de top-15 van Nederlandse monumentengemeenten. Ook heeft de stad beschermde stadsgezichten zoals de binnenstad met singels, het Nieuwe Kanaalgebied en de Hollanderwijk. Deze worden beschermd, omdat ze een bijzondere ruimtelijke structuur en karakter hebben. Naast de rijksmonumenten zijn er 375 beeldbepalende panden. In de middeleeuwen hadden gebouwen een naam i.p.v. een huisnummer. Diverse panden dragen nog steeds de oorspronkelijke naam. Ondanks dat Leeuwarden een historische stad is toch mis ik wat. De huizen zijn gemiddeld klein en sober zonder veel sierlijke details wat duidt op een niet erg welvarend verleden. Leeuwarden is een stad maar heeft wel dorpse charmes. Uiteraard zijn er ook veel uitzonderingen. De mooiste gebouwen van Leeuwarden zijn onder andere: het Catshuis, het Stadhuis, Centraal Apotheek, de Kanselarij, Eysingahuis, Post Plaza, het Provinsjehûs, het Blokhuispoort, de Waag, Beurs, Paleis van Justitie en het Station NS.


Leeuwarden staat onder andere bekend om de 11 Stedentocht, Mata Hari, M.C. Escher en Fryske Dumkes. Bij Leeuwarden denk ik ook aan Doutzen Kroes. Ik weet ook wel dat ze uit Giekerk komt, het kleine dorpje op 10 km van Leeuwarden. Maar een beetje dromen mag toch wel? Ik weet zeker dat ze in haar leven vaak in Leeuwarden is geweest. En heel, heel, heel misschien loop ik ze wel tegen het lijf. Letterlijk? Ze zal er vast nog regelmatig komen.
Het is lente en erg warm dus over de 11 Stedentocht ga ik het hélemaal niet hebben. Over Escher kan ik ook kort zijn. Het gezin woonde in de Grote Kerkstraat, maar verhuisde naar Arnhem toen hun zoontje vier jaar was. De kleine Escher heeft dus niet echt kunstwerken geproduceerd in Leeuwarden. In de Grote Kerkstraat bij het Prinsenhof Museum hangt een tekening van Escher ter herinnering aan zijn voormalige woonhuis. Als je een bijzondere collectie van hem wil zien raad ik je aan om naar het Fischer Museum te gaan in Den Haag.
Fryske Dumkes is, zoals het woord het al zegt, een typisch Friese lekkernij, maar niet specifiek uit de hoofdstad dus. Het zijn lekkere koekjes die onder andere te koop zijn bij de bakker en op de markt.
Mata Hari is wel echt uit de hoofdstad en daar zijn ze best trots op. Wat weet je nog van haar? Wel, Mata Hari is als Margaretha Zelle in 1876 geboren. Ze was een exotische danseres die door de Fransen schuldig vonden is aan spionage en daarom is gefusilleerd. Ze groeide op in de Grote Kerkstraat 212. Zoals bij zoveel historische huizen staat er op het huis een tekstbordje met uitleg over deze bijzondere vrouw die ooit tot de best betaalde danseressen van Parijs behoorde. Op de ‘Kelders’ staat een bronzen beeld van Mata Hari tegenover het huis waar ze is geboren.
Er zijn een heleboel dingen die me opvallen in Leeuwarden. Ten eerste de grachten. Ik zou het niet over de 11 Stedentocht hebben, maar bij het zien van de grachten kan ik mijn gedachte er niet van verzetten om niet over deze marathon wedstrijd te beginnen. Ik bedenk me hoe het is als in een strenge winter de grachten bevroren zijn en de Friezen staan te popelen om te schaatsen. Moet machtig mooi zijn om middenin de stad te schaatsen.


In Leeuwarden zie ik veel jonge mensen, omdat er in Leeuwarden veel scholen zijn met studenten. Ik zie ook veel dagjesmensen en toeristen. Blijkbaar is de stad erg in trek. De rondvaartboten zitten helemaal vol en de stadsgidsen hebben het lekker druk. Mede vanwege het fantastische weer zijn de terrasjes lekker vol. Er is trouwens veel horeca in de stad, net als winkels waardoor het een gezellige stad is.
Ik had verwacht dat veel Friezen altijd Fries spreken, maar dat valt eigenlijk best tegen. De jeugd krijgt maar enkele uurtjes Fries op school dat overigens wel een verplicht vak is. De Friese taal is pas in 1955 als officiële taal erkend. Nu zet de provincie zich in om de taal te promoten, maar mijn gevoel zegt mij een beetje dat steeds minder Friezen Fries (zullen) spreken in het openbaar. Overal in de stad zie je borden met teksten waarop ze proberen de taal levend te houden, maar ik als niet Fries sprekende kan er niets mee. Ik kan het niet lezen. Zet er dan op zijn minst een Nederlandstalige versie onder. Op het grote plein voor de Oldehove is een stuk tekst verwerkt in de bestrating over het onderwerp taal.
Bewust of onbewust ga je Leeuwarden toch vergelijken met Groningen. Er zijn duidelijk overeenkomsten maar ook grote verschillen. Vooral de inwoners van de beide steden zelf zullen het meer als verschillende steden ervaren vanwege de unieke eigenschappen. Maar als niet-noordeling zie ik duidelijk overeenkomsten tussen de planologische structuur van de centra.
Ik was drie dagen in Leeuwarden en heb me prima vermaakt. Ik vind het een fantastische stad die ik iedereen kan aanbevelen.

Op de volgende onderwerpen nader toegelicht:

Blokhuispoort
Het Blokhuispoort is een van de meest bijzondere gebouwen in Leeuwarden. Het Blokhuispoort is een restant van de fortificatie van de vesting. Het huidige gebouw bestond jarenlang uit een gevangenis en een Huis van Bewaring. Sinds de sluiting in 2008 zijn er een groot aantal bedrijfjes gehuisvest letterlijk in de kleine cellen van het complex. Maar er is ook een hostel (Alibi). Dus als je nog eens in een gevangenis wil slapen kun je hier terecht. De industriële binnenhal is prachtig om te zien met veel staal en uiteraard de originele, dikke, stalen deuren van de cellen.

Fries Museum
In 2013 opende het nieuwe Fries Museum zijn deuren aan het Wilhelminaplein. Het moderne museum is een van de grootste in noord Nederland met een grote diversiteit aan onderwerpen. Uiteraard staat Leeuwarden centraal met onder andere archeologische vondsten en schilderijen. Er is een stijlkamer ingericht met schitterend achttiende eeuws meubilair. Compleet tegengesteld hiervan is de ‘feestzaal’ die geheel grijs is ingericht. Ik wist niet wat ik zag; een kamer waar alles maar dan ook alles grijs is. Zelfs het kratje bier is grijs. Het is een bijzondere ervaring, waar je bijna je oriëntatie verliest, omdat diepte vervaagt door de monotone kleur. Naast middeleeuwse kust is er ook ruim aandacht voor moderne kunst in het museum, maar dat zal vast niet iedereen waarderen. Tot de collectie behoren ook een BH van Mata Hari en het zwaard van Grote Pier (Grutte Pier), maar deze heb ik beide gemist, moet ik bekennen.
Onderdeel van het museum is het verzetsmuseum over de geschiedenis van de Joden waarvan het overgrote deel gedeporteerd is in de Tweede Wereldoorlog.

Keramiek Museum
Het museum is gehuisvest in het Princessehof, dat van 1731 tot 1765 bewoond is geweest door Maria Louise van Hessen Kassel, weduwe van stadhouder Johan Willem Friso. Het paleis bestaat uit drie panden die zijn samengevoegd. In het middelste huis woonde eind negentiende eeuw het gezin Escher. Maurits is daar geboren in 1898.
Het Keramiek Museum heeft een grote en uitgebreide collectie keramiek waaronder onder andere kunst, servies, tegels, vazen enz. Keramiek is niet echt mijn ding. Wat ik wel bijzonder vind zijn drie grote ‘vijvers’ met stromend water waar tientallen schalen met verschillende diameters in ronddraaien. Door het stromende water kletteren de schalen tegen elkaar waardoor er een onophoudelijk ‘geklingel’ ontstaat. Zo simpel, maar zo inventief en origineel.

Museum Pakhuis Koophandel
Het Museum pakhuis Koophandel – ook wel Het Andere Museum genoemd – is een van de meest eigenaardige musea dat ik ooit gezien heb. Het museum is ondergebracht in een vrij klein pakhuis dat afgeladen vol is met een zeer grote variatie aan voorwerpen. Bij binnenkomst krijg je de indruk dat ze gewoon heel veel voorwerpen bewaard en opgeslagen hebben in plaats van het weg te gooien. De collectie is zeer uitgebreid en bestaat samengevat uit: oldtimers, dinky toys, model treinen, Meccano, kantklossen, borduren, antieke radio’s enz. enz. Maar er is ook informatie en materiaal over Mata Hari en de Vrijmetselaars. Het is een zeer gevarieerde collectie met voorwerpen die vreemd genoeg onderling helemaal niets met elkaar te maken hebben. Al met al een verrassend leuk museum.

Natuurmuseum
Diverse steden in Nederland hebben een Natuurmuseum, zo ook Leeuwarden. Het is voor alle leeftijden, maar vooral voor jongere is het bijzonder leuk omdat het heel interactief is. Het museum bevat een grote collectie opgezette dieren met als pronkstuk een 15 meter lang skelet van een potvis die ooit op de Wadden aanspoelde.

Oldehove
De Oldehove op de Oldehoofsterkerkhof (plein) is de meest mislukte kerk die ik ooit gezien heb. De toren moest een van de hoogste van de Noordelijke Nederlanden worden, maar dat is er nooit van gekomen. Omdat het op een terp werd gebouwd begon het gebouw al op tien meter hoogte over te hellen. Eerst werd geprobeerd nog loodrecht door te bouwen waardoor de toren behalve scheef ook krom werd. Op veertig meter hoogte werd de bouw gestopt. Later zijn de spitsboogramen en portalen in de onderste geleding dichtgemetseld om de toren nog steviger te maken. De toren is nu het belangrijkste symbool van Leeuwarden. Er zijn zelfs likeurflesjes te koop die net zo scheef zijn. Wenteltrappen, die ook scheef zijn, brengen je naar de top van de toren. In een glazen uitkijkpost kijk je 40 meter recht naar beneden. In de toren wordt op de wand een boeiende film vertoond over het wel en wee van het ontstaan van de kerktoren.

Pier Pander Museum
Het Pieter Pander Museum is een klein museum in de Prinsentuin. Pier Pander was een Friese beeldhouwer die leefde van 1864-1919. Hij wist zich ondanks zijn handicap te ontwikkelen tot een gevierd kunstenaar, de bekendste Nederlandse beeldhouwer van zijn tijd. Het museum toont beelden en medaillons van de kunstenaar maar ook koperkunst van Dirk van Erp die in dezelfde periode leefde en op zijn 28ste naar Amerika emigreerde.

Praamvaren
In Friesland heet een rondvaartboot Praamvaart. Dagelijks vertrekken diverse platte open schuiten vanuit de gracht bij Nieuwstad. De tochten zijn populair waardoor de kans bestaat dat de dag volgeboekt is. Ben er dus snel bij. Bij de rondvaart zie je Leeuwarden vanuit een heel ander perspectief. Een gids vertelt onderweg over de details van Leeuwarden.

klik hier voor meer foto’s.

De belangrijkste musea in Leeuwarden:

Boomsma Beerenburgen Museum, Bagijnestraat 42A

De Blokhuis Poort, Blokhuisplein 40

Fries Museum, Wilhelminaplein 92

Fries Verzetsmuseum, Wilhelminaplein 92

Historisch Centrum Leeuwarden, Groeneweg 1

Keramiekmuseum Princessehof, Grote Kerkstraat 11

Museum De Grutterswinkel, Nieuwesteeg 5

Museum Pakhuis Koophandel, Oostersingel 8

Natuurmuseum Fryslân, Schoenmakersperk 2

De Oldehove, Oldehoofsterkerkhof

Pier Pander Museum, Groeneweg 1

Tresoar, Boterhoek 1

Mijn persoonlijke top 10 van Leeuwarden:

1. Een stadswandeling volgens VVV
2. Een stadstour met een gids
3. Een rondvaart met de boot / praamvaren
4. Blokhuispoort
5. Friesmuseum
6. Oldehove
7. Grote of Jacobijnerkerk
8. Prinsentuin
9. Museum de Grutterswinkel
10. Natuurmuseum

Leeuwarden op internet:

A guide to Leeuwarden

Dagje weg

Leeuwarden (gemeente)

VVV Leeuwarden / Mooi Leeuwarden

Wikipedia

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Willemstad vesting Nbr. 2018

De komende tijd zul je wat meer verslagen van Nederlandse steden voorbij zien komen op deze blog. Nederland heeft zoveel moois te bieden, dat naar mijn mening best wel wat meer aandacht zou mogen krijgen. Ik ben ook van mening dat er op gebied van toerisme in Nederland nog veel verbeterd kan worden, vooral op internationaal niveau. Laten we het overvolle Amsterdam even links liggen en ons meer concentreren op de kleinere steden, natuurgebieden, de kust en onze cultuur. We hebben echt heel veel te bieden, dat vooral voor buitenlanders erg mooi is. Zelf zijn we er misschien blind voor omdat het alledaags is. De komende jaren ‘stroop’ ik Nederland af en wil ik graag de bijzondere plekjes met jullie delen. Mijn eerste tocht dit jaar is naar Willemstad, in Brabant wel te verstaan, want er is ook een Willemstad in Curaçao, Groningen en Friesland. Willemstad is bijzonder vanwege zijn vesting.

(foto Wikipedia)

Willemstad heeft een markant verleden. De oorspronkelijke gemeentenaam is Ruigenhil. Het is een plaatsje dat sinds 1561 bestaat, toen de markies van Bergen op Zoom een moerassig gebied liet inpolderen. De Spanjaarden namen op 17 juni 1583 bij de Slag om Steenbergen tijdens de tachtig-jarige oorlog Steenbergen in dat op 20 km afstand van Ruigenhil ligt. Ruigenhil lag op een strategisch punt aan het Hollands Diep. Willem van Oranje liet Ruigenhil daarom versterken tot een vesting. Na zijn dood in 1584 verleende zijn zoon, Prins Maurits, Ruigenhil in 1585 stadsrechten en vernoemde het dorp naar zijn vader, Willemstad. Prins Maurits liet door ‘fortificatiemeester’ Adriaen Anthonisz de vesting uitbreiden tot zijn huidige vorm van een zevenpuntige ster. De bastions op de punten van de ster werden ieder genoemd naar een van de zeven provinciën die zich hadden verenigd in de strijd tegen Spanje. Er bestaat nog altijd een band tussen Willemstad en de familie Van Oranje; één van de titels van koning Willem-Alexander is Heer van Willemstad.
Ik heb een zwak voor vestingen, omdat ik ze zo mooi en uniek vind. Nederland heeft wel tientallen vestingsteden, maar laten we eerlijk zijn; ze zijn niet allemaal even bijzonder. Andere unieke vestingsteden in Nederland zijn onder andere: Bourtange, Heusden en Naarden. Die staan ook nog op mijn lijstje. Vestingsteden hebben ook iets dubieus, omdat ze allemaal een verdedigingsfunctie hebben; oorlog dus. In veel vestingsteden zie je nog historische kanonnen staan. Nu zijn ze gedegradeerd tot speelobjecten voor kleine kinderen. Dus eigenlijk is het ‘speeltuig’… Tijden veranderen!


Willemstad is maar een heel klein stadje dat maar een stuk of 15 straten heeft. De ligging is idyllisch met veel kleine huisjes uit de 20e eeuw. De meest bijzondere gebouwen in Willemstad zijn de Koepelkerk, het Oude Raadhuis, het Arsenaal, d’Orangemolen en het Mauritshuis. Er is een klein haventje binnen de vesting en buiten de vesting bevindt zich een grote jachthaven. Bij de binnenhaven zijn enkele horecazaken gelegen en dat is nou precies wat de mensen trekt. Vanwege de mooie ligging zijn er altijd wel ‘toeristen’ die even een terrasje komen pakken, waardoor het vaak druk is. In het autoluwe stadje hebben motorrijders mazzel, want die mogen binnen de vesting parkeren. Voor veel dagjesmensen blijft het bij een terrasje pikken en das jammer, want Willemstad heeft meer te bieden. Wandel eens door het kleine stadje en nog mooier, een wandeling over de bastions. Aan de buitenzijde van de vesting volgt een hooggelegen grindpad de contouren van de zeven bastions. Het slingerde pad leidt je naar mooie panorama’s. Vanwege het hoogteverschil zie je de mooie bebouwing van Willemstad met haar kleine huisjes. Informatieborden geven uitleg over de bastions die vernoemd zijn provincies. Aan de noordzijde heb je vergezichten over het Hollands Diep, de haven en de verdedigingswerken in de bastions. Om de vesting ligt een dubbele gracht waar je ook lekker kunt wandelen.
Indrukwekkend, gezellig, mooi, historisch en uniek zo is Willemstad het beste te omschrijven.

Hieronder een overzicht van de meest interessante gebouwen in Willemstad.

Arsenaal
In een vestingstad is uiteraard behoefte aan een gebouw voor de opslag van wapentuig. Reeds in 1590 was er reeds sprake van een arctionaelhuys, ook wel ’s Lands Magazijn genaamd. Dit werd in 1627 vervangen door een nieuw arsenaal. Dit laatste gebouw raakte op zijn beurt in verval. Het huidige arsenaal werd in 1792 gebouwd.

Koepelkerk
De grote Koepelkerk ligt in het midden van het stadje. Het was de eerste kerk in Nederland, die speciaal voor protestantse diensten werd gebouwd. De bouw begon in 1597 en werd in 1607 voltooid. Prins Maurits verleende financiële steun voor de kerk, op voorwaarde dat deze in een ronde of achtkante vorm zou worden gebouwd. Tegenwoordig wordt het rijksmonument gebruikt door de Hervormde gemeente/PKN. Rondom de kerk ligt een kerkhof, als een oase van rust.

Mauritshuis
Het Mauritshuis is een jachtslot en buitenverblijf in Renaissance stijl dat in 1623 door Prins Maurits van Oranje onder de naam Princehof werd gebouwd. Veel heeft hij er niet van kunnen genieten, want Maurits overleed in 1625. Het gebouw werd de ambtswoning van de gouverneur en later magazijn, ziekenhuis en  thuishaven van postduiven. Vanaf 1973 was het stadhuis van Willemstad, tot het in 1997 opging in de gemeente Moerdijk. Het rijksmonument wordt tegenwoordig gebruikt als locatie voor zakelijke en particuliere evenementen, waaronder bruiloften. Op de zolder bevindt zich het museum van de plaatselijke heemkundekring. Beneden is de VVV en een postkantoor gehuisvest.

d’Orangemolen
De prachtige d’Orangemolen werd in 1734 gebouwd in opdracht van de Nassause Domeinraad. De molen was tot 2008 soms in bedrijf. Nu wordt de molen bewoond. In 2014 kreeg de D’Orangemolen een flinke opknapbeurt waarbij onder andere de voorzomen, de windborden, de stelling en de kruilier zijn vervangen en de molen een complete schilderbeurt heeft gekregen. Sinds 2014 kan de molen weer draaien. De molen is heel opvallend slechts aan één kant wit geschilderd en de andere zijde is niet geschilderd.

Oude Raadhuis
Het raadhuis kwam tot stand in 1587. Oorspronkelijk wenste Prins Maurits dat er een kerk én een raadhuis zou worden gebouwd in het toen nog jonge dorp. Vanwege de oorlogssituatie was daarvoor geen geld. Aldus werd een soort multifunctioneel raadhuis ontworpen waarin men ook kerkdiensten kon houden en dat voorzien was van een toren met luidklok. In 1620 werd het tot dan toe eenvoudige gebouw verfraaid met een Vlaamse gevel. Er kwamen enkele dakvensters in de nieuwe kap en de zolder ging fungeren als bewaarplaats voor gereedschap van oorlog, zoals hellebaarden en dergelijke. De wapenstenen in de gevel werden in 1798 eveneens verwijderd, om in 1937 weer te worden aangebracht.

Klik hier voor meer foto’s van Willemstad.

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Baarle-Nassau en Baarle-Hertog 2018

Omdat ik in Midden-Brabant opgegroeid ben en familie had in Baarle-Nassau, kwam ik al op vroege leeftijd in Baarle, zoals het in de volksmond genoemd wordt. In het Brabants dialect klinkt het dan als “Bòòl “. Vroeger dacht ik altijd dat Baarle-Hertog een Belgische gemeente was, dat tegen Baarle-Nassau aan is gebouwd, een enclave dus. Maar het blijkt veel complexer te zijn. Baarle is het enige dorp ter wereld dat bestaat uit een internationale legpuzzel van 35 gebiedsdelen. Het grondgebied van beide gemeenten loopt met name in de kern flink door elkaar. Er zijn 22 exclaves van Baarle-Hertog in Baarle-Nassau en 8 exclaves van Baarle-Nassau in Baarle-Hertog. 4 van de enclaves liggen echter niet in Baarle maar ter plaatse van de Nederlands-Belgische grens. Een aantal van deze Nederlandse exclaves vormen weer enclaves in de Belgische enclaves. Een enclave in een andere enclave wordt counterenclave of enclave van de tweede orde genoemd. Dit is heel uniek in de wereld want het komt maar op twee andere plaatsen in de wereld voor nl. in de Verenigde Arabische Emiraten en in Bangladesh (Cooch Behar), waar de grootste en de meest complexe enclave van de wereld is.

In 1993 suggereerde Jan Houben, voorzitter van de CDA-statenfractie in Noord-Brabant, dat de enclavesituatie in Baarle het best opgeheven kon worden vanwege gemeentelijke herindelingen. Om een lang verhaal kort te maken. De Tweede Kamer in Den Haag besliste uiteindelijk in 1996 om Baarle-Nassau zelfstandig te laten en dus buiten het herindelingsproces van Brabant te houden. Hoe kan (kon) iemand het in zijn hoofd halen om de enclaves op te heffen en her in te delen? Is het niet geweldig mooi en zeldzaam? Het is een unieke situatie in de wereld. Dit moet zo behouden blijven. Dit is geschiedenis. Het hoort gewoon bij de cultuur. De inwoners van de beide gemeenten vinden het (nu) zo uniek dat ze menen dat de gemeentes op het Unesco Werelderfgoed moeten komen.
Baarle-Nassau en Baarle-Hertog zijn samen gesmolten tot één dorp. Maar dat is feitelijk bedrog, want de dorpen hebben elk hun eigen B&W, kerk (Onze-Lieve-Vrouw van Bijstandkerk NL, Sint-Remigiuskerk B), scholen, postkantoor, apotheek, notaris en vroegers zelfs hun eigen station aan het zogenaamde Bels Lijntje. De Belgische grens loopt letterlijk kriskras en totaal onlogisch door de gemeente. De grens loopt zelfs soms dóór de huizen en de tuinen. En dat kan behoorlijk lastig zijn, want als je zo’n huis of stuk grond koopt moet je niet alleen naar de Nederlandse notaris maar ook naar de Belgische notaris. Waar je je precies bevindt (in welk land) is het beste te herkennen aan de huisnummers. De vlaggen van de landen staan namelijk op de huisnummers. Dat loopt zelfs in sommige straten door elkaar heen. De plaats van de voordeur bepaald of men inwoner van Baarle-Hertog of Baarle-Nassau is. De enclavegrenzen zijn in het centrum zichtbaar gemaakt door grote RVS ‘punaises’ in het wegdek en speciale tegels in de bestrating. Op een enkele plek is de straat Belgisch en zijn de huizen Nederlands, zoals bij modehuis De Kok. Maar het is nog gekker, het gemeentehuis van Baarle-Hertog ligt op Nederlands én Belgisch grondgebied. Het is het enige gemeentehuis in de wereld waar een grens doorheen loopt. De grens wordt aangegeven met blauwe LED-lampjes. Tijdens gemeenteraadsvergaderingen kan het gebeuren dat de Belgische raadsleden op Nederlands grondgebied zitten. De kleinste enclave van Baarle van anderhalve bouwplaats ligt aan de ‘Loveren’. Het huis heeft twee huisnummers nl. 2 en 19. De grens loopt letterlijk dwars door de voordeur. Eén straat heeft twee verschillende namen. De Belgen noemen hem Hoogbraak en de Nederlandse naam is Nonnenkuil, rare naam trouwens.
Eerlijk gezegd is Baarle helemaal geen mooi dorp. Ik heb me altijd verbaasd over de vele dagjesmensen, die voornamelijk in het weekend Baarle bezoeken. Er moet iets zijn wat de mensen trekt. Is ’t misschien het gevoel in het buitenland te zijn? Of is het gewoon de Bourgondische sfeer die Baarle heeft? Misschien wel, maar besef wel dat het grootste en het gezelligste gedeelte van de gemeente Nederlands grondgebied is en dat is met name de Singel in het centrum waar de meeste horecagelegenheden zijn. Dus als je dáár een Belgisch biertje drinkt, ben je helemaal niet in het buitenland, maar gewoon in Nederland! Bourgondisch is Baarle zeker. Op en nabij de Singel bevinden zich vier restaurants en cafés namelijk: Den Engel, De Pannekoekenbakker, Raef en De Pungelaer.
Aan de Molenstraat 98 bevindt zich een drankenhandel met de toepasselijke naam “De Biergrens”, waar je meer dan 600 soorten (Belgisch) bier kunt kopen en uiteraard veel andere dranken. Probeer zo’n winkel maar eens in Nederland te vinden. 600 is natuurlijk extreem veel, maar wie gaat het natellen?
De meest bijzondere bezienswaardigheden van Baarle zijn: het Kaarsen Museum en Museum de Vergane Glorie. Maar beide musea zijn maar beperkt open en ook weer niet heel erg bijzonder.


Het Kaarsen Museum is alleen geopend van 1 april tot 30 september of voor groepen gedurende het hele jaar. Het museum bevat een uitzonderlijke collectie gebeeldhouwde kaarsen van Frits Spies. Uit pure bijenwas, op natuurlijke wijze gekleurd, heeft hij met ongelooflijk vaardige hand en veel geduld tot in de kleinste details meestal onderwerpen en personen van religieuze aard gebeeldhouwd. Het gaat hier om een absolute unieke kunstvorm van driedimensionale afbeeldingen van soms meer dan twee meter hoog.
In het kleine Museum de Vergane Glorie herleven diverse oude ambachten.
Jammer genoeg komen alle hoofdwegen van Chaam, Alphen en Turnhout middenin het centrum van de gemeente uit. Dit is precies waar de cafés zijn, waardoor het centrum niet bepaald autovrij is. Tijdens de werkdagen is Baarle alles behalve toeristisch en rijden grote vrachtwagens dwars door het smalle centrum. Het is ongetwijfeld een doorn in het oog van de bevolking. Van een randweg is al enige jaren sprake, maar het is waarschijnlijk moeilijk uit te voeren en erg kostbaar.


Al tientallen decennia zijn in Baarle de winkels op zondag open, dus ver voordat Nederland koopzondagen had. Dit was dus een van de redenen om naar Baarle te gaan. En tot op de dag van vandaag is het nog steeds stik druk in het weekend in Baarle. En als je toch in België bent, gooi dan meteen de tank vol, want benzine is nog altijd een stuk goedkoper in België.
Maar er is meer dat mensen naar Baarle trekt. Sigaretten zijn altijd goedkoop(er) geweest in België. Baarle heeft een aantal tabakswinkels waar veel Nederlanders inkopen komen doen, het liefst verpakt per slof. In de etalages zie je zelfs emmers met sigaretten. Het kan niet op.
Het is bekend dat ook vuurwerk aanzienlijk goedkoper is dan in Nederland en zelfs heel het jaar te koop is. Vooral in december zijn er heel wat Nederlanders die de autokoffer vol laden.
Samen gevat; Baarle Nassau en Baarle Hertog zijn vanwege de enclaves uniek in de wereld. In het weekend is het er druk en gezellig. Goedkoop zijn: benzine, sigaretten en vuurwerk. Genoeg redenen om (eens) naar de enclavedorpen te gaan, ondanks dat het eigenlijk helemaal niet mooi is, maar ach wat maakt dat uit, als het maar gezellig is. Toch?

Klik hier voor meer foto’s.

Baarle Nassau en Baarle Hertog op internet:

Baarle-Hertog (gemeente)

Baarle-Nassau (gemeente)

Dodendraad

Toerisme Baarle-Nassau-Hertog

VVV Baarle-Nassau-Hertog

Wikipedia Baarle-Nassau

Wikipedia Baarle-Hertog

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen