Lorraine 2017

We gaan naaaaaaruh….. ? Lixing-Les-Saint-Avold in de Lorraine. Lorraine, hoe zat het ook alweer? Waar ligt het? De Nederlandse naam van Lorraine is Lotharingen. Lorraine is een van de 21 streken of beter gezegd regio’s van het vaste land van Frankrijk. Het is gelegen in het noordoosten tegen de Duitse grens tussen de regio’s de Champagne en de Elzas. In 2016 zijn echter de regio’s in Frankrijk heringedeeld, waardoor er nu nog maar 12 regio’s over zijn. De regio’s Champagne, Lorraine en Elzas zijn samengevoegd en heten nu samen Grand Est, maar of iemand ooit zal zeggen: “Ik ga naar de Grand Est op vakantie”, is wel heel twijfelachtig. Maar het wordt wat lastiger, want er bestaat ook nog de Moezelstreek – of Moselle zoals de Fransen zeggen – en de Vogezen.
De moezel (Moselle) is een zogenaamd departement van de Lorraine en de streek ligt uiteraard langs de Moezel. De streek is aanzienlijk minder bekend dan de Moezelstreek in Duitsland. De bekendste steden aan de Franse Moezel zijn Metz en Nancy.
De Vogezen is een gebergte gelegen in het westen van de Lorraine.
Het noordoosten van Frankrijk heeft in het verleden diverse malen tot het Duits grondgebied behoord. Pas na de Eerste Wereldoorlog is het definitief onder Frankrijk geschaard. Het Duitse verleden is nog altijd goed waar te nemen in de Lorraine. Veel inwoners spreken nog altijd (wat) Duits. Veel plaatsen hebben Duitse namen.
De Lorraine heeft een industrieel verleden, maar nu kenmerkt de Lorraine zich door mooie glooiende landschappen waarbij graslanden, landbouwakkers en bossen elkaar afwisselen. Prachtig zijn de velden met duizenden zonnebloemen die gekweekt worden voor zonnebloemolie. Vooral in juli als de grote, gele bloemen in bloei staan, is het een uniek gezicht. Dat zie je bij ons niet. De Lorraine is echt een streek waar je heerlijk tot rust kan komen. Je kan er heerlijk wandelen en fietsen. In die zin is de streek wat minder spectaculair en minder interessant voor de jeugd.
De Lorraine is natuurlijk ook bekend om de quiche Lorraine. Deze hartige taart bestaat in allerlei varianten en is bekend over de hele wereld.
Een ander lekkernij uit de Lorraine zijn de mirabellen. Een mirabel is een klein geel pruimpje dat in de Lorraine uitstekend gedijt vanwege de natuurlijke omstandigheden. 75% van de wereldproductie komt uit de Lorraine. Het fruit wordt veelvuldig gebruikt voor jam, taart, ijs, likeur, siroop, snoep, thee en zelfs cosmetica.
De huizen in de oostelijke regio’s hebben bijna allemaal dezelfde stijl met die typische bepleisterde muren, meestal in een saaie kleur. Een stijl die veel op de Duitse woningbouw lijkt, maar gezien het verleden van deze streek is dat niet verwonderlijk. Ik kan zelfs geen enkel traditioneel gemetseld huis ontdekken zoals wij dat in Nederland hebben.
Zoals in veel Franse dorpjes zie je er vaak geen kip op straat. Frankrijk heeft over het algemeen geen gezellig kroegleven of straatleven. Toen we net als vorig jaar tijdens de vakantie in Normandië op zondagavond wilden gaan uiteten (in St-Avold) lukte het ons niet een restaurant te vinden dat ook nog eens open was op zondagavond.
Als ik na een week in de Lorraine aan mijn vriendin de vraag stel: “Wil je al naar huis?”, is haar antwoord: “Neejuh”. “Wil je langer blijven?” “Ja hoor”. “Wil je hier wonen?” “Nee, dat weer niet”. Het geeft precies aan hoe we over Frankrijk denken, leuk voor vakantie, maar er willen wonen, dat zeker niet. Maar laat ik nog wat toelichten op deze ogenschijnlijke standvastigheid. Frankrijk is natuurlijk giga groot en heeft een zeer grote diversiteit aan natuur, cultuur en klimaat. Door haar diversiteit kun je in Frankrijk bijna oneindig lang op vakantie blijven gaan zonder in herhaling te vallen en das natuurlijk super uniek. In die zin is Frankrijk een fantastisch land, maar terugkomend op de vraag of ik er zou willen wonen? Mauwah, das lastig. Ik heb heel Frankrijk nog niet gezien en voorlopig blijf ik het ontdekken tot ik misschien een plaatsje vind waar ik zou willen wonen! Vous comprend?

Lixing-Les-Saint-Avold

We hebben een schitterende accommodatie gehuurd in het plaatsje Lixing-Les-Saint-Avoid. Daar heb je waarschijnlijk nog nooit van gehoord. Das niet zo verwonderlijk want het ‘slapende’ dorpje telt slechts 700 inwoners. Het plaatsje heeft alleen een kebab zaak, een café, een bakker en een kapper. Das al. Maar ik moet er wel bij vertellen dat de kebab zaak en het café gesloten waren in verband met vakantie!
In onze accommodatie hebben we maar liefst 55 m2 tot onze beschikking. Vanuit het balkon hebben we uitzicht op alleen maar grote tuinen met grasvelden, fruitbomen en moestuinen. Ik zie peren, appels, druiven, pompoenen, tomaten, kersenbomen en nog veel meer. Prachtig. Wat een rust. Hier kunnen we prima ‘bijtanken’ en genieten van de romantiek.
Bertrand, onze gastheer heeft enkele wandelroutes uitgezet in de omgeving met schitterende natuur. We wandelen langs weidevelden en door bossen hetgeen nog al wat gedachtes in mij vrij maakt, omdat we echt helemaal niemand tegenkomen. Het is bijzonder spannend om alleen door een bos te lopen. Zullen we wild life zien, slangen, everzwijnen? Is het gevaarlijk? Kunnen we verdwalen? Maar erg groot zijn de bossen niet, dus dat zal wel meevallen. Helaas zien we buiten vogels en heel veel insecten geen bijzondere dieren, terwijl de informatieborden een divers aanbod aan dieren verschaffen. Het enige wild life dat ik zie is mijn vriendin…
Als we in de middag op het balkon zitten komt er plots een school ooievaars overvliegen van wel 20 stuks. Loom en rustig scheren ze door de lucht zwevend op de thermiek. Het lijken haast gieren zo rustig draaien ze cirkels tot ze vijf minuten later weer uit het gezichtsveld verdwenen zijn. De baby is blijkbaar afgeleverd! Prachtig, nooit eerder gezien.

Bliesbrück

In het piepkleine plaatsje Bliesbrück is het ‘Parc Archéologiquw Européen’ de belangrijkste bezienswaardigheid. Dit archeologisch gebied ligt letterlijk deels op Frans grondgebied en deels op Duits grondgebied waardoor het twee entrees heeft.
In het bijna 1 kilometer lange park zijn een aantal opgravingen te bezichtigen uit de Romeinse tijd bestaande uit resten van muren van woonhuizen, badhuizen, kelders en grafkamers. Voor de niet geïnteresseerde zijn het niet meer dan een stel muurtjes. De liefhebbers van archeologie gaan hier helemaal uit hun dak. Je mag zelf bepalen of je het leuk vindt. In het hoofdgebouw is nog een expositie te bewonderen van hoofdzakelijk gebruiksvoorwerpen zoals gereedschap, munten, servies en sieraden.

Manderen

Manderen is een klein, mooi dorpje vlakbij het drielandenpunt van Luxemburg, Frankrijk en Duitsland. Het ligt in een prachtig, landelijk en gooiend gebied. Als je komt aanrijden zie je al snel het mooie kasteel romantisch bovenop de berg liggen. Château de Malbrouck is hét bezienswaardigheid van het dorpje. Foto’s tonen echter dat het kasteel ooit een ruïne was en dat het geheel gereconstrueerd is. De oplettende kijker ziet echter dat er heel wat beton is verwerkt bij de reconstructie. Ze hebben blijkbaar voor de makkelijkste oplossing gekozen, maar de houten mooie dakconstructies zijn helemaal echt vakmanschap.
Het kasteel bestaat uit vier torens die met muren met elkaar verbonden zijn en dat is het beste te zien vanuit de binnenplaats.
In het kasteel is een grote collectie Franstalige stripboeken ondergebracht grotendeels met het thema oorlog. Het kasteel moge misschien niet het aller mooiste zijn, maar met deze stripboeken verzameling erbij is het toch nog de moeite waard voor een bezichtiging.

Metz

Metz is de hoofdstad van de voormalige regio Lorraine en van het departement Moselle. Het is een waterrijke stad met diverse aftakkingen van de Moezel. Metz is een ‘gouden’ stad dankzij de gele steen van Jaumont, die enigszins vergelijkbaar is met de gele mergelsteen in Limburg. Deze oude stad werd na de Eerste Wereldoorlog weer Frans grondgebied. Bij binnenkomst in Metz wordt het je al meteen duidelijk dat de stad niet representatief is voor de Lorraine. Van het behouden plattelands karakter is niets te bekennen. Metz is vooral een gezellige, drukke, historische en boeiende stad, maar met 120.000 inwoners is het nog net geen metropool te noemen.
De meest bijzondere bezienswaardigheid is de kathedraal Saint-Etienne. Het is een parel uit de gotische kunst. De grote kathedraal werd in de 14de eeuw gevormd door twee kerken samen te voegen. In de 15de eeuw werden een transept en een koor toegevoegd. De kerk is gebouwd met de gele Jaumont steen en het is een van de hoogste en grootste in Frankrijk. Met 41 meter is het op twee na hoogste schip in Frankrijk. De enorme hoogte van het schip wordt gesierd door prachtige glas-in-loodramen op drie niveaus. De kerk heeft maar liefst 6.500 m2 glas-in-loodramen en wordt daardoor ook wel de ‘lantaarn van de Goede God’ genoemd. Het behoort tot de indrukwekkendste en mooiste kerken van Frankrijk.
Maar er zijn nog veel meer boeiende kerken in Metz. Er is een route beschikbaar die je langs de negen mooiste kerken van Metz leidt. Daar is Chapelle des Tempeliers nog niet eens bij opgenomen. In dit kleine, octogonale, oude kerkkapel zijn de muren en de koepel voorzien van prachtige fresco’s. De interne doorsnede van de kapel is slechts acht meter.
In 2010 werd door Centre Georges Pompidou in Metz een dependance geopend, het Centre Pompidou-Metz. Net als in Parijs is het gebouw een architectonisch hoogstandje en het museum is voor moderne kunst. Het toont 2000 stukken uit de collectie van Parijs.
Andere bezienswaardigheden zijn de stadspoort Porte des Allemands, Porte des Allemands en het Paleis van Justitie. Maar de lijst van bezienswaardigheden is eigenlijk te lang om alles op te noemen. Er zijn zoveel mooie gebouwen in Metz. Er zijn nogal wat mooie parken die qua rust een schril contrast vormen met het bruisende stadscentrum. In Metz zijn diverse pleinen met veel gezellige cafés en restaurants.
Metz staat in de top 10 van stedentrips in Frankrijk. Ik vind het een geweldige stad en zet het absolute op mijn lijst voor stedentrips. Ik weet zeker dat ik mij er minimaal drie dagen goed kan vermaken. Graag kom ik nog eens terug.

Saint-Avold

Volgens de landkaart zou Saint-Avold een bezienswaardige plaats moeten zijn, maar eerlijk gezegd, valt dat best tegen. We brengen een bezoek aan de Eglise de St-Avold, die absoluut de moeite waard is om te bekijken. We zijn de enige in de kerk, misschien zegt dat al genoeg. Het kleine stadje heeft een klein centrum met horecagelegenheden en winkels. De schoonheid is echt beperkt en de architectuur over het algemeen niet wonder mooi.
Het meest bijzondere in Saint-Avold is de Amerikaanse begraafplaats uit de Tweede Wereldoorlog ten noorden van de stad. Met 10489 graven is het zelfs het grootste Amerikaans oorlogskerkhof van Europa. Bij binnenkomst op het terrein valt meteen op hoe enorm netjes het terrein wordt onderhouden. Er staat bijna geen grassprietje de verkeerde kant op. Vooraan het kerkhof staat een groot, rechthoekig en modern kapelmonument. Aan de wand hangen vijf beelden van personen die de eeuwige strijd voor vrijheid vertegenwoordigen. Koning David (1040 v. Chr. tot 970 v. Chr.), Emperor Constantine (306-337 n. Chr), koning Arthur en George Washington (1789-1797) geven kracht aan de jeugdige figuur in het midden. Aan de buitenzijde hangt aan de gevel een beeld van St. Nabor die de 444 militairen herdenkt die vermist zijn. De namen zijn op de twee lange muren links en rechts van het monument weergegeven. De 10489 oorlogsgraven hebben allen een eenzelfde en eenvoudig wit betonnen kruis, behalve als het een Joods slachtoffer is, zij hebben een Joodse ster. Op de kruizen staan de namen van de slachtoffers, de sterfdatum en de locatie waar de militair vandaan kwam. Het meest bijzondere aan de begraafplaats is de enorme nauwkeurigheid hoe de kruizen zijn opgesteld op de glooiende grasvelden. Zover als je kunt kijken staan de witte kruizen netjes uitgelijnd in groepen op het golvende terrein.
Bij het zien van dit kerkhof gaan er allerlei gedachtes door je heen. Het is met geen pen te beschrijven wat er in de Tweede Wereld is gebeurd. Wat mogen wij van geluk spreken dat we nu een ‘vreedzame’ omgeving en tijd leven. Ja, natuurlijk besef ik heel goed, dat er nu ook heel veel ellende is op de wereld, maar het staat niet in verhouding tot wat er in de Tweede Wereldoorlog is gebeurd. Dit is mijn bescheiden mening en zoals ik het zie.

Sarreguemines

Dit stadje met circa 23.000 inwoners is gelegen net onder de Duitse grens en je kan er prima met Duits terecht. Fransen die Duits spreken, prachtig. Sarrequemines is een bezienswaardig en historisch stadje. Het centrum is gezellig met veel winkels, cafés en restaurantjes, maar veel meer dan dat valt er eigenlijk niet te vertellen over de stad. Er zijn nog wat leuke musea zoals Musée de la Faïence (Museum voor Keramiek) en Le Moulin de la Blies – Musée des Techniques Faïencières (Museum voor Aardewerk technieken). De stad is leuk voor een middagje.

