Groningen 2017

“Er gaat niets boven Groningen”, is de slogan. Slim bedacht natuurlijk, in geografische zin klopt het helemaal, maar hoe zit het met andere eigenschappen? Gezellig? Mooi? Historisch? Nog nieuwe branden! Zijn er nog nieuwe scheuren door aardbevingen? Daar ga ik de komende drie dagen achter komen.
Met circa 200.000 inwoners is Groningen de 7de grootste stad van Nederland. Het wordt ook wel de grootste stad van noord Nederland genoemd. Groningen is een echte stad met stadse mensen en geen dorpse pummels met een ‘grunings’ accent. Natuurlijk wordt dat voor een deel veroorzaakt door de ‘import’ van veel studenten en toeristen. Erg veel toeristen mag ik wel zeggen. Vooral Duitsers, die op een steenworp afstand wonen, maar ik zie – beter gezegd hoor- zelfs Limburgers en Belgen. De gemeente Groningen wordt door de Groningers zelf ‘Stad’ genoemd. Op deze manier is meteen duidelijk of je de gemeente of de provincie bedoeld. Slim.
Het centrum is ingedeeld in vier kwadranten en het is redelijk autoluw gemaakt. Of beter gezegd, het word je ontmoedigd om er met een auto te rijden. Onderling verkeer tussen de vier kwadranten wordt via de ringweg geleid. Inwoners van Groningen zijn daar op ingespeeld, maar als bezoeker/toerist zul je heel wat af vloeken, omdat je bijna nergens op een fatsoenlijke manier kunt komen. Overal zie je verkeersborden met: verboden voor auto’s, verboden linksaf, verboden rechtsaf, verboden dit, verboden dat. De keerzijde van een autoluwe stad is de overlast van fietsen. Maar ja, het is kiezen uit twee slechten en milieu is tegenwoordig een heet onderwerp.
Groningen is vooral een studentenstad met ruim 57.000 studenten, waarvan er ongeveer 35.000 in de stad wonen. Dat verklaart deels waarom Groningen een echte fietsstad is. Waar je ook maar kijkt zie je wel fietsen. Als voetganger is het constant opletten, omdat de fietsers van alle kanten komen.
Door zijn relatief geïsoleerde ligging was de stad Groningen historisch gezien vooral op zichzelf en de directe omgeving aangewezen. Als Hanzestad maakte Groningen deel uit van het Noord-Duitse handelsnetwerk. Het zijn elementen die de stad voor een belangrijk deel gevormd hebben.


Groningen is een gezellige en historische stad, maar ook zeer waterrijk. Bijna alle bezienswaardigheden liggen eigenlijk binnen de grachten (Noorderhaven, Zuiderhaven en Spilsluizen) en de ringweg die om het oude centrum ligt. In een uurtje wandel je langs de gracht om het historisch centrum. Onderweg zie je prachtige herenhuizen, de oude haven, maar ook fraaie oude pakhuizen. Vooral de oude schepen en woonboten maken het plaatje idyllisch. Deze wandeling is zeer de moeite waard.
Het meest bijzondere aan Groningen is de hoeveelheid historische panden, de gezellige kroegjes en winkelstraten. Ze staan allemaal verspreid in de stad, waardoor het overal wel mooi is. Er staat relatief weinig lelijke nieuwbouw in het centrum. Je zult je niet snel vervelen in Groningen.
Toch is de stad bezig met een modernisering van het centrum. Net naast de Martinitoren wordt een super modern gebouwd gemaakt (2017). Het gebouw moet Groningen architectonisch op de kaart zetten. Dit state of the art gebouw kenmerkt zich door strakke vlakken aan de buitenzijde en binnenin zijn diverse delen van het gebouw weggehaald. Mmh, beetje moeilijk uit te leggen. Kom in 2019 maar eens kijken als het af is. Controversieel wordt het zeker. Ik heb geen idee wat de inwoners vinden van deze moderne kolos in het oude centrum.


Een ander super modern gebouw is DOT, maar dat staat net buiten het centrum aan de Vrydemalaan 2. Het theater/schouwburg met de ronde koepel lijkt nog het meest op een bolhoedje. In de avond wordt de koepel aan de buitenzijde in diverse kleuren verlicht, alsof er een ruimteschip in het veld staat….
De brand in augustus 2017 in het casino van Groningen is ruim uit bemeten in de media. Nu, eind 2017, is men bezig het zwart geblakerde betonnen skelet te slopen. Echt alles is verbrand in het pand. Een bijzonder trieste aanblik. Tijdens mijn verblijf in Groningen is er opnieuw brand in de binnenstad. Groningen brandgevaarlijk? Nuh hoor!
Wandelend door Groningen kom ik bij toeval – ja, heus – in de hoerenbuurt terecht. Dat is in de Nieuwstad om precies te zijn. Met de kachel op 22 zitten de dames netjes in hun lingerie voor de ramen. Ik knik vriendelijk tegen een dame en de dame zwaait vriendelijk terug. Rode gordijnen en rode lampjes. Raamprostitutie heet dat met een mooi woord. Op Wikipedia is er zelfs een hele pagina aan gewijd, maar op Google Streetview is alles netjes afgedekt. Is zo afgesproken natuurlijk. Ik moest het natuurlijk wel even checken!
Groningen is mij erg goed bevallen. Het is een bijzonder bezienswaardige en gezellige stad. Als ik dichter bij zou wonen zou ik er zeker vaker naar toe gaan.

Hieronder een overzicht van de meest interessante dingen in Groningen.

Der AA-kerk
Dit is naast de Martinikerk het belangrijkste overgebleven middeleeuwse kerkgebouw van de stad. Gezien vanaf de Vismarkt torent de kerk, gelegen aan het Akerkhof, hoog boven de Korenbeurs uit. Deze mooie kerk uit 1425-1492 is binnen helaas niet te bezichtigen.

Goudkantoor
Het Goudkantoor uit 1635 op het Waagplein achter het stadhuis is een van de mooiste gebouwen in Groningen. Het pand is opgetrokken in een Groningse variant van de stijl van de Hollandse renaissance. Tegenwoordig is een café / restaurant in het Goudkantoor gehuisvest dat de naam van het pand draagt.

Groninger Museum
Het Groninger Museum bevindt zich op een eiland in de Zuiderhaven tussen het station en het centrum en dat is strategisch gezien een perfecte plek. Het is naast de Martinitoren een grote icoon voor Groningen. Het museumgebouw geldt als één van de hoogtepunten van het postmodernisme. Het bestaat uit drie grote volumes in het water die verbonden zijn door gangen en twee pleinen. De volumes hebben elk hun eigen vorm, afmeting en kleurschakeringen waardoor een onderlinge samenhang ver te zoeken lijkt. Het varieert van een zilverkleurige cilinder, een geel hoekig blok tot een kleurrijk gebouw met grillige contouren.
Het museum heeft naast de vaste collectie ook wissende collecties. Zo was er in 2016 een expositie te zien van David Bowie. Dat hij in die periode zou sterven was puur toeval. Er zijn vier uiteenlopende collecties nl. archeologie en geschiedenis van Groningen, kunstnijverheid, oude beeldende kunst en hedendaagse beeldende kunst, die elk in een van de unieke bouwdelen zijn ondergebracht. Een grote collectie schilderingen uit de Middeleeuwen vormt een van de hoogtepunten van het museum. Bijzondere aandacht wordt geschonken aan lokale schilders zoals de Ploeg. Kunstenaarsvereniging De Ploeg werd in 1918 opgericht als reactie op het artistieke klimaat in de stad Groningen. Een aantal jonge kunstenaars (Jan Wiegers, Johan Dijkstra, George Martens en Jan Altink) hoopte door samen te werken onder andere tentoonstellingen te organiseren.

Grote Markt
De Grote Markt is letterlijk het centrum van de stad en belangrijk vanwege de omliggende bebouwing. Vooral het stadhuis en de Martinitoren zijn de eyecatchers op het plein. Aan de zuidoostzijde van het plein bevindt zich een belangrijk uitgaansgebied met bekende horecanamen zoals De Drie Gezusters.

Hoofdstation
Het hoofdstation of centraal station uit 1895 is een van de mooiste spoorwegstations van Nederland. In Madurodam is zelfs een kleine versie te bewonderen van het station. De stationshal heeft nog maar weinig functie, maar het rijk gedecoreerde plafond is prachtig om te zien. Alle bezoekers die met de auto naar Groningen gaan zouden toch even bij het station moeten gaan kijken.
Op het stationsplein staat het beeld ‘Peerd van Ome Loeks’. Het witte beeld van een paard en man kan worden gezien als een van de symbolen van de stad Groningen. Het beeld ontleent z’n bestaan aan een Gronings volkswijsje met dezelfde titel.

Korenbeurs
De Korenbeurs ligt aan de westzijde van de Vismarkt. De beurs, met zijn opvallende neoclassicistische gevel, werd tussen 1862 en 1865 gebouwd, als vervanging van twee kleinere beursgebouwen. Het behoort tot de ‘Top 100 van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg’. Aan de zijde van de Vismarkt bevindt zich het imposante voorgebouw, met een bijpassende bordestrap. Op het dak staan de figuren van Neptunus (zeevaart), Ceres (landbouw) en Mercurius (handel). Achter de voorgevel bevindt zich de werkelijke markthal met zijn gietijzeren constructie en dakramen. Maar het gebouw is al lang geen beursgebouw meer, tegenwoordig is er een Albert Heijn gevestigd waardoor het een alledaagse winkel is geworden. Wil je echt genieten van het mooie gebouw, dan moet je omhoog kijken van de schappen af, maar of dat de mensen doen is twijfelachtig.

Martinikerkhof
Het plein draagt nog altijd de naam van zijn oorspronkelijke functie. Het Martinikerkhof is tot 1828 in gebruik geweest als kerkhof. Daarna was het wettelijk niet meer toegestaan binnen de stadsmuren begraven te worden. Sindsdien is het kerkhof getransformeerd tot een prachtig park en een oase van rust in de binnenstad terwijl het zo dicht bij het centrum is. Aan het Martinikerkhof staan achttien bouwwerken die als rijksmonument worden beschermd. Drie gebouwen hebben de status van gemeentelijk monument. Het Prinsenhof, Provinciehuis en de Martinikerk zijn de meest bijzondere gebouwen aan het plein.

Martinitoren en kerk
De kerk en de bijbehorende Martinitoren zijn genoemd naar Sint-Maarten. Heel vreemd worden de Martinitoren en Martinikerk meestal los van elkaar genoemd. Ze hebben ook hun eigen ingang. De ingang voor de kerk is via De Kostery, een brasserie die letterlijk tegen de kerk is aangebouwd. Eerlijk gezegd is de kerk niet de meest bijzondere kerk die Nederland rijk is. Het interieur is vrij eenvoudig. Er zijn geen beelden en er hangen maar een paar schilderijen. De meest bijzondere elementen in de kerk zijn het orgel, de graven in de vloer, de brandgeschilderde ramen en de muur- en gewelfschilderingen. Op één na zijn alle originele brandgeschilderde ramen verdwenen en vervangen door eenvoudig glas. In 1924 zijn vier nieuwe brandgeschilderde vensters achter de kooromgang aangebracht. Deze ramen zijn bekostigd door 41 ‘aanzienlijke’ families en voorzien van hun wapenafbeeldingen. De oudste nog bewaarde (muur)schildering dateert uit circa 1250 en stelt Maria op de troon van Salomo voor. De toegang tot de kerk kost slechts één euro.
De Martinitoren is misschien wel attractienummer één van Groningen. Met 97 meter is het de vierde hoogste kerk van Nederland. De toegang tot de toren kost drie euro en de muntjes voor de toegangstourniquette zijn verkrijgbaar bij de VVV aan de overzijde van de kerk. Via een smalle wenteltrap kunnen bezoekers echter maar tot een hoogte komen van 40 meter. 174 treden leiden je naar een schitterend uitzicht over de stad. Onderweg kom je langs immense klokken. Nu maar hopen dat ze niet luiden. De bovenste helft is dus niet toegankelijk voor publiek. Op 68 meter hoogte hangt het carillon met 52 klokken. Op de top van de toren staat geen haan maar een paard! Waarschijnlijk is dit een verwijzing naar het paard van Sint Martinus, de beschermheilige van de kerk.

Noorderplantsoen
Dit plantsoen ligt ten noordwesten van het centrum net buiten de gracht. Het is in 1882 aangelegd op de voormalige vestingwerken. Het is echt een prachtig stuk groen in de stad. Heerlijk om je even terug te trekken van de drukte. Het park is aangekleed met vijvers, sierlijke wandelpaden en indrukwekkende grote bomen.

Prinsentuin
De Prinsentuin is een oase van rust in de binnenstad. De renaissancetuin werd in 1626 aangelegd in opdracht van stadhouder Willem Frederik en zijn vrouw Albertine Agnes. Het is een van de mooiste renaissancetuinen van Nederland. Het ernaast gelegen Prinsenhof was sinds 1594 de plaatselijke residentie van de Prinsen van Nassau geworden.
In de muur aan de Turfsingel bevindt zich de uit 1731 daterende Zonnewijzerpoort, die in 1953 werd hersteld. De poort ontleent zijn naam aan de zonnewijzer die erboven is aangebracht.
Boven de zonnewijzer staat de Latijnse tekst: “Tempus Præteritum Nihil Futurum Incertum. Præsens Instabile Cave Ne Perdas Hoc Tuum”, wat betekent: “De vergane tijd is niets, de toekomende onzeker, de huidige wankel. Zorg dat je die van jou niet verspilt.”

Sint Anthonygasthuis
Groningen kent een aantal bijzondere hofjes. Het Sint Anthonygasthuis is er daar een van. Via een mooi poortgebouw aan de Rademarkt bereik je een middeleeuws aandoend hofje met kleine huisjes rondom een tuin. In een woord, prachtig.

Stadhuis
Het stadhuis staat midden op de Grote Markt en is vooral zeer dominant aanwezig. Het pand uit 1810 is in Hollands classicistische, neoclassicistische bouwstijl. Het portaal wordt ondersteund door vier ionische zuilen. Daarboven prijkt de tekst in gouden Romeinse cijfers ‘MDCCCX’. Het is echt een fantastisch mooi gebouw, maar op een of andere manier vind ik het zo proportioneel groot dat het eigenlijk niet meer past op de Grote Markt. Vinden de Groningers dat ook?

Universiteitsmuseum
Het Universiteitsmuseum is een museum voor mens, natuur en wetenschap met een veelzijdige wetenschappelijke functie, waar vooral het menselijk lichaam een belangrijke rol speelt. De bovenzaal van het museum is ingericht als klassieke museumzaal met grote vitrinekasten waarin allerlei voorwerpen uit de 400-jarige geschiedenis van de universiteit zijn tentoongesteld, van medische preparaten tot wetenschappelijke instrumenten. Er is een anatomiekamer met lichaamsonderdelen en baby’s op sterk water. Siamese tweelingen wel te verstaan. Baby met twee hoofden! En je kunt een kijkje nemen in de spreekkamer Aletta Jacobs (1854 – 1929), de eerste vrouw die in Nederland een studie afrondde, de eerste vrouw die promoveerde en de eerste vrouwelijke arts. Toegang tot het museum is gratis.

Vismarkt
De Vismarkt is een van de grootste en het mooiste pleinen van Groningen. Tijdens de markt staat het rechthoekige plein vol met marktkramen die alle aandacht trekken waardoor de schoonheid van het plein helaas verloren gaat. Maar als de kramen weg zijn komt de ware aard naar voren. Aan de Vismarkt staan 17 panden die beschermd zijn als rijksmonument. Het meest indrukwekkende gebouw op het plein is de Korenbeurs. Aan de noordzijde zijn helaas enkele moderne en contrasterende panden te vinden op het plein. De meeste panden zijn winkels of horecazaken.

Klik hier voor meer foto’s.

De belangrijkste musea in Groningen:

Groninger Museum, Museumeiland 1

GR-ID, (Grafisch Museum Groningen) Sint Jansstraat 2

Nederlands Stripmuseum, Westerhaven 71

Nooderlijk Scheepvaartmuseum, Brugstraat 24

Universiteitsmuseum, Oude Kijk in ’t Jatstraat 7a

Mijn persoonlijke top 10 van Groningen:

1. Wandeling langs de grachten: de A, Noorderhaven en Oosterhaven
2. Martinitoren en Martinikerk
3. Hoofdstation
4. Groninger Museum
5. Vismarkt met o.a. Korenbeurs
6. Noorderplantsoen
7. Universiteitsmuseum
8. Martinikerkhof met Prinsenhof en Provinciehuis
9. Grote Markt met stadhuis
10. Goudkantoor op Waagplein

Groningen op internet:

T0p 10 bezienswaardigheden 

Visit Groningen

VVV Groningen

Wikipedia

Advertenties
Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Manchester 2017

Waarom zou je naar Manchester gaan? Wat is er mooi aan Manchester? Deze vragen hielden mij bezig voor ik aan de citytrip begon. Na persoonlijk onderzoek bleek dat Manchester niet echt een héel mooie stad is. Toch was er iets wat mij er naar toe trok. Ik was er van overtuigd dat Manchester zijn mooie kanten heeft. Volgens mij heeft iedere grote stad wel zijn schoonheden, behalve Almere dan. Sorry ‘Almerenaren’. Een beetje voorbereiding voor de citytrip naar Manchester is wel noodzakelijk, omdat je anders veel mist van de bezienswaardigheden.
Manchester is met 500.000 inwoners de vijfde grootste stad van Engeland qua inwonersaantallen, maar qua dynamiek is het misschien wel de tweede grootste van Engeland.
Rond 1800 begon in Manchester de industriële revolutie. Hierdoor zijn er tot op de dag van vandaag nog steeds veel warehouses en industriële gebouwen te vinden. Door de industriële revolutie groeide de stad enorm en kon de stad nauwelijks de toename aan. De eerste passagierstrein ter wereld werd op de sporen gezet en het Manchesterkanaal werd als handels- en vervoersroute in gebruik genomen. De welvaart reflecteerde ook in het stadsbeeld en heel wat grote publieke gebouwen, waaronder het Stadhuis, werden opgetrokken. Hoewel de textielindustrie in de 20ste eeuw tanende was, kon de stad bouwen op een rijk erfgoed waardoor Manchester tot op vandaag een even levendige metropool is gebleven.
In 1904 produceerde Frederick Royce zijn eerste auto in de fabriek aan de Cooke Street. In samenwerking met Charles Rolls leidde dit tot een van ’s werelds meest vooraanstaande auto- en motoren merken.
In 1803 ontwikkelde John Dalton zijn eerste atoom theorie in Manchester. Atomen werden voor het eerst gesplitst door Ernest Rutherford tijdens een experiment in de universiteit in 1919.
The eerste moderne computer is gebouwd in de universiteit van Manchester. Het werd de ‘Baby’ genoemd en werd gebouwd met technologie voor communicatie apparatuur uit de Tweede Wereldoorlog. In 1948 draaide het eerste computerprogramma.
Het zijn zomaar een paar voorbeelden waaruit blijkt hoe innovatief Manchester is. De spreuk “What Manchester does today, the rest of the world does tomorrow”, geeft perfect aan dat veel nieuwe ideeën in Manchester worden geboren.


Vanwege de aanwezigheid van industrieën in Manchester werd er tijdens de Tweede Wereldoorlog overgeschakeld op productie van wapens en oorlogsmaterieel. De nazi’s reageerde hierop door de stad te bombarderen, waardoor Manchester zwaar getroffen werd en veel historische gebouwen helaas verdwenen. Een periode van wederopbouw volgde. De lege plekken werden gevuld met diverse bouwstijlen waardoor Manchester een bonte mengelmoes is geworden van tegenstrijdige bouwstijlen die eerder onderling vloeken dan matchen. Welstand was blijkbaar erg ruimdenkend. Het is een ratjetoe aan bebouwing. Dit is zo typerend voor Manchester.
De laatste jaren van de 20ste eeuw hebben een belangrijke invloed gehad op het hedendaagse Manchester. In 1996 vernietigde een bom van het IRA een groot deel van het stadscentrum waarbij gelukkig geen doden, maar wel 200 gewonden vielen. Heel wat gebouwen uit de jaren ’60 werden vernield of beschadigd.
Het stadsbeeld is erg ingrijpend veranderd door deze gebeurtenissen. Dankzij internationale hulp werd de stad heropgebouwd tot het nieuwe en moderne centrum van vandaag met gelukkig nog voldoende historische gebouwen.
Op 22 mei 2017 werd Manchester opnieuw getroffen door een terreuraanslag. Een terrorist liet tijdens een concert van de Amerikaanse Ariana Grande een zelf gemaakte zelfmoordbom afgaan. 22 jonge mensen en ouders kwamen om het leven. Ik voel duidelijk dat de aanslag de inwoners van Manchester dichter bij elkaar heeft gebracht. Op veel plaatsen in de stad hangen posters met het opschrift: I ♥ MCR. Het is een uiting van de liefde van de bewoners voor de stad, maar om als toerist met zo’n T-shirt te lopen gaat veel toeristen te ver, omdat de gemiddelde mens ‘MCR’ nog niet zo snel associeert met Manchester. En zelfs als men het zou weten, zou je er dan mee willen rondlopen?
Manchester is onder andere wereldbekend vanwege voetbal. De stad heeft maar liefst twee top teams in de Premier League: Manchester United en Manchester City die tot de beste van de wereld behoren. Beide clubs hebben een mega groot stadion redelijk dicht bij het centrum. Voetballiefhebbers kunnen hun hart ophalen bij een tour bij een van de stadions.
Maar er is meer. Op muziek gebied kent de stad een zeer groot aantal bekende namen. Onder andere 10CC, The Bee Gees, John Mayall, The Hollies, Oasis, Simply Red, Take That en The Verve vonden hun oorsprong in Manchester.
Engeland blijft hoe dan ook altijd interessant om zijn publeven. En dat beleef ik altijd uitgebreid moet ik zeggen. Ik weet alleen nooit wel bier ik moet bestellen als ik al die verschillende tapkranen aan de bar zie. Persoonlijk houd ik helemaal niet van Guinness. Ik heb me voor genomen dat ik altijd de rechtse tap kies. Behalve als dat Heineken, Amstel of Stella is, want dat kan ik thuis ook drinken. Zo drink ik iedere keer wat anders en is het telkens een verrassing. Helaas rukken deze Nederlands en Belgische merken zich steeds verder op in Engeland. Brexit jongens. Kap daar mee, schenk alleen authentiek Engels bier.
Zittend op je cafékruk is het heerlijk om het Engelse volk te bekijken. En wat loopt er een hoop apart volk rond in Engeland. Vooral de ‘working class’ of ‘lower class’ voert de boventoon. De manier waarop zij zich kleden, gedragen, tatoeëren is zo typerend voor Engeland. De Engelsen weten dat zelf ook maar al te goed. Kijk maar eens naar de sitcom ‘Keeping Up Appearances’ in het Nederlands ‘Schone Schijn’ met de snobistische Hyacinth Bucket – die eigenlijk gewoon ‘Emmer’ met haar achternaam heet – en haar zwager en tegenhanger ‘Onslow’, die dag en nacht in een vies onderhemd loopt. Prachtig serie. Zoals in de meeste grote steden zie je ook in Manchester redelijk veel daklozen.
In Manchester vallen je vast de ‘bijen’ op die je op veel afbeeldingen ziet. Bijen zijn het symbool van Manchester geworden. Dat dankt zich aan het volgende. In het 19de eeuw was Manchester het middelpunt van de industriële revolutie. De stad werd regelmatig beschouwd als de kern van de activiteiten. De mensen die op de molens en fabrieken werkten werden vergeleken met werkbijen. Een statement was gemaakt en in 1842 werden zeven bijen opgenomen in het wapenschild van de stad. Nog altijd verschijnen bijen op beschilderingen van bouwwerken en dergelijke.
Wat ook opvalt zijn muurschilderingen in de stad ofwel murals in het Engels. Diverse gevels zijn prachtig beschilderd met afbeeldingen van vogels en gezichten.
Ik was vier dagen in Manchester en dat was precies goed om de bezienswaardigheden te bekijken. Hieronder een opsomming wat er zoals te zien en te doen is. Ik kan Manchester zeker aanraden. Voor mij was het een relaxte stad waar ik regelmatig genood van een lekkere pint in een pub. Veel plezier.

Albert Square
Dit plein is een van de mooiste en belangrijkste maar ook drukste pleinen van Manchester. Het meest indrukwekkende gebouw aan dit plein is de Manchester Town Hall. Op het plein zijn een aantal monumenten en standbeelden te vinden, waaronder die voor Prins Albert (1819-1861) waar ook het plein naar is vernoemd. Het vierkante fontein werd voor diens vrouw, koningin Victoria (1837-1901) geplaatst. Het plein is tussen 1863 en 1867 aangelegd.

Beetham Tower
Dit torengebouw is het hoogste residentiële gebouw in heel het Verenigd Koninkrijk.
Het volledig glazen gebouw bestaat uit 47 verdiepingen. Met 157 meter springt de toren vanuit alle hoeken van de stad sterk in het oog en daarnaast bevindt zich op het dak nog een een glazen ‘antenne’ die het gebouw tot 171 meter hoog maakt. In het gebouw is onder andere het Hilton Hotel ondergebracht en ook een aantal kantoorruimtes en appartementen. Bovenin bevindt zich de sky bar draagt waar je een prachtig vergezicht hebt op onder andere Liverpool en Blackpool.

Canal Tow Path
Tijdens mijn wandeling door Manchester ontdekte ik per toeval de kanalen. Beginnend bij het moderne gebouw van The Bridgewater Hall ga je met trappetjes naar beneden, waarna je automatisch bij de kanalen komt. De kanalen van Rochdale Canal Tow Path zijn een mooi voorbeeld van industrieel erfgoed, dat misschien wel per toeval bewaard is gebleven. Over de smalle kanaaltjes werden vroeger goederen vervoerd naar de industrieën en de stad. Ondanks dat ik zo enthousiast ben over de kanalen zie je er geen enkele toerist. In de kanalen zitten authentieke, handbediende, houten sluisdeuren die het niveau in de kanalen regelen. Warehouses zijn verbouwd tot appartementen complexen. Oude, smalle, maar lange woonbootjes liggen aan de kades van The Bridgewater Canal Tow Path. De hele omgeving ademt sfeer. Het is een mooi samenspel van historie, rust, erfgoed, herbestemming en authentieke exterieur. Het is weg van de stad, maar toch om de hoek. Prachtig, om stukjes van de stad te ontdekken die zo bijzonder zijn.

Castlefield
Een stukje beschermd gebied van Manchester wordt aangeduid met de naam Castlefield. Deze plaats is eigenlijk de plek waar de stad uit is ontstaan. Hier stond ooit een Romeins fort met de naam Mamucium. Nu zijn daar nog delen van te zien, maar stel er niet te veel van voor want de gereconstrueerde delen zijn eigenlijk maar heel klein en nauwelijks de moeite waard voor een bezichtiging.
Het gebied er omheen was voornamelijk industrieel gebied waar veel handel werd gedreven. Tegenwoordig worden er allerlei evenementen georganiseerd en is het een goed bezochte wijk voor een hapje en een drankje.

Cathedral
Deze kathedraal stamt uit de middeleeuwen, maar werd gerestaureerd en uitgebreid in het Victoriaanse tijdperk, wat het uiterlijk enigszins vertekent. Door zijn redelijk lage toren is misschien niet een heel indrukkende kerk, maar het interieur heeft een verrassende schoonheid. Binnen valt pas echt hoe groot de kerk is. De kathedraal bevat een aantal fascinerende en historisch belangrijke houtgraveringen, welke middeleeuwse verhalen, legendes of moralen uitbeelden. Tijdens de tweede wereldoorlog en de IRA aanslagen werden ook delen van deze kathedraal zwaar beschadigd. Het duurde bijna 20 jaar om alle decoraties te herstellen.

Chinatown
Manchester heeft een heuse Chinatown. Een mooie Chinese poort in Faulkner street siert een van de straten waar zich veel restaurantjes en winkeltjes bevinden. Ik vind het altijd erg bijzonder om door zo’n Chinese winkel te struinen. Ze zijn afgelaten vol met levensmiddelen waar wij vaak nog nooit van gehoord hebben en nog nooit gezien hebben.

The John Rylands Library, 150 Deansgate
Het historische gebouw van de bibliotheek vormt een extreem contrast met het naastgelegen en super moderne glazen gebouw van Emporio Armani. De bibliotheek lijkt nog het meest op een kerk. De stijl is laat Victoriaans, neo gotisch. Een kijkje op de derde verdieping waar zich de historische bibliotheek bevindt is zeer de moeite waard. Het interieur is donker met veel hout, beelden en glas-in-lood ramen. Uiteraard zijn de stellingen gevuld met grote dikke historische boeken. Het bevat een unieke collectie inclusief de oudste versie van het Nieuwe Testament. De bibliotheek zou zo maar het decor kunnen zijn van een Harry Potter film. Prachtig.

The Lowry en Quays, Pier 8, The Quays
De Quays (kades) liggen op zo’n drie mijl ten zuidwesten van het centrum. De Quays kennen een industrieel verleden maar tegenwoordig is het gebied een prachtige, moderne en populaire vintage woonwijk om te wonen. De verbouw van de voormalige kades behoort tot de grootste stadsvernieuwingsprojecten van Engeland. Fabrieken en warehouses hebben plaats gemaakt voor moderne architectuur. Op het water worden volop watersport activiteiten georganiseerd zoals waterpolo, waterskiën en roeien.
Op Pier 8 liggen een moderne winkelcentrum (outlet) en het Lowry gebouw uit 2000. Dit superstrakke grijze architectonisch bouwwerk huisvest twee theaters, een studio, een tentoonstellingsruimte en een kunstgalerij.
Als toerist vind ik het echter een weinig interessante wijk. Tis dat het United Stadion en het Imperial War Museum North er in de buurt ligt waardoor een bezoek makkelijk te combineren is, anders zou ik zeggen: overslaan en pak een pub in de stad.

Shambles Square
Shambles Square is het meest bijzondere plein van Manchester. Het is geliefd bij locals en bij toeristen vanwege de vele gezellige pubs rondom dit bijzonder mooie pleintje. Diverse panden zijn zogenaamde vakwerkhuizen. Een van de pubs is de ‘The Old Wellington‘. Het gebouw dateert uit 1552 en is in Tudor-stijl, met vakwerk op een stenen fundament. Dit is het oudste dergelijke gebouw van Manchester. De familie Byrom opende in 1554 een lakenhandel in het gebouw. Na toevoeging van een verdieping in de 17de eeuw, werd de benedenverdieping in 1830 als pub ingericht. The Old Wellington Inn werd echter tweemaal compleet verhuisd. Het gebouw bevond zich oorspronkelijk ongeveer 300 meter verder van de kathedraal verwijderd op een oudere marktplaats (The Shambles).
In de late jaren 70 werd het gebouw met 1,4 meter opgehoogd en verplaatst om plaats te maken voor het winkelcentrum Manchester Arndale, en heropend in 1981. Het Provisional Irish Republican Army pleegde op 15 juni 1996 een bomaanslag in het centrum van Manchester, waarbij The Old Wellington Inn zware schade opliep. De reparatiewerkzaamheden, die circa £ 500.000 kostten, waren in februari 1997 voltooid. Echter was men toen bezig met de planning voor het creëren van Shambles Square, dus heeft men het hele gebouw in 1999 nogmaals circa 100 meter verschoven, tezamen met de belendende Sinclair’s Oyster Bar.
Anders populaire pubs in Manchester zijn: Briton’s Protection met 300 soorten whisky’s, Circus Tavern die de kleinste bar in Europa is, Tib St Tavern en Marble Arch.

Stadsparken
In het centrum bulkt het niet van de stadsparken en groenvoorzieningen. De mooiste en meest drukbezochte parken zijn Piccadilly Gardens en de Cathedral Gardens. Ze zijn allebei relatief klein met hoofdzakelijk grasvelden waar de inwoners graag vertoeven en relaxen.
De twee meest bekende parken net buiten het centrum van de stad zijn Heaton Park en Peel Park. Heaton Park is het grootste van de twee en behoort zelfs tot één van de grootste stadsparken van Europa. Wat vooral de aandacht trekt is het 18de eeuws landhuis ‘Heaton Hall’ wat tegenwoordig is opengesteld voor publiek. De kamers zijn in originele staat ingericht en geven je een kijkje in het leven van de welgestelde familie Egerton die er ooit woonde. Verder is er in het park een 18-holes golfbaan, speeltuin, kinderboerderij, siertuinen en een observatorium te vinden. Het park ligt echter wel op 3,5 mijl afstand van het centrum, waardoor je als citytripper hier waarschijnlijk niet zulk komen.
Peel Park bevindt op 1,5 ten noordwesten van het centrum. Hier zijn meer sportvelden te vinden en is er een speeltuin voor kinderen tussen de vier en veertien jaar. Ten zuiden van het Peel Park vind je het Salford Museum and Art Gallery.

Town Hall
Het prachtige Victoriaanse stijl stadhuis werd in 1877 voltooid. Het is een van de mooiste gebouwen van Manchester. Het gebouw heeft een 85 meter hoge klokkentoren waardoor het gebouw enigszins op een kerk lijkt. Als ik er ben krijg ik nog net even snel toestemming om het gebouw te bekijken, voordat er een bruiloft gaat beginnen. Ik dool alleen door de gangen van het vier verdiepingen tellende gebouw. De gangen zijn versierd met indrukwekkende plafondschilderingen en mozaïekvloeren. De medewerkers kijken me vreemd aan en denken wat doet die gozer hier, maar niemand vraag aan mij wat ik er doe. Terstond kom ik nog het bruidspaar tegen dat met een fotoshoot bezig is. Helaas heb geen kijkje kunnen nemen in de belangrijkste kamers van het gemeentehuis.

Winkelen
Manchester mag dan misschien niet zo heel mooi zijn, maar de stad heeft wel een zeer groot en levendig aanbod van winkels. Market Street is dé winkelstraat van Manchester. Shoppers kunnen hier hun hart ophalen. In de gezellige straat zie je veel straatmuzikanten, mimespelers en Afrikanen die kleine prullaria aanbieden.
Arndale is de naam van een zeer groot en overdekt winkelcentrum met honderden winkels. Het winkelcentrum is super modern en fraai vormgegeven. Debenhams is een groot warenhuis dat vergelijkbaar is met ons voormalige V&D. Het is gelegen in een prachtig pand naast Arndale.
Aan de andere zijde van het winkelcentrum ligt The Printworks. Het is een overdekt centrum waar vooral veel eettentjes zijn.
Vlakbij Market Street ligt de Barton Arcade. Het is een klassieke winkelpromenade met een prachtig stalen dakconstructie met glaspanelen.
Op 5,5 mijl ten westen van het centrum ligt het The Trafford Centre. Het is een zeer groot overdekt winkelcentrum en is zelfs één van de grootste van het Verenigde Koninkrijk met meer dan 10.000 parkeerplaatsen. Vanwege de ligging zul je echter als toerist niet snel bij dit winkelcentrum komen.

De belangrijkste musea van Manchester:

Manchester bulkt niet echt van de musea en een aantal musea zijn niet echt bijzonder. Diverse musea zijn echter wel gratis te bezichtigen. De achterliggende gedachte is dat de gemeente van mening is dat museumbezoek en cultuur gestimuleerd moet worden.

Greater Manchester Police Museum57A Newton Street
Klein museum over politie attributen, gebeurtenissen en feiten. Het museum is alleen op dinsdag open.

Imperial War Museum North (IWM Noth), Trafford Wharf Road
Het oorlogsmuseum uit 2002 is gehuisvest in een super modern gebouw gelegen bij de Quays en het Manchester United Stadion. Het gebouw is een ontwerp van de beroemde architect Daniel Libeskind, die onder meer het Joods Museum in Berlijn ontwierp én de nieuwe plannen voor de WTC-site in New York, waar de Freedom Tower onderdeel van uitmaakt. Het gebouw valt dan ook heel erg op, met zijn hellende vloeren en daken, en heeft al verschillende prijzen gewonnen.
Het museum wil laten zien wat de impact van oorlog is op het leven van gewone mensen. Het focust dan ook vooral op het menselijke drama van oorlogen. Om het uur is het in het
museum tijd voor The Big Picture. De lichten van de hoofdhal worden dan gedoofd en
oorlogsfoto’s en quotes worden geprojecteerd op de muren.

The Lowry Art Gallery, The Quays (kaden)
In het moderne Lowry gebouw in de Quays bevindt zich een kleine Art Gallery waar schilderijen en etsen te bewonderen zijn. De collectie is niet echt heel bijzonder.

Manchester Art GalleryMosley Street
In het neoclassicistische gebouw van de Manchester Art Gallery wordt een buitengewoon uitgebreide verzameling van oude kunst tentoongesteld. Het huisvest een van de mooiste kunstcollecties van het Verenigd Koningrijk. Het merendeel van de kunst betreft schildrijen van Engelse schilders uit de 18de en 19de eeuw. Een speciale afdeling is gewijd aan Nederlandse middeleeuwse meesters. Naast bekende schilders zoals Jacob van Ruisdael (1628-1682) hangen er werken van bijna 40 andere Nederlandse schilders. Een gedeelte van deze schilderijen is gewijd aan de schipvaart waar Nederland in de middeleeuwen om werd geroemd.
Op de tweede verdieping is hoofdzakelijk moderne kunst te bezichtigen, maar ook kostuums, servies en gebruiksvoorwerpen. Op de begane grond is nog een fotocollectie van bewoners uit Manchester te zien.

Manchester City Museum en Stadium Tour, Rowsley Street
Voetballiefhebbers kunnen hun hart ophalen bij een bezoek aan het Etihad stadion van voetbalteam Manchester City. In het museum zie je een expositie met memorabilia van de club historie.
Het stadion is in 2002 gebouwd voor de Commonwealth Games. Het prachtige state-of-the-art stadion is nu het thuisstadion van een van ’s werelds snelst groeiende voetbal clubs.
Tijdens de tour van 70 minuten leidt een professionele en vakkundige gids je door het stadion. Je neemt een kijkje in de directeurskamer, de persruimte, de spelers lounge en kleedkamers. Je loopt door de tunnel naar het gras onder het gejoel van 55.000 supporters.

Manchester Jewish Museum, 190 Cheetham Hill Road
Het Manchester Joods Museum ligt in Green Quarter op ca. 1,2 mijl ten noorden van het centrum. Het museum is enige joodse museum buiten Londen. Het is gevestigd in een voormalige Spaanse en Portugese Synagoge dat het oudst overgebleven synagoge-gebouw in Manchester is uit 1874. Het is een prachtig voorbeeld van Victoriaanse architectuur, uitgevoerd in Moorse stijl. Bijzonder opmerkelijk zijn de prachtige glas-in-lood ramen in de stalen kozijnen.

Manchester United Museum en Stadium Tour, Sir Matt Busby Way
Voetballiefhebbers kunnen Manchester niet verlaten zonder een bezoek te hebben gebracht aan het Trafford stadion van een van de beste voetbalteams, Manchester United. In het museum in het stadion wordt het verhaal van maar liefst 130 jaar voetbalgeschiedenis verteld. Voor de kinderen is er een interactieve zone en natuurlijk mag de ‘hall of fame’ niet ontbreken.
Jongen, wat is dit stadion ontzettend groot, maar met 76.000 zitplaatsen staat het echter nog lang niet in de top 10 van de wereld en zelfs niet van Europa. Met een rondleiding is het mogelijk om achter de schermen van deze club te kijken, wat anders niet mogelijk is. Onderdeel van de tour is een wandeling door de tunnel naar het ‘heilige’ gras. De tour duurt 80 minuten en je moet vooraf online kaarten reserveren wil je verzekerd zijn van een plaats. De tour vindt om de 10 minuten plaats en de kosten zijn 18 pond per persoon. Begrijp je nu waarom het een van de rijkste clubs is?

Museum of Science & Industry (MOS), Liverpool Road
Dit is het mooiste en boeiendste museum van Manchester voor jong en oud dat is ondergebracht in prachtig gerestaureerde oude warehouses. Het toont een groot aantal apparaten en machines die een belangrijkste rol hebben gespeeld bij de industriële ontwikkeling van Manchester. Vanwege de grootte van de toestellen is de collectie verdeeld over meerdere gebouwen. De toestellen zijn ingedeeld in categorieën. In het Great Western Warehouse zijn röntgenapparatuur, textielmachines en computers te zien. Op de verdieping kunnen jong en oud interactief en speels aan de slag met diverse toestellen die de principes van techniek tonen. In de ‘Power hall’ zijn onder andere machines en locomotieven ondergebracht. Het ‘Station Building’ is gebaseerd op de oudste passagiers treinstation van de wereld. De “Air and Space Hall’ aan de andere zijde van de straat toont hoofdzakelijk oude vliegtuigen maar ook enkele auto’s. Het museum is gratis te bezichtigen, maar een donatie is gewenst.

National Footbal Museum, Urbis Building, Cathedral Gardens, Todd Street
Het Nationaal Voetbal Museum is ondergebracht in het super moderne Urbis gebouw dicht bij de kathedraal. Ontdek meer van de sport door interactieve activiteiten en verbazingwekkende tentoonstellingen. Bewonder een replica van de wereldcup beker gemaakt in 1966 toen het origineel gestolen was.

People’s History Museum, Left Bank
Dit museum heeft wisselende exposities op de begane grond. Op de eerste en tweede verdieping bevindt zich de vaste expositie over de ‘working class’. Je ziet er voornamelijk posters, foto’s en enkele huisinrichtingen met veel tekst en uitleg. Ik kon echter geen enkel verhaal vinden in het museum en vond het bijzonder saai. Zet het gerust onderaan je lijst.

Salford Museum and Art Gallery, Peel Park
Gelegen nabij het Peel Park op 1,5 mijl van het centrum zal dit museum je waarschijnlijk ontgaan. Er wordt ook relatief weinig voor gepromoot en het museum krijgt daardoor voor de toerist weinig aandacht.
De collectie van het museum bevat meer dan 10.000 historische artefacten.

Whitworth Art Gallery, Oxford Road
Ten zuiden van de Manchester University campus en op circa 1,7 mijl van het centrum bevindt zich de Whitworth kunstgalerie wat in het gelijknamige park ligt. Dankzij een donatie van Sir Joseph Whitworth was het mogelijk om dit museum te openen. Joseph Whitworth stond bekend als ingenieur, filantroop, uitvinder en ondernemer. Een ander deel van zijn kapitaal werd geschonken aan het Christie Hospital en een aantal filantropische projecten. De bijzondere kunstcollectie bestaat uit onder andere sculpturen, schilderijen, textiel en het marmeren beeld van Sir Jacob Epstein ‘Genesis’.

Mijn persoonlijke top 10 van Manchester:

1. Manchester Art Gallery
2.Town Hall
3. Manchester Cathedral
4. Museum of Science & Industry
5. Rochdale Canal Tow Path
6. Shambles Square
7. The John Rylands Library
8. Manchester United Museum en Stadium Tour
9. Chinatown
10. Piccadilly Gardens

Klik hier voor meer foto’s van Manchester.

Veel plezier in Manchester.

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Warschau 2017

Geschiedenis is misschien niet je favoriete vak op school geweest, maar om Warschau beter te grijpen is het noodzakelijk iets van de geschiedenis van Polen en Warschau te weten, waardoor je beter snapt hoe de stad gevormd is. Laat ik mij echter beperken tot de geschiedenis vanaf de Tweede Wereldoorlog toen de stad zwaar getroffen is en er veel slachtoffers zijn gevallen. Warschau had een grote Joodse gemeenschap waarvan een omvangrijk deel werd vernietigd na de Joodse opstand in 1943. In de oorlog zijn maar liefst 3 miljoen Joden vermoord en met 18% slachtoffers van de totale bevolking is het zelfs ergst getroffen land van de wereld, nog boven Duitsland waar ‘slechts’ 10% van de bevolking slachtoffer was. De stad werd grotendeels verwoest tijdens en na de Opstand van Warschau van 1944. Na afloop van de laatste opstand werden veel inwoners de stad uit gedreven. De bevolking daalde van 1,3 miljoen in 1939 tot 420.000 in september 1945. De stad herstelde zich goed na de oorlog en telt nu ongeveer 1,7 miljoen inwoners.
De oorlogen en slachtoffers hebben uiteindelijk geleid tot veel monumenten en musea in Warschau. Voor alle belangrijke feiten en personen is wel een herdenkingsmonument opgericht. De stad staat vol met indrukwekkende beelden.
Ondanks dat Warschau tijdens de Tweede Wereldoorlog plat gebombardeerd werd waren het de Polen die delen van Nederland bevrijdden. Respect. Zestig jaar later wordt Nederland ‘overspoeld’ door Poolse gastarbeiders, maar nu worden ze heel wat minder positief ontvangen. Blijkbaar zijn we met zijn allen vergeten wat ze voor ons in de Tweede Wereldoorlog hebben betekend. Hoe controversieel kan het leven lopen!

Zelden heb ik zo’n lange voorbereiding gehad voor een reis als voor de reis naar Warschau. Ik wist niet veel van de stad, maar kwam er al snel achter dat het een zeer boeiende stad is met veel bezienswaardigheden. De stad barst van de paleizen, kastelen, monumenten en musea.
Het beeld dat ik vooraf had over Warschau sluit niet aan bij de werkelijkheid. Het centrum is niet wat ik er van verwachtte met armoede en restanten uit het communistische tijdperk. Warschau is vooral schoon, welvarend, mooi, toeristisch, cultureel en culinair. Alles waar de toerist op hoopt toch?
De volgende dingen vallen mij op in Warschau. Er zijn nog steeds heel veel mensen die roken. Er is bijna geen graffiti en straatvuil. En er zijn relatief weinig bedelaars. In die zin wijkt Warschau best af van andere metroPolen. (Over Polen gesproken…) Ik zie weinig alcoholgebruik op straat, terwijl ik dat juist verwacht had. Eerder zag ik in andere oostblok landen dat arbeiders ’s ochtends al aan een fles bier zaten!
Ik heb geen Nederlandstalige reisgids van Warschau kunnen vinden en moest onder andere internet afstruinen voor info. Is dat het bewijs dat Warschau niet populair is bij Nederlandse toeristen? Alle informatie die ik over Warschau kon vinden is hieronder weergegeven. Uiteindelijk is deze beschrijving meer een reisgids geworden dan een verslaggeving van mijn activiteiten. Ik ben heus niet bij alle musea en dergelijke geweest. Uitgebreidere informatie in het Nederlands over Warschau dan hieronder zul je niet vinden, kan ik trots vermelden. Dus doe er je voordeel mee.
Bij een trip naar Polen krijg je onherroepelijk te maken we de Poolse taal. En das even wennen moet ik zeggen. Pools is een West-Slavische taal, maar heeft wel het Latijnse alfabet. De taal is verwant met onder meer het Tsjechisch en het Slowaaks. Verschillen met ons alfabet zijn de vele leestekens niet alleen op klinkers maar ook op medeklinkers. Door de leestekens en vreemde lettercombinaties is zelfs het lezen al een probleem, laat staan het juist uitspreken. Het Pools kent ook de letter ‘ ł ‘, met dat rare streepje halverwege en deze wordt veelvoudig gebruikt. De letter wordt uitgesproken als in het Engelse ‘well’. Wie het verschil hoort mag het zeggen. Een beetje voorbereiding in de Poolse taal voor je naar Polen gaat is dus niet verkeerd. Het is handig om een aantal kernwoorden te kennen, dat maakt je bezoek een stuk makkelijker. Onderaan dit verslag staat een kleine spoedcursus Pools. In Warschau kun je overigens overal prima met Engels terecht.
Op straat zie ik spreuken van Loesje. De spreuken zijn uiteraard in het Pools, maar ze zijn wel ondertekend door ons Nederlands “Loesje”. Grappig hè.
Polen is sinds 1990 niet meer communistisch. Lada’s en Skoda’s hebben sinds die tijd plaats gemaakt voor dikke Duitse automerken en Italiaanse sportauto’s. Zelden zag ik in een Europese stad zoveel Ferrari’s, Lamborghini’s, Rolls Royces en dikke Mercedessen. We kunnen dus stellen dat het goed gaat met de economie in de stad. Ik besef echter wel dat dit beeld niet representatief is voor heel Polen.
Als ik in bed lig hoor ik bijna iedere avond/nacht het geluid van ‘straatraces’. De straten zijn verlaten en maken plaats voor Ferrari’s en andere racemonsters met brullende V8-motoren die het met elkaar opnemen voor stoplichtsprintjes. Toys for boys. Het geluid brult door de stad, maar de politie doet er blijkbaar niets aan. (Ik had een accommodatie in het centrum naast het Cultuurpaleis.)
Een van de typische Poolse gerechten is ‘Pierogies’. Het is enigszins vergelijkbaar met Italiaanse ravioli, maar de partjes zijn groter en halvemaanvormig. Het is deeggerecht met een vulling van kwark, gehakt, spek, aardappelen, wittekool (of bloemkool), uien, champignons of witte boerenkaas, maar eigenlijk is de vulling heel divers en afhankelijk van de creativiteit van de kok. De pierogies wordt gekookt of gebraden. Het voorgerecht kan geserveerd worden met zure room of soms met appelmoes, of besprenkeld met gebakken gesnipperde ui of bacon. Diverse restaurants zijn gespecialiseerd in pierogies en als toerist moet je het zeker eens proberen.


Warschau is onder andere bekend om Marie Curie en Chopin. De inwoners van Warschau zijn trots op deze schei- en natuurkundige nobel winnares en componist en dat laten ze blijken uit de vele dingen die verwijzen naar deze personen zoals standbeelden en musea. Verderop in dit verslag lees je meer over deze beroemdheden.
Bijna alle bezienswaardigheden in Warschau liggen ten westen van de Wisla rivier. Als toerist zul je niet snel naar het oostelijke stadsdeel gaan. Het is dus ook niet handig om daar een hotel te boeken. In dit stadsdeel vind je alleen een paar musea en het Nationaal Stadion. Het stadion doet tegenwoordig dienst als openluchtmarkt.
Ik was vijf dagen in Warschau en dat was precies goed om de bezienswaardigheden te bekijken. Hieronder een opsomming wat er zoals te zien en te doen is. Ik kan Warschau zeker aanraden. Voor mij was het een ontdekking van een niet zo heel populaire stad, die uiteindelijk super blijkt te zijn. Veel plezier.

Barbakan, Nowomiejska 15/17
Om een deel van het oude centrum Starego Miasta zijn nog steeds oude stadsmuren te zien. Aan de noord- en westzijde zijn de dubbele muren nog in tact. Drie eeuwen werd er aan gebouwd (1350-1650). De dubbele muur had zowel bastions als torens. De belangrijkste toegangspoort, ofwel Barbakan, bevindt zich aan de noordzijde van de stad en is de verbinding tussen Starego Miasta en Nowe Miasta (oud en nieuw). Het Barbakan met zijn vier halfronde verdedigingstorens is in zijn oorspronkelijke staat niet bewaard gebleven. Na de oorlog werd de rest van de Barbakan hersteld. Nu is er een museum gehuisvest.

Centrum
Je zou misschien verwachten dat Starego Miasta als het centrum van Warschau wordt beschouwd maar dat is niet. Het officiële centrum ligt nabij het Cultuurpaleis. Om het paleis ligt een ring van moderne wolkenkrabbers. De meeste zijn saaie rechte torens, maar de allernieuwste zijn bijzonder fraai vormgegeven.Veel bekende hotelketens zoals Novotel, Marriott en Intercontitental zijn gehuisvest in de strakke torens. In het centrum liggen ook het centraal station en Zlote Tarasy, het moderne winkelcentrum. Bij het centraal station zijn de sporen geheel ondergronds gebracht. Het station heeft maar vier perrons, maar is wel ontzettend groot vanwege de vele winkelpromenades. In het centrum zijn de wegen breed en druk. Op drukke kruispunten van de metrostations zijn voetgangerstunnels gemaakt. Slimme oplossing, want zo houden voetgangers en autoverkeer elkaar niet op. Je moet alleen telkens veel trappen nemen als je de straat wil oversteken. In de ondergrondse kruispunten zijn veel kleine kiosken ondergebracht.

Cytadela, Skazańców 25
Deze vesting uit de 19de eeuw werd door de Russische Tsaar Nicolaas I (1825-1855) gebouwd om ervoor te zorgen dat de Russen de controle over de stad konden behouden. De tjaar was koning van Polen van 1825 tot 1831. Het was de bedoeling om hier politieke gevangenen onder te brengen. Ooit vonden er zelfs executies plaats.
Het grondplan van het fort is een vijfhoek, met daarin een gebied van ongeveer 36 hectaren. Door de eeuwen heen werd het telkens voor militaire doeleinden gebruikt. Zowel de Russen, Polen als Duitsers hebben het overgenomen. Rondom de citadel ligt een groot park, waar je een goed zicht hebt op de ommuring. In het citadel aan de Skazańców bevindt zich het Muzeum Niepodległości (Museum van de onafhankelijkheid).

Dom Kereta (Keret huis), Żelazna 00-875
Het smalste huis ter wereld staat aan de Żelazna 00-875 in Warschau. De minimale breedte is slechts 92 cm en het breedste stuk is 152 cm. Architect Jakub Szczęsny ontdekte een smalle nis tussen twee gebouwen. Hij realiseerde zich dat het precies breed genoeg was voor een piepklein huisje. En dus bouwde hij het smalste huis ter wereld dat in 2012 werd voltooid. Via een soort vlizotrap kom je op de eerste verdieping waar een klein keukentje, een klein zithoekje en een ieniemienie badkamer is. De toiletpot staat letterlijk in de douche! De tweede verdieping is alleen via een ladder te bereiken. Op de tweede verdieping is de slaapkamer en een werkbureau.
De bewoner van het huis is schrijver en filmmaker Etgar Keret en is erg tevreden met de smalle woonruimte. Een feestje geven is dus niet mogelijk. Een dubbel bed past er ook niet in. Een goede relatie kan hij dus ook wel vergeten…
Het huis is niet te bezoeken en het valt ook nauwelijks op dat het een woonhuis is, maar de wetenschap dat het moderne gebouw het smalste huis van de wereld is, maakt het wel uniek. Singel nr. 7 in Amsterdam pretendeert echter ook het smalste huis van Europa te zijn. Deze gevel heeft een breedte van circa één meter.

Fort Legionów, Zakroczymska 12
Het fort ligt 1,5 km ten noorden van het centrum, boven de Nieuwe Stad.

Jarmark Europa (10de Verjaardagstadion) (Markt), aleja Poniatowskiego 1
Het 10de Verjaardagstadion of Stadion Dziesiciolecia is een van de grootste stadions van Warschau en het bevindt zich in het oostelijk deel van de stad. Ten tijde van de communistische Poolse Volksrepubliek vonden er veel massa-evenementen plaats, waar vaak meer dan 100.000 toeschouwers op afkwamen. Het stadion werd in 1953 grotendeels opgetrokken uit de materialen van de vernietigde gebouwen van de Opstand van Warschau tijdens de Tweede Wereldoorlog.
In 1983 werd, wegens technische problemen, besloten het stadion niet langer te gebruiken. Niet lang daarna werd het stadion gebruikt voor de Jarmark Europa, een openluchtmarkt die al snel uitgroeide tot een van de grootste ter wereld. Op de markt staan maar liefst 5000 handelaars hun waren aan te prijzen. De markt is berucht om de vele producten van de zwarte markt die er verkocht worden.

Koninklijke route
De Krakowskie Przedmieście, Nowy Świat en de al. Ujazdowskie vormen samen de Koninklijke route in Warschau. De ca. 3,5 km lange route brengt je langs de meest bijzondere gebouwen van de stad. Het begint bij het plein met het Koninklijke paleis en gaat dan zuidwaarts naar uiteindelijk het Łazienkipark in de wijk Wilanów, maar de meeste wandelaars houden het alleen op de autoluwe Krakowskie Przedmieście. De Nowy Świat en de al. Ujazdowskie zijn aanzienlijk drukker en minder interessant. Aan de route zie je mooiste bezienswaardigheden van de stad. Krakowskie Przedmieście is één van de mooiste straten van Warschau. Aan deze prestigieuze en chique straat staan prachtige paleizen, die na de oorlog herbouwd zijn. Tegenwoordig doen ze veelal dienst als regeringsgebouwen. Aan de Krakowskie Przedmieście liggen zowel de Universiteit van Warschau als de Academie voor Schone Kunsten. De straat is omgeven met bomen, terrasjes en gezellige pleintjes. Aan de straat bevinden zich tevens een aantal prachtige kerken en monumenten.

Nowe Starego (Nieuwe Stad)
De Nieuwe Stad lijkt eigenlijk niet veel nieuwer dan de Oude Stad. Het nieuwe stadsplein is een pracht van een plein, maar mist de allure van het Rynek Starego Miasta. Niet alle toeristen nemen de moeite om even door te lopen. Op het plein staat de prachtige witte Sacramentskerk met klooster. Het aantal terrassen en de gezelligheid is aanzienlijk minder.

Plac Piłsudskiego en Ogród Saski (plein en Saxontuin)
Het Saxonpaleis werd tijdens de Tweede Wereldoorlog bijna geheel vernietigd. Het enige dat over bleef van de arcade (bogengalerij) zijn slechts drie bogen. Dat is nog altijd te zien aan de gebrokkelde randen van de arcade. Ter herdenking van de slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog, richtte men in de restanten een graf op met het stoffelijk overschot van een onbekende soldaat.
Na de verwoesting van het paleis plaatste men in het graf urnen met de aarde van de slagvelden waarop het Poolse leger strijd heeft geleverd. In 1989 voegde men daar nog een urn met grond van Katyn aan toe, dit is de plaats waar Stalin 20.000 Poolse officieren liet vermoorden.
Bij de tombe brandt een eeuwige vlam. Tweemaal per dag om 12.00 uur en om 16.00 uur vindt de wisseling van de wacht plaats. Voor de toerist is dit altijd een leuk moment.
Voor het Graf van de Onbekende Soldaat ligt het Plac Piłsudskiego, een enorm groot kaal exercitie plein met alleen een Christus kruis van marmer en de vlag van Polen.
Vlak achter de tombe ligt de mooie en rustige Saxontuin dat het oudste openbare park van Warschau is en zelfs een van de oudste ter wereld. Reeds in 1727 opende het park zijn deuren voor het publiek. Oorspronkelijk werd het park aangelegd in Franse barokstijl, gebaseerd op de Tuinen van Versailles, maar in de 19de eeuw veranderde men de tuin in een romantisch Engels landschapspark. Tot de mooiste bezienswaardigheden behoren de 19de-eeuwse fontein en de 21 zandstenen barokke beelden van uitsluitend vrouwen.

Plac Zamkowy (kasteelplein)
Plac Zamkowy is een mooi historisch plein in het oude centrum. Op dit plein kijk je tegen de achterzijde van het Zamek Królewski. Dit is het grote en imposante Koninklijke Paleis waar ook het museum is. Het is een populaire plek voor toeristen vanwege zijn gezellige horeca gelegenheden.
Hoog boven het plein troont het beeld van koning Sigismund III (Zygmunt) die van 1587 tot 1632 regeerde. Deze zuil is het oudste monument van de stad en waarschijnlijk ook van Polen. Sigismund maakte in 1596 van Warschau de hoofdstad in plaats van Krakau, waardoor hij voor Warschau veel betekende.

Rynek Starego Miasta (oude stadsmarkt)
De oude of grote markt (rynek) in het oude stadsdeel is het meest centrale punt van Warschau, dat oorspronkelijke uit de 13de eeuw dateert. Het is het pronkstuk van Warschau. Het is een heel toeristisch gebied met een overdaad aan terrassen waardoor een deel van de schoonheid verloren raak, helaas.
Het plein kenmerkt zich door gekleurde statige herenhuizen. Bijzonder zijn de daken op twee niveaus met daartussen ramen.
Aan dit plein vind je ook het Historisch Museum van Warschau en het Muzeum Literatury im. Adama Mickiewicza.
Precies midden op het plein staat het bronzen standbeeld van zeemeermin Syrena Staromiejska. Deze veel gefotografeerde letterlijk half blote dame met zwaard en schild is de beschermvrouwe en het symbool van de stad.

Starego Miasta (Oude Stad)
Anders dan men doet vermoeden is de bebouwing van de oude binnenstad pas enkele tientallen oud, want na de Tweede Wereldoorlog moest het van de grond af aan weer opgebouwd worden. Geen moeite was te veel om de stad zo getrouw mogelijk aan het origineel te herbouwen. De nauwgezette restauratie ging de geschiedenis in als het “Wonder van Warschau”. Bijna elk gebouw in het oude centrum heeft een unieke architectonische stijl van gotiek tot barok. De herbouw nam maar liefst 21 jaar in beslag. Om de stad te herbouwen zouden zelfs schilderijen van straatgezichten zijn gebruikt. Nog altijd staan diverse gevels in de steigers voor een renovatie.
De stad staat nu op de Werelderfgoedlijst van de Unesco. De Polen zijn heel trots op deze status. In de straat ligt een grote bronzen plaquette met de vermelding, dat het sinds 1980 tot wereld erfgoed behoort. Eigenlijk is het een heel bijzonder situatie, dat het centrum op de erfgoedlijst terecht is gekomen, omdat alles gereconstrueerd is en dus niet origineel puur historisch. Een wandelingetje door de straten van de Oude Stad en over de marktplaats is verplichte kost voor elke toerist.

Teatr Wielki, plac Teatralny 1
Teatr Wielki is het grote operagebouw uit 1825 in classicistische stijl. In 1890 werd de portico voor de hoofdingang toegevoegd. Een portico is een hoofdportiek die naar de ingang van het gebouw leidt. Op de fries vind je een reliëf dat de terugkeer van Oedipus voorstelt. Oedipus is een figuur uit de Griekse mythologie. Een fries is een uitgebreide voorstelling op gebouwen en monumenten met reliëfs. Het theater opende zijn deuren in 1833.

Wisla
De Wisla is de grote rivier waaraan Warschau zijn bestaan heeft te danken. Maar het gekke is, dat de rivier geen enkele attractieve waarde heeft. Aan de westzijde van de rivier ligt een drukke weg waardoor wandelen langs de westoever onmogelijk is. Er liggen geen pleziervaarten. Geen restaurants. Geen waterrecreatie. Niets. Niets. Niets. Vreemd hè? Als je in Londen en Parijs kijkt wat respectievelijk de Thames en de Seine voor die steden betekenen, dan hebben ze in Warschau toch een aardige steek laten vallen.

Zlote Tarasy (winkelcentrum), Złota 59
Zlote Tarasy is een hypermodern winkelcentrum uit 2007 gelegen naast het centraal station en het Cultuurpaleis. Zlote Tarasy betekent letterlijk ‘Gouden Terrassen’. Het vijf verdieping tellende winkelcentrum is het grootste en drukste winkelcentrum van Warschau met ongeveer 200 winkels en restaurants. De bovenste verdiepingen zijn voornamelijk ingericht met terrassen, restaurants en een bioscoop. Het winkelcentrum wordt letterlijk bekroond met een gebogen glazen dak dat is opgebouwd uit honderden driehoekige ramen. Het is een meesterstuk van de architect. Het winkelcentrum heeft alle winkels van bekende ketens in huis zoals: Zara, H&M, Douglas, Victoria Secret enz. Heel wat toeristen komen hier om te winkelen. Aan de buitenzijde bevindt zich het Hardrock Café en een winkel van Saturn. Vanwege zijn ligging naast het station is het ideaal gelegen om je laatste geld uit te geven voordat je weer met de trein of bus naar het vliegveld gaat. Heel slim!

De belangrijkste kastelen in Warschau:

Warschau kent aanzienlijk meer paleizen dan kastelen. De verschillen tussen kastelen en paleizen zijn vaak moeilijk te omschrijven. In Warschau noemt men het gebouw in het algemeen paleis. Het Poolse woord voor kasteel is ‘Zamek’.

Zamek Królewski (Koninklijk Kasteel), plac Zamkowy 4 (plein)
Het oorspronkelijke fort stamt uit de 14de eeuw, en werd regelmatig vernietigd, maar ook heropgebouwd. Sinds de 16de eeuw was dit kasteel de koninklijke residentie en de zetel van het parlement. De koning had maar enkele kamers tot zijn beschikking, de rest werd ingepalmd door kantoren, archieven, rechtbanken en de gemeente. De toren van het paleis, de Zygmunttoren, ook wel de Klokkentoren is zestig meter hoog. In 1944 werd het kasteel opgeblazen door de nazi’s. Na de Tweede Wereldoorlog werden veel voorwerpen onder het puin vandaan gehaald en gebruikt voor de reconstructie. Het duurde echter tot 1971 voordat besloten werd om het kasteel te herbouwen. In 1984 werd het paleis pas geopend voor publiek. De illusie dat je in een eeuwen oud kasteel loopt is dus helemaal verkeerd. Het geeft maar eens aan hoe goed Polen de bouwkunst beheersen. Tegenwoordig doet het paleis hoofdzakelijk dient als museum. Het is ook een belangrijk educatie centrum. Het Koninklijk Kasteel is een prachtig gebouw in vroege barok, gotiek en rococo stijl en ingericht met stijlkamers zoals het vroeger was. Het toont onder andere de inrichting van de koningskamers. Alle kamers zijn bijzonder fraai ingericht met meubels, schilderijen, beschilderingen en huisraad. Het is een absolute topper van Warschau. Het is voor de Polen het symbool van de onafhankelijkheid van hun land.

Zamek Ujazdowski, Łazienkipark
In het kasteel is Centrum Sztuki Współczesnej ondergebracht. Dit is het Centrum voor Hedendaagse Kunst.

De belangrijkste kerken in Warschau:

Polen zijn een zeer gelovig katholiek volk. In bijna alle kerken zit wel iemand te bidden, jong en oud. Bij binnenkomst knielen de Polen diep voordat ze doorlopen. Je moet er niet vreemd van opkijken als er nog dagelijks een mis plaatsvindt in de kerk. Op straat zag ik regelmatig jonge geestelijken van onder de dertig jaar. Ook de jeugd is nog altijd goed gelovig.
Warschau heeft een bijzonder aantal interessante kerken, die een bezoek meer dan waard zijn. Hoewel veel kerken overeenkomsten hebben zijn er diverse kerken met een geheel eigen bouwstijl en interieur waardoor bezichtigingen interessant blijven. Het Poolse woord voor kerk is ‘Kościół’.

Katedra Polowa Wojska Polskiego (veld kathedraal van het Poolse Leger), Długa 13/15
Dit is een bijzondere kerk omdat het oorspronkelijk een legerkerk was. De meeste kerken in Warschau hebben een witte inrichting, maar deze kerk wijkt daar geheel van af. Het daglicht komt slechts door drie glas-in-lood ramen de kerk binnen waardoor het zeer donker is. De glas-in-lood ramen zijn daarentegen zelf wel bijzonder kleurrijk en mooi.
In de kelder van de kerk is een klein museumpje voor de militaire geschiedenis van de kerk.

Katedra św. Jana (Johanneskathedraal), Kanonia 6
De Sint-Johanneskathedraal uit de 15e eeuw is de oudste kerk van Warschau. Toen was het nog maar een parochiekerk. Pas in 1798 kreeg het de status van kathedraal. In deze kerk werden veel koningen gekroond. De opeenvolgende heersers van Warschau hebben er door de jaren heen allemaal andere elementen aan toegevoegd.
Deze kathedraal liep tijdens de Tweede Wereldoorlog veel schade op, maar werd later volledig in de gotische stijl van Mazovië herbouwd. Onder het puin bleven een aantal graven in tact, waaronder die van de schrijver Henryk Sienkiewicz en de Poolse koning Stanisław August Poniatowski, die de laatste koning was van 1764 tot 1795 van het zelfstandig Polen. In de kathedraal liggen veel beroemdheden begraven. Gabriel Narutowitz, de eerste president van de Republiek Polen, heeft zelfs zijn eigen crypte. Het Baryczkowski-kruisbeeld in de kerk zou naar verluidt wonderen kunnen verrichten! Het dateert van begin 16de eeuw en bevat menselijk haar. In de kathedraal hangen prachtige gotische kunstwerken van Wit Stwosz, een Duitse kunstenaar uit de 14e eeuw.
De kerk heeft ten opzichte van andere kerken een heel andere inrichting. De meeste kerken in Warschau hebben een witte inrichting maar bij deze kerk zijn de ribben van de gewelven uitgevoerd in schoon metselwerk. Op de kolommen zijn tientallen vlaggen aangebracht.
De kathedraal is verbonden door een overdekte voetgangersbrug met het koninklijk paleis. Deze brug werd in de 15de eeuw aangelegd nadat er een aanslag werd gepleegd op koning Zygmunt III. Door de brug kon de vorst veilig oversteken van zijn paleis naar de kerk. De brug is niet toegankelijk voor publiek.

Kościół Akademicki św. Anny (St. Annakerk), Krakowskie Przedmieście 68
Deze kerk ligt aan de prestigieuze en chique straat ‘Krakowskie Przedmieście’. Het is de eerste kerk van vier gelegen aan de koninklijke route gezien vanuit de Oude Stad.
Het is de mooiste kerk van Warschau, al is al het marmer geschilderd en niet echt. Het plafond is versierd met fresco’s, bij de andere kerken in Warschau zie je dat bijna niet. Het interieur is rijk gedecoreerd en veelal voorzien van bladgoud. Opvallend zijn de met bladgoud beklede kolommen van de kapelletjes.

Kościół Dominikanów pw. św. Jacka, Freta 10
Deze witte kerk in de nieuwe stad heeft in verhouding tot de andere kerken in Warschau een vrij eenvoudige inrichting.

Kościół Ewangelicko – Augsburski Świętej Trójcy, plac Stanisława Małachowskiego 1
Deze grote, witte kerk met zijn opvallende ronde koperen koepel wordt gerenoveerd (2017) en is daardoor niet te bezoeken.

Kościół Jezuitów (Jezuïetenkerk), Świętojańska 10
Het meest opvallende element in deze kerk is het schilderij van Jezus achter het altaar. Rondom het schilderij zijn gouden zonnestralen te zien, dat Jezus symboliseert als het ‘licht’ der wereld.

Kościół Kapucynów (kapucijnenkerk), Przemienienia Pańskiego, Miodowa 13
De kapucijnenkerk ten westen van de Oude Stad in barok stijl uit 1683-1692 is nogal bescheiden. Volgens de regels van de kapucijnen zijn de altaren niet verguld. De façade is gekleurd in oud rosse met witte kolommen en voorzien van drie beelden en een fronton.
Er zijn overblijfselen van verschillende beroemde mensen aangetroffen zoals het hart van koning Jan III Sbieski (1629-1696) in een urn in de koninklijke kapel.

Kościół Nawiedzenia Najświętszej Marii Panny w, (Kerk van de Visitatie (bezoek) van de Heilige Maagd Maria), Przyrynek 2
De kerk staat in Nowe Miastro, de Nieuwe Stad. In tegenstelling tot de meeste kerken die een bepleisterde gevel hebben, is deze kerk opgebouwd uit rode bakstenen. Het interieur is wit en eenvoudig. De ribben van de plafondgewelven zijn eveneens gemetseld. Deze kernmerken zien we ook bij de Johanneskathedraal. Tussen de muren en de gewelven zijn opvallende brede, witte en blauwe linten bevestigd ter decoratie.

Kościół Paulinów, Św. Ducha i św. Pawła Pustelnika, Długa 3
In deze witte kerk vallen vooral de grote donkere en sombere schilderijen op. Voor de schilderijen zijn hoofdzakelijk donkere kleuren gebruikt zoals zwart en bruin. Wat was die schilder depressief! Dat was het eerste waar ik aan dacht.

Kościół Redemptorystów sw. Benowa (St. Benon kerk), Piesza 1
Dit kleine kerkje staat in de Nieuwe Stad waar tal van andere kerken staan. De kerk is eenvoudig en niet echt bijzonder. Het interieur van de kerk is verrassend modern, hoewel het aantal expressieve oude beelden bevat.

Kościól Sakramentek sw Kazimiera (Sacramentskerk/klooster), Rynek Nowego Miasta 2
De kerk van St. Kazimier staat samen met het klooster (klasztor) aan de Rynek Nowego Miasta (stadsmarkt). Zowel de kerk als het klooster werden gesticht rond 1688. Het klooster is toegankelijk voor publiek. Dit geldt helaas niet voor de barokke kerk.
De Sint-Kasimierkerk was oorspronkelijk de residentie van de rijke familie Kowotski, maar in 1688 besloot koningin Maria Kazimiera, de vrouw van Koning Jan III Sobieski (1674-1696), dat het een kerk moest worden voor de Benedictijnenzusters. De gerenommeerde Nederlandse architect Tylman van Gameren, die onder meer ook het Wilanówpaleis ontwierp, nam het gebouw onder handen. In de Tweede Wereldoorlog deed het gebouw dienst als ziekenhuis. De Duitsers vernietigden het gebouw volledig, maar na de oorlog werd het herbouwd.

Kościół Seminaryjny (pokarmelicki), (Karmelietenkerk), Krakowskie Przedmieście 52/54
De prachtige Karmelietenkerk aan de koninklijke route heeft een schitterende geel kleurige neoclassicistische façade met beelden en reliefsten en een opvallend koper dak. Het interieur is in barokstijl en wit van kleur. De kerk werd in 1661 opgericht in opdracht van de Poolse aartsbisschop Radziejowski, maar de façade dateert van het eind van de 18de eeuw.
Het 18de-eeuwse rococo altaar in de kerk werd ontworpen door de Nederlandse architect Tylman van Gameren, onder andere bekend van het Wilanówpaleis en het Lazienkipaleis. In deze kerk gaf Frédéric Chopin zijn eerste optreden. Tijdens de Tweede Wereldoorlog liep de kerk weinig schade op.

Kościół św. Aleksandra (Alexanderkerk), plac Trzech Krzyży
De Alexanderkerk uit 1825 is een opvallende kerk vanwege zijn afwijkende vormgeving. De neoclassicistische kerk zelf is geheel rond maar aan de achter- en voorzijde bevindt zich een portaal in Griekse stijl met Korinthische zuilen. In de ronde muur zit geen enkel raam, maar wel in de ronde koepel er boven. De orgelpijpen hebben dezelfde ronding als de muur. Foto’s aan de gevel van de kerk laten zien hoe zwaar de kerk beschadigd raakte na het bombardement van negen bommen. De gehele koepel was daarbij ingestort.

Kościół św. Franciszka Serafickiego, Zakroczymska 1
De kerk staat in Nowe Miastro, de Nieuwe Stad. Het is een mooie witte kerk met rijk versierde kapellen en gouden beelden.

Kościół św. Marcina (St. Martin’s kerk), Piwna 9-11
De Franciscanenkerk ligt in de Oude Stad. Het interieur had aanvankelijk barok altaars die in de oorlog verwoest zijn. Na de oorlog heeft de kerk een modern interieur gekregen. Ik heb deze kerk niet kunnen bezoeken, omdat hij telkens dicht was. De opvallende en mooie geel kleurige laat barok façade is puntgaaf. Bij deze gevel is erg goed te zien dat het onlangs gerenoveerd is.

Kościół Świętego Krzyża (Heilig Kruiskerk), Krakowskie Przedmieście 3
De mooie barokke missionarissenkerk met zijn twee torens is gebouwd tussen 1679 en 1696. De façade werd pas in 1760 voltooid. In de loop der eeuwen hebben zich in deze kerk veel belangrijke ceremonies afgespeeld, zoals begrafenissen van een paar bekende Poolse schilders en componisten. Tijdens de Tweede Wereldoorlog raakte de kerk zwaar beschadigd, het interieur werd volledig verwoest.
In de kerk worden de urnen bewaard met de harten van de wereldberoemde componist Frédéric Chopin en de schrijver Wladyslaw Reymont, winnaar van de Nobelprijs voor literatuur in 1924. In de eerste pijler aan de linkerkant is een urn het hart van Chopin ingemetseld. Van de urnen is niets te zien, maar het is herkenbaar aan de verticale grafzerk die tegen de kolom is bevestigd. De kerk kent een aantal opvallende kapelletjes die volledige van bladgoud zijn voorzien, bijna op een kitscherige manier en over de top. Van alle kerken in Warschau is dit een van de kerken die het meest bewonderd wordt en veelvuldig door toeristen bezocht wordt.

Kościół Wizytek (Visitandinnenkerk), Krakowskie Przedmieście 34
De kerk aan de koninklijke route heeft een licht roze façade met beelden, maar op het laagste niveau missen de vier nissen een beeld. Het is een kerk waar veel bruiloften plaatsvinden. Met een beetje geluk zie je een mooi bruidspaar met een Rolls Royce voor de kerk.
De Visitatiekerk staat ook wel bekend als de Jozefkerk. Het kerkgebouw behoort tot de belangrijkste sacrale bouwwerken van Warschau. De vele kunstwerken die in de kerk gedurende de loop der eeuwen werden verzameld zijn hier nog altijd aanwezig. Dit is de enige kerk in de hoofdstad die ongeschonden uit de oorlog kwam, en dus nog in haar originele staat is.
In 1763 werd de façade pas voltooid. In de prachtig gedecoreerde barok kerk, veelal met vergulde elementen, hangen schilderijen van Poolse meesters. Opvallend is de vergulde rococo preekstoel in de vorm van een boeg van een schip. Het symboliseert het navis ecclesiae (schip van de kerk) dat ondanks stormen en orkanen standvastig blijft navigeren. Aan de boeg van de kanselkuip hangt een zilveren adelaar en een verguld anker.
Tijdens schoolmissen speelde de nog jonge Frédéric Chopin op het orgel in de kerk.
Het barok klooster achter de kerk wordt nog altijd gebruikt door de Orde van de Visitatie van de Heilige Maagd Maria.

Kościół Wszystkich Świętych (Alle Heiligen kerk), plac Grzybowski 3/5
Deze grote kerk is voorzien van een mooie maar grauwe façade met beelden en het witte interieur is eenvoudig. Toen de kerk in de 19de ontworpen werd, was het de grootste kerk van Warschau.

Nożyk Synagogue Synagoga im. Małżonków Rywki i Zalmana Nożyków,
Twarda 6
De synagoge ligt wat verscholen tussen de hoogbouw en is daardoor wat moeilijk te vinden. Ik heb de synagoge niet kunnen bezoeken omdat het gesloten was.

De belangrijkste monumenten in Warschau:

Warschau is zeer rijk aan monumenten. Het aantal is haast te veel om alles op te noemen. In het Łazienkipark bevinden zich veel van deze monumenten. Meestal zijn de monumenten uitgevoerd als een bronzen beeld, vaak met een aanzienlijke afmeting. Het verhaal achter het monument is wat het beeld zo bijzonder maakt. Veel van de monumenten hebben met de oorlog of met vooraanstaande personen te maken. Polen drukken hun gevoelens en herinneringen makkelijk uit in een beeld. Zo zijn er bijvoorbeeld ook beelden in de stad van prominenten staatsburgers die de stad ooit bezocht hebben zoals: de Amerikaanse president Donald Reagen en de Franse Charles de Gaulle. Het Poolse woord voor monument is ‘Pomnik’.

Kolumna Zygmunta III Wazy (Sigismundzuil), Plac Zamkowy (kasteelplein)
De Sigismundzuil voor het Koninklijk Kasteel is een van de herkenningspunten van Warschau. De zuil is een herdenkingsmonument voor Koning Sigismund III Waza, die van Warschau de hoofdstad van Polen maakte. De zuil werd in 1644 opgetrokken op vraag van koning Wladyslaw III, de zoon van Sigismund III.
In Tweede Wereldoorlog vernielden de Duitsers het monument tijdens de Opstand van Warschau in 1944. Het standbeeld is de eerste seculiere (niet aan religie gebonden) figuur die in Noord-Europa op een zuil geplaatst werd, ondanks het kruis dat de koning in zijn handen houdt.

Pomnik Adama Mickiewicza, Krakowskie Przedmieście
Adam Bernard Mickiewicz (1798 – 1855) was een Poolse dichter, dramatist, essayist, publicist, vertaler, professor in de Slavische literatuur en politieke activist. Hij wordt beschouwd als de grootste dichter van Polen. Zijn werk wordt in Polen en Europa vergeleken met Byron en Goethe. Het beeld aan de koninklijke route is in 1898 onthuld.

Pomnik Armii Krajowej (monument voor het ondergrondse leger), kruispunt Matejki en Wiejska
Het oorlogsmonument is in 1999 opgericht. Het is een van de weinige monumenten dat niet van brons is gemaakt maar van natuursteen. Op de licht gebogen en betegelde muur staan teksten en namen van slachtoffers.

Pomnik Bohaterów Getta (Monument voor de Helden van het Getto), Anielewicza 6
Het oorlogsmonument voor de Helden van het Getto werd vlak na de oorlog opgericht in 1948. Heel Warschau lag toen nog in puin. Het circa vijf meter hoge monument is omrand met zwart marmer. Op de achterzijde van het monument staat een stenen afbeelding van de vlucht van de Joden en op de voorzijde zien we een bronzen beeld dat het hevige verzet voorstelt van de Joden tijdens de getto-opstand van 1943. De Joden kwamen toen niet in opstand met het doel hun vrijheid te veroveren, maar om een heldhaftige dood te kunnen sterven.
Het monument bevindt zich recht voor het Muzeum Historii Żydów Polskich / POLIN, het druk bezochte Museum over de Geschiedenis van de Poolse Joden.

Pomnik Bohaterow Warzawa (Monument voor de helden van Warschau), Nowy Przejazd
Dit oorlogsmonument staat in een klein parkje naast de drukke aleja Solidarnosci voordat de straat de tunnel in schiet. Het bronzen beeld uit 1964 toont een liggende vrouwenfiguur met een zwaard gerezen boven haar hoofd. Het 10-ton zware sculptuur staat op een betonnen kolom van circa 10 meter en heeft een hoogte van zeven meter en een lengte van zes. Op de granietvoetstuk staat de opschrift: Bohaterom Warszawy 1939−1945 (Helden van Warschau 1939-1945). Het monument herdenkt al mensen die in de stad stierven in 1939-1945, onder andere de deelnemers van de verdediging van Warschau in september 1939, de deelnemers van de twee opstanden – het getto van Warschau Opstand en de Opstand van Warschau – en de slachtoffers van de naziterreur in de bezette hoofdstad.

Pomnik Bolesława Prusa, Krakowskie Przedmieście
Dit bronzen beeld staat onopvallend in een klein parkje aan de Krakowskie Przedmieście, de koninklijke route.
Bolesław Prus, pseudoniem voor Aleksander Głowacki (1847 – 1912) was een Pools schrijver en journalist. Prus wordt wel beschouwd als de eerste grote schrijver van de moderne Poolse literatuur, met een nationale status min of meer vergelijkbaar met die van Multatuli in Nederland.

Pomnik Fryderyka Chopina (Chopin Monument), Łazienkipark
Een trekpleister in het Łazienkipark is het art noveau monument van de beroemde Poolse componist Frédéric Chopin. Het bronzen beeld van circa vijf meter hoogte stelt de componist voor terwijl hij onder een treurwilg zit. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was muziek van Chopin verboden. Daarom vernielden de nazi’s het beeld. Het beeld werd in 1958 onthuld nadat het was hersteld. Elke vijf jaar wordt er een eerbetoon gehouden voor deze meester van de muziek. Uit alle hoeken komen mensen dan naar dit park om samen te zijn tijdens het Internationale Chopin Concours. In de zomer kun je in het park bij het monument naar muziek van de beroemde Poolse componist luisteren, gespeeld door beroepspianisten.

Pomnik Henryka Sienkiewicza (Hendrik Sienkiewicz Monument), Łazienkipark
Dit bronzen beeld van circa 2,5 meter hoogte is Henryk Sienkiewicz (1846 – 1916). Hij was een Pools journalist en schrijver, met als specialiteit historische romans. In 1905 ontving hij de Nobelprijs voor Literatuur, en was daarmee ook de eerste Pool die de Nobelprijs kreeg. Verder reisde Sienkiewicz in zijn leven onder meer door de Verenigde Staten. Van zijn reis door Amerika verscheen in 1959 het boek Portret van Amerika, samengesteld uit brieven die hij had geschreven ten tijde van de reis.
Sienkiewicz week bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog uit naar Zwitserland. Daar stierf hij ook aan het eind van 1916.

Pomnik Janusza Korczaka, Park Świętokrzyski
Het monument uit 2006 staat in het park ten noorden van het Cultuurpaleis. Het toont Janusz Korczak omringd door kinderen onder een dode boomstronk. De droge takken van de boom zijn gerangschikt als bij een Joodse menora. Een menora is een zevenarmige kandelaar/lampenstandaard. Het was het oude symbool voor het Hebreeuwse volk en een van de oudste symbolen voor het Jodendom in het algemeen. Janusz Korczak (1878-1942) was een Poolse kinderarts, pedagoog en kinderboekenschrijver. Hij begeleidde bijna 200 weeskinderen naar de gaskamers. Aangenomen wordt dat Janusz Korczak samen met de kinderen is omgebracht.
Voor het monument staat een grote fontein waar je tevens een mooi uitzicht hebt op het Cultuurpaleis.

Pomnik kard. Wyszyńskiego, Krakowskie Przedmieście
Standbeeld van kardinaal Wyszyński. Het staat recht voor de Kościół Wizytek aan de koninklijke route. Stefan Wyszyński (1901 – 1981) werd op 25 maart 1946 door paus Pius XII benoemd tot bisschop van Lublin. In 1948 volgde zijn benoeming tot aartsbisschop van Warschau en Gniezno. Tijdens het consistorie van 12 januari 1953 werd hij kardinaal gecreëerd. Tijdens het conclaaf van oktober 1978 was hij een van de drijvende krachten achter de verkiezing waar zijn landgenoot Karol Józef Wojtyła tot paus Johannes Paulus II benoemd werd.

Pomnik Jana Kilińskiego, Piekarska 20
Jan Kiliński (1760 – 1819) was een van de bevelhebbers tijdens de Opstand van Warschau van 1794. Kiliński vormde een eenheid van de nationale militie en leidde zijn troepen, samen met de krachten van het reguliere leger, tegen de Russische bezettingstroepen. Na de Russische terugtrekking werd hij lid van de voorlopige regering.

Pomnik Juliusza Słowackiego, plac Bankowy
Juliusz Słowacki (1809-1849) was een Poolse dichter, een vertegenwoordiger van de romantiek, toneelschrijver en briefschrijver. Hij schreef Slowaakse liederen, in overeenstemming met de geest van de tijd en de hedendaagse situatie van het Poolse volk over belangrijke onderwerpen zoals de strijd van nationale bevrijding, de geschiedenis van het volk en de bezetting, maar ook over actuele existentiële (verband houden met) universele thema’s. Zijn werk wordt gekenmerkt door mystiek, een grote rijkdom aan fantasie, poëtische en metaforische taal. Hij was een dichter van stemmingen, magister (leermeester) van literaire manipulatie en heeft een enorme invloed gehad op de latere Poolse dichters.
Het monument staat voor het Pałac Ministra Skarbu (Paleis van Ministerie van Financiën).

Pomnik Króla Jana III Sobieskiego (Jan III Sobieski Monument), Łazienkipark
Jan III Sobieski (1629 – 1696) was van 1674 tot zijn dood een van de meest opmerkelijke vorsten van het Pools-Litouwse Gemenebest, als koning van Polen en grootvorst van Litouwen.
Hij was populair onder zijn onderdanen en hij was een bekwaam militair commandant. Hij was het meest bekend van de overwinning op de Turken in het Beleg van Wenen in 1683. Na zijn overwinningen op het Ottomaanse Rijk werd hij door de Turken de “Leeuw van Lechistan” genoemd en door de paus werd hij gezien als de redder van het Europees christendom.

Pomnik Małego Powstańca, kruispunt van Podwale en Waski Dunaj
Het oorlogsmonument uit 1946 voor de Kleine Opstandeling of Malego Powstańca staat buiten de stadsmuur van de Oude Stad. Het is een van de kleinste monumenten in Warschau, maar ook een van de meest indrukwekkende. Het monument van het kleine kindsoldaat werd opgericht ter nagedachtenis aan de kinderen die tijdens de Opstand van Warschau in de Tweede Wereldoorlog mee moesten vechten en als koerier de vijandelijke gebieden moesten binnendringen. Het jochie is letterlijk in soldatenkleding gehuld met een metalen helm. De kleine jongen is Antek Rozpylacz, een kindsoldaat die dichtbij deze plek stierf. Het standbeeld wordt druk bezocht door groepen toeristen.

Pomnik Marszałka Józefa Piłsudskiego, plac Marszałka Józefa Piłsudskiego en Belwederska 54
Maarschalk Jozef Piłsudski (1867 – 1935) was een Pools militair en staatsman. Hij wordt gezien als de stichter van de Tweede Poolse Republiek in 1918. Er staan maar liefst twee bronzen beelden van deze maarschalk in Warschau. Een daarvan staat op plein dat naar hem vernoemd is, het plac Marszałka Józefa Piłsudskiego, recht tegenover het graf van de onbekende soldaat en het andere aan de Belwederska naast het Pałac Belwederski waar hij ooit woonde.

Pomnik Mikołaja Kopernika (Nicolaus Copernicus Monument), Krakowskie Przedmieście
Dit monument staat voor het Staszicpaleis. Nicolaus Copernicus (1473-1543) was een Poolse wiskundige en astronoom die een heliocentrisch model van het universum formuleerde waarbij de zon, in plaats van de aarde, in het centrum werd geplaatst. Het wordt beschouwd als een grote gebeurtenis in de wetenschapsgeschiedenis.

Pomnik Marii Skłodowska-Curie, Kościelna
Ter herinnering aan Mari Curie (1867-1934). Deze prachtige bronzen afbeelding op ware grootte van Marii Skłodowska-Curie is in 2014 onthuld door de Franse president Francois Hollande. Het was een geschenk aan de bewoners van Warschau van diverse Franse en Poolse organisaties. Deze in Warschau geboren natuur en scheikundige won als enige vrouw twee keer de Nobelprijs. Samen met haar man ontving Marie Curie in 1903 de Nobelprijs voor de Natuurkunde. Hiermee was ze de eerste vrouw die een Nobelprijs in ontvangst mocht nemen. Acht jaar later ontving Curie opnieuw een Nobelprijs, deze keer de Nobelprijs voor de Scheikunde. Frankrijk, waar zij ook overleden is, was haar tweede vaderland.
Het beeld staat nabij de Kerk van de Visitatie (bezoek) van de Heilige Maagd Maria in de Nieuwe Stad waar zich ook het museum van Mari Curie bevindt.
Op de plek van het beeld heb je vanwege de hoogte een prachtig uitzicht over de Wisla en het Multimedialny Park Fontann (fonteinen park).

Pomnik Poległych i Pomordowanych na Wschodzie (Monument voor de gevallenen en vermoorden in het oosten), Muranowska 2
Oorlogsmonument ter nagedachtenis van de Joden die in de Tweede Wereldoorlog in de Sovjet-Unie vermoord zijn. Dit is een zeer aangrijpend monument uit 1995 waarbij de ontwerper het monument de vorm heeft gegeven van een treinwagon waarin de Polen naar de Sovjet-Unie gedeporteerd werden. De wagon is gevuld met kruisen, die de duizenden Polen voorstellen die in het oosten vermoord werden. De hele wagen inclusief de kruizen zijn in zwart uitgevoerd behalve één kruis, dat is van brons. Op de spoorbielzen voor de wagon staan namen van een aantal slachtoffers.
Het monument ligt aan een drukke weg ten noorden van de Nieuwe Stad, waar helaas niet veel toeristen komen en krijgt het na mijn mening niet de gewenste aandacht die het zou moeten krijgen. Qua monumenten is dit wel het meest indrukwekkende van Warschau.

Pomik Powstania Warszawskiego (monument voor de opstand van Warschau), plac Krasińskich (Krasinskichplein)
Het Opstand van Warschau-monument is een monument ter herdenking van iedereen die gestorven is tijdens de opstand van 1944 in de Tweede Wereldoorlog. Tijdens die opstand probeerde het Poolse verzetsleger bestaande uit soldaten en burgers Warschau te bevrijden van de nazi’s. Het verzet hield 63 dagen stand, maar werd verslagen nadat Hitler versterking stuurde. Aan Poolse kant stierven meer dan 150.000 burgers en 18.000 soldaten. Als straf maakten de nazi’s de hele Oude Stad met de grond gelijk.
Het monument, dat in 1989 onthuld werd, bevindt zich op het Krasinskichplein, dat tijdens de opstand ook het toneel vormde van hevige gevechten. Het bestaat uit twee beeldengroepen die zich op circa 15 meter van elkaar bevinden. De eerste groep zijn de opstandelingen. Het zijn acht soldaten en burgers die uit de grond schijnen te komen voor het verzet tegen de onderdrukking. De tweede beeldengroep bestaat uit vier personen en een klein kind die in een riooltunnel vluchten om zich te verschuilen tegen de nasi’s.

Pomnik Warszawskiej Syrenki, Rynek Stare Miasto
De Poolse schrijfwijze van Warschau is Warszawa. Volgens een legende stamt de naam af van twee geliefden, de visser ‘Wars’ en het meisje ‘Sawa’, die de stad zouden hebben gesticht. Een andere variant op deze legende spreekt van twee broers.
Midden op het plein van het oude centrum staat het 2,5 meter hoge bronzen beeld van zeemeermin Syrena Staromiejska. Tijdens de Tweede Wereldoorlog monument werd het beschadigd. De naam van deze zeemeermin is Melusina, een figuur uit de Europese folklore. Melusina leefde volgens de legende in de rivier Wisla waaraan Warschau ligt. Zij leidde hertog Boleslaus naar het voormalige vissersdorpje en droeg hem op een stad te stichten. Hertog Boleslaus riep zichzelf in 1024 uit tot eerste koning van Polen.

De belangrijkste musea in Warschau:

Warschau heeft een groot aantal interessante musea, die een bezoek meer dan waard zijn. Veel musea gaan over de geschiedenis van Warschau, de oorlogen en het Jodendom.

Biały Dom, Łazienkipark
Biały Dom betekent letterlijk het witte huis. Het eenvoudige huis staat op circa 200 meter afstand van Pałac na Wyspie in het Łazienkipark. Dit huis is niet echt een losstaand museum, maar het is onderdeel van het paleis dat met dezelfde ticket bezocht kan worden. In het witte huis zijn interieurs te bewonderen van diverse stijlkamers. Het kenmerkt zich vooral door veel vergulde elementen in wandpanelen. Er hangen geen schilderijen, maar op de muren en plafonds zijn fraaie fresco’s aangebracht.

Katedra Polowa Wojska Polskiego (veld kathedraal van het Poolse Leger), Długa 13/15
In de kelder van deze kerk is een klein museumpje over het verleden van deze legerkerk.

Muzeum Akademii Sztuk Pieknych (ASP) (Museum van de Academie voor Schone Kunsten, Krakowskie Przedmieście 5
Dit museum is onderbracht in het Czapskich paleis. De ingang van het gebouw is aan de Traugutta straat.

Muzeum Archeologiczne, Długa 52
Museum voor archeologie met voorwerpen uit de geschiedenis van Polen.

Muzeum Azji i Pacyfiku (Azië en Pacific Museum), Solec 24
Museum gewijd aan de cultuur van Azië en de Stille Oceaan.

Muzeum Barbakan, Nowomiejska 15
Voor wie een kijkje wil nemen in de torens van het Barbakan, de hoofdtoegangspoort van de omwalling die zich nog altijd om de Oude Stad bevindt.

Muzeum Cechu Rzemiosol Skórzanych im. Jana Kilinskiego (Museum voor Leer Handwerk), Wąski Dunaj 10
Dit klein museumpje is ondergebracht in een 17de eeuws schoenmakers huis. Het bevat een collectie van leerproducten zoals zadels en schoenen.

Muzeum Domków dla Lalek (Museum voor Poppenhuizen), plac Defilad 1 (plein)
Het Poppenhuismuseum is ondergebracht in het Cultuurpaleis.

Muzeum Drukarstwa Warszawskiego (Museum voor drukwerk), Ząbkowska 23/25
Een magische plek voor alle boekliefhebbers! De collectie bevat voorwerpen die worden gebruikt voor het drukken, bewerken, grafisch ontwerpen en boekbinden, evenals gereedschap en apparaten die in de vroegere tijd door drukpersen zijn gebruikt. Het is een van de weinige musea dat zich ten oosten van de Wisla bevindt.

Muzeum Ewolucji (Museum van Evolutie), plac Defilad 1 (plein)
Het museum is ondergebracht in het Cultuurpaleis. Museum over de evolutie van het leven op aarde. De collectie toont onder andere skeletten van dinosaurussen, gefossiliseerde dinosauruseieren en schedels.

Muzeum Fryderyka Chopina (Museum Frédéric Chopin), Ostrogski-paleis, ul. Okólnik 1
Frédéric Chopin was de bekendste componist die Polen ooit gehad heeft. De collectie in het museum bestaat uit tal van voorwerpen, documenten, brieven, manuscripten en prenten die iets met Chopin te maken hebben.

Muzeum Gazownictwa (Gas Museum), Kasprzaka 25
Het museum bevindt zich op 5 km ten westen van het centrum. Het Gas Museum is gelegen op het terrein van “Gasworks in Wola” waar zich het hoofdkwartier van het Poolse Oil and Gas Company bevindt. Het is een van de mooiste en best bewaarde complexen van de industriële architectuur uit het begin van de 20ste eeuw. Het museum toont de rijke geschiedenis van de gasindustrie.

Muzeum Historii Polskiego Ruchu Ludowego (Museum van de Poolse Boerenpartij Beweging), al. Wilanowska 204
Het museum over de vereniging van de boeren bevindt zich op 6 km ten zuiden van het centrum.

Muzeum Historii Żydów Polskich / POLIN (Museum over de Geschiedenis van de Poolse Joden), Anielewicza 6
De tentoonstelling toont een reis door 1000 jaar geschiedenis van de Poolse Joden van de middeleeuwen tot vandaag. Bezoekers vinden antwoorden op vragen zoals: hoe kwamen Joden naar Polen? Hoe werd Polen het middelpunt na de Joodse diaspora (verspreiding van een volk) en het thuisland van de grootste Joodse gemeenschap ter wereld?
Voor het museum staat het monument Pomnik Bohaterów Getta, (Monument voor de Helden van het Getto).

Muzeum Jozefa Piłsudskiego, Oleandrów 5
Het museum bevindt op circa 20 km ten oosten van de stad. Museum over het leven van maarschalk Jozef Piłsudski (1867 – 1935). Hij was een Pools militair en staatsman en wordt gezien als de stichter van de Tweede Poolse Republiek in 1918.

Muzeum Karykatury, Kozia 11
Museum voor karikatuur en cartoon kunst.

Muzeum Łazienki Królewskie / Pałac na Wyspie, Łazienkipark
In zijn bijna dertigjarige heerschappij verzamelde koning Stanisław August Poniatowski een collectie schilderijen, sculpturen, afdrukken, munten en medailles, gemaakt door zowel Europese als Poolse kunstenaars. De collectie is ondergebracht in zijn paleis, Pałac na Wyspie. Deze kunstwerken, in combinatie met de architectuur van de Koninklijke Łazienki, hebben geleid tot een Gesamtkunstwerk (dat wil zeggen een collectie dat gebruik maakt van of streeft naar het gebruik van alle vele kunstvormen).
Alle kamers hangen nagenoeg helemaal vol met schilderijen. En eerlijk gezegd heb je het na een tijdje wel gezien, maar anderzijds is het paleis ook weer niet zó groot. Persoonlijk vond ik de parketvloeren wonderschoon. Zelden zoiets gezien. Enkele vloeren waren gemaakt van diverse kleuren hout die als mozaïek tegeltjes in een geometrisch patroon zijn gelegd.

Muzeum Legii Warszawa (Legia Muzeum), Łazienkipark
Dit museum over voetbalclub Legia bevindt zich in het stadion ten noorden van het Łazienkipark. In het museum zijn attributen te zien van Warschau’s grootste voetbalteam zoals: tientallen ontwerpen van club T-shirts, foto’s van de belangrijkste ontmoetingen met Europese teams, een aparte kast gewijd aan speler Kazimierz Deynie, het uniform van speler Lucjan Brychczego, vaantjes, foto’s, medailles, voetbalschoenen en diverse bekers.

Muzeum Literatury im. Adama Mickiewicza (Literatuur Museum), Rynek Starego Miastra
Museum over het leven van Adam Bernard Mickiewicz (1798 – 1855). Hij was een Poolse dichter, dramatischt, essayist, publicist, vertaler, professor in de Slavische literatuur en politieke activist. Hij wordt beschouwd als de grootste dichter van Polen. Zijn werk wordt in Polen en Europa vergeleken met Byron en Goethe.

Muzeum Łowiectwa i Jeździectwa (Museum voor Jacht en Paardrijders kunst), Łazienkipark
Het museum gelegen in het oostelijk gedeelte van het Lazienkipark, huisvest een verzameling wapens, jachttrofeeën en voorwerpen die verbonden zijn met de rijkunst. Verder is er een collectie opgezette tropische dieren van de vorige eeuw en zijn er oude en nieuwe jachtschilderijen te bewonderen.

Muzeum Marii Skłodowskiej-Curie (Marie Curie Museum) Polskiego Towarzystwa Chemicznego (Poolse Chemische sociëteit), ul. Freta 16
Het Marii Sklodowska-Curie Museum is gewijd aan het leven en werk van de Poolse-Franse wetenschapper, ontdekker van polonium en radium. Ze was de enige vrouw die twee keer de Nobelprijs kreeg, een keer voor natuurkunde en een keer voor chemie.
Het museum bevindt zich in Nowe Miastro, de Nieuwe Stad. Even verder op staat een bronzen beeld van deze bijzondere vrouw.

Muzeum Narodowe (Nationaal Museum), Aleje Jerozolimskie 3
Dit museum begon ooit in 1862 als museum voor schone kunsten. Door de toevoegingen van een aantal bijzondere collecties is het later in 1916 omgedoopt tot Nationaal Museum. Tijdens de Tweede Wereldoorlog heeft het museum veel van haar collectie verloren.
Het museum met drie verdiepingen bevat werken van Europese meesters van de oudheid tot nu. Kunst in de breedste zin van het woord is in het Nationale Museum tentoongesteld.
Op de begane grond is een galerij met Nederlandse en Vlaamse pentekeningen uit de 15de tot de 17de eeuw. De andere vleugel bevat middeleeuwse kerkkunst met beelden, schilderijen en beschilderde houten retabels. Dit zijn meestal driedelige panelen bedoeld om op het altaar te staan. De derde vleugel bevat Afrikaanse kunst met vroegchristelijke fresco’s uit het Soedanese Farras die de archeologen tussen 1961 en 1964 opgegraven hebben.
Op de eerste verdieping bevinden zich hoofdzakelijk werken van Poolse meesters en op de tweede verdieping schilderijen van oude meesters waaronder tientallen schilders uit België en Nederland.
Naast oude en moderne kunst is er nog veel meer te zien in de vorm van meubelen, geestelijke kleding, servies, tapijten enz. Al met al kun je hier wel een dag verblijven als je zou willen, zoveel is er te zien.
In de iedere zaal bevindt zich wel een bewaker die je opvallend genoeg nauwlettend in de gaten houdt.
Het museum is samen met het Pools Leger Museum onder gebracht in een indrukwekkend maar strak gebouw in de stijl van de ‘nieuwe zakelijkheid’.

Muzeum Neonów (Neon Museum), Mińska 25, Soho Factory
Het Neon Museum is gewijd aan de documentatie en het behoud van de neontekens van de Koude Oorlog. De permanente collectie bevat honderden schitterende neontekens en andere elektro-grafische voorwerpen.
Het museum is een van de weinige bezienswaardigheden dat zich in het oostelijk deel van Warschau bevindt.

Muzeum Niepodległości: X Pawilon Cytadeli Warszawskiej, Skazańców 25
Dit museum over de onafhankelijkheid bevindt zich in het citadela.

Muzeum Pałaca Króla Jana III W Wilanowie (Museum van Koning Jan III paleis in Wilannow), ul. Stanislawa Kostki Potockiego 10/16
Het museum bevindt zich op circa 10 km ten zuiden van het centrum in het Wilanów paleis.

Muzeum Plakatu – Oddział Muzeum Narodowego (Poster Museum), ul. Stanisława Kostki Potockiego 10/16
In het park van het Wilanówpaleis vind je de voormalige rijschool waar zich nu het oudste postermuseum van Europa bevindt. Het museum bezit één van de grootste verzamelingen kunstposters ter wereld.

Muzeum Polskiej Techniki Wojskowej – Oddział Muzeum Wojska Polskiego (Museum van de Poolse militaire technologie), Powsińska 13
Het militair museum bevindt zich op circa 8 km ten zuiden van het centrum in Fort Czerniaków vlakbij het Park Szczubełka (Staatspark).
Het museum bevat militaire wapens. Op het binnenterrein staat een groot aantal tanks en vliegtuigen.

Muzeum Powstania Warszawskiego (Museum van de Opstand), ul. Grzybowska 79
Het Museum van de Opstand werd geopend 60 jaar na de Opstand van Warschau. Het museum is een eerbetoon aan de inwoners van Warschau die vochten en stierven voor een onafhankelijk Polen en een vrij Warschau.

Muzeum Sztuki Nowoczesnej (Museum voor Moderne Kunst), Pańska 3
Dit museum voor moderne kunst is gelegen schuin tegenover het Cultuurpaleis.

Muzeum Teatralne (Theater Museum), plac Teatralny 1
In het operagebouw Teatr Wielki is een museum gevestigd over de theatergeschiedenis van Warschau. Dit museum is een uur voor de voorstellingen geopend en drie dagen per week in de namiddag.

Muzeum Techniki i Przemysłu NOT (Museum voor technologie en industrie), plac Defilad 1 (plein)
Dit museum voor technologie en industrie bevindt zich op de begane grond van het Cultuurpaleis.
Gedurende meer dan 60 jaar verzamelde het museum waardevolle collecties uit de geschiedenis van Polen bestaande uit technische apparaten en machines zoals: motoren van het beroemde motormerk “Falcon”, radio’s, geodetische instrumenten, office-instrumenten en muzikale mechanismen. Sommige van deze collecties zijn de grootste van het land. Er zijn ook particuliere collecties van voorwerpen met historische waarde zoals: “Accounting Machine” gebouwd door de Israëlische uitvinder en horlogemaker van Warschau – Abraham Season (1842) en ’s werelds eerste handmatige filmcamera gemaakt door Kazimierz Prószyński (1911).

Muzeum Uniwersytetu Warszawskiego (Universiteit Museum), Krakowskie Przedmieście 32
Het museum is gehuisvest in het Pałac Tyszkiewiczów aan de koninklijke route.
Het museum vindt zijn roots in de tijd dat de universiteit werd opgericht in 1809-1817. In 1809 kocht het museum werken van de voormalige collectie van Koning Stanisława Augusta. In 1817 richtte de Faculteit van Exacte Wetenschappen en Kunsten het museum op. De prachtige interieur van de ‘Kolommen hal’ werd in 2012 teruggebracht naar de oorspronkelijke functie van museum. Het museum is het meest trots op opmerkelijke werken van gipsen afgietsels van antieke beeldhouwwerken en Renaissance. Het Universiteit Museum kan worden beschouwd als het eerste openbare museum in Polen en het eerste Nationaal Museum.

Muzeum Warszawy (Historisch Museum van Warschau), Rynek Starego Mistra
Dit gebouw is gelegen aan de oude markt in de Oude Stad.
Het museum toont de verwoestende geschiedenis tot aan de bruisende stad die het vandaag is.

Muzeum Wojska Polskiego (Poolse leger Museum), Aleje Jerozolimskie 3
Het Pools Leger Museum is een van de grootste musea in Polen. Het museum is toegewijd aan het verzamelen, onderzoeken en tentoonstellen van militaire voorwerpen met historische waarde.
Het museum is samen met het Nationaal Museum ondergebracht in één gebouw. Op de buitenplaats staat een groot aantal tanks, vliegtuigen, kanonnen en artilleriegeschut. Het lijkt haast een kerkhof voor militair apparatuur. Dat kun je dus gewoon bekijken zonder een ticket te kopen.

Muzeum Ziemi (Museum van de Aarde), aleja Na Skarpie 20/26
Een van de topstukken van het museum is een collectie Baltische amberstenen, die tot een van de grootste collecties ter wereld behoort.

Państwowe Muzeum Etnograficzne (Etnografisch Museum), Kredytowa 1
De tentoonstelling van het Etnografisch Museum is gewijd aan Hongaarse tradities en gewoontes die betrekking hebben op liefde, huwelijk en erotiek. Er wordt een blik geworpen op het boerencultuur verleden en de tijden van het communisme, maar ook op het heden.

Sklep I Muzeum Bursztynu, Rynek Starego Miasta 4/6
Dit gebouw is gelegen aan de oude markt in de Oude Stad. In het kleine museum zijn sieraden met amberstenen en juwelen te bewonderen maar ze zijn ook te koop. Het museum is eigenlijk meer een winkel dan een museum. Maar ook voor een workshop kun je hier terecht. Op de website kun je virtuele wandeling maken door het museum.

Stara Oranżeria (Oude Orangerie), Łazienkipark
In dit gebouw met de prachtige tuin in het Łazienkipark bevindt zich een kunstgalerij bestaande uit beelden van uitsluitend mensen. Veelal zijn het bustes van personen uit de Griekse mythologie. De beelden zijn gemaakt van gips, hout en brons.

Zachęta Narodowa Galeria Sztuki (Nationale Kunstgalerie Zacheta), plac Stanisława Małachowskiego 3
Deze kunstgalerij bevindt zich vlakbij het graf van de onbekende soldaat in het Saxon Park. Het museum bevat een zeer uitgebreide collectie kunst.

Zamek Królewski (Koninklijk Kasteel), plac Zamkowy 4 (plein)
Dit museum is gehuisvest in het Koninklijk Kasteel op een van de belangrijkste pleinen van Warschau.
De vertrekken tonen het koninklijke pracht en praal van de monarchie.
Op de tweede verdieping van het museum, in de Lanckoronski galerij, hangen twee schilderijen van Rembrandt: ‘geleerde aan zijn lezenaar’ en ‘portret van een jonge vrouw’. In de prachtige ridderzaal spreekt vooral het fraaie neoclassicistische beeld van de Tijd, door Le Brun en Monaldi, tot de verbeelding. In de Bacciarellizaal hangen de hyperrealistische afbeeldingen van de stad uit de 18de eeuw.
Het Koninklijk Kasteel is een prachtig gebouw in vroege barok, gotiek en rococo stijl en ingericht met stijlkamers zoals het vroeger was. Het toont onder andere de inrichting van de koningskamers. Alle kamers zijn bijzonder fraai ingericht met meubels, schilderijen, beschilderingen en huisraad. Het is een absolute topper van Warschau.

Żydowski Instytut Historyczny (Museum van het Joods Instituut) Joodse Bibliotheek, ul. Tłomackie 3/5
Wie meer in de geschiedenis van de Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog wil duiken, moet zeker een bezoek brengen aan het Museum van het Joods Historisch Instituut. Hier wordt duidelijk gemaakt welk gevecht en martelingen het Joodse volk heeft moeten doorstaan. Ook wordt er verteld over de ‘Getto van Warschau’ tussen 1940 en 1943.

De belangrijkste paleizen in Warschau:

Warschau heeft een bijzonder aantal interessante paleizen, die een bezoek meer dan waard zijn. Helaas is maar een beperkt aantal paleizen open voor publiek. Het Poolse woord voor paleis is ‘Palac’.

Królikarnia, Puławska 113A
Dit paleis ligt in het Ogródki działkowe (park) op zeven kilometer ten zuiden van het centrum.

Pałac Arcybiskupi, Miodowa 17
Miodowa is een straat vol met paleizen. De meeste daarvan worden gebruikt door een van de ministeries. Daardoor zijn ze niet toegankelijk. Voor de toerist blijft het bij een wandeling en een blik op de vele statige panden.

Pałac Belwederski (Belvedere Paleis), Belwederska 54
Dit paleis ligt aan de Belwederska en grenst aan het zuidwesten van het Łazienkipark. Het is behoudens voor gereorganiseerde groepen niet toegankelijk voor publiek en wordt bewaakt door soldaten.
Het paleis is gebouwd in de jaren 1819-1822. Het heeft een wat saaie neoclassicistische gevel. Vroeger was het de residentie van de gehate groothertog Constantijn, de broer van de tsaar Alexander I. In de jaren 1918-1922 en 1926-1935 woonde er maarschalk Jozef Piłsudski. Een bronzen beeld van deze maarschalk staat naast het paleis. Het paleis werd niet vernietigd tijdens de Tweede Wereldoorlog. Na 1952 werd het gebruikt door de staatshoofden en na 1989 werd het de residentie van de president van Polen.

Pałac Arcybiskupi, Miodowa 17
Waarschijnlijk huisvest zich hier een van de ministeries. Het is niet toegankelijk.

Pałac Branickich (Branicki Paleis), Miodowa 6
Waarschijnlijk huisvest zich hier een van de ministeries. Het is niet toegankelijk.

Pałac Czapskich, Krakowskie Przedmieście 5
Dit paleis wijkt erg af van de paleizen in Warschau vanwege zijn terra cotta kleurige gevel dit overigens fraai voorzien is van beelden. De academie van fijne kunst is er onder gebracht. Voor het gebouw staat het monument van Bartolomeo Colloniego. Het is een groot bronzen beeld van een ruiter te paard. In het paleis is het ASP museum ondergebracht.

Palac Kultury i Nauki / PKiN (Paleis van Cultuur en Wetenschap), plac Defilad 1 (plein)
Het eerste dat een bezoeker ziet als hij het centraal station verlaat is het Cultuurpaleis. Met 188 meter exclusief de antenne van 43 meter is dit het hoogste gebouw van de stad maar ook van heel Polen. Het werd in slechts drie jaar (1953-1955) gebouwd en in 1956 door Stalin aan het ‘Slavische broedervolk’ geschonken, maar de inwoners zaten niet te wachten op dit gigantische symbool van onderdrukking. Het wordt ook wel een spottend de ‘bruidstaart’ genoemd.
De monumentale gevel wordt verlucht met kantelen en torentjes. In de afwerking zijn onder andere meer dan 550 beelden verwerkt. Sommige vinden het een monsterlijk gebouw en andere roemen het om zijn imposante uiterlijk. Hoewel het door zijn herkomst en vreemde bouwstijl bij veel inwoners van Warschau niet erg geliefd is, speelt het toch een belangrijke rol. Het 42 verdiepingen tellende gebouw reist vanuit iedere hoek boven alles uit en is een prima herkenningspunt van de stad. In de ruim 3000 marmeren vertrekken zijn kantoorruimten, bioscopen, theaters, een olympisch zwembad, een evenementenhal, een casino en enkele musea. Daarnaast bevinden zich er nog winkels, cafés, restaurants en sportaccommodaties. Vanaf het terras op de dertigste verdieping heb je een prachtig uitzicht over de stad. “Het mooiste uitzicht van de stad”, zeiden de Polen vroeger gekscherend, want daar zie je het gebouw zelf niet. Inmiddels is het Cultuurpaleis een symbool van de stad geworden en de aversie tegen het gebouw gesleten. In 1967 was dit de plek waar de Rolling Stones als eerste grote westerse rockband achter het IJzeren Gordijn optraden.
Het afgelopen decennium zijn er diverse nieuwbouw torens verschenen rondom het Cultuurpaleis die weliswaar hoger zijn, maar met de spits van 43 meter blijft het wel het hoogste gebouw van Warschau.
Wat ik zelf het meest opvallend vond is, dat het gebouw een paleis wordt genoemd. In mijn beleving zijn paleizen nooit hoogbouwwerken maar juist lage gebouwen omgeven door sierlijke tuinen. Het gebied rondom het Cultuurpaleis gaf mij een enigszins verwaarloosde indruk alsof men het allemaal niet interesseert. Toch zijn er rondom het paleis een groot aantal druk bezochte terrassen waar met name Polen graag vertoeven.

Pałac Kazanowskich, Krakowskie Przedmieście 
Wandelend over de koninklijke route loopt je vanzelf langs dit paleis, maar eerlijk gezegd is het gebouw niet het allermooiste in de straat.

Pałac Krasiński (Krasińskipaleis), pl. Krasińskich 5
Het paleis ligt in het Ogród Krasińskich park.

Pałac Ministra Skarbu (Paleis van Ministerie van Financiën), plac Bankowy 5
In dit paleis was ooit het Ministerie van Financiën gehuisvest. Voor het pand staat het bronzen beeld (Pomnik) van de Poolse dichter Juliusza Słowackiego dat in 2001 onthuld is.

Pałac Młodziejowskich, Miodowa 6
Dit is een van de overheidsgebouwen aan de Miodowa.

Pałac Myślewicki, Łazienkipark
Het witte gebouw met de gebogen façade uit 1784 was ooit bewoond door de prins Józef Poniatowski (1763 – 1813). Zijn vader was een broer van Stanislaus August Poniatowski, de laatste koning van Polen.

Pałac na Wyspie (Paleis op het eiland), Łazienkipark
Het Lazienkipaleis in het midden van het Lazienkipark wordt ook wel ‘Paleis op het water’ of ‘Paleis op het eiland’ genoemd. Het eiland is met twee bruggen met Ionische zuilen verbonden met het park.
Oorspronkelijk was het paleis een badpaviljoen voor de machtige koning Stanislaw August Poniatiowski. Hij was de laatste koning van een zelfstandig Polen van 1764 tot 1795.
Het oorspronkelijke paviljoen was een ontwerp van de Nederlandse architect Tilman van Hameren. Na diverse verbouwingen besloot de koning er zijn officiële verblijfplaats van te maken.
In 1817 werd het paleis de residentie van de Russische tsaren. Na de Tweede Wereldoorlog werd het paleis herbouwd en ingericht als museum met schitterend 18de-eeuws meubilair en een deel van de kunstcollectie van de koning. De wanden van de stijlkamers hangen haast helemaal vol met schilderijen met afbeeldingen van vooraanstaande personen. Marmeren beelden en veel met bladgoud beklede houtsnijwerk sieren het interieur. Een schouw wordt ondersteund met beelden van Centaur, de mythologische afbeelding van een wezen dat half mens en half paard is en Kerberos, de mythologische afbeelding van een hond met drie koppen. Op de vloer ligt ongekend mooi mozaïek pakket waarbij hout is gebruikt van verschillende boomsoorten. Het paleis is nog steeds een van de mooiste voorbeelden van de neoclassicistische bouwstijl in Polen.

Pałac Ostrogskich /Gnińskich, (Ostrogspaleis) ul. Okólnik 1
In dit paleis is het Chopin Museum gehuisvest. Het kasteeltje is van rond het jaar 1600.

Pałac Paca, Miodowa 15
Het is een van de mooie gebouwen aan de Miodowa waar veel overheidsgebouwen staan. Het Ministerie van Gezondheid is ondergebracht in het mooie gebouw dat bekroond wordt door een neoclassicistische fries met afbeeldingen uit de Griekse Mythologie. Mooie eclectische interieurs onderscheiden het paleis.

Pałac pod Blachą (koperdak paleis), plac Zamkowy 5
Dit paleis dankt letterlijk zijn naam aan het koperen dak en het staat naast het koninklijk paleis in het oude centrum.

Pałac Potockich (Potockipaleis), Krakowskie Przedmieście 15
Dit paleis staat tegenover het Presidentieel paleis aan de Krakowskie Przedmieście
Hier huisvest het Ministerie van Cultuur en Nationaal Nalatenschap.

Pałac Prezydencki (Presidentieel paleis), Krakowskie Przedmieście 48/50
Dit grote paleis staat aan de prestigieuze en chique Krakowskie Przedmieście. In het neoclassicistische paleis woonde vroeger de vertegenwoordiger van de tsaar. Nu is het de ambtswoning van de president. Het wordt bewaakt door soldaten en is niet open voor publiek.

Pałac Prymasowski (Primate’s Paleis), Senatorska 13/15
In dit paleis is het 5 sterren Bellotto hotel gehuisvest.

Pałac Raczyńskich (Raczyńskipaleis), Długa 7
Dit neoclassicistisch gebouw uit de 16e eeuw is na de oorlog weer herbouwd.

Pałac Sapiehów (Sapiehapaleis), Zakroczymska 6
Paleis uit de 16e eeuw gelegen in de Nieuwe Stad.

Pałac Staszica, ulica Nowy Swiat 72
In dit paleis bevindt zich tegenwoordig de zetel van de Poolse Academie van Wetenschappen. Voor het paleis staat het monument van Nicolaas Copernicus.

Pałac Uruskich, Krakowskie Przedmieście 30
Dit is een van de minder opvallende paleizen aan de koninklijke route. Naast het paleis is een poort waar je makkelijk aan voorbij loopt. Het leidt naar een binnenhof waar diverse andere paleizen staan.

Pałac Wilanówul. Stanislawa Kostki Potockiego 10/16
Hoewel de meeste paleizen herbouwd zijn na de verwoesting in de Tweede Wereldoorlog, is er één bespaard gebleven. Dit is het Pałac Wilanów (Wilanówpaleis) uit 1680 in het gelijknamige stadsdeel. In 1677 werd na de aankoop van het toenmalige dorp Wilanów begonnen met de bouw van een zomerresidentie voor koning Jan III Sobieski (1674-1796). In de loop van de jaren is het paleis meerdere malen verkocht en aangepast om uiteindelijk te worden zoals het nu is. Het barok paleis heeft een vorstelijke en imponerende uitstraling. Zeer bijzonder zijn de ruim zestig vertrekken die grotendeels in oorspronkelijke staat en inrichting verkeren. In het paleis is het Muzeum Pałaca Króla Jana III W Wilanowie (Museum van koning Jan III paleis in Wilannow) ondergebracht.
Op de schilderijen in het paleis zie je veel Turkse invloeden, die toen erg populair waren. Het hemelbed in het slaapvertrek van de koning is gemaakt van stoffen die Jan III Sobieski meenam na zijn overwinning op de Turken in 1672. Het paleis wordt ook wel eens het ‘Versaille van Polen’ genoemd. Een prachtig vertrek is de Grote Scharlaken Zaal, een ruimte die in 1733 vervaardigd werd door Sigismunds Deybel. Rond het paleis ligt een fraai, uitgestrekt park.
Het paleis ligt op circa 10 km ten zuiden van het centrum. Hierdoor wordt het door toeristen vaak overgeslagen en dat is jammer want het is een van de absolute hoogtepunten van Warschau.

Pałac Zamoyskich, ul. Foksal 1-2
Dit karakteristieke gebouw uit de 19e eeuw staat aan het einde van de doodlopende ul Foksal. Het is een van de weinige panden die de oorlog overleefd heeft. De stijl is Frans renaissance. Tegenwoordig is er een chic restaurant ondergebracht.

De belangrijkste parken in Warschau:

Warschau heeft een groot aantal mooie parken, die een bezoek meer dan waard zijn. Alle parken worden bijzonder goed onderhouden en er wordt veel zorg besteed aan de vormgeving. In alle parken vind je wel wandelpaden, vijvers, bloemperken en kunstbeelden. Het Poolse woord voor tuin is ‘Ogród’.

Łazienki Królewskie en Botanische Tuin, Łazienkipark
Lazienkipark betekent letterlijk ‘badkamerpark’. Het park is het grootste én het mooiste park van Warschau. Het is een romantisch landschap met brede lanen, slingerende paadjes, kleine meertjes, fonteinen, bossen met open plekken en symmetrisch aangelegde tuinen met wild woekerende natuur. Dit is echt een plaats om tot rust te komen. Dagelijks trekken veel mensen er op uit naar dit rustgevende stadspark.
Een trekpleister in dit park is het art nouveau monument van de beroemde Poolse componist Frédéric Chopin.
In het park zijn veel mooie bezienswaardigheden, zoals het Eilandtheater, de op een Griekse tempel gebaseerde Tempel van de Sibille, Biaty Dom, Pałac Belwederski, Pałac Myślewicki, Pałac na Wyspie (Waterpaleis, paleis op het eiland) / Muzeum Łazienki Królewskie, Muzeum Legii Warszawa, Muzeum Łowiectwa i Jeździectwa, Nowa Pomaranczarnia, Pomik Jana III Sobieskiego, Stara Pomaranczarnia (Oude en de Nieuwe Oranjerie) en Zamek Ujazdowski.
Trek minstens een halve dag uit voor een bezoek aan het prachtige park met haar musea.
Hoewel het park op drie kilometer afstand ligt van het oude centrum is het toch prima te bewandelen en goed te combineren met de koninklijke route.
Ten noorden van het Łazienki Park bevindt zich de Botanische Tuin van de universiteit. Het heeft een aparte ingang aan de al. Ujazdowskie en de entree bedraagt 10 PLN.

Ogród Krasińskich (Krasińskich park)
In dit park bevindt zich het Pałac Krasińskich.

Ogród Saski (Saxon park)
Park ten zuiden van het historisch centrum met onder andere: Fontanna w Ogrodzie Saskim, Grób Nieznanego Żołnierza (graf van de onbekende soldaat) en plac Piłsudskiego.

Park Ujazdowski
Dit park ligt tussen het centrum en het Łazienkipark. Je komt er eigenlijk vanzelf langs als je naar het Łazienkipark wandelt. Het is een zeer mooie sierlijke tuin met een vijver, bruggetjes en beelden. Het is aangelegd tussen 1893-1896. Tussen 2000 en 2002 is het park teruggebracht in zijn oorspronkelijke staat. Er groeien diverse zeldzame struiken en bomen in het park.

Mijn persoonlijke top 15 van Warschau:

Een top 15 samenstellen van Warschau is niet echt makkelijk. Er zijn ontzettend veel mooie dingen te zien. Onderstaande dingen moet je eigenlijk als toerist allemaal gezien hebben. Heb je dan nog tijd over ga dan ook nog naar Pałac Wilanów (Wilanówpaleis) op 10 km ten zuiden van het centrum. Ik wens je een fijne reis.

  1. Zamek Królewski (Koninklijk Paleis)
  2. Rynek Starego Miasta (Oude Stad) plus Barbakan
  3. Łazienkipark incl. al haar musea e.d.
  4. Koninklijke route
  5. Plac Zamkowy (kasteelplein)
  6. Katedra św. Jana (Johanneskathedraal)
  7. Nowe Starego (Nieuwe Stad)
  8. Plac Piłsudskiego en Ogród Saski (plein en Saxontuin)
  9. Kościół Akademicki św. Anny (St. Annakerk)
  10. Muzeum Narodowe
  11. Kościół Świętego Krzyża (Heilig Kruiskerk)
  12. Zlote Tarasy (winkelcentrum)
  13. Palac Kultury i Nauki / PKiN (Paleis van Cultuur en Wetenschap)
  14. Ogród Krasińskich (Krasińskich park)
  15. Pomnik Poległych i Pomordowanych na Wschodzie (Monument voor de gevallenen en vermoorden in het oosten)

Spoedcursus Pools

Cześć – hallo
Dzięki – bedankt
Dzień dobry – goedemorgen/goedendag
Kościół – kerk
Pałac- paleis
Piwo – bier
Plac – plein
Pomnik – monument
Zamek – kasteel

Klik hier voor meer foto’s van Warschau.

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Lorraine 2017

We gaan naaaaaaruh….. ? Lixing-Les-Saint-Avold in de Lorraine. Lorraine, hoe zat het ook alweer? Waar ligt het? De Nederlandse naam van Lorraine is Lotharingen. Lorraine is een van de 21 streken of beter gezegd regio’s van het vaste land van Frankrijk. Het is gelegen in het noordoosten tegen de Duitse grens tussen de regio’s de Champagne en de Elzas. In 2016 zijn echter de regio’s in Frankrijk heringedeeld, waardoor er nu nog maar 12 regio’s over zijn. De regio’s Champagne, Lorraine en Elzas zijn samengevoegd en heten nu samen Grand Est, maar of iemand ooit zal zeggen: “Ik ga naar de Grand Est op vakantie”, is wel heel twijfelachtig. Maar het wordt wat lastiger, want er bestaat ook nog de Moezelstreek – of Moselle zoals de Fransen zeggen – en de Vogezen.
De moezel (Moselle) is een zogenaamd departement van de Lorraine en de streek ligt uiteraard langs de Moezel. De streek is aanzienlijk minder bekend dan de Moezelstreek in Duitsland. De bekendste steden aan de Franse Moezel zijn Metz en Nancy.
De Vogezen is een gebergte gelegen in het westen van de Lorraine.
Het noordoosten van Frankrijk heeft in het verleden diverse malen tot het Duits grondgebied behoord. Pas na de Eerste Wereldoorlog is het definitief onder Frankrijk geschaard. Het Duitse verleden is nog altijd goed waar te nemen in de Lorraine. Veel inwoners spreken nog altijd (wat) Duits. Veel plaatsen hebben Duitse namen.
De Lorraine heeft een industrieel verleden, maar nu kenmerkt de Lorraine zich door mooie glooiende landschappen waarbij graslanden, landbouwakkers en bossen elkaar afwisselen. Prachtig zijn de velden met duizenden zonnebloemen die gekweekt worden voor zonnebloemolie. Vooral in juli als de grote, gele bloemen in bloei staan, is het een uniek gezicht. Dat zie je bij ons niet. De Lorraine is echt een streek waar je heerlijk tot rust kan komen. Je kan er heerlijk wandelen en fietsen. In die zin is de streek wat minder spectaculair en minder interessant voor de jeugd.
De Lorraine is natuurlijk ook bekend om de quiche Lorraine. Deze hartige taart bestaat in allerlei varianten en is bekend over de hele wereld.
Een ander lekkernij uit de Lorraine zijn de mirabellen. Een mirabel is een klein geel pruimpje dat in de Lorraine uitstekend gedijt vanwege de natuurlijke omstandigheden. 75% van de wereldproductie komt uit de Lorraine. Het fruit wordt veelvuldig gebruikt voor jam, taart, ijs, likeur, siroop, snoep, thee en zelfs cosmetica.
De huizen in de oostelijke regio’s hebben bijna allemaal dezelfde stijl met die typische bepleisterde muren, meestal in een saaie kleur. Een stijl die veel op de Duitse woningbouw lijkt, maar gezien het verleden van deze streek is dat niet verwonderlijk. Ik kan zelfs geen enkel traditioneel gemetseld huis ontdekken zoals wij dat in Nederland hebben.
Zoals in veel Franse dorpjes zie je er vaak geen kip op straat. Frankrijk heeft over het algemeen geen gezellig kroegleven of straatleven. Toen we net als vorig jaar tijdens de vakantie in Normandië op zondagavond wilden gaan uiteten (in St-Avold) lukte het ons niet een restaurant te vinden dat ook nog eens open was op zondagavond.
Als ik na een week in de Lorraine aan mijn vriendin de vraag stel: “Wil je al naar huis?”, is haar antwoord: “Neejuh”. “Wil je langer blijven?” “Ja hoor”. “Wil je hier wonen?” “Nee, dat weer niet”. Het geeft precies aan hoe we over Frankrijk denken, leuk voor vakantie, maar er willen wonen, dat zeker niet. Maar laat ik nog wat toelichten op deze ogenschijnlijke standvastigheid. Frankrijk is natuurlijk giga groot en heeft een zeer grote diversiteit aan natuur, cultuur en klimaat. Door haar diversiteit kun je in Frankrijk bijna oneindig lang op vakantie blijven gaan zonder in herhaling te vallen en das natuurlijk super uniek. In die zin is Frankrijk een fantastisch land, maar terugkomend op de vraag of ik er zou willen wonen? Mauwah, das lastig. Ik heb heel Frankrijk nog niet gezien en voorlopig blijf ik het ontdekken tot ik misschien een plaatsje vind waar ik zou willen wonen! Vous comprend?

Lixing-Les-Saint-Avold

We hebben een schitterende accommodatie gehuurd in het plaatsje Lixing-Les-Saint-Avoid. Daar heb je waarschijnlijk nog nooit van gehoord. Das niet zo verwonderlijk want het ‘slapende’ dorpje telt slechts 700 inwoners. Het plaatsje heeft alleen een kebab zaak, een café, een bakker en een kapper. Das al. Maar ik moet er wel bij vertellen dat de kebab zaak en het café gesloten waren in verband met vakantie!
In onze accommodatie hebben we maar liefst 55 m2 tot onze beschikking. Vanuit het balkon hebben we uitzicht op alleen maar grote tuinen met grasvelden, fruitbomen en moestuinen. Ik zie peren, appels, druiven, pompoenen, tomaten, kersenbomen en nog veel meer. Prachtig. Wat een rust. Hier kunnen we prima ‘bijtanken’ en genieten van de romantiek.
Bertrand, onze gastheer heeft enkele wandelroutes uitgezet in de omgeving met schitterende natuur. We wandelen langs weidevelden en door bossen hetgeen nog al wat gedachtes in mij vrij maakt, omdat we echt helemaal niemand tegenkomen. Het is bijzonder spannend om alleen door een bos te lopen. Zullen we wild life zien, slangen, everzwijnen? Is het gevaarlijk? Kunnen we verdwalen? Maar erg groot zijn de bossen niet, dus dat zal wel meevallen. Helaas zien we buiten vogels en heel veel insecten geen bijzondere dieren, terwijl de informatieborden een divers aanbod aan dieren verschaffen. Het enige wild life dat ik zie is mijn vriendin…
Als we in de middag op het balkon zitten komt er plots een school ooievaars overvliegen van wel 20 stuks. Loom en rustig scheren ze door de lucht zwevend op de thermiek. Het lijken haast gieren zo rustig draaien ze cirkels tot ze vijf minuten later weer uit het gezichtsveld verdwenen zijn. De baby is blijkbaar afgeleverd! Prachtig, nooit eerder gezien.

Bliesbrück

In het piepkleine plaatsje Bliesbrück is het ‘Parc Archéologiquw Européen’ de belangrijkste bezienswaardigheid. Dit archeologisch gebied ligt letterlijk deels op Frans grondgebied en deels op Duits grondgebied waardoor het twee entrees heeft.
In het bijna 1 kilometer lange park zijn een aantal opgravingen te bezichtigen uit de Romeinse tijd bestaande uit resten van muren van woonhuizen, badhuizen, kelders en grafkamers. Voor de niet geïnteresseerde zijn het niet meer dan een stel muurtjes. De liefhebbers van archeologie gaan hier helemaal uit hun dak. Je mag zelf bepalen of je het leuk vindt. In het hoofdgebouw is nog een expositie te bewonderen van hoofdzakelijk gebruiksvoorwerpen zoals gereedschap, munten, servies en sieraden.

Manderen

Manderen is een klein, mooi dorpje vlakbij het drielandenpunt van Luxemburg, Frankrijk en Duitsland. Het ligt in een prachtig, landelijk en gooiend gebied. Als je komt aanrijden zie je al snel het mooie kasteel romantisch bovenop de berg liggen. Château de Malbrouck is hét bezienswaardigheid van het dorpje. Foto’s tonen echter dat het kasteel ooit een ruïne was en dat het geheel gereconstrueerd is. De oplettende kijker ziet echter dat er heel wat beton is verwerkt bij de reconstructie. Ze hebben blijkbaar voor de makkelijkste oplossing gekozen, maar de houten mooie dakconstructies zijn helemaal echt vakmanschap.
Het kasteel bestaat uit vier torens die met muren met elkaar verbonden zijn en dat is het beste te zien vanuit de binnenplaats.
In het kasteel is een grote collectie Franstalige stripboeken ondergebracht grotendeels met het thema oorlog. Het kasteel moge misschien niet het aller mooiste zijn, maar met deze stripboeken verzameling erbij is het toch nog de moeite waard voor een bezichtiging.

Metz

Metz is de hoofdstad van de voormalige regio Lorraine en van het departement Moselle. Het is een waterrijke stad met diverse aftakkingen van de Moezel. Metz is een ‘gouden’ stad dankzij de gele steen van Jaumont, die enigszins vergelijkbaar is met de gele mergelsteen in Limburg. Deze oude stad werd na de Eerste Wereldoorlog weer Frans grondgebied. Bij binnenkomst in Metz wordt het je al meteen duidelijk dat de stad niet representatief is voor de Lorraine. Van het behouden plattelands karakter is niets te bekennen. Metz is vooral een gezellige, drukke, historische en boeiende stad, maar met 120.000 inwoners is het nog net geen metropool te noemen.
De meest bijzondere bezienswaardigheid is de kathedraal Saint-Etienne. Het is een parel uit de gotische kunst. De grote kathedraal werd in de 14de eeuw gevormd door twee kerken samen te voegen. In de 15de eeuw werden een transept en een koor toegevoegd. De kerk is gebouwd met de gele Jaumont steen en het is een van de hoogste en grootste in Frankrijk. Met 41 meter is het op twee na hoogste schip in Frankrijk. De enorme hoogte van het schip wordt gesierd door prachtige glas-in-loodramen op drie niveaus. De kerk heeft maar liefst 6.500 m2 glas-in-loodramen en wordt daardoor ook wel de ‘lantaarn van de Goede God’ genoemd. Het behoort tot de indrukwekkendste en mooiste kerken van Frankrijk.
Maar er zijn nog veel meer boeiende kerken in Metz. Er is een route beschikbaar die je langs de negen mooiste kerken van Metz leidt. Daar is Chapelle des Tempeliers nog niet eens bij opgenomen. In dit kleine, octogonale, oude kerkkapel zijn de muren en de koepel voorzien van prachtige fresco’s. De interne doorsnede van de kapel is slechts acht meter.
In 2010 werd door Centre Georges Pompidou in Metz een dependance geopend, het Centre Pompidou-Metz. Net als in Parijs is het gebouw een architectonisch hoogstandje en het museum is voor moderne kunst. Het toont 2000 stukken uit de collectie van Parijs.
Andere bezienswaardigheden zijn de stadspoort Porte des Allemands, Porte des Allemands en het Paleis van Justitie. Maar de lijst van bezienswaardigheden is eigenlijk te lang om alles op te noemen. Er zijn zoveel mooie gebouwen in Metz. Er zijn nogal wat mooie parken die qua rust een schril contrast vormen met het bruisende stadscentrum. In Metz zijn diverse pleinen met veel gezellige cafés en restaurants.
Metz staat in de top 10 van stedentrips in Frankrijk. Ik vind het een geweldige stad en zet het absolute op mijn lijst voor stedentrips. Ik weet zeker dat ik mij er minimaal drie dagen goed kan vermaken. Graag kom ik nog eens terug.

Klik hier voor meer foto’s van Metz.

Saint-Avold

Volgens de landkaart zou Saint-Avold een bezienswaardige plaats moeten zijn, maar eerlijk gezegd, valt dat best tegen. We brengen een bezoek aan de Eglise de St-Avold, die absoluut de moeite waard is om te bekijken. We zijn de enige in de kerk, misschien zegt dat al genoeg. Het kleine stadje heeft een klein centrum met horecagelegenheden en winkels. De schoonheid is echt beperkt en de architectuur over het algemeen niet wonder mooi.
Het meest bijzondere in Saint-Avold is de Amerikaanse begraafplaats uit de Tweede Wereldoorlog ten noorden van de stad. Met 10489 graven is het zelfs het grootste Amerikaans oorlogskerkhof van Europa. Bij binnenkomst op het terrein valt meteen op hoe enorm netjes het terrein wordt onderhouden. Er staat bijna geen grassprietje de verkeerde kant op. Vooraan het kerkhof staat een groot, rechthoekig en modern kapelmonument. Aan de wand hangen vijf beelden van personen die de eeuwige strijd voor vrijheid vertegenwoordigen. Koning David (1040 v. Chr. tot 970 v. Chr.), Emperor Constantine (306-337 n. Chr), koning Arthur en George Washington (1789-1797) geven kracht aan de jeugdige figuur in het midden. Aan de buitenzijde hangt aan de gevel een beeld van St. Nabor die de 444 militairen herdenkt die vermist zijn. De namen zijn op de twee lange muren links en rechts van het monument weergegeven. De 10489 oorlogsgraven hebben allen een eenzelfde en eenvoudig wit betonnen kruis, behalve als het een Joods slachtoffer is, zij hebben een Joodse ster. Op de kruizen staan de namen van de slachtoffers, de sterfdatum en de locatie waar de militair vandaan kwam. Het meest bijzondere aan de begraafplaats is de enorme nauwkeurigheid hoe de kruizen zijn opgesteld op de glooiende grasvelden. Zover als je kunt kijken staan de witte kruizen netjes uitgelijnd in groepen op het golvende terrein.
Bij het zien van dit kerkhof gaan er allerlei gedachtes door je heen. Het is met geen pen te beschrijven wat er in de Tweede Wereld is gebeurd. Wat mogen wij van geluk spreken dat we nu een ‘vreedzame’ omgeving en tijd leven. Ja, natuurlijk besef ik heel goed, dat er nu ook heel veel ellende is op de wereld, maar het staat niet in verhouding tot wat er in de Tweede Wereldoorlog is gebeurd. Dit is mijn bescheiden mening en zoals ik het zie.

Sarreguemines

Dit stadje met circa 23.000 inwoners is gelegen net onder de Duitse grens en je kan er prima met Duits terecht. Fransen die Duits spreken, prachtig. Sarrequemines is een bezienswaardig en historisch stadje. Het centrum is gezellig met veel winkels, cafés en restaurantjes, maar veel meer dan dat valt er eigenlijk niet te vertellen over de stad. Er zijn nog wat leuke musea zoals Musée de la Faïence (Museum voor Keramiek) en Le Moulin de la Blies – Musée des Techniques Faïencières (Museum voor Aardewerk technieken). De stad is leuk voor een middagje.

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Costa de Prata 2017

Cidade

We gaan voor de zevende keer naar Cidade, het kleine dorpje 100 kilometer boven Lissabon. Na zeven keer in Cidade begint het erg vertrouwd te raken. We kennen de omgeving en de bezienswaardigheden in de streek nu wel. Lees de verhalen van de andere jaren dat we in Portugal verbleven.
Het leven is erg relaxt in Portugal. Dat is een van de mooiste kanten van het land. Alles gaat hier net een stapje langzamer dan in Nederland. Het is minder druk. Er is minder stress. Vanwege de hoge temperaturen in de zomer doet iedereen het rustig aan. Geef ze eens ongelijk. Als het vandaag niet af is, is er morgen weer een dag. Maak je niet zo druk man!
Er is een groot verschil tussen de welvarende Portugezen en de armen Portugezen, maar vriendelijk zijn ze bijna altijd. De Portugezen die veel geld verdiend hebben, rijden in dure auto’s en wonen in mooie huizen. De niet welvarende bevolking en dat is eigenlijk het grootste gedeelte, woont in oude en eenvoudige huizen. Zelfs als ze een auto hebben rijden ze niet veel. Ze hebben er te weinig geld voor. De oudere bevolking loopt nog steeds in kledij zoals dat bij ons 100 jaar geleden was. Oude mannen dragen ruitjes petten en dikke truien, vrouwen lopen veelal in donkere jurken.
Voor westerlingen is het erg aantrekkelijk om in Portugal te wonen. In Portugal zie je vooral veel Engelsen. Het leven in Portugal is aanzienlijk goedkoper dan bijvoorbeeld in Nederland. Programma’s als ‘Ik vertrek naar het buitenland’, tonen aan dat veel Nederlanders naar zuid Europa zouden willen verhuizen. Een oud en vervallen krot opkopen voor een paar centen en opknappen wordt vaak door ons geromantiseerd. Een B&B beginnen. Lui leven en rentenieren van ons spaargeld in een heerlijk klimaat is voor ons geen onbekende droom.
Voor ons is emigreren naar Portugal vooralsnog geen optie, maar gelukkig kunnen we voorlopig ieder jaar genieten van een weekje vakantie in het huis van onze vrienden. Het uitzicht vanuit ons verblijf is wonderschoon. We kijken tientallen kilometers ver over de vallei met zijn groene begroeiing. Oranje daken en witte huizen liggen verspreid over de glooiende heuvels. In de verte ligt de grote stad Caldas da Reinha. Eigenlijk zie je overal wel kleine dorpjes en bebouwing. Dat vind ik persoonlijk de minder mooie kant van deze streek. De horizon wordt aan het einde begrenst door een lange heuvelrug. Verder kun je niet kijken.
In de avond verandert de vallei in één grote zee van lichtjes met wel een miljoen lichtpuntjes. Over de gehele horizon fonkelen geel en wit kleurige lichtjes. Romantisch, dat wel. Maar een beetje minder verspreide bebouwing en lichtvervuiling zou wat mij betreft best mogen.
Aan de hemel staan talloze sterren. Ik ben slecht in astrologie en kan geen sterrenbeelden ontdekken, maar romantisch is het zeker.
Veel Portugezen hebben honden voor bewaking. Meestal zijn dit geen grote rashonden maar vuilnisbakerassen die dag en nacht aan een ketting liggen van circa vijf meter. Zielig en dieronvriendelijk, maar dat is nou eenmaal de cultuur in Portugal. Als de een blaft, begint de ander ook. “Ik ben hier. Ik ben hier”, lijken ze te zeggen en dat geblaf kan soms uren doorgaan. Als ze niet blaffen is het écht stil. Je hoort geen enkele auto of snelweg. Dat is ongekend voor ons Nederlanders. Zo stil zou het overal iedere nacht moeten zijn.
In de vroege ochtend vertellen de hanen dat je weer wakker moet worden. Het zonnetje komt langzaam op gang. Het dagelijks leven begint en in ons geval kan het genieten beginnen.
Tussen São Martinho do Porto en Foz do Arelho ligt een bijna ongerept stuk natuur langs de kust van maximaal 500 meter breed. Het enige gecultiveerde zijn de paden en de weinige stukjes akkers van de boeren. Voor de rest is het 100% natuur. We wandelen er graag. De kans dat je iemand anders tegenkomt is erg klein. Het is een prachtig stuk natuur met schitterende panorama’s over de kustlijn. De rotsen zijn zo ruig dat het haast onmogelijk is om bij de zee te komen. De begroeiing van het glooiende landschap is divers maar bestaat hoofdzakelijk uit riet, vetplanten, dennenbomen en grassoorten. Vooral de bloemenzeeën in het voorjaar zijn prachtig om te zien. De vormen en kleuren van de bloemen zijn zeer talrijk. Het is Portugal op zijn mooist. De enige diersoorten die we er tegenkomen zijn vogels. De zeer zeldzame veenmol – een insect van circa 6 cm  die we een paar jaar geleden per toeval ontdekte – hebben we sindsdien niet meer gezien.

Caldas da Reinha

We bezoeken weer eens de stad Caldas da Reinha. Ik rijd er zo naar toe en weet ondertussen waar ik de auto makkelijk kan parkeren. Caldas da Reinha betekent letterlijk ‘warme bronnen van de koningin’. De stad heeft weinig toerisme, simpelweg omdat het niet aan de kust ligt en ook weer niet echt veel bezienswaardigheden heeft. Het is een stad die je beetje moet leren kennen om te weten waar de mooie plekjes zijn. Het park (Parque Dom Carlos I) ten zuiden van het centrum is een van de mooiste plekjes in de stad. Het is eigenlijk meer een bos met open plekken. Op deze open plekken bevinden zich het Museu José Malhoa met buitenbeelden, de vijver en de bloemperken. Het is een prachtige oase en dat middenin de stad. Het kleine maar gezellige winkelcentrum is altijd leuk om te shoppen of gewoon even te slenteren.
Klik hier voor meer foto’s van Caldas.

Foz do Arelho

Foz do Arelho is zelf geen bijzonder mooi plaatsje, maar toch is het toeristische vanwege zijn unieke ligging aan de lagune. Op de overgang van de lagune en de zee liggen enorme grote zandplaten en stranden die bijzonder geliefd zijn bij zonaanbidders. Kitesurfers halen hun hart op dankzij de stevige wind op het licht golvende water van de lagune. Langs de lagune licht een mooie boulevard met veel horecazaken. Hier kan je heerlijk (vis) eten of een terrasje pakken. Maar toch is het redelijk verlaten als wij er zijn. Het is eind april en het hoogseizoen moet nog beginnen.
De Costa de Prata is nog niet ontdekt bij het grote publiek. Het stikt er niet van de toeristen en dat is van mij betreft een mooie eigenschap van de streek. De heuvel achter de boulevard is vol gebouwd met luxe vakantiewoningen. Veel westerlingen hebben hier een tweede woning die permanent of niet permanent bewoond wordt. Aan de dichte luiken valt op te merken dat de meeste woningen slechts in de zomer bewoond worden. Hierdoor heeft de middenstand het zwaar, want ze moeten het hebben van het hoogseizoen, voor de rest is het arme troef.

Malveira

Voor het eerst gaan we naar de grote markt (venda) in Malveira. De verwachtingen zijn hoog want ik heb gelezen dat het een van de grootste markten van Portugal moet zijn. Gelukkig kunnen we de auto dicht bij de markt parkeren. De koopwaar op de markt is zeer divers van voedsel tot speelgoed en gereedschap, maar toch is de markt weer niet zo bijzonder en groot als in Santana. Op de markt in Santana worden bijvoorbeeld nog huisdieren verhandeld en kippetjes geroosterd. Deze markt is toch groter dan in Malveira.

Torres Vedras

Rond de middag stappen we een willekeurig restaurant binnen in de stad Torres Vedras. Het restaurant zit afgelaten vol met locals. Dit moet wel bijzonder goed en goedkoop zijn, is mijn eerste gedachte. Er zitten wel 50 Portugezen te eten in het restaurant waar de tafels hutjemutje zijn opgesteld. Het lijkt wel een kantine van een schoolgebouw, zo ongezellig. Aan onze kleding ziet de ober onmiddellijk dat we buitenlanders zijn. Ik maak hem duidelijk dat ik een tafeltje voor twee wil. Er is geen plek, maar de ober is naarstig opzoek naar een vrij tafeltje. Ik gebaar hem dat we geen haast hebben. Aan het tafeltje voor ons zit een jongeman te eten. De ober grist zijn bord weg en brengt een minuut later zijn toetje. Als hij half zijn toetje op heeft haalt de ober de man van zijn tafel. Ik versta er geen bal van, maar in mijn oren klinkt het als “en nou opzouten”. We hebben een vrij tafeltje…. Ondertussen vliegt de ober van hot naar her in het restaurant om ieder te bedienen. Zo goed als hij kan probeert hij met zijn beste Engels ons te bedienen. Mijn vriendin bestelt een omelet en ik een cotfisch. We zijn benieuwd wat we precies krijgen. Ondanks de drukte wordt het eten snel geserveerd. We rekenen 18 euro af voor de lunch voor twee personen.
Het plaatsje Torres behoort niet echt tot de toeristische plaatjes. Het enige bijzondere aan het stadje is het 13de eeuws kasteel en zelfs dat is niet echt super interessant. Van het oude fort boven op de berg zijn alleen nog vier muren over en een toren. De rest is verwoest, gedeeltelijk bij de grote aardbeving in 1755. Het kleine kerkje Igreja De Santa Maria uit de 12de eeuw net buiten de stadsmuur is nog in takt. Binnenin zien we een vreemd beeld van een meisje dat op zeven kinderhoofdjes staat. Luguber, christenen waren in het verleden ook geen lieverdjes.
Klik hier voor meer foto’s van Torres Vedras.

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Valkenburg 2017

Valkenburg is een merkwaardig maar uniek stadje in het glooiende en diepe zuiden van Limburg. Het is extreem toeristisch, maar ik vraag mij wel af waar al deze mensen voor komen. Valkenburg heeft in verhouding tot zijn grootte een onevenredig aantal horecagelegenheden en terrassen. Komen al deze mensen nou voor de gezelligheid op de terrassen of voor de bezienswaardigheden? Mijn gevoel zegt het eerste. Gezellig, dat wel.
Valkenburg is al sinds 1833 als toeristenplaats ontdekt. Het station dat in 1853 werd geopend is het oudste nog in gebruik zijnde stationsgebouw van Nederland. Het burchtachtige NS-station lokte veel reizigers tot uitstappen. Zo ontdekte men de indrukwekkende kasteelruïne met veel natuurschoon in de nabije omgeving. Hierdoor is Valkenburg een van de oudste toeristenplaatsen van Nederland.
In Valkenburg werd in 1885 ook de eerste VVV van Nederland opgericht. Na de Tweede Wereldoorlog ontwikkelde het toerisme in Valkenburg zich voorspoedig. De VVV van Valkenburg is gehuisvest in een prachtig historisch gebouw aan het Theo Dorrenplein. Op zondag als het er barst van de dagjesmensen is de VVV dicht terwijl er juist dan het meeste behoefte is aan toeristische informatie. Wat een gemiste kans. Hoe kan de VVV zo zitten te slapen? Misschien willen de mensen wel iets leuks doen of iets bezichtigen in plaats van op een terras zitten!


Valkenburg wordt ook wel “Mergelstad” genoemd vanwege de vele huizen die met mergelstenen zijn gebouwd. De rijkelijk aanwezige kalksteen (lokaal aangeduid met de incorrecte term “mergel”) in de ondergrond zorgt al eeuwenlang voor een belangrijke bron van werkgelegenheid. Als gevolg van de mergelwinning is een uitgebreid gangenstelsels (kalksteengroeves of mergelgrotten) ontstaan. In het Romeins Katakomben Museum en de Fluweelengrot kun je uitgebreid kennis maken met de ondergrondse gangen. Vanaf ongeveer 1050 gebruikte men het gangenstelsel van de Fluweelengrot voor de mergelwinning, voornamelijk voor de bouw van het kasteel van Valkenburg. Tegenwoordig zijn de ruïne en de grot een toeristische attractie. Het kasteel, ooit de burcht van de heren van Valkenburg, werd in 1672 verwoest maar nooit geheel afgebroken. Het werd verwoest door terugtrekkende Hollandse troepen, die wilden voorkomen dat de oprukkende Fransen er gebruik van zouden maken. Slechts twee stadspoorten de Berkelpoort en de Grendelpoort en een deel van de stadswallen overleefden de vernietiging. De kasteelruïne die boven alles uit tornt is sinds 1967 een beschermd rijksmonument. Een interessante looproute leidt je langs de restanten van de burcht. Ondertussen heb je een mooi uitzicht over Valkenburg. Nou ja mooi! Hoe mooi Valkenburg ook is, van bovenaf is dat vreemd genoeg allesbehalve het geval.
Een deel van het centrum is rijksbeschermd met een groot aantal rijksmonumenten. Dat is wat Valkenburg mooi maakt, ook al beleef je Valkenburg passief, dan nog geniet je van de architectuur. De Berkelpoort en de Grendelpoort uit de 14e eeuw liggen automatisch in je looproute. Deze poorten zijn natuurlijk prachtig maar veel meer dan fotootje zit er voor de toerist niet in. Een derde poort is de Geulpoort. Deze poort is echter pas in 2014 geheel herbouwd. En dat is goed te zien aan de puntgave gele mergelstenen. Zo ‘fris’ heeft dus heel Valkenburg er uit ooit gezien. Moet wel indrukwekkend zijn geweest.
Naast de dagjesmensen is Valkenburg ook bijzonder populair bij wielrenners. Bekende hellingen zijn de Cauberg, de Sibbergrubbe en de Emmaberg. De steilste klim op de Cauberg is zelfs plaatselijk 10-12%. En als de jongens met hun malle broeken op een terrasje zitten, drinken ze ‘netjes’ Radler. Valkenburg was al vaak het toneel van belangrijke wielerevenementen zoals de Amstel Gold Race, WK-wielrennen en de Tour de France.
Landelijke faam genieten Thermae 2000, het kuurpark en het Holland Casino welke boven op de Cauberg zijn.


Andere bijzonderheden in Valkenburg zijn onder andere de H.H. Nicolaas en Barberakerk, de Lourdesgrot en diverse kastelen in de omgeving.
Valkenburg heeft eigenlijk maar één echt museum, het Museum Land van Valkenburg aan de Grotestraat 31. De collectie omvat een aantal zeer verschillende verzamelingen op het gebied van geologie, Romeinse en middeleeuwse archeologie, lokale geschiedenis en een bescheiden collectie kunst.
Voor wie dan toch de beentjes wil strekken en niet alleen maar passief op een terrasje wil zitten zijn er veel parken en natuurgebieden in de omgeving waar men kan wandelen en fietsen. Het Den Halderpark, het Odapark, Park Dersaborg en Kasteelpark Oost zijn kleinschalige stadsparken. Het Geulpark, het Rotspark en het Kuurpark zijn veel meer natuurparken, die uitnodigen tot stevige wandelingen. In de directe omgeving van Valkenburg bevinden zich verder diverse bossen en andere natuurgebieden, waaronder het Geuldal, de Cauberg, de Heunsberg, het Sint-Jansbosch, het Biebosch, het Schaelsbergerbos en het Ravensbosch.
Meer dan 4000 bedden telt de hotelcapaciteit van Valkenburg en er worden jaarlijks meer dan een miljoen overnachtingen geboekt. Valkenburg is dus echt toeristisch. Hoe jij het beleeft – passief of actief – heb je helemaal in eigen hand. Er is genoeg te zien en te doen voor jong en oud. En heb je alles al gezien en gedaan, dan zijn er altijd nog de vele terrasjes. Daarmee ben ik weer terug bij het begin van mijn verhaal. Blijkbaar hebben al deze mensen de bezienswaardigheden al gezien. Of toch niet?

De belangrijkste grotten en mijnen in Valkenburg zijn:

FluweelengrotDaalhemerweg 27
De Fluweelengrot naast de kasteelruïne is een van de gangenstelsels onder het Limburgse stadje Valkenburg. Vanaf ongeveer 1050 gebruikte men dit gangenstelsel voor de mergelwinning, voornamelijk voor de bouw van het kasteel. Tegenwoordig is de grot een toeristische attractie.

Gemeentegrot, Cauberg 4
De Gemeentegrot is opengesteld voor toeristen en er zijn regelmatig rondleidingen. De ingang van de grot bevindt zich aan de voet van de Cauberg. Sinds 1986 vindt er in de grot elk jaar een kerstmarkt plaats.

Museum Romeinse Katakomben, Plenkertstraat 55
Dwalend door de onderaardse gangen neemt de gids je mee naar lang vervlogen tijden, naar het Rome uit het vroege Christendom van de derde en vierde eeuw. Je daalt af naar de graven van gewone Romeinse burgers en naar de schitterende grafkamers van vooraanstaande Romeinen. Een labyrint vol perfect nagebootste catacomben uit het oude Rome. In de mergelsteen zijn gaten uitgehakt die als horizontale grafnissen dienden. Deze nissen werden afgesloten met een terracotta of een marmeren plaat. Welgestelde families hadden vaak een eigen grafkamer met rijkelijk versierde wanden. Prachtige fresco’s, beelden, en het boeiende verhaal van de gids in het schijnsel van kaarslicht maken de rondleiding tot een fascinerende ervaring.

Steenkolenmijn, Daalhemerweg 31
Ontdek de wereld van de mijnbouw in een mysterieuze omgeving onder de grond. Je begint de kennismaking met de wereld van de mijnwerkers in een ondergrondse filmzaal, die in mijnbouwstijl is ingericht. Daar zie je een unieke promotiefilm van de Staatsmijnen (DSM) uit het midden van de jaren zestig.

Klik hier voor meer foto’s.

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Luik (Liège) 2017

Als je alle grote en bekende steden al hebt bezichtigd kom je automatisch uit bij de kleinere steden en daar zitten soms verrassend mooie pareltjes tussen. Mijn ontdekking is deze keer de stad Luik aan de noordelijke kant van de Belgische Ardennen. Wandelend door Luik bemerk ik toch diverse Nederlands- en Engelstalige toeristen. Het is blijkbaar populairder dan ik dacht. Routes naar Luxemburg of de Ardennen gingen in het verleden altijd dwars door Luik. Vanuit deze doorgaande weg heb ik Luik nooit bijzonder ervaren en leek het mij meer een lelijke grijze industriestad. Toch is Luik een bijzonder mooie historische stad met veel bezienswaardigheden. Onbekend is onbemind, dat geldt zeker voor Luik. Van de meeste kleinere steden zijn geen reisgidsjes te koop bij de boekhandel. Het wordt dus een ‘zoek-het-zelf-maar-uit’ reis, maar met een beetje googlelen vind je zo de highlights of je leest dit verslag natuurlijk.
Luik is prachtig gelegen aan de Maas – op zijn Frans La Meuse genoemd – tussen de noordelijke heuvels van de Ardennen die daar al behoorlijk hoog zijn. Zoals bij de meeste steden aan een rivier ligt ook in Luik de oude kern slechts aan één zijde van de rivier. In Luik ligt de historische kern aan de westoever van de Maas.
De voertaal van Luik is Frans, terwijl het slechts op 30 km van Maastricht ligt. De Franse taal is niet mijn sterkste punt, dus probeer ik het met Nederlands of Engels. Ik zie vanzelf of de Walen eigenwijs genoeg zijn om bij het Frans te blijven. Als ze Frans tegen me lullen zeg ik gewoon in het Nederlands dat ik geen Frans spreek.
Met 200.000 inwoners is Luik na Antwerpen, Gent en Charleroi de vierde grootste stad van België, en daarmee zelfs groter dan Brussel (zonder agglomeratie). Luik is een typische Belgische stad met veel bebouwing van bakstenen in een diep rode kleur, vaak met een sobere uitstraling, maar aan de architectuur is te zien dat Luik ooit een welvarende stad was. Dat blijkt ook uit de vele kunstwerken die door heel de stad te zien zijn. In diverse straten zie je nog kinderkopjes (kasseien) in de bestrating. In het algemeen is de stad historisch maar toch lang niet overal even mooi. Na de oorlog zijn de lege gaten meedogenloos vol gebouwd met lelijke rechte hoogbouw. Zeker vanaf de heuvels is dat goed te zien. Meteen als je het station uitkomt word je geconfronteerd met het kantoor van financiën. Deze supermoderne reus van 28 verdiepingen met een hoogte van 118 meter is in 2015 opgeleverd. Het is de enige wolkenkrabber in Luik.
Het geloof en het bisdom hebben een grote rol gespeeld in de historie van Luik en dat is nog altijd goed te zien aan de bijzondere kerken die de stad rijk is. In de stad zijn nogal wat bijzondere kerken te ontdekken in Romaanse en Gotische bouwstijl, zoals bijvoorbeeld de Romaanse Collégiale Saint-Denis kerk. De Saint-Paul Cathedrale en Saint-Jacques zijn mooie kerken die je zeker moet bezoeken.
In Luik zijn nogal wat musea met een grote diversiteit aan onderwerpen. Er is de laatste jaren flink geïnvesteerd in musea. Je vindt er vast een leuk museum tussen.
De wegenstructuur in Luik is een wirwar van bochtige en drukke wegen en daardoor niet echt overzichtelijk. Als automobilist is het niet prettig door de stad te rijden en als voetganger verdwaal je snel in de kleine steegjes.
Waar is Luik eigenlijk bekend van? Het enige wat ik kon ontdekken zijn wafels en Jupiler bier.
Een wafel – ook wel suikerwafel of Gaufre de Liège genoemd – is een Belgische koek, die zijn oorsprong vindt in de stad Luik. De Luikse wafel is over het algemeen zwaarder dan een Brusselse wafel, omdat er suikerkristallen in verwerkt worden. De Brusselse wafel is rechthoekig en de Luikse wafel is meestal ruitvormig of ovaal.
De Jupiler brouwerij staat in het plaatsje Jupille-sur-Meuse, een deelgemeente van Luik. De naam Jupiler is in 1966 gevormd door het achtervoegsel ‘er’ achter de plaatsnaam te zetten. Kijk, dat wist ik niet. Toch weer wat geleerd. Over bier gesproken; alle cafés hebben een uitgebreide bierkaart. In België bestel je niet een biertje of een pilsje maar een merkbier. In België heet overigens een pilsje ‘pintje’. Met honderden merken is België misschien wel het meest interessante bierland van de wereld. Proost, we gaan een wandeling maken. En als we terugkomen pakken we er nog een…

Aquarium-Muséum de Liège, Quai Edouard Van Beneden 22

Dit aquarium is gelegen in een mooi historisch pand aan de oostelijke oever van de Maas. In dit museum gaat voor jong en oud een onbekende maar wondere wereld open over het leven in water. Het museum herbergt een grote diversiteit aan dieren, opgezet of in skelet. Er zijn circa 2500 dieren tentoongesteld die ongeveer 250 diersoorten vertegenwoordigen waaronder vissen, ongewervelden en reptielen die afkomstig zijn uit alle hoeken van de wereld. Maar liefst 46 aquariums zijn gevuld met vissen en dieren van zoet- en zeewater.

Archéoforum, Place Saint-Lambert

Via het plein ‘Place St-Lambert’ kom je bij het ondergrondse museum Archéoforum dat een voorstelling herbergt van het 9000 jaar oude erfgoed van Luik. Het is één van de grootste stedelijke archeologische sites in Europa. Persoonlijk vind ik het museum redelijk saai. Het overgrote deel van het museum bestaat uit restanten van oude funderingen. Ik word niet echt warm van kapotte muurtjes.

Le Grand Curtius, Quai de Maestricht 13

In Luik werd er de laatste jaren heel wat gedaan om kunstwerken optimaal te groeperen. Le Grand Curtius is de laatste realisatie en werd geopend in 2009. In een aaneenschakeling van gebouwen met een totale oppervlakte van 10.000 m², werden vijf Luikse musea samengevoegd: het Glasmuseum, het Wapenmuseum, het Archeologisch Museum, het Museum voor religieuze en Maaslandse Kunst en het Museum voor Decoratieve Kunsten. De rode draad door dit architecturaal gebouw is de rijke geschiedenis van het Prinsbisdom Luik. Omdat de prinsbisschoppen ruim acht eeuwen zowel de geestelijke als wereldlijke macht verenigden, is er veel aandacht voor religieuze kunst. Het wapenmuseum toont vuurwapens en zwaarden van vroeger tot nu. Aan de hand van voorwerpen, waarvan vele werden gevonden op de Place Saint-Lambert, kom je heel wat te weten over de prehistorie, de Romeinse en Frankische tijd. Pareltjes van glaskunst vind je in het Glasmuseum. Een tip: elke eerste zondag van de maand is het Grand Curtius gratis toegankelijk.

Maas (La Meuse) en Marché de la Batte

De Maas meandert lekker door Luik. Langs de oevers zijn redelijk veel wandel- en fietspaden voorzien waardoor het een geliefde plek is voor toeristen maar ook de lokale bevolking. Je kan er heerlijk tot rust komen. Vanuit de oostelijke oever heb je een mooi uitzicht over de stad met al haar niveauverschillen. Geregeld zie je grote vrachtschepen op de brede Maas.
Elke zondag is er van 8.00 tot 14.00 uur een markt langs de Maas. Marché de la Batte is de grootste markt van de regio met een zeer grote diversiteit aan koopwaar en voedsel. Over bijna een lengte van een kilometer staan de kraampjes in een lang lint langs de oever opgesteld. Het is een zeer levendige markt met veel kledingkraampjes waar je voor een habbekrats kleding kan kopen. Voedsel kan je vinden van oosterse tot westerse cultuur en natuurlijk ontbreekt de Luikse wafel niet.

Montagne de Bueren

Ten noorden van het centrum ligt ‘Montagne de Bueren’. Het is een lange rechte trap van 260 meter die begint in de ‘En Hors Château’ (Straat) en eindigt bij de citadel. Het schijnt de 16de langste trap van de wereld te zijn. Exact 374 treden met een gemiddelde hellingsgraad van 28% leiden tot een panoramische uitzicht over het oude stadsgedeelte dat zeer de moeite loont.
De trap werd aangelegd tussen 1875 en 1880 ter herinnering aan de 600 inwoners van Franchimont die op 28 oktober 1468 op die plek een aanval uitvoerden op koning Lodewijk XI van Frankrijk en Karel de Stoute. Alle 600 Franchimontezen sneuvelden bij deze strijd. De Montagne de Bueren wordt daarom ook wel eens ‘les 600 escaliers’ genoemd.
Op de eerste zaterdag van oktober wordt het wijkfeest ‘La Nocturne des Coteaux‘ gehouden waarbij de treden, omliggende steegjes, terrassen en wandelpaadjes feeëriek verlicht worden met duizenden kaarsjes en lichtjes. Het is een fascinerend lichtschouwspel gecombineerd met muziek en theater.
Nooit eerder heb ik zo’n lange en rechte trap gezien. Heel opvallend staan er aan weerszijden huizen over de gehele lengte van de trap. Je zal hier maar wonen en iedere dag zoveel trappen moeten nemen. Als je bovenaan de trap bent ben je echt helemaal kapot en toch neemt iedere toerist graag de moeite om de trap te overwinnen. Je wil gewoon niet toegeven dat je het niet kunt.
Als je boven bent kun je met nog eens circa 50 extra traptreden bij het ‘Monument au 14ème Régiment de Ligne’ (Monument voor het 14e lijn Regiment) van beide wereldoorlogen komen. Bij het monument heb je een mooi panorama over de stad. Maar het kan nog beter, want 100 meter verder is een platform met een uitzicht dat nog beter is.

MADmusée

Het MADmusée ligt in het Parc d’Avroy, maar tijdens mijn bezoek aan Luik was het gebouw leeg en afgezet met hekken. Dit museum toonde voorheen een collectie van meer dan 2000 werken van kunstenaars met een mentale handicap. De tentoongestelde werken zijn erg uiteenlopend van stijl, thema en techniek.

Musée d’Ansembourg

Dit museum is in een prachtig herenhuis in barokarchitectuur uit de 18de eeuw gehuisvest. Alles in dit huis straalt de vroegere rijkdom en comfort van de Luikse regio uit. Er zijn verschillende stijlkamers (salons) elk met hun specifieke meubilair.
Bewonder de plafonds, tapijten, lambriseringen, schilderijen, trapleuningen, spiegels en de met Delftsblauwen tegels opgesmukte keuken. In de 18de eeuw kende Luik haar hoogtepunt in de meubelkunst en dat wordt prachtig tentoongesteld. Het museum is een absolute aanrader.

Musée de la Vie Walonne

In het Museum van het Waalse Leven kan je op een originele manier kennismaken met de geschiedenis van de stad van de 19de eeuw tot heden. Dit omvat zowel het politieke aspect als het sociale leven, religie, folklore, de ambachten en literatuur. Daarnaast wordt de industriële evolutie belicht die van Luik een welvarende stad maakte. Het museum werd na een complete opwaardering en renovatie in 2008 heropend met speciale aandacht voor de modernste audio- en visuele technieken. Het behoort nu tot de top van de Luikse musea en is gevestigd in een oud minderbroederklooster.

Museum La Boverie

De stad Luik wou een nieuw cultureel kunstcentrum en koos daarvoor de gebouwen van het vroegere paleis van de Wereldtentoonstelling in Parc de la Boverie. Naast de vaste collectie zijn er ook geregeld wisselende tentoonstellingen. De permanente collectie afkomstig uit het vroegere Museum voor Schone Kunsten telt voornamelijk schilderijen van de 16de eeuw tot heden van met tal van wereldvermaarde kunstenaars zoals Paul Gauguin, Picasso maar ook Nederlandse- en Belgische schilders zoals Van Rysselberghe en Pieter Claesz.  Een tip: elke eerste zondag van de maand is het museum gratis toegankelijk.

Parc d’Avroy

Het ruim vijf hectare grote park is een groene oase van rust in de stad maar omdat het omsloten is door twee drukke verkeersaders is het ook weer niet heel erg stil. Een van de informatieborden toont tot in detail de namen van alle bomen. In het park zijn diverse monumenten en kunstwerken ondergebracht. Op de meest zuidelijke punt staat het standbeeld van Camille Mark Sturbelle dat in 1905 onthuld werd ter gelegenheid van 75 jaar onafhankelijkheid van België. Het beeld toont Charles Rogier, een van de grondleggers van de Belgische staat. Voor hem ligt een leeuw en naast hem staat een naakte vrouw. Waarom moet die vrouw naakt moet zijn vraag ik me af?
Halverwege het park staat het oorlogsmonument met een gedenksteen ter ere van de 17.000 verzetsstrijders die gestorven zijn in WOII. Nabij de kiosk – die nu afgesloten is vanwege werkzaamheden – staan nog vijf bronzen beelden van naakte mannen uit de Griekse mythologie. In het noorden staat een groot ruiterstandbeeld ter ere van Karel de Grote, die in 742 in de omgeving van Luik geboren werd.

Parc de la Boverie

Het Parc de la Boverie is te voet te bereiken via een moderne voetgangersbrug over de Maas. In het park staat een bijzondere grote vogelkooi van circa 8 meter hoog en 15 meter lang met een leuke variatie aan vogels. Op de grond lopen eekhoorntjes die regelmatig grappig in holen wegduiken. Het is een geliefde plek voor kleine kinderen die naar de vogels komen kijken. Vooral in het weekend zie je veel joggers in het park. In het park staat een levendig abstract kunstwerk bestaande uit een mast van circa 30 meter hoogte. Aan de mast zitten dwarsarmen waaraan metalen platen ronddraaien terwijl treingeluiden via luidsprekers geprojecteerd wordt. Omdat het park op een schiereiland in de Maas ligt, is het er heerlijk rustig. In het park bevindt zich het imposante gebouw van Museum La Boverie.

Place du Marché

Place du Marché is het bruisende hart van de stad. Een terrasje pikken doe je op dit plein dat bijna naadloos overloopt met het Place Saint-Lambert. Aan een zijde van het plein is het een aaneenschakeling van cafés en restaurants. De overzijde wordt gedomineerd door shoarmatenten en döner kebab’s. Door de gezelligheid zal het je vast ontgaan, maar op het plein zijn heel wat mooie 17de en 18de eeuwse gevels te ontdekken. Voor de terrasjes staat een mooie maar droge fontein die onlangs werd gerestaureerd en symbool staat voor de vrijheden van Luik. De fontein is voorzien van een aantal mooie koperen plaquettes met wapenschilden.

Place Saint-Lambert

Dit plein is het hart van de stad met zicht op het Prinsschoppelijk Paleis. Het is een zeer indrukwekkend chic gebouw met een lange gevel dat in gebruik is door de provincie en het gerecht. Het toont aan hoe belangrijk ooit Luik was. Je kan het gebouw niet bezoeken behalve tijdens speciale openingsdagen. Wat je nu ziet dateert grotendeels uit de 18de en 19de eeuw.
Vanuit het plein kan je de stad verkennen op culinair gebied of om te shoppen. Op het plein is ook de ingang van Galeries St-Lambert, een groot modern overdekt winkelcentrum.
Jongeren hangen graag op het plein rond met skateboards, maar aan hangouderen ontbreekt het evenmin.
Ooit was dit een druk verkeersplein met parkings en bushaltes, maar nu is een gedeelte van het busverkeer ondergronds gebracht. Het heeft tientallen jaren geduurd voordat de renovatie van dit plein af was, wat vooral te wijten aan de archeologische vondsten die er plaatsvonden. Deze zijn nu te zien in het Archéoforum museum dat zich onder het plein bevindt.

Rue Hors-Château

Mijn ontdekking in Luik is de Rue Hors-Château, of beter gezegd de kleine pittoreske dwarssteegjes die aan deze straat beginnen. Alle steegjes beginnen met de naam ‘Impasse’ en zijn maar een goede meter breed. De kleine huisjes vormen samen een echte volksbuurt, maar het is wel fotogeniek. Aan het einde van de doodlopende steegjes zijn enkele fleurige kleine hofjes.

Saint-Barthélemy, (Sint-Bartolomeüskerk) Rue Hors-Château

De Saint-Barthélemy kerk uit de 11de – 12de eeuw behoort de oudste kerken van Luik. De buitenmuren zijn opgetrokken in bruinrode kolenzandsteen. Zowel de kerk als de doopvont zijn een prachtig voorbeeld van Maas-Rijnlandse bouwstijl. Ze werd grondig gerenoveerd en gedeeltelijk verbouwd in de 18de eeuw met toevoeging van onder andere een neoklassiek voorportaal. De doopvont uit de 12de eeuw is één van de zeven wonderen van België van ongeveer 500 kg dat vroeger in de Cathédrale Saint-Lambert op het gelijknamige plein stond. Nadat de doopvont vernield werd, is dit meesterwerk ondergebracht in de kerk van Saint-Barthélemy. Op de doopvont wordt de dooptraditie in vijf scènes uitgebeeld. De zeven wonderen van België of De zeven waardevolste van de Belgische kunst is een concept dat in de jaren zeventig van de twintigste eeuw werd gelanceerd om zeven vooraanstaande kunstvoorwerpen van het Belgische patrimonium beter voor het voetlicht te brengen.

Saint-Paul kathedraal, Place de la Cathédrale

Reeds in de 10de eeuw had Luik een kathedraal ter ere van de heilige Lambertus. De in romaanse stijl gebouwde kerk werd tijdens de Franse revolutie volledig vernield. Vanaf 1240 begon men met de bouw van de huidige kathedraal Saint-Paul in gotische stijl. Door de vele verbouwingen zou de kathedraal pas voltooid worden in 1430 waardoor heel wat elementen laatgotisch zijn. Pas in de 19de eeuw werd de geel kleurige torenspits gebouwd waarbij materialen werden gebruikt van de oude Lambertuskathedraal. Het resultaat leverde een imposant kerkgebouw op met een lengte van 83 m, een hoogte van 24 m en een 33,5 m brede kruisbeuk.
De kerk staat in de stijgers (2017) vanwege renovatiewerkzaamheden. Als deze klaar zijn, zal de imposante kerk er ongetwijfeld weer fris bijstaan.
Binnenin zijn heel wat fraaie schilderijen en beelden te bewonderen waaronder een witmarmeren Christusbeeld in barokstijl. De brandglasramen (16de en 20ste eeuw) zijn schitterend en ook het aanwezige meubilair uit de 19de eeuw verdient je aandacht. Via een deur kom je bij de kloostergang welke werd voltooid in 1445. Voor zes euro is Le Trésor de Liège (schatkamer van Luik) te bezoeken dat in een van de bijgebouwen van het vroegere klooster is ondergebracht. De schatkamer toont de geschiedenis van het voormalige Prinsbisdom met een grote en indrukwekkende collectie kerkelijke voorwerpen zoals kleden, bekers, beelden, schilderijen, sieraden en gebruiksvoorwerpen veelal in zilver en goud uitgevoerd. Pronkstukken zijn de goud- en zilverwerken waaronder het borstbeeldschrijn van de heilige Lambertus en een prachtige goud en zilver reliekschrijn van Karel de Stoute.

Saint-Jean d’Evangéliste, Pl. Xavier-Neujean 32

De in donker bruin opgetrokken bakstenen Saint-Jean d’Evangéliste is een kopie van de Dom van Aken en werd opgebouwd in de 10de eeuw door de toenmalige prinsbisschop Notger. Er volgden tussen 1754 en 1760 nog enkele verbouwingen. Binnenin valt de heldere witte kleur op van de muren. Met de witzwarte vloer vormt dit een mooi contrast. Je kan er enkele beelden zien uit de middeleeuwen.

Saint-Jacques, Place Saint-Jacques

Benedictijner-monniken vestigden zich in het begin van de 11de eeuw op deze plek. Toen was het een abdijkerk. Enkel het achterste gedeelte van de kerk is nog in de Romaanse bouwstijl. Na verwoesting en verval kreeg de huidige parochiekerk in diverse fasen de gotische fraaiheid waarmee ze nu kan pronken. Het portaal is uit de Renaissance-periode. Bewonder de prachtige gewelven en de gebrandschilderde ramen uit de 16de eeuw. Bijzonder is het beeld van Maria dat twee gezichten heeft. Het beeld hangt aan het plafond ter hoogte van het koor. De torenloze kerk is aan de buitenzijde niet echt een schitterende kerk aan de binnenzijde is het des te mooier. Bijna de gehele binnenzijde is versierd met vooral veel beeldhouwwerk en beelden.

Treinstation Liège-Guillemins

Luik heeft een uniek en een extreem modern treinstation met een bijzondere vormgeving waar maar liefst elf jaar aan gewerkt is en sinds 2009 in gebruik is. Onderin de ontvangsthal zijn winkeltjes aangebracht in de ruime passage. Het station is haast te uniek – voor zover dat kan – voor een stad als Luik. Zelfs als je niet met de trein komt is een bezichtiging de moeite waard. Het station Guillemins is een prestigieus staaltje van moderne bouwkunst met het accent op glas, staal en wit beton. De transparante overkapping oogt indrukwekkend en ligt als een soort enorm groot schild zonder kolommen over het station heen. Het is haast een kunstwerk. De naam Guillemins is ontleend aan de wijk waarin het nieuwe station ligt.

Klik hier voor meer foto’s van Luik.

Mijn persoonlijke top 10 van Luik:

  1. Een stadswandeling door het historisch centrum
  2. Een bezichtiging van de Saint Jacques
  3. Musée d’Ansembourg
  4. Een bezichtiging van de Saint Paul kathedraal
  5. Museum la Boverie
  6. De beklimming van de trappen Montagne de Bueren
  7. De kleine steegjes aan de Rue Hors-Château
  8. Een wandeling door Parc de la Boverie
  9. Trésor de la Cathédrale (Schatkamer van de Sint-Pauluskathedraal)
  10. Marché de la Batte, weekmarkt op zondag

Luik is een echte museum stad. De belangrijkste musea zijn:

Aquarium et Musee de Zoologie, Quai Édouard van Beneden 22

Archéoforum, Place St. Lambert (Sint-Lambertusplein), archeologie

Botanische Tuinen Universiteit Luik, Chemin de la Ferme 1

Grand Curtius, 136 Féronstrée, de geschiedenis van Luik

Madmusée, Rue Fabry 19, moderne kunst

Maison de la metallurgie et de l’industrie de Liege, (Huis van de metallurgie en industrie van Luik), Boulevard Raymond Poincaré 17

Maison de la Science (Huis van de Wetenschap), Quai Édouard van Beneden 22 (bij het aquarium)

Musée Grétry, Rue des Récollets 34, woonhuis van de 18e-eeuwse componist André Ernest Modeste Grétry

Musée d’Ansembourg, Hôtel d’Ansembourg, Féronstrée 114, 18e-eeuws stadspaleis met stijlkamers

Musée de la Vie Wallonne (Museum van het Waalse Leven ), Rue Moray, folkloristisch museum

Musée des Beaux-Arts (Museum voor Schone Kunsten) (Beaux-Arts Liège), Féronstrée 86

Musée des Transports en commun de Wallonie, (Museum voor het Openbaar Vervoer van Wallonië), Rue Richard-Heintz 9

Musée en plein air du Sart-Tilman (Openluchtmuseum van Sart-Tilman), Allee des Erables 25 (Kasteel van Colonster)

Musée Liégeois du Luminaire (Museum voor verlichting), Rue Mère-Dieu 2

Musée Tchantchès, Rue Surlet 56, marionettenmuseum met klein poppentheater

Museum La Boverie, Park de la Boverie, schilderkunst van de 16e eeuw tot heden

Prehistomuseum, Rue de la Grotte 128, prehistorisch museum

Territoires de la Mémoire, Boulevard de la Sauvenière 33-35, opleidingscentrum voor verzet en burgerschap

Trésor de la Cathédrale (Schatkamer van de Sint-Pauluskathedraal), in de kathedraal, middeleeuwse reliekhouders

Geplaatst in Geen categorie | 2 reacties