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Costa de Prata 2017

Cidade

We gaan voor de zevende keer naar Cidade, het kleine dorpje 100 kilometer boven Lissabon. Na zeven keer in Cidade begint het erg vertrouwd te raken. We kennen de omgeving en de bezienswaardigheden in de streek nu wel. Lees de verhalen van de andere jaren dat we in Portugal verbleven.
Het leven is erg relaxt in Portugal. Dat is een van de mooiste kanten van het land. Alles gaat hier net een stapje langzamer dan in Nederland. Het is minder druk. Er is minder stress. Vanwege de hoge temperaturen in de zomer doet iedereen het rustig aan. Geef ze eens ongelijk. Als het vandaag niet af is, is er morgen weer een dag. Maak je niet zo druk man!
Er is een groot verschil tussen de welvarende Portugezen en de armen Portugezen, maar vriendelijk zijn ze bijna altijd. De Portugezen die veel geld verdiend hebben, rijden in dure auto’s en wonen in mooie huizen. De niet welvarende bevolking en dat is eigenlijk het grootste gedeelte, woont in oude en eenvoudige huizen. Zelfs als ze een auto hebben rijden ze niet veel. Ze hebben er te weinig geld voor. De oudere bevolking loopt nog steeds in kledij zoals dat bij ons 100 jaar geleden was. Oude mannen dragen ruitjes petten en dikke truien, vrouwen lopen veelal in donkere jurken.
Voor westerlingen is het erg aantrekkelijk om in Portugal te wonen. In Portugal zie je vooral veel Engelsen. Het leven in Portugal is aanzienlijk goedkoper dan bijvoorbeeld in Nederland. Programma’s als ‘Ik vertrek naar het buitenland’, tonen aan dat veel Nederlanders naar zuid Europa zouden willen verhuizen. Een oud en vervallen krot opkopen voor een paar centen en opknappen wordt vaak door ons geromantiseerd. Een B&B beginnen. Lui leven en rentenieren van ons spaargeld in een heerlijk klimaat is voor ons geen onbekende droom.
Voor ons is emigreren naar Portugal vooralsnog geen optie, maar gelukkig kunnen we voorlopig ieder jaar genieten van een weekje vakantie in het huis van onze vrienden. Het uitzicht vanuit ons verblijf is wonderschoon. We kijken tientallen kilometers ver over de vallei met zijn groene begroeiing. Oranje daken en witte huizen liggen verspreid over de glooiende heuvels. In de verte ligt de grote stad Caldas da Reinha. Eigenlijk zie je overal wel kleine dorpjes en bebouwing. Dat vind ik persoonlijk de minder mooie kant van deze streek. De horizon wordt aan het einde begrenst door een lange heuvelrug. Verder kun je niet kijken.
In de avond verandert de vallei in één grote zee van lichtjes met wel een miljoen lichtpuntjes. Over de gehele horizon fonkelen geel en wit kleurige lichtjes. Romantisch, dat wel. Maar een beetje minder verspreide bebouwing en lichtvervuiling zou wat mij betreft best mogen.
Aan de hemel staan talloze sterren. Ik ben slecht in astrologie en kan geen sterrenbeelden ontdekken, maar romantisch is het zeker.
Veel Portugezen hebben honden voor bewaking. Meestal zijn dit geen grote rashonden maar vuilnisbakerassen die dag en nacht aan een ketting liggen van circa vijf meter. Zielig en dieronvriendelijk, maar dat is nou eenmaal de cultuur in Portugal. Als de een blaft, begint de ander ook. “Ik ben hier. Ik ben hier”, lijken ze te zeggen en dat geblaf kan soms uren doorgaan. Als ze niet blaffen is het écht stil. Je hoort geen enkele auto of snelweg. Dat is ongekend voor ons Nederlanders. Zo stil zou het overal iedere nacht moeten zijn.
In de vroege ochtend vertellen de hanen dat je weer wakker moet worden. Het zonnetje komt langzaam op gang. Het dagelijks leven begint en in ons geval kan het genieten beginnen.
Tussen São Martinho do Porto en Foz do Arelho ligt een bijna ongerept stuk natuur langs de kust van maximaal 500 meter breed. Het enige gecultiveerde zijn de paden en de weinige stukjes akkers van de boeren. Voor de rest is het 100% natuur. We wandelen er graag. De kans dat je iemand anders tegenkomt is erg klein. Het is een prachtig stuk natuur met schitterende panorama’s over de kustlijn. De rotsen zijn zo ruig dat het haast onmogelijk is om bij de zee te komen. De begroeiing van het glooiende landschap is divers maar bestaat hoofdzakelijk uit riet, vetplanten, dennenbomen en grassoorten. Vooral de bloemenzeeën in het voorjaar zijn prachtig om te zien. De vormen en kleuren van de bloemen zijn zeer talrijk. Het is Portugal op zijn mooist. De enige diersoorten die we er tegenkomen zijn vogels. De zeer zeldzame veenmol – een insect van circa 6 cm  die we een paar jaar geleden per toeval ontdekte – hebben we sindsdien niet meer gezien.

Caldas da Reinha

We bezoeken weer eens de stad Caldas da Reinha. Ik rijd er zo naar toe en weet ondertussen waar ik de auto makkelijk kan parkeren. Caldas da Reinha betekent letterlijk ‘warme bronnen van de koningin’. De stad heeft weinig toerisme, simpelweg omdat het niet aan de kust ligt en ook weer niet echt veel bezienswaardigheden heeft. Het is een stad die je beetje moet leren kennen om te weten waar de mooie plekjes zijn. Het park (Parque Dom Carlos I) ten zuiden van het centrum is een van de mooiste plekjes in de stad. Het is eigenlijk meer een bos met open plekken. Op deze open plekken bevinden zich het Museu José Malhoa met buitenbeelden, de vijver en de bloemperken. Het is een prachtige oase en dat middenin de stad. Het kleine maar gezellige winkelcentrum is altijd leuk om te shoppen of gewoon even te slenteren.
Klik hier voor meer foto’s van Caldas.

Foz do Arelho

Foz do Arelho is zelf geen bijzonder mooi plaatsje, maar toch is het toeristische vanwege zijn unieke ligging aan de lagune. Op de overgang van de lagune en de zee liggen enorme grote zandplaten en stranden die bijzonder geliefd zijn bij zonaanbidders. Kitesurfers halen hun hart op dankzij de stevige wind op het licht golvende water van de lagune. Langs de lagune licht een mooie boulevard met veel horecazaken. Hier kan je heerlijk (vis) eten of een terrasje pakken. Maar toch is het redelijk verlaten als wij er zijn. Het is eind april en het hoogseizoen moet nog beginnen.
De Costa de Prata is nog niet ontdekt bij het grote publiek. Het stikt er niet van de toeristen en dat is van mij betreft een mooie eigenschap van de streek. De heuvel achter de boulevard is vol gebouwd met luxe vakantiewoningen. Veel westerlingen hebben hier een tweede woning die permanent of niet permanent bewoond wordt. Aan de dichte luiken valt op te merken dat de meeste woningen slechts in de zomer bewoond worden. Hierdoor heeft de middenstand het zwaar, want ze moeten het hebben van het hoogseizoen, voor de rest is het arme troef.

Malveira

Voor het eerst gaan we naar de grote markt (venda) in Malveira. De verwachtingen zijn hoog want ik heb gelezen dat het een van de grootste markten van Portugal moet zijn. Gelukkig kunnen we de auto dicht bij de markt parkeren. De koopwaar op de markt is zeer divers van voedsel tot speelgoed en gereedschap, maar toch is de markt weer niet zo bijzonder en groot als in Santana. Op de markt in Santana worden bijvoorbeeld nog huisdieren verhandeld en kippetjes geroosterd. Deze markt is toch groter dan in Malveira.

Torres Vedras

Rond de middag stappen we een willekeurig restaurant binnen in de stad Torres Vedras. Het restaurant zit afgelaten vol met locals. Dit moet wel bijzonder goed en goedkoop zijn, is mijn eerste gedachte. Er zitten wel 50 Portugezen te eten in het restaurant waar de tafels hutjemutje zijn opgesteld. Het lijkt wel een kantine van een schoolgebouw, zo ongezellig. Aan onze kleding ziet de ober onmiddellijk dat we buitenlanders zijn. Ik maak hem duidelijk dat ik een tafeltje voor twee wil. Er is geen plek, maar de ober is naarstig opzoek naar een vrij tafeltje. Ik gebaar hem dat we geen haast hebben. Aan het tafeltje voor ons zit een jongeman te eten. De ober grist zijn bord weg en brengt een minuut later zijn toetje. Als hij half zijn toetje op heeft haalt de ober de man van zijn tafel. Ik versta er geen bal van, maar in mijn oren klinkt het als “en nou opzouten”. We hebben een vrij tafeltje…. Ondertussen vliegt de ober van hot naar her in het restaurant om ieder te bedienen. Zo goed als hij kan probeert hij met zijn beste Engels ons te bedienen. Mijn vriendin bestelt een omelet en ik een cotfisch. We zijn benieuwd wat we precies krijgen. Ondanks de drukte wordt het eten snel geserveerd. We rekenen 18 euro af voor de lunch voor twee personen.
Het plaatsje Torres behoort niet echt tot de toeristische plaatjes. Het enige bijzondere aan het stadje is het 13de eeuws kasteel en zelfs dat is niet echt super interessant. Van het oude fort boven op de berg zijn alleen nog vier muren over en een toren. De rest is verwoest, gedeeltelijk bij de grote aardbeving in 1755. Het kleine kerkje Igreja De Santa Maria uit de 12de eeuw net buiten de stadsmuur is nog in takt. Binnenin zien we een vreemd beeld van een meisje dat op zeven kinderhoofdjes staat. Luguber, christenen waren in het verleden ook geen lieverdjes.
Klik hier voor meer foto’s van Torres Vedras.

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Valkenburg 2017

Valkenburg is een merkwaardig maar uniek stadje in het glooiende en diepe zuiden van Limburg. Het is extreem toeristisch, maar ik vraag mij wel af waar al deze mensen voor komen. Valkenburg heeft in verhouding tot zijn grootte een onevenredig aantal horecagelegenheden en terrassen. Komen al deze mensen nou voor de gezelligheid op de terrassen of voor de bezienswaardigheden? Mijn gevoel zegt het eerste. Gezellig, dat wel.
Valkenburg is al sinds 1833 als toeristenplaats ontdekt. Het station dat in 1853 werd geopend is het oudste nog in gebruik zijnde stationsgebouw van Nederland. Het burchtachtige NS-station lokte veel reizigers tot uitstappen. Zo ontdekte men de indrukwekkende kasteelruïne met veel natuurschoon in de nabije omgeving. Hierdoor is Valkenburg een van de oudste toeristenplaatsen van Nederland.
In Valkenburg werd in 1885 ook de eerste VVV van Nederland opgericht. Na de Tweede Wereldoorlog ontwikkelde het toerisme in Valkenburg zich voorspoedig. De VVV van Valkenburg is gehuisvest in een prachtig historisch gebouw aan het Theo Dorrenplein. Op zondag als het er barst van de dagjesmensen is de VVV dicht terwijl er juist dan het meeste behoefte is aan toeristische informatie. Wat een gemiste kans. Hoe kan de VVV zo zitten te slapen? Misschien willen de mensen wel iets leuks doen of iets bezichtigen in plaats van op een terras zitten!


Valkenburg wordt ook wel “Mergelstad” genoemd vanwege de vele huizen die met mergelstenen zijn gebouwd. De rijkelijk aanwezige kalksteen (lokaal aangeduid met de incorrecte term “mergel”) in de ondergrond zorgt al eeuwenlang voor een belangrijke bron van werkgelegenheid. Als gevolg van de mergelwinning is een uitgebreid gangenstelsels (kalksteengroeves of mergelgrotten) ontstaan. In het Romeins Katakomben Museum en de Fluweelengrot kun je uitgebreid kennis maken met de ondergrondse gangen. Vanaf ongeveer 1050 gebruikte men het gangenstelsel van de Fluweelengrot voor de mergelwinning, voornamelijk voor de bouw van het kasteel van Valkenburg. Tegenwoordig zijn de ruïne en de grot een toeristische attractie. Het kasteel, ooit de burcht van de heren van Valkenburg, werd in 1672 verwoest maar nooit geheel afgebroken. Het werd verwoest door terugtrekkende Hollandse troepen, die wilden voorkomen dat de oprukkende Fransen er gebruik van zouden maken. Slechts twee stadspoorten de Berkelpoort en de Grendelpoort en een deel van de stadswallen overleefden de vernietiging. De kasteelruïne die boven alles uit tornt is sinds 1967 een beschermd rijksmonument. Een interessante looproute leidt je langs de restanten van de burcht. Ondertussen heb je een mooi uitzicht over Valkenburg. Nou ja mooi! Hoe mooi Valkenburg ook is, van bovenaf is dat vreemd genoeg allesbehalve het geval.
Een deel van het centrum is rijksbeschermd met een groot aantal rijksmonumenten. Dat is wat Valkenburg mooi maakt, ook al beleef je Valkenburg passief, dan nog geniet je van de architectuur. De Berkelpoort en de Grendelpoort uit de 14e eeuw liggen automatisch in je looproute. Deze poorten zijn natuurlijk prachtig maar veel meer dan fotootje zit er voor de toerist niet in. Een derde poort is de Geulpoort. Deze poort is echter pas in 2014 geheel herbouwd. En dat is goed te zien aan de puntgave gele mergelstenen. Zo ‘fris’ heeft dus heel Valkenburg er uit ooit gezien. Moet wel indrukwekkend zijn geweest.
Naast de dagjesmensen is Valkenburg ook bijzonder populair bij wielrenners. Bekende hellingen zijn de Cauberg, de Sibbergrubbe en de Emmaberg. De steilste klim op de Cauberg is zelfs plaatselijk 10-12%. En als de jongens met hun malle broeken op een terrasje zitten, drinken ze ‘netjes’ Radler. Valkenburg was al vaak het toneel van belangrijke wielerevenementen zoals de Amstel Gold Race, WK-wielrennen en de Tour de France.
Landelijke faam genieten Thermae 2000, het kuurpark en het Holland Casino welke boven op de Cauberg zijn.


Andere bijzonderheden in Valkenburg zijn onder andere de H.H. Nicolaas en Barberakerk, de Lourdesgrot en diverse kastelen in de omgeving.
Valkenburg heeft eigenlijk maar één echt museum, het Museum Land van Valkenburg aan de Grotestraat 31. De collectie omvat een aantal zeer verschillende verzamelingen op het gebied van geologie, Romeinse en middeleeuwse archeologie, lokale geschiedenis en een bescheiden collectie kunst.
Voor wie dan toch de beentjes wil strekken en niet alleen maar passief op een terrasje wil zitten zijn er veel parken en natuurgebieden in de omgeving waar men kan wandelen en fietsen. Het Den Halderpark, het Odapark, Park Dersaborg en Kasteelpark Oost zijn kleinschalige stadsparken. Het Geulpark, het Rotspark en het Kuurpark zijn veel meer natuurparken, die uitnodigen tot stevige wandelingen. In de directe omgeving van Valkenburg bevinden zich verder diverse bossen en andere natuurgebieden, waaronder het Geuldal, de Cauberg, de Heunsberg, het Sint-Jansbosch, het Biebosch, het Schaelsbergerbos en het Ravensbosch.
Meer dan 4000 bedden telt de hotelcapaciteit van Valkenburg en er worden jaarlijks meer dan een miljoen overnachtingen geboekt. Valkenburg is dus echt toeristisch. Hoe jij het beleeft – passief of actief – heb je helemaal in eigen hand. Er is genoeg te zien en te doen voor jong en oud. En heb je alles al gezien en gedaan, dan zijn er altijd nog de vele terrasjes. Daarmee ben ik weer terug bij het begin van mijn verhaal. Blijkbaar hebben al deze mensen de bezienswaardigheden al gezien. Of toch niet?

De belangrijkste grotten en mijnen in Valkenburg zijn:

FluweelengrotDaalhemerweg 27
De Fluweelengrot naast de kasteelruïne is een van de gangenstelsels onder het Limburgse stadje Valkenburg. Vanaf ongeveer 1050 gebruikte men dit gangenstelsel voor de mergelwinning, voornamelijk voor de bouw van het kasteel. Tegenwoordig is de grot een toeristische attractie.

Gemeentegrot, Cauberg 4
De Gemeentegrot is opengesteld voor toeristen en er zijn regelmatig rondleidingen. De ingang van de grot bevindt zich aan de voet van de Cauberg. Sinds 1986 vindt er in de grot elk jaar een kerstmarkt plaats.

Museum Romeinse Katakomben, Plenkertstraat 55
Dwalend door de onderaardse gangen neemt de gids je mee naar lang vervlogen tijden, naar het Rome uit het vroege Christendom van de derde en vierde eeuw. Je daalt af naar de graven van gewone Romeinse burgers en naar de schitterende grafkamers van vooraanstaande Romeinen. Een labyrint vol perfect nagebootste catacomben uit het oude Rome. In de mergelsteen zijn gaten uitgehakt die als horizontale grafnissen dienden. Deze nissen werden afgesloten met een terracotta of een marmeren plaat. Welgestelde families hadden vaak een eigen grafkamer met rijkelijk versierde wanden. Prachtige fresco’s, beelden, en het boeiende verhaal van de gids in het schijnsel van kaarslicht maken de rondleiding tot een fascinerende ervaring.

Steenkolenmijn, Daalhemerweg 31
Ontdek de wereld van de mijnbouw in een mysterieuze omgeving onder de grond. Je begint de kennismaking met de wereld van de mijnwerkers in een ondergrondse filmzaal, die in mijnbouwstijl is ingericht. Daar zie je een unieke promotiefilm van de Staatsmijnen (DSM) uit het midden van de jaren zestig.

Klik hier voor meer foto’s.

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Luik (Liège) 2017

Als je alle grote en bekende steden al hebt bezichtigd kom je automatisch uit bij de kleinere steden en daar zitten soms verrassend mooie pareltjes tussen. Mijn ontdekking is deze keer de stad Luik aan de noordelijke kant van de Belgische Ardennen. Wandelend door Luik bemerk ik toch diverse Nederlands- en Engelstalige toeristen. Het is blijkbaar populairder dan ik dacht. Routes naar Luxemburg of de Ardennen gingen in het verleden altijd dwars door Luik. Vanuit deze doorgaande weg heb ik Luik nooit bijzonder ervaren en leek het mij meer een lelijke grijze industriestad. Toch is Luik een bijzonder mooie historische stad met veel bezienswaardigheden. Onbekend is onbemind, dat geldt zeker voor Luik. Van de meeste kleinere steden zijn geen reisgidsjes te koop bij de boekhandel. Het wordt dus een ‘zoek-het-zelf-maar-uit’ reis, maar met een beetje googlelen vind je zo de highlights of je leest dit verslag natuurlijk.
Luik is prachtig gelegen aan de Maas – op zijn Frans La Meuse genoemd – tussen de noordelijke heuvels van de Ardennen die daar al behoorlijk hoog zijn. Zoals bij de meeste steden aan een rivier ligt ook in Luik de oude kern slechts aan één zijde van de rivier. In Luik ligt de historische kern aan de westoever van de Maas.
De voertaal van Luik is Frans, terwijl het slechts op 30 km van Maastricht ligt. De Franse taal is niet mijn sterkste punt, dus probeer ik het met Nederlands of Engels. Ik zie vanzelf of de Walen eigenwijs genoeg zijn om bij het Frans te blijven. Als ze Frans tegen me lullen zeg ik gewoon in het Nederlands dat ik geen Frans spreek.
Met 200.000 inwoners is Luik na Antwerpen, Gent en Charleroi de vierde grootste stad van België, en daarmee zelfs groter dan Brussel (zonder agglomeratie). Luik is een typische Belgische stad met veel bebouwing van bakstenen in een diep rode kleur, vaak met een sobere uitstraling, maar aan de architectuur is te zien dat Luik ooit een welvarende stad was. Dat blijkt ook uit de vele kunstwerken die door heel de stad te zien zijn. In diverse straten zie je nog kinderkopjes (kasseien) in de bestrating. In het algemeen is de stad historisch maar toch lang niet overal even mooi. Na de oorlog zijn de lege gaten meedogenloos vol gebouwd met lelijke rechte hoogbouw. Zeker vanaf de heuvels is dat goed te zien. Meteen als je het station uitkomt word je geconfronteerd met het kantoor van financiën. Deze supermoderne reus van 28 verdiepingen met een hoogte van 118 meter is in 2015 opgeleverd. Het is de enige wolkenkrabber in Luik.
Het geloof en het bisdom hebben een grote rol gespeeld in de historie van Luik en dat is nog altijd goed te zien aan de bijzondere kerken die de stad rijk is. In de stad zijn nogal wat bijzondere kerken te ontdekken in Romaanse en Gotische bouwstijl, zoals bijvoorbeeld de Romaanse Collégiale Saint-Denis kerk. De Saint-Paul Cathedrale en Saint-Jacques zijn mooie kerken die je zeker moet bezoeken.
In Luik zijn nogal wat musea met een grote diversiteit aan onderwerpen. Er is de laatste jaren flink geïnvesteerd in musea. Je vindt er vast een leuk museum tussen.
De wegenstructuur in Luik is een wirwar van bochtige en drukke wegen en daardoor niet echt overzichtelijk. Als automobilist is het niet prettig door de stad te rijden en als voetganger verdwaal je snel in de kleine steegjes.
Waar is Luik eigenlijk bekend van? Het enige wat ik kon ontdekken zijn wafels en Jupiler bier.
Een wafel – ook wel suikerwafel of Gaufre de Liège genoemd – is een Belgische koek, die zijn oorsprong vindt in de stad Luik. De Luikse wafel is over het algemeen zwaarder dan een Brusselse wafel, omdat er suikerkristallen in verwerkt worden. De Brusselse wafel is rechthoekig en de Luikse wafel is meestal ruitvormig of ovaal. Luikse wafels worden vaak verkocht op kermissen en braderieën en zijn ook meestal per stuk verpakt in de supermarkt te vinden.
De Jupiler brouwerij staat in het plaatsje Jupille-sur-Meuse, een deelgemeente van Luik. De naam Jupiler is in 1966 gevormd door het achtervoegsel ‘er’ achter de plaatsnaam te zetten. Kijk, dat wist ik niet. Toch weer wat geleerd. Over bier gesproken; alle cafés hebben een uitgebreide bierkaart. In België bestel je niet een biertje of een pilsje maar een merkbier. In België heet overigens een pilsje ‘pintje’. Met honderden merken is België misschien wel het meest interessante bierland van de wereld. Proost, we gaan een wandeling maken. En als we terugkomen pakken we er nog een…

Aquarium-Muséum de Liège, Quai Edouard Van Beneden 22

Dit aquarium is gelegen in een mooi historisch pand aan de oostelijke oever van de Maas. In dit museum gaat voor jong en oud een onbekende maar wondere wereld open over het leven in water. Het museum herbergt een grote diversiteit aan dieren, opgezet of in skelet. Er zijn circa 2500 dieren tentoongesteld die ongeveer 250 diersoorten vertegenwoordigen waaronder vissen, ongewervelden en reptielen die afkomstig zijn uit alle hoeken van de wereld. Maar liefst 46 aquariums zijn gevuld met vissen en dieren van zoet- en zeewater.

Archéoforum, Place Saint-Lambert

Via het plein ‘Place St-Lambert’ kom je bij het ondergrondse museum Archéoforum dat een voorstelling herbergt van het 9000 jaar oude erfgoed van Luik. Het is één van de grootste stedelijke archeologische sites in Europa. Persoonlijk vind ik het museum redelijk saai. Het overgrote deel van het museum bestaat uit restanten van oude funderingen. Ik word niet echt warm van kapotte muurtjes.

Le Grand Curtius, Quai de Maestricht 13

In Luik werd er de laatste jaren heel wat gedaan om kunstwerken optimaal te groeperen. Le Grand Curtius is de laatste realisatie en werd geopend in 2009. In een aaneenschakeling van gebouwen met een totale oppervlakte van 10.000 m², werden vijf Luikse musea samengevoegd: het Glasmuseum, het Wapenmuseum, het Archeologisch Museum, het Museum voor religieuze en Maaslandse Kunst en het Museum voor Decoratieve Kunsten. De rode draad door dit architecturaal gebouw is de rijke geschiedenis van het Prinsbisdom Luik. Omdat de prinsbisschoppen ruim acht eeuwen zowel de geestelijke als wereldlijke macht verenigden, is er veel aandacht voor religieuze kunst. Het wapenmuseum toont vuurwapens en zwaarden van vroeger tot nu. Aan de hand van voorwerpen, waarvan vele werden gevonden op de Place Saint-Lambert, kom je heel wat te weten over de prehistorie, de Romeinse en Frankische tijd. Pareltjes van glaskunst vind je in het Glasmuseum. Een tip: elke eerste zondag van de maand is het Grand Curtius gratis toegankelijk.

Maas (La Meuse) en Marché de la Batte

De Maas meandert lekker door Luik. Langs de oevers zijn redelijk veel wandel- en fietspaden voorzien waardoor het een geliefde plek is voor toeristen maar ook de lokale bevolking. Je kan er heerlijk te rust komen. Vanuit de oostelijke oever heb je een mooi uitzicht over de stad met al haar niveauverschillen. Geregeld zie je grote vrachtschepen op de brede Maas.
Elke zondag is er van 8.00 tot 14.00 uur een markt langs de Maas. Marché de la Batte is de grootste markt van de regio met een zeer grote diversiteit aan koopwaar en voedsel. Over bijna een lengte van een kilometer staan de kraampjes in een lang lint langs de oever opgesteld. Het is een zeer levendige markt met veel kledingkraampjes waar je voor een habbekrats kleding kan kopen. Voedsel kan je vinden van oosterse tot westerse cultuur en natuurlijk ontbreekt de Belgische wafel niet.

Montagne de Bueren

Ten noorden van het centrum ligt ‘Montagne de Bueren’. Het is een lange rechte trap van 260 meter die begint in de ‘En Hors Château’ (Straat) en eindigt bij de citadel. Het schijnt de 16de langste trap van de wereld te zijn. Exact 374 treden met een gemiddelde hellingsgraad van 28% leiden tot een panoramische uitzicht over het oude stadsgedeelte dat zeer de moeite loont.
De trap werd aangelegd tussen 1875 en 1880 ter herinnering aan de 600 inwoners van Franchimont die op 28 oktober 1468 op die plek een aanval uitvoerden op koning Lodewijk XI van Frankrijk en Karel de Stoute. Alle 600 Franchimontezen sneuvelden bij deze strijd. De Montagne de Bueren wordt daarom ook wel eens ‘les 600 escaliers’ genoemd.
Op de eerste zaterdag van oktober wordt het wijkfeest ‘La Nocturne des Coteaux‘ gehouden waarbij de treden, omliggende steegjes, terrassen en wandelpaadjes feeëriek verlicht worden met duizenden kaarsjes en lichtjes. Het is een fascinerend lichtschouwspel gecombineerd met muziek en theater.
Nooit eerder heb ik zo’n lange en rechte trap gezien. Heel opvallend staan er aan weerszijden huizen over de gehele lengte van de trap. Je zal hier maar wonen en iedere dag zoveel trappen moeten nemen. Als je bovenaan de trap bent ben je echt helemaal kapot en toch neemt iedere toerist graag de moeite om de trap te overwinnen. Je wil gewoon niet toegeven dat je het niet kunt.
Als je boven bent kun je met nog eens circa 50 extra traptreden bij het ‘Monument au 14ème Régiment de Ligne’ (Monument voor het 14e lijn Regiment) van beide wereldoorlogen komen. Bij het monument heb je een mooi panorama over de stad. Maar het kan nog beter, want 100 meter verder is een platform met een uitzicht dat nog beter is.

MADmusée

Het MADmusée ligt in het Parc d’Avroy, maar tijdens mijn bezoek aan Luik was het gebouw leeg en afgezet met hekken. Dit museum toonde voorheen een collectie van meer dan 2000 werken van kunstenaars met een mentale handicap. De tentoongestelde werken zijn erg uiteenlopend van stijl, thema en techniek.

Musée d’Ansembourg

Dit museum is in een prachtig herenhuis in barokarchitectuur uit de 18de eeuw gehuisvest. Alles in dit huis straalt de vroegere rijkdom en comfort van de Luikse regio uit. Er zijn verschillende stijlkamers (salons) elk met hun specifieke meubilair.
Bewonder de plafonds, tapijten, lambriseringen, schilderijen, trapleuningen, spiegels en de met Delftsblauwen tegels opgesmukte keuken. In de 18de eeuw kende Luik haar hoogtepunt in de meubelkunst en dat wordt prachtig tentoongesteld. Het museum is een absolute aanrader.

Musée de la Vie Walonne

In het Museum van het Waalse Leven kan je op een originele manier kennismaken met de geschiedenis van de stad van de 19de eeuw tot heden. Dit omvat zowel het politieke aspect als het sociale leven, religie, folklore, de ambachten en literatuur. Daarnaast wordt de industriële evolutie belicht die van Luik een welvarende stad maakte. Het museum werd na een complete opwaardering en renovatie in 2008 heropend met speciale aandacht voor de modernste audio- en visuele technieken. Het behoort nu tot de top van de Luikse musea en is gevestigd in een oud minderbroederklooster.

Museum La Boverie

De stad Luik wou een nieuw cultureel kunstcentrum en koos daarvoor de gebouwen van het vroegere paleis van de Wereldtentoonstelling in Parc de la Boverie. Naast de vaste collectie zijn er ook geregeld wisselende tentoonstellingen. De permanente collectie afkomstig uit het vroegere Museum voor Schone Kunsten telt voornamelijk schilderijen van de 16de eeuw tot heden van met tal van wereldvermaarde kunstenaars zoals Paul Gauguin, Picasso maar ook Nederlandse- en Belgische schilders zoals Van Rysselberghe en Pieter Claesz.  Een tip: elke eerste zondag van de maand is het museum gratis toegankelijk.

Parc d’Avroy

Het ruim vijf hectare grote park is een groene oase van rust in de stad maar omdat het omsloten is door twee drukke verkeersaders is het ook weer niet heel erg stil. Een van de informatieborden toont tot in detail de namen van alle bomen. In het park zijn diverse monumenten en kunstwerken ondergebracht. Op de meest zuidelijke punt staat het standbeeld van Camille Mark Sturbelle dat in 1905 onthuld werd ter gelegenheid van 75 jaar onafhankelijkheid van België. Het beeld toont Charles Rogier, een van de grondleggers van de Belgische staat. Voor hem ligt een leeuw en naast hem staat een naakte vrouw. Waarom moet die vrouw naakt moet zijn vraag ik me af?
Halverwege het park staat het oorlogsmonument met een gedenksteen ter ere van de 17.000 verzetsstrijders die gestorven zijn in WOII. Nabij de kiosk – die nu afgesloten is vanwege werkzaamheden – staan nog vijf bronzen beelden van naakte mannen uit de Griekse mythologie. In het noorden staat een groot ruiterstandbeeld ter ere van Karel de Grote, die in 742 in de omgeving van Luik geboren werd.

Parc de la Boverie

Het Parc de la Boverie is te voet te bereiken via een moderne voetgangersbrug over de Maas. In het park staat een bijzondere grote vogelkooi van circa 8 meter hoog en 15 meter lang met een leuke variatie aan vogels. Op de grond lopen eekhoorntjes die regelmatig grappig in holen wegduiken. Het is een geliefde plek voor kleine kinderen die naar de vogels komen kijken. Vooral in het weekend zie je veel joggers in het park. In het park staat een levendig abstract kunstwerk bestaande uit een mast van circa 30 meter hoogte. Aan de mast zitten dwarsarmen waaraan metalen platen ronddraaien terwijl treingeluiden via luidsprekers geprojecteerd wordt. Omdat het park op een schiereiland in de Maas ligt, is het er heerlijk rustig. In het park bevindt zich het imposante gebouw van Museum La Boverie.

Place du Marché

Place du Marché is het bruisende hart van de stad. Een terrasje pikken doe je op dit plein dat bijna naadloos overloopt met het Place Saint-Lambert. Aan een zijde van het plein is het een aaneenschakeling van cafés en restaurants. De overzijde wordt gedomineerd door shoarmatenten en döner kebab’s. Door de gezelligheid zal het je vast ontgaan, maar op het plein zijn heel wat mooie 17de en 18de eeuwse gevels te ontdekken. Voor de terrasjes staat een mooie maar droge fontein die onlangs werd gerestaureerd en symbool staat voor de vrijheden van Luik. De fontein is voorzien van een aantal mooie koperen plaquettes met wapenschilden.

Place Saint-Lambert

Dit plein is het hart van de stad met zicht op het Prinsschoppelijk Paleis. Het is een zeer indrukwekkend chic gebouw met een lange gevel dat in gebruik is door de provincie en het gerecht. Het toont aan hoe belangrijk ooit Luik was. Je kan het gebouw niet bezoeken behalve tijdens speciale openingsdagen. Wat je nu ziet dateert grotendeels uit de 18de en 19de eeuw.
Vanuit het plein kan je de stad verkennen op culinair gebied of om te shoppen. Op het plein is ook de ingang van Galeries St-Lambert, een groot modern overdekt winkelcentrum.
Jongeren hangen graag op het plein rond met skateboards, maar aan hangouderen ontbreekt het evenmin.
Ooit was dit een druk verkeersplein met parkings en bushaltes, maar nu is een gedeelte van het busverkeer ondergronds gebracht. Het heeft tientallen jaren geduurd voordat de renovatie van dit plein af was, wat vooral te wijten aan de archeologische vondsten die er plaatsvonden. Deze zijn nu te zien in het Archéoforum museum dat zich onder het plein bevindt.

Rue Hors-Château

Mijn ontdekking in Luik is de Rue Hors-Château, of beter gezegd de kleine pittoreske dwarssteegjes die aan deze straat beginnen. Alle steegjes beginnen met de naam ‘Impasse’ en zijn maar een goede meter breed. De kleine huisjes vormen samen een echte volksbuurt, maar het is wel fotogeniek. Aan het einde van de doodlopende steegjes zijn enkele fleurige kleine hofjes.

Saint-Barthélemy, (Sint-Bartolomeüskerk) Rue Hors-Château

De Saint-Barthélemy kerk uit de 11de – 12de eeuw behoort de oudste kerken van Luik. De buitenmuren zijn opgetrokken in bruinrode kolenzandsteen. Zowel de kerk als de doopvont zijn een prachtig voorbeeld van Maas-Rijnlandse bouwstijl. Ze werd grondig gerenoveerd en gedeeltelijk verbouwd in de 18de eeuw met toevoeging van onder andere een neoklassiek voorportaal. De doopvont uit de 12de eeuw is één van de zeven wonderen van België van ongeveer 500 kg dat vroeger in de Cathédrale Saint-Lambert op het gelijknamige plein stond. Nadat de doopvont vernield werd, is dit meesterwerk ondergebracht in de kerk van Saint-Barthélemy. Op de doopvont wordt de dooptraditie in vijf scènes uitgebeeld. De zeven wonderen van België of De zeven waardevolste van de Belgische kunst is een concept dat in de jaren zeventig van de twintigste eeuw werd gelanceerd om zeven vooraanstaande kunstvoorwerpen van het Belgische patrimonium beter voor het voetlicht te brengen.

Saint-Paul kathedraal, Place de la Cathédrale

Reeds in de 10de eeuw had Luik een kathedraal ter ere van de heilige Lambertus. De in romaanse stijl gebouwde kerk werd tijdens de Franse revolutie volledig vernield. Vanaf 1240 begon men met de bouw van de huidige kathedraal Saint-Paul in gotische stijl. Door de vele verbouwingen zou de kathedraal pas voltooid worden in 1430 waardoor heel wat elementen laatgotisch zijn. Pas in de 19de eeuw werd de geel kleurige torenspits gebouwd waarbij materialen werden gebruikt van de oude Lambertuskathedraal. Het resultaat leverde een imposant kerkgebouw op met een lengte van 83 m, een hoogte van 24 m en een 33,5 m brede kruisbeuk.
De kerk staat in de stijgers (2017) vanwege renovatiewerkzaamheden. Als deze klaar zijn, zal de imposante kerk er ongetwijfeld weer fris bijstaan.
Binnenin zijn heel wat fraaie schilderijen en beelden te bewonderen waaronder een witmarmeren Christusbeeld in barokstijl. De brandglasramen (16de en 20ste eeuw) zijn schitterend en ook het aanwezige meubilair uit de 19de eeuw verdient je aandacht. Via een deur kom je bij de kloostergang welke werd voltooid in 1445. Voor zes euro is Le Trésor de Liège (schatkamer van Luik) te bezoeken dat in een van de bijgebouwen van het vroegere klooster is ondergebracht. De schatkamer toont de geschiedenis van het voormalige Prinsbisdom met een grote en indrukwekkende collectie kerkelijke voorwerpen zoals kleden, bekers, beelden, schilderijen, sieraden en gebruiksvoorwerpen veelal in zilver en goud uitgevoerd. Pronkstukken zijn de goud- en zilverwerken waaronder het borstbeeldschrijn van de heilige Lambertus en een prachtige goud en zilver reliekschrijn van Karel de Stoute.

Saint-Jean d’Evangéliste, Pl. Xavier-Neujean 32

De in donker bruin opgetrokken bakstenen Saint-Jean d’Evangéliste is een kopie van de Dom van Aken en werd opgebouwd in de 10de eeuw door de toenmalige prinsbisschop Notger. Er volgden tussen 1754 en 1760 nog enkele verbouwingen. Binnenin valt de heldere witte kleur op van de muren. Met de witzwarte vloer vormt dit een mooi contrast. Je kan er enkele beelden zien uit de middeleeuwen.

Saint-Jacques, Place Saint-Jacques

Benedictijner-monniken vestigden zich in het begin van de 11de eeuw op deze plek. Toen was het een abdijkerk. Enkel het achterste gedeelte van de kerk is nog in de Romaanse bouwstijl. Na verwoesting en verval kreeg de huidige parochiekerk in diverse fasen de gotische fraaiheid waarmee ze nu kan pronken. Het portaal is uit de Renaissance-periode. Bewonder de prachtige gewelven en de gebrandschilderde ramen uit de 16de eeuw. Bijzonder is het beeld van Maria dat twee gezichten heeft. Het beeld hangt aan het plafond ter hoogte van het koor. De torenloze kerk is aan de buitenzijde niet echt een schitterende kerk aan de binnenzijde is het des te mooier. Bijna de gehele binnenzijde is versierd met vooral veel beeldhouwwerk en beelden.

Treinstation Liège-Guillemins

Luik heeft een uniek en een extreem modern treinstation met een bijzondere vormgeving waar maar liefst elf jaar aan gewerkt is en sinds 2009 in gebruik is. Onderin de ontvangsthal zijn winkeltjes aangebracht in de ruime passage. Het station is haast te uniek – voor zover dat kan – voor een stad als Luik. Zelfs als je niet met de trein komt is een bezichtiging de moeite waard. Het station Guillemins is een prestigieus staaltje van moderne bouwkunst met het accent op glas, staal en wit beton. De transparante overkapping oogt indrukwekkend en ligt als een soort enorm groot schild zonder kolommen over het station heen. Het is haast een kunstwerk. De naam Guillemins is ontleend aan de wijk waarin het nieuwe station ligt.

Klik hier voor meer foto’s van Luik.

Mijn persoonlijke top 10 van Luik:

  1. Een stadswandeling door het historisch centrum
  2. Een bezichtiging van de Saint Jacques
  3. Musée d’Ansembourg
  4. Een bezichtiging van de Saint Paul kathedraal
  5. Museum la Boverie
  6. De beklimming van de trappen Montagne de Bueren
  7. De kleine steegjes aan de Rue Hors-Château
  8. Een wandeling door Parc de la Boverie
  9. Trésor de la Cathédrale (Schatkamer van de Sint-Pauluskathedraal)
  10. Marché de la Batte, weekmarkt op zondag

Luik is een echte museum stad. De belangrijkste musea zijn:

Aquarium et Musee de Zoologie, Quai Édouard van Beneden 22

Archéoforum, Place St. Lambert (Sint-Lambertusplein), archeologie

Botanische Tuinen Universiteit Luik, Chemin de la Ferme 1

Grand Curtius, 136 Féronstrée, de geschiedenis van Luik

Madmusée, Rue Fabry 19, moderne kunst

Maison de la metallurgie et de l’industrie de Liege, (Huis van de metallurgie en industrie van Luik), Boulevard Raymond Poincaré 17

Maison de la Science (Huis van de Wetenschap), Quai Édouard van Beneden 22 (bij het aquarium)

Musée Grétry, Rue des Récollets 34, woonhuis van de 18e-eeuwse componist André Ernest Modeste Grétry

Musée d’Ansembourg, Hôtel d’Ansembourg, Féronstrée 114, 18e-eeuws stadspaleis met stijlkamers

Musée de la Vie Wallonne (Museum van het Waalse Leven ), Rue Moray, folkloristisch museum

Musée des Beaux-Arts (Museum voor Schone Kunsten) (Beaux-Arts Liège), Féronstrée 86

Musée des Transports en commun de Wallonie, (Museum voor het Openbaar Vervoer van Wallonië), Rue Richard-Heintz 9

Musée en plein air du Sart-Tilman (Openluchtmuseum van Sart-Tilman), Allee des Erables 25 (Kasteel van Colonster)

Musée Liégeois du Luminaire (Museum voor verlichting), Rue Mère-Dieu 2

Musée Tchantchès, Rue Surlet 56, marionettenmuseum met klein poppentheater

Museum La Boverie, Park de la Boverie, schilderkunst van de 16e eeuw tot heden

Prehistomuseum, Rue de la Grotte 128, prehistorisch museum

Territoires de la Mémoire, Boulevard de la Sauvenière 33-35, opleidingscentrum voor verzet en burgerschap

Trésor de la Cathédrale (Schatkamer van de Sint-Pauluskathedraal), in de kathedraal, middeleeuwse reliekhouders

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Leuven 2014

Leuven is net als onder andere Anderlecht, Antwerpen, Brugge, Brussel, Gent, Liège (Luik), Mechelen, Namur (Namen) en Schaarbeek, een mooie historische stad met een Bourgondisch karakter. De stad ligt ter hoogte van Brussel nog net in het Nederlandstalig gedeelte op circa twee uur rijden vanaf Utrecht. Leuven telt circa 100.000 inwoners en ligt aan de rivier de Dijle. Na een bezoek aan Antwerpen, Brussel en Brugge kom je al snel in een van de kleinere steden zoals Leuven, maar dat wil nog niet zeggen dat deze kleinere steden minder interessant zijn. Het centrum van Leuven is niet echt heel groot en je zou het makkelijk in één dag kunnen bezoeken. Ik adviseer echter om er een tweedaagse trip van te maken en een hotelletje te nemen. Met het begijnhof in het zuiden en de Keizersberg Abdij in het noorden wordt het toch een flinke wandeling. Samen met een culinair dinertje en in de avond een pint in een kroeg is dat een prima combinatie voor een weekend.

038 Naamsestraat (1024x678)
We hebben een leuk hotelletje met de naam “Professor” in het midden van de stad. Het is een oud herenhuis op 50 meter afstand van het stadhuis. De kamer is recht boven een café, waar we gelukkig weinig geluidsoverlast van hebben. Buiten op straat is in de nachtelijke uren wel wat geluid, maar ik stoor mij er niet aan. Laat ze maar genieten. Leuven is niet voor niets bekend om zijn uitgaansleven. Er zijn zeer veel uitgaansgelegenheden in de stad, overwegend cafés. De Oude Markt wordt, vanwege zijn aaneenschakeling van kroegen, ook wel “De Langste Toog” van Europa genoemd.
In Leuven is multinational Anheuser-Busch InBev gehuisvest, de historisch Brouwerij Artois (voorheen ook nog Interbrew en InBev geheten). AB InBev is de grootste bierbrouwerij van de wereld. Daarnaast is er nog een stadsbrouwerij. Ooit waren er in Leuven maar liefst 56 brouwerijen actief. In de omgeving van Leuven zijn nog diverse andere brouwerijen zoals Hoegaarden. De bouwerijen zijn een belangrijke bron van inkomsten voor de stad. Vanwege de eeuwenlange aanwezigheid van zowel brouwerij Artois als wel het studentenleven wordt Leuven ook wel de bierhoofdstad van Vlaanderen/België genoemd. Je ziet, je moet gewoon deze stad bezoeken en als student wil je er zeker studeren.
Op vrijdagochtend en op zaterdag zijn er diverse markten waaronder een bloemen, – antiek- en rommelmarkt op een van de historische pleintjes.
Voor het station van Leuven ligt het Martelarenplein met een imposant vredesmonument. Vanaf dit plein loop je door de rechte Bondgenotenlaan naar de Grote Markt. De Bondgenotenlaan is een van de mooiste straten van Leuven met tal van statige herenhuizen en winkels. Parallel aan deze straat ligt de Diestsestraat die net iets minder druk, groot en mooi is dan de Bondgenotenlaan, maar als je toch aan het lopen bent kun je beter een rondje lopen. De Diestsestraat en de Bondgenotenlaan zijn de belangrijkste winkelstraten in het centrum van Leuven. Ook in de Tiensestraat en de Mechelsestraat bevinden zich veel winkels. Zowel de Diestse- als de Mechelsestraat zijn volledig verkeersluw.

001 Sint Pieterskerk (1024x678)
Een andere noemenswaardige straat is de Naamsestraat. Komende van de Grote Markt tref je eerst de Lakenhal uit 1317-1345. Een klein stukje verderop staat de Sint-Michielskerk uit 1650-1671 met zijn zeer imposante gevel. Loop je nog verder naar het zuiden, dan vind je de Sint-Kwintenskerk.
Leuven kenmerkt zich niet door één maar door twee centrale pleinen namelijk de Grote Markt en de Oude Markt die ook nog eens heel dicht bij elkaar liggen. De Grote Markt mag dan wel groot heten, maar het plein wordt wel voor een groot deel beheerst door de Sint-Pieterkerk. Op de achterzijde van de kerk bevindt zich een transkapel met een beeldje van Margareta, die door het leven gaat als Fiere Margrietje. De legende gaat wanneer Margriet naar huis terugkeert, moordenaars haar mee buiten de stad nemen waar zij haar (wellicht na een poging tot groepsverkrachting) doden en in de Dijle werpen.
Haar lichaam zinkt echter niet. Vissen dragen het lichaam zodat het boven water blijft. Tegen de stroom in en omgeven door een wonderbaarlijk licht drijft het lichaam terug richting Leuven. Hendrik, de toenmalige Hertog van Brabant, is getuige van dit wonder. Dankzij de vondst van het lichaam komt de waarheid aan het licht. Voor ze verder kwaad kunnen aanrichten worden de moordenaars opgespoord en in de gevangenis geworpen.
Tegenover de kerk staat nog een gebouw met een mooie trapgevel met de gelijknamige tekst “De Fiere Margriet”.
De 93 meter hoge St. Pieterskerk uit de 15e eeuw is in Brabantse gotiek stijl. De kerk is zowel binnen als wel buiten fraai gedecoreerd met beelden, schilderijen en versieringen. De kansel is één groot houten siersnijwerk tezamen met een prachtig beeld dat zich er onder bevindt. Het beeld toont onder andere een ruiter die van zijn paard is gevallen. Bovenop de kerk staat een gouden beeld van een klokkenluider die een klok luidt. De kerk maakt onderdeel uit van de Belgische en Franse Belforten die opgenomen zijn in de Unesco Werelderfgoedlijst. Rondom de dominante Sint Pieterkerk bevinden zich op de Grote Markt veel horeca gelegenheden en prachtige gildehuizen.
Het Tafelrond is gebouwd in gotische stijl. Het oorspronkelijke gebouw was een samenhangend architectonisch geheel van de huizen “Tafelront”, “Sint-Joris” en “Spaegnen”. Mettertijd werd de naam Tafelrond gebruikt om het geheel van de drie huizen aan te duiden. Begin negentiende eeuw was het gebouw echter erg vervallen. Het stadsbestuur besloot in 1817 het Tafelrond te slopen en te vervangen. Dit gebouw werd echter in puin gelegd in augustus 1914. Wederom werd het herbouwd volgens het oude Tafelrond-gebouw. De Nationale Bank, die haar filiaal op de Volksplaats (Ladeuzeplein) had verloren, trad op als geldschieter en bouwheer van het nieuwe gebouw. In 1930 werd het gebouw in gebruik genomen door de Nationale Bank die in 2002 weer vertrok. De nissen van de voorgevel werden opgevuld met acht beelden van Ernest Wijnants en stellen belangrijke figuren voor uit het bank- en financiewezen. De twee binnenste nissen missen een beeld. In juli 2005 werd het Tafelrond openbaar verkocht voor 6,4 miljoen euro. In 2012 maakte de koper bekend dat het gebouw herbestemd zou worden tot hotel, restaurant, studio voor praatprogramma’s en appartementen. Op het spitse met leien bekleed dak zijn 15 kleine dakkapelletjes aangebracht.

016 Raadhuis (1024x678)
Het stadhuis is het pronkstuk van Leuven en is een van de bekendste gotische stadhuizen ter wereld. Het ontwerp van het stadhuis is gebaseerd op het Stadhuis van Brugge dat één van de oudste Belgische stadhuizen is. Tussen de vensters zijn telkens twee nissen. Drie van de vier hoektorens hebben ook nissen. De kraagstenen zijn gebeeldhouwde voorstellingen uit de bijbel. Het steeds terugkerende onderwerp is schuld en boete. Ze hadden een belerende en vermanende functie.
Het stadhuis met drie verdiepingen werd gebouwd tussen 1439 en 1469. In 1709 werd de ingang verbouwd: links naast de toegangsdeur werd een venster omgebouwd tot deur, wat de symmetrie ten goede kwam en ook kwamen er de huidige trappen. De grote verandering kwam in de periode 1849-1880. De tot dan leeg gebleven nissen werden gevuld met beelden. Er staan in totaal 149 beelden in de gevels. De figuren op de voetstukken dragen allen Bourgondische kledij, de figuren in de nissen dragen kledij uit de periode waarin ze geleefd hebben. De beelden op de benedenverdieping tonen onder meer geleerden, kunstenaars en historische figuren uit Leuven. De eerste verdieping toont figuren die de gemeentelijke vrijheden symboliseren en de patroonheiligen van de parochies. Op de tweede verdieping staan alle heersers over de stad, de graven van Leuven en de hertogen van Brabant tot Leopold II, hoewel Willem I en Leopold I ontbreken. De nissen in de torens werden gevuld in 1895-1913 met 87 beelden. Zij kregen Bijbelse figuren. De buitengevel mag dan gotisch zijn, binnen zijn de salons in verschillende stijlen ingericht. Zo is er een salon in Lodewijk XIV-stijl, één in Lodewijk XV-stijl en één in Lodewijk XVI-stijl. In één van die salons hangt een schilderij van elke burgemeester sinds de Franse tijd, met uitzondering van de zittende burgemeester. Op de begane grond is de wandelzaal met eiken draagbalken. Ook is er een gotische zaal, met vier grote historische schilderijen en zeven kleinere portretten van André Hennebicq.
Grenzend aan de Grote Markt ligt het Rector de Somerplein met het Fonske standbeeld. Het beeld stelt een student voor die, lezend in een boek, de wijsheid in vorm van water door zijn hoofd laat lopen. Maar deze verklaring zou later aan het beeldje zijn gegeven. Volgens beeldhouwer Claerhout is het een sculptuur van iemand die, een pils in zijn kop gietende, zijn gedragingen bestudeert. Studentenorganisaties waren het hier niet mee eens en vonden dat het een karikatuur van de drinkende student was. Daarom werd het beeldje omgedoopt tot “Bron Der Wijsheid”.
De Muntstraat profileert zich als het culinaire hart van de stad. De straat, die gedomineerd lijkt door Italiaanse restaurants, heeft na een grondige opknapbeurt ook stilaan een tweede adem gevonden.

063Groot Begijnhof (1024x678)
Het Groot Begijnhof ook bekend als Begijnhof Ten Hove, is een gaaf bewaarde en volledig gerestaureerde historische wijk in het zuiden van de binnenstad, gelegen aan de Schapenstraat, niet ver van de Naamsepoort. Het mag zich gerust groot noemen, want het begijnhof telt tientallen steegjes. Je waant je haast in heus dorp, zo groot. Het is een mini stad in een stad. Dit begijnhof ontstond in de vroege 13e eeuw. Er heerst een serene rust in de autoloze steegjes. Het is moeilijk voor te stellen maar, ooit woonden er honderden vrijgezelle vrouwen, die van heinde en verre kwamen om hier te leven als nonnen. Wat moet dat een enorme aantrekkingskracht hebben gehad op de mannelijke bevolking! Met zoveel kroegen en bierbrouwerijen in de stad moet dat ongetwijfeld een feest zijn geweest. En euh, die begijnen waren dan misschien wel vrijgezel, maar dat zegt natuurlijk nog niet dat ze “vies” waren van mannen…. Vanaf het einde van de 16e eeuw, en vooral na het Twaalfjarig Bestand in de 17e eeuw, kende het begijnhof een tweede bloeiperiode met een nabloei tot aan de Franse Revolutie. Het hoogtepunt in het aantal roepingen situeert zich omstreeks 1650-1670, toen het aantal begijnen opliep tot boven 360. Omstreeks 1960 was het begijnhof behoorlijk verkrot. De Universiteit was bereid het complex te restaureren, om er studenten en gastprofessoren te huisvesten. Een vijftal huizen dateert uit de 16e eeuw, waarvan enkele zijn opgetrokken in vakwerkbouw. Het karakteristieke huis van Chièvres dateert uit 1561. Het merendeel van de huizen dateert uit de periode 1630-1670. Ze werden opgetrokken in streekeigen traditionele architectuur, versierd met enkele sobere, barokke elementen. Een typisch element van het begijnhof zijn de talrijke dakkapellen, vaak uitgewerkt met trapgevels en de rondboogvensters daarin. Her en der komen beeldhouwwerken voor met een religieus thema, vaak verwijzend naar de patroonheilige van het huis. Het Groot Begijnhof in Leuven staat samen met 12 andere Belgische begijnhoven op de Unesco Werelderfgoedlijst.
Naast het Groot Begijnhof heeft Leuven ook nog een Klein Begijnhof dat bestaat uit een straat en twee doodlopende steegjes ten noorden van de Sint-Geertruikerk. Het aantal begijnen reikte nooit boven de 100 en zakte na de Franse Revolutie erg snel weg. In de jaren 2000 werd een grondige restauratie uitgevoerd. Na de restauratie werden de huisjes weer wit geverfd waardoor het Klein Begijnhof een ander uiterlijk kreeg dan het Groot Begijnhof. Van dit begijnhof resten nu een dertigtal huizen in traditionele Vlaamse stijl. Over het algemeen zijn ze soberder afgewerkt dan deze in het Groot Begijnhof, hetgeen wijst op de beperkte middelen van de begijnen in dit hof.
Helemaal in het noorden van het oude centrum ligt de Keizersberg Abdij. Het is een flinke tippel, maar het is zeker de moeite waard het te bezoeken. Rondom de abdij, die overigens niet te bezoeken is, ligt een mooi park. In het park staan enkele Sequoia bomen die in Europa vrij zeldzaam zijn en reeds in 1840 gepland zijn. Omdat de abdij op een heuvel staat heb je er een mooi uitzicht over de stad van Leuven.
De Hortus Botanicus Lovaniensis, beter bekend als de Kruidtuin, ligt in het westen van het centrum. Het is de oudste botanische tuin van België. De tuin is gelegen aan de Kapucijnenvoer en dateert uit 1738. De eerste wetenschappelijke tuinen waren kruidtuinen en verzamelingen van geneeskrachtige planten. De Kruidtuin was dus in het begin nauw verbonden met de geneeskunde. Later werden meer zuiver plantkundige tuinen ingericht met sierplanten, potentieel economische gewassen, zeldzame planten en planten als studieobjecten. Vanaf toen af was er eigenlijk geen sprake meer van een kruidtuin, hoewel die benaming in de volksmond verder bleef leven. Nu bevindt zich op een oppervlakte van ca. 2,2 ha een uitgebreide verzameling bomen, heesters en struiken.
Jaarlijks worden er veel verschillende evenementen georganiseerd in Leuven. Met een beetje mazzel valt een evenement samen met je bezoek aan Leuven. Je ziet, Leuven is een bruisende stad, ook al laat het zich qua grootte niet meten met Antwerpen of Brussel. Leuven is TOP.

078 Arenberg Kasteel (1024x678)
Na al dit moois in Leuven zou je eigenlijk ook nog even het kasteel van Arenberg moeten bezoeken dat op 3 kilometer van het Leuvense centrum ligt in de deelgemeente Heverlee. Het mooie kasteel is uit de 16e eeuw, maar onderging diverse wijzigingen in alle daaropvolgende eeuwen tot en met de 21e eeuw. De architectuur is grotendeels Vlaams-traditioneel met elementen uit de late gotiek, renaissance en neo-gotiek (19e eeuw). Karakteristiek zijn de twee grote hoektorens met peervormige spitsen, waarop een Duitse Adelaar prijkt. Het kasteel is eigendom van de Katholieke Universiteit Leuven, dat het gebruikt als centrum van de campus. Rondom het kasteel bevindt zich een mooi park waar studenten in serene rust kunnen studeren op het grasveld. De Katholieke Universiteit van Leuven is een van de oudste in de Benelux. Mede door de universiteit heeft Leuven een grote naamsbekendheid gekregen.

Klik voor meer foto’s

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Alkmaar 2016

Alkmaar is bijzonder mooi. Ik kan niet anders zeggen. Maar het is eigenlijk ook best klein. Dat wil zeggen, alleen het historisch centrum is klein, want de hele agglomeratie – ook wel Groot Alkmaar genoemd – telt meer dan 300.000 inwoners. Het meest mooie aan de stad vind ik de variatie in de huizen, werkelijk ieder huis is anders. Alkmaar heeft een historisch centrum met 399 rijksmonumenten en 700 gemeentelijke monumenten. Het historische centrum is ongeveer 1200 meter lang bij 650 meter breed en het wordt geheel omsloten door een singel. Binnen de singel zijn nog een drietal grachten, waardoor de stad een echte grachtenstad is. Ophaalbruggen, kleine bootjes en rondvaartboten geven de grachten een idyllisch beeld. Het historische centrum telt veel steegjes en autoloze straten, waardoor er ruim baan is voor terrasjes, winkels en lekker slenteren.
Wat mij het meest verbaasde is dat Alkmaar ‘walletjes’ heeft. In de Achterdam zitten de dames ‘netjes’ achter de ramen. De rode lampen bevestigen toch wel dat het om prostitutie gaat. Ja, daar hoor de reisbureaus nooit over praten! De steeg is ook niet in Google streetview opgenomen. Bewust? Ik weet het zeker.
Een inwoner van Alkmaar heet een Alkmaarder, maar wordt in de volkstaal ook wel kaaskop genoemd. Alkmaar staat bekend als ‘de kaasstad’ en dat is tot ver over de grenzen bekend. Van begin april tot begin september wordt nog steeds wekelijks een traditionele kaasmarkt gehouden. Die kaasmarkt is eigenlijk niet meer dan een toneelspel. Er wordt niet echt meer kaas verhandeld. Puur toeristisch dus. Het stikt er dan ook van de Duitse toeristen en het aantal winkeltjes dat kaas verkoopt is erg groot.
De oplettende kijker vallen vast de dikke gouden duiven op die op diverse daken staan. De duiven zijn onderdeel van het kunstwerk de Duivenwagen van kunstenares Marte Röling uit 2009. Aanvankelijk stonden ze op de nieuwe Friese brug, maar vanwege vandalisme zijn ze verplaatst naar ‘veilige oorden‘. Op 10 daken in de binnenstad zijn nu de duiven te bewonderen.
Alkmaar is gewoon een unieke stad met zijn mooie panden en bruggen. Diverse panden hebben een uniek verhaal.

Accijnstoren, Bierkade 26

De Accijnstoren is een gebouw uit 1622 aan de Bierkade. Het was aanvankelijk een soort belastingkantoor. Goederen die werden ingevoerd via de grachten moesten worden aangegeven. De accijnzen waren een belangrijke inkomstenbron voor de stad. De brug waar de toren deels op staat, was ooit een draaibrug, die in 1903 werd vervangen door een ophaalbrug. Door toenemend verkeer is deze brug inmiddels verdwenen. In 1924 werd de toren 4 meter verplaatst vanwege de verbreding van de Bierkade.

Alkmaarse Bed and Breakfast, Luttik Oudorp 18

Ja, waarom zou je altijd in een hotel overnachten? In Nederland denk je misschien niet zo snel aan een B&B, maar het kan wel. De Alkmaarse Bed and Breakfast is te vinden in hartje centrum van Alkmaar aan de Lutik Oudorp op vijftien minuten lopen vanaf het centraal treinstation. Het monumentaal pand uit 1630 is ingericht met drie kamers. We worden hartelijk welkom geheten en de eigenaar brengt ons naar onze zolderkamer. Het gebouw heeft binnen en buiten veel originele details wat voor een warme sfeer zorgt. Daarnaast hebben de kamers het comfort van deze tijd, zoals een luxe regendouche, heerlijke bedden, wifi en digitale televisie. Bij de twee zolderkamers slaap je onder de bruine balkenconstructie van het dak hetgeen een romantische sfeer geeft. In de ochtend krijgen we een heerlijk ontbijtje in de eetzaal op de begane grond.

Bruggen

Vanwege de grachten zijn er heel wat historische bruggen in Alkmaar waarvan diverse zogenaamde ophaalbruggen zijn. Je kunt er prachtige foto’s nemen die niet zouden misstaan op een ansichtkaart.

Hooge Huys, St. Laurensstraat 1-3

Wandelend door Alkmaar kom je heel wat leuke pandjes tegen. Het hooge Huys uit 1931 tegenover de St. Laurenskerk is er zo een.
Het Hooge Huys is vernoemd naar de verzekeringsmaatschappij en naar het pand dat voorheen op deze plek stond.
Het complex waartoe het Hooge Huys behoort, is in 2002 in het rijksmonumentregister ingeschreven. Naast het Hooge Huys behoren het Princenhof, de conciërgewoning uit 1933 en de Hof van Teylingen uit 1961 ook tot het complex.

st-laurensstraat-1-3-hooge-huys-1024x678

Huis Leeuwenburg, Mient 23

Dit pand met de gevel in de stijl van de barok of Lodewijk XIV-stijl is in 1969 als rijksmonument opgenomen in het monumentenregister.
Jacob Leeuwenburg kocht in 1702 het pand van de erven van Gerrit Floriszoon Wildeman. In 1707 liet Leeuwenburg de gevel wijzigen waardoor deze voor het aangrenzende pand uit kwam te steken. In 1737 kwam er naast Leeuwenburg een nieuwe buurman wonen: Sijbrant van Haften. Hij merkte op dat de dakrand die Leeuwenburg had laten bouwen voor zijn eigen gevel uitstak. De dakrand van Leeuwenburg zou 17 duim (dat is ongeveer 44 cm) voor zijn gevel steken.
Nadat Van Haften bij de gemeente was gaan klagen, stelde de gemeente, na een onderzoek in december 1731, Leeuwenburg in het ongelijk. Naar aanleiding hiervan liet Leeuwenburg het wapenschild van Alkmaar op zijn gevel plaatsen met daarop twee leeuwen met het achterwerk naar het wapenschild gericht. Hij had duidelijk schijt aan de gemeente. In een stadswapen fungeren de leeuwen normaal gesproken als schildhouders die met hun voorpoten het schild vasthouden. De gemeente heeft de situatie nooit aan laten passen, daardoor steekt de gevel tot op heden voor die van de buren langs.

Huis met de Kogel, Appelsteeg 2

Het Huis met de Kogel aan de Fnidsen is een rijksmonument en is een van de meest bijzondere huizen van Alkmaar met een mooi verhaal. Een van de eerste bewoners was Jan Arendszoon. Hij was een van de eerste hagenpredikers van het huidige Nederland.
Het huis dankt zijn naam aan de kogel die tijdens het Beleg van Alkmaar in het huis is ingeslagen. Volgens de legende zou bij de inslag de 40 pond zware kogel dwars door de gevel zijn gegaan, waarbij alle gezinsleden ongedeerd bleven. Binnen in het pand zou het een stoel, waarop een dochter van Jan Arentsz zat te spinnen, het spinnewiel en de wastobbe waarin Jan Arentsz’ vrouw aan het wassen was, vernietigd hebben. Van de herstelkosten is een rekening bewaard gebleven. Op de rekening is sprake van een ‘gatt’ in het huis na een inslag van een Spaanse kanonskogel. De kogel van circa 10 cm is later letterlijk in de linkerhoek van de achtergevel aangebracht aan de grachtzijde als herinnering.
De houten gevels van het pand zijn allemaal in overstek gebouwd. Elke verdieping is daarbij op consoles geplaatst. Overkragingen van gevels was een list om het huis te vergroten, terwijl het grondplan niet groter werd. Belasting werd immers gebaseerd op het grondplan.

Indoor City Camping, Wageweg 17

Een van de dingen die mij het meest verbaasde in Alkmaar was de Indoor City Camping. Per toeval lopen we letterlijk dwars door het gebouw op weg naar ons B&B dat er naast ligt. Nooit eerder zag ik een indoor camping. Ik zie caravans, tenten en picknicktafels op een kunstgrasveld en dat allemaal op de begane grond van het pand aan de Wageweg. Wat een ludiek idee. Lekker het hele jaar door kamperen en dat zonder nat te worden en in nat gras of modder te trappen! Dus als je eens iets anders zoekt dan een hotelbed is dit een geweldig alternatief.

Kerken

De kerken in het oude centrum zijn eenvoudig te tellen. Om de grote St.Laurenskerk kun je niet heen. De kerk uit de 14e eeuw is een toonbeeld van Brabantse gotiek. Er zijn tegenwoordig geen diensten meer en de kerk heeft nu een toeristische functie. In de kerk staat de tombe van graaf Floris V van Holland. Deze bevat alleen de ingewanden, die bij het balsemen zijn verwijderd. Het lichaam van Floris is later herbegraven in Rijnsburg.
Andere kerken in het centrum zijn: de Laurentiuskerk en de Kapelkerk, maar die zijn lang niet zo mooi.

sint-laurenskerk-a-1024x656

Molens

Tot 2015 telde de gemeente Alkmaar dertien molens. Daarvan bevinden zich er twee in Koedijk, zes in het dorp Oudorp en vijf in de stad Alkmaar zelf. Sinds 2015 omvat de gemeente Alkmaar ook het grondgebied van de voormalige gemeenten Schermer en Graft-De Rijp. Sindsdien telt de gemeente Alkmaar maar liefst 32 molens.
Aan de rand van het oude centrum ligt de Molen van Piet die officieel ‘molen De Groot’ heet. De naam ‘Molen van Piet’ wordt veel gebruikt omdat de familie Piet de molen al vele jaren bewoont en beheert. De ronde stenen stellingmolen werd gebouwd in de 18e eeuw, en was bedoeld voor het malen van graan. Er worden rondleidingen gegeven en er is een souvenirwinkeltje.
Korenmolen ’t Roode Hert ligt op ongeveer 900 meter ten noorden van het centrum aan de Frieseweg 102. Het is een in 1925 gebouwde stellingmolen. Er wordt in de molen nog steeds graan tot meel verwerkt en onderin bevindt zich een winkel waarin meelproducten worden verkocht.

Moriaanshoofd, Langestraat 93

Het rijksmonumentale pand Moriaanshoofd is een voormalig patriciërshuis. De Moriaanshoofd heeft zijn naam te danken aan de functie die het pand in 1820 verkreeg namelijk die van (stads)herberg. De herberg heette zo omdat er een gaper in de vorm van een morenkop aan de gevel hing. Dit was een verwijzing naar de apothekers die dergelijke hoofden als uithangborden gebruikten om aan te geven dat er medicijnen te krijgen waren. In de herberg was ook een ‘goed’ medicijn te verkrijgen.
Daarvoor is het pand ook ambtswoning geweest van burgemeesters en van een rechter Simon Schagen die de woning geheel liet verbouwen.
Boven op de erker staat een rijk gebeeldhouwde houten bekroning. De bekroning staat symbool voor de rechtspraak. De voorstelling is van de goede rechter in de vorm van de adelaar. De vrouw links met helm is een personificatie van Dapperheid en Eerlijkheid en de vrouw rechts met lauwerkrans en granaatappel staat voor Overwinning en Eendracht. Tussen deze twee vrouwen bevindt zich nog een voorstelling van de Naakte Waarheid met Vader Tijd.
Het pand is in de eerste helft van de 18e eeuw gebouwd en werd op 10 december 1969 ingeschreven in het monumentenregister. Het pand maakt onderdeel uit van het oude Stadhuis van Alkmaar. Het is een van de mooiste gevels van Alkmaar.

langestraat-93-moriaanshoofd-3-1024x674

Musea

Alkmaar heeft vier bijzondere musea nl.; het Kaasmuseum, het Biermuseum, het Stedelijk museum en het Beatles Museum.
Het Kaasmuseum is gevestigd op de 1e en 2e verdieping van het Waaggebouw. Uiteraard vind je hier alle info over Alkmaar als kaasstad en tekst en uitleg hoe kaas wordt gemaakt. Vanwege interactieve media is het voor kinderen leuk en leerzaam. Persoonlijk vond ik het museum echter weinig interessant en klein. Gelukkig kost het maar vier euro.
Ik wilde naar het Biermuseum ‘De Boom’gaan, maar dat is op zondag gesloten, omdat het op vrijwilligers draait. Das jammer, want ik was na het slenteren door de stad wel toe aan wat bierdampen. Restte mij alleen een lekker biertje te pakken in het ‘proeflokaal’, zeg maar het café onder het museum.
Het Beatles Museum is als enige buiten het centrum gelegen en wel in de Pettemerstraat.
In het Stedelijk museum was in 2016 een tentoonstelling te zien van Picasso. In de zomer van 1905 verblijft de jonge Pablo Picasso enkele weken in Noord-Holland. Hoewel hij hier maar kort verbleef, is deze vakantie wel van betekenis geweest voor zijn kunstenaarschap. Geweldig toch, dat zo’n wereldberoemde schilder gewoon even in Almaar was om landschappen te schilderen.

Park

Door de omsluiting van de oude stad door de gracht, kon Almaar weinig groeien in het verleden en werd bijna ieder stukje bebouwd. Je zult dan ook weinig groen vinden in de stad. De enige groenvoorziening is aan de westkant, waar een smal (naamloos) park ligt tussen de gracht en de stad met heerlijke wandelpaden en enkele kunstwerken.

Stadhuis, Langestraat 97

Het stadhuis aan de Langestraat is tussen 1509 en 1520 gebouwd in de gotische stijl. Tegenwoordig is dat de winkelstraat van Alkmaar. De hoektoren heeft een opengewerkte peervormige torenspits en het pand zelf is elf traveeën breed. Het complex is op 10 december 1969 opgenomen als rijksmonument. Het stadhuis heeft nog altijd de functie van stadhuis. Sinds de bouw van het stadskantoor vervult het met name de functie van trouwlocatie. En das begrijpelijk wand de gevel met zijn witte spekstenen en speklagen is fotogeniek. De gevel wordt gedomineerd door een trap met op het bordes vier gebeeldhouwde leeuwen. Deze leeuwen dienen als schildhouders van het wapenschild van Alkmaar.
Op de rechtervleugel staan bij de ingangspartij twee beelden, het zijn personificaties van Rechtvaardigheid en de Waarheid. Diverse zalen zijn ingericht met renaissance elementen zoals een beschilderd balkenplafond en een 17e-eeuwse schouw. Het is een prachtgebouw.

Waag

De Waag is onmiskenbaar het meest bijzondere gebouw van Alkmaar. Vanwege zijn centrale ligging en zijn hoogte valt het prachtige monument je meteen op. Op het plein wordt wekelijks de kaasmarkt gehouden en in het pand bevindt zich het Kaasmuseum.
Een waag is een gebouw waar goederen werden gewogen. In Alkmaar was dit dus het wegen van kaas.
Het waaggebouw heeft een interessante geschiedenis die teruggaat tot de 14e eeuw. In die periode diende het gebouw als kapel van het naastgelegen H. Geestgasthuis. In dit soort van ziekenhuis/herberg konden arme reizigers gedurende drie dagen en nachten gratis onderdak krijgen; ook werden er zieken verpleegd door monniken of nonnen. In 1566 gaf de bisschop van Haarlem toestemming om het H. Geestgasthuis in te richten tot waaggebouw. In 1582 besloot men de waag over te brengen naar de grotere H. Geestkapel, die inmiddels niet meer in gebruik was voor de godsdienstige activiteiten.
Op die oostzijde van het gebouw kwam een rijk versierde gevel in renaissancestijl. Op deze gevel staat in gouden letters de spreuk: “SPQA (Senatus Populusque Alcmariensis) RESTITVIT VIRTVS ABLATAE JVRA BILANCIS”. Dit betekent ongeveer: “Moed en kracht schonken regering en burgerij van Alkmaar het verloren waagrecht terug”. Boven de spreuk staan twee beelden die de personificaties van Rechtvaardigheid (Vrouwe Justitia) en de Waarheid voorstellen. Vrouwe Justitia wordt doorgaans afgebeeld als een geblinddoekte figuur, met in haar rechterhand een zwaard en in haar linkerhand een weegschaal. Tussen de beelden bevindt zich een reliëfsteen met het wapen van Alkmaar. Daarboven een opvallende schildering van een landelijk tafereel met twee vrouwen en een man. Onder de klok staat een Romeinse soldaat met een blaasinstrument. Diverse gouden elementen versieren de prachtige gevel.

waag-g-1024x782

Mijn persoonlijke top 5 van Alkmaar:

  1. Een stadswandeling door het historisch centrum
  2. Een bezichtiging van de Sint Laurenskerk
  3. Een rondvaart door de grachten
  4. Een terrasje pakken op het Waagplein
  5. Een museum naar keuze

De belangrijkste Musea in Alkmaar:

Beatles Museum, Pettemerstraat 12A

Kaasmuseum, Waagplein 2

Nationaal Biermuseum De Boom, Houttil 1

Stedelijkmuseum, Canadaplein 1

Geplaatst in Stedentrip | Een reactie plaatsen

Keulen 2016

Voordat ik naar Keulen ging vroeg ik mij af: “Hoe mooi is Keulen eigenlijk? Wat heeft de stad te bieden? Zijn de steden in west Duitsland überhaupt wel mooi voor een weekendje?” Na drie dagen door Keulen gezworven te hebben en tientallen kilometers gelopen te hebben moet ik zeggen dat Keulen niet echt een héel mooie stad is. Het is echter ook zeker geen lelijke stad. Ondanks dat Keulen geen historische stad (meer) is, is het toch populair bij toeristen. Keulen heeft een aantal bijzonder gewaardeerde highlights die de stad populair maken en dat zijn in willekeurige volgorde: de Dom, carnaval, kerstmarkten, winkelen en Eau de Cologne.
Het centrum van Keulen is vrij klein en alle bijzondere dingen zijn te voet te bereiken. Er is weliswaar een tramdienst in Keulen, maar daar hoef je dus geen gebruik van te maken.
Met circa een miljoen inwoners is Keulen na Berlijn, München en Hamburg de vierde grootste stad van Duitsland. Keulen kent in tegenstelling tot veel andere Duitse steden een lang historisch verleden. In 38 v.Chr. richtten de Romeinen er een nederzetting die uit groeide tot een flinke stad dat omgedoopt werd tot Colonia Claudia Ara Agrippinensium (CCAA). De stad werd ommuurd waarvan nog altijd delen te bezichtigen zijn. Keulen was lange tijd een van de grootste steden ten noorden van de Alpen.
De indrukwekkende Dom is thans wereldberoemd en attractienummer één van de stad. Tegenwoordig staan er in Keulen nog bijna honderd katholieke kerken, waarvan twaalf romaans en vier gotisch. Het Aartsbisdom Keulen is nog steeds het rijkste bisdom ter wereld. Nadat je vanuit het Hauptbahnhof het plein voor de Dom opkomt word je meteen geconfronteerd met grote zwart-wit foto’s van de Dom na de bombardementen van WOII. Ik wist niet goed wat ik hier nou van moest vinden. Wat willen ze hiermee zeggen? Kijkt eens hoe goed wij de Dom weer gerenoveerd hebben, of kijk eens hoe zwaar de Dom getroffen is door bombardementen van de geallieerden? Moet het schuldgevoel opwekken of juist medelijden? Ik weet het niet.
Over Duitsland beginnen zonder over de oorlog te spreken is nog steeds lastig. Moet je nou altijd die oorlog aanhalen, zal je zeggen? Nee, maar je ontkomt er eigenlijk niet aan. Ongeveer 90% van het oude centrum van Keulen is in WOII plat gebombardeerd, waardoor veel historie is verdwenen. De architectuur van de bebouwing is hierdoor van na de oorlog. De stijl is in het algemeen eenvoudig, recht, sober en tijdloos. In die zin is de stad wat saai. Diverse huizen zijn in verschillende kleuren geschilderd waardoor het wat frisser overkomt. In het centrum is haast geen moderne bebouwing en hoogbouw. Een van de weinige opvallende moderne gebouwen is de winkel van Peek&Cloppenburg aan de Schildergasse 65-67, dat er uitziet als een glazen “rups”.
Er zijn weinig herinneringen aan WOII te zien in de stad. Je moet je verdiepen in de stad om ze te vinden. Das toch ook raar? Aan de Duitse zijden zijn toch ook veel onschuldige slachtoffers gevallen. Worden die niet herinnerd? Het waren toch niet allemaal slechteriken? WOI en WOII zijn gevoelige onderwerpen voor de Duitsers en worden blijkbaar zoveel mogelijk vermeden. Of is het schaamte voor wat door landgenoten is aangericht? Ze zullen er ook niet trots op zijn. Kop op, niet achterom kijken, is blijkbaar de mentaliteit van een Duitser, of kroppen ze het gewoon op? Wie weet.
Het NS-Documentationszentrum / EL-DE Haus is een documentatie- en onderzoekscentrum over het nationaalsocialisme. De Gestapo was hier ooit gehuisvest. In de Alt St. Alban staat het skelet van de St. Alban kerk als oorlogsherdenkingsmonument. Veel meer kon ik niet ontdekken over de oorlog.
Na de bombardementen in WOII was het niet meer toegestaan om hoge bebouwing te maken die enig zicht van de Dom zou ontnemen. Hierdoor is op het raadhuis, enkele kerken en de Dom na helemaal geen hoogbouw in het centrum en das heel uniek voor een stad met een miljoen inwoners.
In het centrum van Keulen is maar weinig groen te vinden, er zijn geen parken. Om het centrum heen ligt weliswaar een lange smalle groengordel (Innerer Grüngürtel), maar of je daar als toerist iets van zult zien is twijfelachtig, omdat je daar niet zo snel komt.
De stad heeft echter een lange en mooie wandelpromenade langs de Rijn. Toeristen en bewoners wandelen er graag, terwijl je kunt genieten van de weidse blik over de Rijn en de beide stadsdelen. Aan de kade liggen diverse boten voor dagtochtjes over de Rijn.
In Nederland hebben we het vaak over Deutsche Gründlichkeit, maar wat is dat nou eigenlijk precies? In Keulen vallen me een aantal dingen op waarmee ik dit kan toelichten. Op de eerste plaats viel me op dat de meeste voetgangers netjes wachten voor rood licht bij het zebrapad, zelfs als er geen auto’s aankomen. Dat doen wij Nederlanders toch echt niet meer. Tijdens de kerstmarkt wordt bier geschonken is glas en niet in plastic bekers. Dat is bij ons ondertussen ondenkbaar. Ondanks de duizenden mensen op de kerstmarkten ligt er toch geen vuil of gebroken glas op de grond. Super! In de stad is maar weinig graffiti en street art. “Degelijk” dus, we kunnen er nog van leren!

tunnes-und-schal-1-1024x678

Alter Markt

De Alter Markt is zoals de naam al doet vermoeden de oudste marktplaats van Keulen. In de oudheid was hier al het bestuur van de stad gevestigd en het is ook het economische hart. Alter Markt is het mooiste en gezelligste autovrije plein van Keulen, ondanks dat alle bebouwing van na de oorlog is. De bebouwing is strak met hier en daar een gekleurde gevel. Het huis Zur Brezel/Zum Dom met de renaissance gevel uit 1580 is het enige historische huis op Alter Markt.
Het mooiste op het plein is natuurlijk het oude stadhuis dat met zijn imposante toren de binnenstad domineert.
In december is er een beregezellige en grote kerstmarkt waardoor het plein een heuse gedaantewisseling ondergaat.
In het midden van het plein staat een fontein, die het verhaal toont van generaal Jan von Werth. Tegenwoordig wordt zijn naam en uniform gedragen door een van de carnavalsverenigingen. Ook met carnaval is het hier een groot feest.

Dom

Het aartsbisdom Keulen bestaat al sinds 313. De eerste Dom van Keulen dateert uit 870. In 1164 roofde aartsbisschop Reinhold von Dassel tijdens de Derde Kruistocht in Milaan de stoffelijke resten van de heilige Drie Koningen en nam die mee naar Keulen. Voor de grote groeiende groep pelgrims die daar op af kwam was de Dom spoedig te klein. In 1248 werd met de bouw van de nieuwe Dom aangevangen, maar het zou duren tot 1880 voordat de kerk volledig af was.
Zonder de Dom zou Keulen lang niet zo bekend zijn. Keulen moge dan misschien niet zoveel bezienswaardigheden (meer) hebben, maar deze gigant maakt veel goed en is een enorme trekpleister. Het behoort niet voor niets tot het Unesco Werelderfgoed. Dit indrukwekkende gebouw is Duitslands grootste gotische kathedraal. Hij is gewoon absurd groot en van buitenaf bijna niet in zijn geheel te fotograferen. Helaas is de kerk nogal zwart geworden door vervuiling waardoor de kerk best somber overkomt. Op het kerkplein staat een kopie van de 9,5 meter hoge torenspits. Het is een enorm ding maar als je omhoog kijkt naar de toppen van de twee torens zien ze er best klein uit.
De Dom is 144 meter lang, 86 meter breed en heeft torens tot 157 meter hoog. Je kunt de zuidelijke toren beklimmen tot een hoogte van 97 meter. Die klim over 509 treden leidt voorbij de klokkenkamer met zijn 8 klokken.
Het bekendste kunstwerk in de kerk is de gouden sarcofaag het “Drie Koningen schrijn” (1181) achter het altaar, die als de grootste van het westen wordt beschouwd. Het is een schitterende kist met goudsmeedkunst uit de middeleeuwen die de relikwieën van de heilige Drie Koningen zou beavtten. Naar mijn mening is het een mysterie waarvan de waarheid nooit boven water zal komen om de mythe maar in stand te houden. Zou het niet een enorme ontgoocheling zijn als ze nu zouden zeggen dat de relikwieën er helemaal niet in liggen? Dan maar beter zwijgen.
Verder zijn er onder meer te bewonderen: het oudste venster van de Dom (uit 1265, te zien in de kapel tegenover het Drie Koningen schrijn), de Madonna van Milaan (1320, hoog en opvallend aan de andere kant van het koor), het grote en zeer prachtige Agilophusretabel. Dit is een 16de eeuws en Vlaams retabel (schilderwerk op altaar), te zien halfweg de kerk aan de rechterkant. De kerk heeft erg veel prachtige glas-in-lood ramen, maar is het best donker binnen. Op diverse locaties staan grote en indrukwekkende sarcofagen van prominente geestelijke leiders uit het verleden. Op zondag is er nog een mis waarbij de kerk stampvol zit en de kerk dus niet te bezichtigen is.
De Dom is dus attractienummer één van Keulen. Hele drommen mensen worstelen zich door het kerkgebouw. De toegang is gratis.
Aan de zijde van de Haubtbahnhof bevindt zich een aparte ingang van de schatkamer (Schatzkammer) die de belangrijkste van Europa is, zelfs belangrijker dan die van het Vaticaan. De schatkamer gaat tot drie verdiepingen de grond in tussen de gewelven van de funderingen. Het toont bijzondere unieke en waardevolle religieuze gebruiksvoorwerpen uit negen eeuwen zoals het Hillenius codex, een handschrift uit 1025 en het Gero-kruis (houten kruisbeeld van voor 1000). Er zijn een groot aantal gouden voorwerpen te zien die bijzonder fijn zijn gedetailleerd. Ik sta echt perplex dat ze in die tijd al in staat waren zulke fijne sieraden te maken.

dom-02-1024x676

Carnaval

Keulen kent veel tradities en hoogtepunten. Eén van de hoogtepunten is carnaval en dat vieren ze in Keulen op zijn best. Het feest wordt net als bij ons traditiegetrouw geopend op de 11de van 11de, november dus. Het feest duurt bijna een week en gaat pas echt van start op donderdagavond (Weiberfastbacht of Wieverfastelovend) en eindigt op dinsdagavond (Veilchendienstag). Die avond verbranden ze de carnavalsgeest om de zonden die ze tijdens carnaval begaan hebben van zich af te wassen. Op de maandag voor Aswoensdag, Rosenmontag, is er een grote optocht, de Rosenmontagzug. Tijdens het Keulse carnaval zakken er in totaal meer dan een miljoen mensen af naar de stad.

Eau de Cologne / Glockengasse 4711

Vier jaar voordat Napoleon besloot dat de huizen geregistreerd moesten worden, in 1792, was Wilhelm Mühlens getrouwd met Catharina Moers en als huwelijksgeschenk kregen ze van de Karthuizermonnik Franz Marina Farina het geheime recept voor een “Aqua Mirabilis”, een soort mirakelwater. Als zakenman realiseerde Wilhelm Mühlens zich onmiddellijk het potentieel van dit geschenk. Het “Keuls water Farina” zoals het eerst heette, was een succes waardoor Wilhelm Mühlens enkele jaren later tegenover de ouderlijke zaak een eigen parfumeriefabriek begon. Dit pand kreeg als adres “Eau de Cologne & Parfümeriefabrik Glockengasse 4711 gegenüber der Pferdepost von Ferd. Mühlens” om zich te onderscheiden van andere fabriekjes die op dat ogenblik allemaal Keuls water produceerden. Ondanks de Franse naam stamt dus het reukwater ‘Eau de Cologne’ of ‘4711’ wel degelijk uit Keulen. De naam van het reukwater werd afgeleid van het huisnummer (4711) van de fabriek waar het gemaakt werd.
Het oorspronkelijke stamhuis in de Glockengasse 4711 is nog steeds eigendom van het bedrijf dat 4711 produceert. In het huis is nu een parfumwinkel gevestigd. Als je in de winkel binnenkomt dringt het overdadige parfum meteen diep in je reukorgaan. In de hoek van de winkel staat een fonteintje met stromend Eau de Cologne. Mensen steken er hun vingers in alsof het wijwater is. Ze maken nog net geen kruisje! Op de bovenverdieping is er een kleine tentoonstelling met de verpakkingsdoosjes en flesjes van vroeger tot nu. Bij 4911 moet ik denken aan de tijd van mijn oma, das toch niet meer van deze tijd. Toch gaan de flesjes parfum als zoete broodjes over de toonbank. Het parfum heeft een sterke toeristische waarde gekregen. De winkel is modern en fris ingericht en het trekt aardig wat volk. Persoonlijke kon ik er attractieve waarde wel van inzien. Ik zou zeggen: gewoon doen.
Het ontwierp van de fles had een goudblauw etiket waarin het huisnummer 4711 de centrale plaats kreeg. Zelf zal Mühlens wel nooit vermoed hebben dat dit cijfer uiteindelijk de bekende roepnaam voor zijn “aqua mirabilis” zou worden. “4711 Echt Kölnisch Wasser” is inderdaad wereldberoemd geworden, in zoverre dat men bij enquêtes omtrent de bekendheid van Keulen steeds eerst de Dom noemt en dan pas 4711.
4711 is echter niet het oudste parfummerk van Keulen, uitvinder van het reukwater was de Italiaan Johan Maria Farina. Hij wilde eigenlijk van bloemen een lustopwekkend middel maken.

Fischmarkt

Vanuit de Rijn heb je een prachtig zicht op de Fischmarkt met de Groß St. Martin kerk en de gekleurde huizen die er voor staan. De vijf smalle huizen met puntdaken hebben de kleuren: groen, oranje, wit, geel en roze. De muurankers tonen de jaartallen 1935 en 1685. Blijkbaar is er maar één origineel oud huis en de rest is gerenoveerd. Het pittoreske plaatje Fischmarkt wordt vaak gebruikt in reisgidsen en dergelijke. Je komt er eigenlijk van zelf langs als je langs de Rijn wandelt.
Achter de Groß St. Martin kerk staat een bronzen standbeeld van Tünnes und Schäl. Het zijn twee Keulse typetjes. De kleine gedrongen Tünnes met zijn grote aardbeienneus moet zich in tal van anekdotes de praatjes van de gewiekste lange Schäl (schele) aanhoren. Het grappige is zijn neus, die iedereen vast pakt en daardoor een lichte kleur heeft gekregen.

fischmarkt-1024x678

Hahnentor

De Hahnentor is een Romaanse poortgebouw uit de 12de eeuw en het is de mooiste van de stad die ooit onderdeel was van de stadsmuur waarvan er nog resten te zien zijn. Oorspronkelijk waren er twaalf poortgebouwen in Keulen. Aan de soorten steen is duidelijk te zien dat het gebouw gerenoveerd is. Voor zover ik het weet is de toren van binnen niet te bezichtigen.

Hohenzollernbrücke

De Hohenzollernbrücke ligt tussen de Dom/Hauptbahnhoff en het oostelijk deel van Keulen. De brug werd gebouwd tussen 1914 en 1917. Architect Franz Schwechten koos voor een neoromaanse stijl, dat een mooi contrast vormde met de gotische Dom. Oorspronkelijk was de brug open voor voetgangers en gemotoriseerd verkeer, maar in WOII werd de brug ernstig vernield. Na de heropbouw was hij enkel nog toegankelijk voor voetgangers en spoorverkeer. Feitelijk liggen er drie stalen bruggen naast elkaar met elk drie grote bogen. De totale overspanning is 400 meter. Aan beide zijden van de brug staan twee grote koperen ruiterstandbeelden van Pruisische vorsten van de adellijke familie Hohenzollern.
Even op en neer lopen over de brug is een geliefde bezigheid van de toeristen. Aan de zijden van het voetgangers gedeelte zijn gaashekken gemonteerd die over de volle lengte van 400 meter voorzien zijn hangslotjes. Bij elkaar zijn het minstens een miljoen sloten! Het is echt ongelooflijk, zo veel. Het hele hek zit vol. Soms zijn er zelfs hele trossen gemaakt en hartjes van plaatstaal. Op ieder slot staan wel namen of liefdesverklaringen. Er zijn dus heel wat verliefde paartjes geweest die hier elkaar de liefde hebben verklaard. Traditiegetrouw hoort men dan de sleutel in het water te gooien. Er ligt dus heel wat staal op de bodem van de Rijn. In tegenstelling tot andere steden worden ze dus hier niet weggehaald. Het is al een attractie op zich.
Je bent nu vlakbij de KölnTriangle toren in het oostelijk deel van Keulen. Liefhebbers kunnen met een snelle lift naar het uitzichtplatform op een hoogte van 103 meter. Hier heb je een prachtig uitzicht over de stad met de Dom.

Kerstmarkten

Kerstmarkten in Keulen trekken ieder jaar weer misschien wel meer dan een miljoen bezoekers. De stad is dan afgelaten vol en dat wel vier weken lang. Een van de mooiste is de markt naast de Dom waar een circa 20 meter hoge kerstboom staat waar tienduizenden lichtjes aan zijn gemonteerd als een soort web. Samen met carnaval vormt het een van de populaire tradities in de stad. Het stikt er van de Nederlandse toeristen. Op bijna alle grote pleinen in Keulen zijn kerstmarkten. Niet van die lullige marktkraampjes maar volledige en degelijke chaletjes die ‘s-nachts op slot gaan. Lang is dat echter niet van duur; ’s-ochtends gaan de kraampjes al open en dat gaat door tot het einde van de avond. Dankzij de vele eet- en drinktentjes is het er lang uit te houden. Glühwein in een aarden beker is daarbij een populaire versnapering om jezelf warm te houden. De koopwaar bij de kraampjes is erg divers, waardoor je niet snel uitgekeken raakt. Het is dan ook eindeloos slenteren met de grote mensenmassa langs de kraampjes, maar wel beregezellig.

Kölsch bier

In Keulen wordt onder meer het Kölschbier gebrouwen dat sinds 1997 beschermd is door de Europese Unie Kölsch als lokale bierspecialiteit. Het bovengistende bier bestaat al sinds 874. Je kunt het drinken in de Keulse bierhuizen. Traditioneel wordt het bier geserveerd door een kelner in een blauwe schort, de Köbes; ook als hij niet Jacob heet (Jacobus werd Köbes), wordt hij toch Köbes genoemd. Ze lopen de ruimte rond met een Kranz, een bierglazenhouder. Als je glas leeg is krijg je ongevraagd een nieuw glas. Voor elk nieuw glas wordt er op het bierviltje van de gast een streepje gezet. Reissdorf, Früh en Mühlen zijn de beste merken. Het bier wordt geserveerd in kleine rechte vaasjes van ca. 250 cl en niet in grote bierpullen zoals je dat misschien zou verwachten in Duitsland.

Musea

Keulen heeft nog al wat musea. Dus als je je verveeld of als het is slecht weer kun je altijd nog een museum in duiken. In Keulen zijn veel musea voor kunst met een hoge kwaliteit. Onderaan dit verslag staat een opsomming van de belangrijkste musea in Keulen.

Neumarkt

Neumarkt is het centraal plein in de stad. Hier begint de autovrije winkelstraat Schildergasse die op zijn beurt overgaat in andere winkelstraten. Het is hier vrij druk, omdat er heel wat parkings zijn en het openbaar vervoer hier ook een centraal punt heeft. Het plein zelf is vrij saai en heeft weinig te bieden, behalve in december want dan is er een grote en gezellige kerstmarkt. Het enige mooie op het plein is eigenlijk het zicht op de Romaanse Apostelen kerk.

Radhaus (stadhuis)

Het stadhuis aan de Altermarkt is een van de indrukwekkendste gebouwen in het centrum. In de Romeinse tijd stond op de plek waar het huidige ‘Rathaus’ staat een bestuursgebouw (Praetorium). Het stadhuis van vandaag staat op de fundamenten daarvan. De toren van het gebouw dateert uit de vroege 15de eeuw. Door de eeuwen heen zijn er echter steeds nieuwe onderdelen aan het gebouw toegevoegd. Zo vind je gotische en renaissancistische elementen terug. De gevel van de 61 meter hoge toren wordt gesierd door 124 beelden uit de stadsgeschiedenis. Ze dateren echter pas van 2008.
Tijdens WOII werd ook het stadhuis niet gespaard en liep het veel beschadigingen op. Het gebouw is echter nooit volledig terug opgeknapt.
Het gebouw is van binnen op bepaalde tijden te bezichtigen voor gegadigden.

rathaus-01-718x1024

Romaanse kerken

Naast de overweldigende Dom zijn er nog 12 Romaanse kerken in Keulen die ook noemenswaardig en uniek zijn. De Romaanse bouwkunst bestrijkt grofweg de periode tussen 1000 en 1200 en heeft een relatie met de architectuur van de Romeinen. Vanaf het jaar 1000 ontwikkelde de Romaans bouwkunst zich tot een geperfectioneerde en unieke stijl. De Romaanse bouwtechniek ontwikkelde zich verder en leidde tot een nieuwe bouwstijl; de gotiek.
Het feit dat Keulen 12 Romaanse kerken heeft geeft aan dat Keulen zo’n 1000 jaar geleden al een aanzienlijke stad was. De Romaanse kerken zijn gebouwd in middeleeuwse sacrale (heilige) stijl. Een aantal van de kerken dateert zelfs uit de Romeinse tijd, zoals de St. Gereonskerk, die oorspronkelijk een kapel was op een Romeins kerkhof. Met uitzondering van de St. Maria Lyskerk zijn al deze kerken zwaar beschadigd tijdens WOII waarbij soms alleen nog maar de buitenmuren overbleven. Gelukkig zag de stad de historische waarde in van de Romaanse kerken er werden ze allen gerestaureerd. De wederopbouw van de laatste kerk werd pas in 1985 voltooid. Het heeft ook zijn gekke kant, want nagenoeg de hele stad is naoorlogs en daar staan verspreid over de stad 12 Romaanse kerken tussen. Tot deze Romaanse kerken behoren: Basilika St. Andreas, Groß St. Martin, St. Aposteln, St. Cäcilien, St. Georg, St. Gereon, St. Kunibert, St. Maria im Kapitol, St. Maria Lyskirchen, St. Pantaleon, St. Severin en St. Ursula.
Met een toren van 75 meter hoogte is de Groß St. Martin een van de mooiste en hoogste gebouwen in het centrum.
Een andere bijzondere kerk waar je eigenlijk niet omheen kunt is de St. Aposteln kerk nabij de Neumarkt.

Römerturm

Veel minder opvallend is de kleine Romeinse toren uit de 2de-3de eeuw die deel uitmaakte van de Romeinse vestingmuur. Oorspronkelijk waren er 21 torens. Nu zijn de kleine vensters dichtgemetseld met een andere steensoort en is er is een ander gebouw tegenaan gemetseld. Ondanks dat het een uniek gebouw is, is er niets spannends aan te beleven, dus gouw doorlopen.

Römisch-Germanisch Museum

Het Römisch-Germanisch Museum ligt naast de dom. Het museum werd in 1974 gebouwd boven de vindplaats van de Dionysus mozaïek uit 200 n.Chr. Het mozaïek heeft een oppervlakte van 70 vierkante meter en bevat meer dan 1,5 miljoen steentjes. Het is het kopstuk van het museum, dat oorspronkelijk uit een villa komt. Het museum toont een zeer uitgebreide collectie archeologische vondsten uit de Romeinse tijd maar ook uit andere tijden zoals het ijzertijdperk en het stenentijdperk. Je wandelt bijna tot vervelens toe langs vitrinekasten met glasservice en andere gebruiksvoorwerpen. Interessant is het zeker, maar eigenlijk ook wel heel statisch en voor sommigen best saai…

Wallraf-Richartz Museum

Het Wallraf-Richartz-Museum ligt vlakbij het raadhuis en behoort tot de belangrijkste musea van Europa. Het museum draagt de namen van Ferdinand Franz Wallraf, een geleerde die zijn kunstverzameling naliet aan zijn geboortestad en de Keulse koopman Johann Heinrich Riachartz die ook een schenking kunst achterliet. Het herbergt een uitgebreide verzameling schilderijen van de Middeleeuwen tot de 19de eeuw en ze zijn allemaal netjes genummerd van 1 tot en met 64. Erg groot is het museum dus ook niet weer. Vooral de collectie Vlaamse, Nederlandse en Duitse kunstwerken is omvangrijk. Zo kun je er Nederlandse schilderijen bewonderen van: Jan van Goyen (1596-1656) met landschappen van Leiden, Salomon van Ruysdael (1603-1670) met landschappen van Naarden, Willem Claesz Heda (1594-1680) met landschappen van Haarlem, Aelbert Cuyp (1620-1691) met landschappen van Dordrecht en Van Gogh met landschappen van Frankrijk. Zo wordt Nederland toch weer een beetje bekender in de wereld, maar zouden die schilderijen niet in een museum in Nederland moeten hangen, vraag ik mij dan altijd af? Het thema van het museum is von Dürer bis Van Gogh, wat nogmaals aangeeft hoe belangrijk van Gogh wordt gezien in de schilderkunst. Ook de collectie 19de en 20ste eeuwse kunst is indrukwekkend met onder andere enkele schilderijen van Monet en Picasso.

Winkelen

Winkelen is dus een van de trekpleisters in Keulen. De wegenstructuur in het centrum is eenvoudig en recht waardoor je niet snel verdwaalt. Waar de bekende en drukke winkelstraten zijn ontdek je vanzelf; je loopt gewoon achter de meute aan. Deze straten zijn allemaal vrij van verkeer. Als ik er ben is het december en de straten zijn mede dankzij de kerstmarkten afgelaten vol. Hele hordes slenteren op en neer door winkelstraten. Het barst er van de Nederlanders.
Keulen is eenvoudig per trein te bereiken. Vanaf Arnhem is het maar 1,5 rijden en je stapt in het centrum uit naast de Dom. Verrassend genoeg zijn haast alle winkels op zondag gesloten en das best opvallend voor een wereldstad. Voor een overnachting kun je beter kiezen voor vrijdag en zaterdag dan voor zaterdag en zondag.

dufthaus-4711-1-1024x784

Mijn persoonlijke top tien van Keulen:

1. De Dom, onmiskenbaar op nummer 1
2. Wallraf-Richartz Museum voor oude schilderkunst
3. Radhaus, bezichtiging stadhuis
4. Hohenzollernbrücke, wandeling over de (spoor)brug
5. Promenade langs de Rijn, wandeling
6. Groß St. Martin Kirche, bezichtiging kerk
7. Römisch-Germanisch Museum, archeologie
8. Alter Markt, een biertje op het terras
9. St. Aposteln, bezichtiging kerk
10. Glockengasse 4711, een kijkje in de wereldberoemde parfumwinkel

Klik hier voor meer foto’s.

Overzicht van de belangrijkste musea in Keulen:

Biermuseum, Buttermarkt 39.

Deutsches Sport und Olympia Museum, Im Zollhafen 1, sport museum

Duft Museum Eau de Cologne, Obenmarspforten 21, parfum museum

Historische Senfmühle, Holzmarkt 79-83, mosterd museum

Käthe Kollwitz Museum, Neumarkt 18-24, museum voor tekeningen en schetsen

Kolumba / Archbishop’s Diocesan Museum (Diözesanmuseum), Roncalliplatz 2, westerse cultuur

Kölnisches Stadtmuseum, Zeughausstraße 1, museum over de geschiedenis van Keulen,

Ludwig Museum, Heinrich-Böll-Platz, museum voor moderne kunst,

MAKK museum / Museum für Angewandte Kunst, An der Rechtschule, museum voor toegepaste kunst en design

Museum für Ostasiatische Kunst, Universitätsstraße 100, museum voor Oost Aziatische kunst

NS-Documentationszentrum / EL-DE Haus, Appellhofpl. 23-25, Documentatiecentrum geweid aan de slachtoffers van het nationaalsocialisme in de Bondsrepubliek ,

Odysseum, Corinstrasse 1, kenniscentrum voor kinderen

Rautenstrauch-Joest-Museum, Cäcilienstraße 29-33, Cultuur museum

Römisch-Germanisch Museum, Roncalliplatz 4, Museum voor Romeinse en Germaanse voorwerpen

Schatzkammer Dom, Domkloster 4, kerkelijke gebruiksvoorwerpen

Schnütgenmuseum, Cäcilienstraße 29-33, Middeleeuwse kunst

Schokoladenmuseum / Chocolade Museum, Am Schokoladenmuseum 1A

Wallraf-Richartz Museum, Obenmarspforten 40, Museum voor oude schilderkunst

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen