Belgrado 2019

Heerlijk als er geen reisgidsjes zijn van een stad…. De voorpret van de stedentrip begint dan al bij de voorbereiding van de reis. Websites bezoeken met info over de reisbestemming. Wat zijn de highlights? Wat wil je zien en doen? Filmpjes op YouTube bekijken. Plattegrondjes uitprinten. Zo beleef je de reis minstens twee keer. Dit is meestal mijn werkwijze. Zo ook bij de trip naar Belgrado. Naar mate dat ik steeds verder van de steden afga waar iedereen naar toe gaat, wordt het voor mij steeds leuker.
Even wat feitjes over de stad. Belgrado is de hoofdstad van Servië. Tussen 1918 en 2003 was Belgrado de hoofdstad van Joegoslavië en tussen 2003 en 2006 de hoofdstad van Servië en Montenegro. De stad telt ca. 1.7 miljoen inwoners. Het is een van de oudste steden van Europa en de stad kan terugkijken op 7000 jaar doorlopende bewoning.
De Servische taal klinkt als Russisch. Ze hanteren naast het Latijns alfabet ook het cyrillisch alfabet en dat is hetzelfde alfabet als het Russisch. De Russische invloeden vanuit het verleden zijn zichtbaar nog aanwezig en dat verbaast me, want veel Oostbloklanden willen niets meer met de voormalige heerser Rusland te maken hebben. Informatieborden en straatnaamborden zijn meestal in het cyrillisch en dus voor ons helaas niet leesbaar. Omwille van toeristen zijn menukaarten gelukkig wel Engelstalig.
Behalve Kroatië en Slovenië maken de andere Balkanlanden geen deel uit van de EU. Zij hebben dus ook geen Euro. In Servië hebben ze de Dinar en die went heel snel. Bijna al het geld is papierengeld. Het kleinste briefje is 10 Dinar en dat is ongeveer slechts 8,5 cent!
Als ik naar een Oostblokland ga, heb ik altijd wat kriebels. Spreken ze wel Engels? Is de munteenheid makkelijk (als die afwijkt van de euro)? Zijn de mensen aardig, behulpzaam en betrouwbaar? Is er maffia? Maar tot nu toe viel dat reuze mee, dus voor Belgrado zal dat ook wel meevallen.


Bij mijn voorbereiding bleef het aantal highlights slechts op twee steken. Mmmeuh, das niet veel. Heeft de stad niet meer te bieden? Volgens het oordeel van vloggers op YouTube is Belgrado echter een bezienswaardige stad, dus er is vast genoeg te zien en te doen.
Ik heb een appartement in het centrum gehuurd en dat voor 27,5 euro per nacht. Spot goedkoop toch? De verhuurster geeft me allerlei tips voor bezienswaardigheden en spreekt bovendien perfect Engels. Dat valt dus reuze mee.
Mijn eerste indruk van Belgrado is niet echt super enthousiast. Maar wat verwacht je, twintig jaar geleden was hier nog oorlog. Hierdoor zijn de Balkanlanden nog steeds volop bezig met de wederopbouw, die ondertussen ook nog met een recessie en armoede te maken kregen. Op veel plaatsen in de stad wordt gerenoveerd. Er is veel achterstallig onderhoud. Veel moet er nog opgeknapt worden. En dat kost gewoon veel tijd.
Een aantal dingen vallen me op in Belgrado, zoals. Er zijn haast geen fietsen. Helaas zijn er daardoor (te) veel auto´s. Er zijn veel broodjeszaakjes en bakkerijtjes waar ze heerlijk belegde broodjes en andere deegproducten verkopen. Er zijn veel geldwisselkantoortjes. Veel mensen op straat. Weinig allochtonen (lees moslims en afrikanen).
Het toerisme in Belgrado groeit nog steeds en de Servische overheid spant zich in het toerisme in haar land verder te promoten. Toeristen zijn in Belgrado meer dan welkom, ondanks dat de NATO in de oorlog tegenover Servië stond. Aan het hek van het parlementsgebouw hangen echter nog steeds tientallen meters lange spandoeken, waar de Servische afkeer tegen Albanese terroristen en de NATO wordt getoond.
De inwoners van Belgrado zijn blijkbaar vol positivisme en doen er alles aan om een ‘hippe’ stad te worden. Dat blijkt onder andere uit de vele restaurants en cafés in het centrum. De straten zijn druk. Overal proberen straatmuziekkanten een centje bij te verdienen. Er zijn veel kramen met souvenirs en streetfood. De standhouders maken lange dagen om een beetje geld te verdienen.
Belgrado heeft de reputatie van een bruisend nachtleven, met veel clubs die open zijn van zonsondergang tot zonsopgang. Volgens Lonely Planet heeft Belgrado zelfs het beste nachtleven ter wereld, vóór dat van Canada’s tweede stad Montreal en de Argentijnse hoofdstad Buenos Aires. De kenmerkendste nachtgelegenheden van Belgrado zijn de drijvende cafés en discotheken (splavovi), die langs de oevers van de Sava en de Donau liggen. Andere populaire fenomenen zijn de typische ondergrondse cafés en de straat Strahinjića bana in de wijk Dorćol. Het nachtleven in Belgrado schijnt erg veilig te zijn.
Is Belgrado echt te moeite waard? Jayn, is het antwoord. De minpunten: Belgrado heeft maar enkele echte bezienswaardigheden. De stad is niet bijzonder mooi en ook niet historisch. Zelden heb ik zo weinig foto’s gemaakt van een stad. Veel moet er nog opgeknapt worden. Er is (te) veel graffiti. De mensen zijn niet echt vriendelijk. De pluspunten: Het is goedkoop, vooral uiteten gaan en drank is niet duur. Er zijn veel musea. Het uitgaansleven is dynamisch. De stad is bruisend. Ondanks de minpunten heb ik me prima vermaakt. Ik vind het heerlijk om eindeloos door een vreemde stad te lopen en cultuur op te snuiven. In twee dagen heb je echter alles in Belgrado wel gezien, inclusief een aantal musea.

Automuseum

Het automuseum verdient van mij een 10 voor kneuterigheid. Prachtig. Het kleine museum is ondergebracht in een oude stoffige schuur en telt nog geen 50 auto’s. Buiten staan nog eens circa tien auto’s die niet binnen kunnen. Naast auto’s bestaat de collectie uit circa 5 motoren, tientallen parkeermeters, tankinstallaties, reclameborden, speelgoedauto’s en nog veel meer. Veel auto’s zitten onder een dikke laag stof. Maar de collectie is indrukwekkend. De oudste auto is een Franse Marot-Gardon uit 1897 en dat loopt op tot een Porsche Targa. Onder andere Mercedessen, enkele oude raceauto’s, BMW, Fiat, Opel, Jaguar en wat onbekendere merken maken het bezoeken van het museum de moeite waard.

Etnografisch museum

Dit museum over de cultuur van het Servische volk toont heel veel kostuums van de 18de en 19de eeuw. Op de verdieping wordt onder andere aandacht besteed aan historische gereedschappen en meubilair. Er zijn enkele authentieke kamers nagemaakt met een volledig huisraad. Interessant? Voor diegene die geïnteresseerd zijn in geschiedenis, zeker wel. Het museum geeft een goed beeld hoe de bevolking vroeger leefde.

Historische Museum

Het museum heeft eigenlijk een foute naam, want het gaat helemaal niet over de geschiedenis van Belgrado of Servië. Het gaat namelijk over de oorlog. In die zin zou Oorlogsmuseum een betere titel zijn geweest. De tour begint bij de 1ste Wereld Oorlog. De collectie bestaat voor een groot gedeelte uit foto’s. Daarnaast zijn er diverse wapens te zien. Al met al best wel een saai museum, zeker voor een buitenlander. Geen aanrader dus.

Kalemegdanfort

Het Kalemegdanfort is een van de highlights van Belgrado. Het ligt op een rotspunt precies in de oksel waar de Sava in de Donau gaat. Tweeduizend jaar geleden lagen hier Romeinse legerplaatsen. Op deze locatie is wellicht lang geleden Belgrado ontstaan. Van de fortificatie zijn alleen nog stadsmuren en bastions over, die eigenlijk niet zo interessant zijn. Het is het uitzicht over de Sava en de Donau die het hem doen. Op het uitgestrekte gebied, dat eigenlijk meer een stadspark is, kan je heerlijk wandelen. Er is van alles en nog wat te beleven op het terrein. Er is een dierentuin, een Militairmuseum, een museum voor martelwerktuigen, een Jurassic park met kunststof dinosaurussen op ware schaal, fonteinen, kunstbeelden, een kapel (Rozenkapel) etc. Vergeet niet een kijkje te nemen in de kapel, want het interieur is de moeite waard. Het meest bijzondere in de kerk zijn de kroonluchters die gemaakt zijn van kogelhulzen. Bizar toch? Het is een gebied waar zeker elke toerist naar toe gaat. Er zijn volop kraampjes met souvenirs, drank en ijs.

Markuskerk

De Markuskerk ligt precies tussen het prachtige parlementsgebouw (National Assembly of the Republic of Serbia) en het Tašmajdan park in. Het exterieur is opgetrokken met witte en rode lagen steen, zoals je dat ook vaak ziet in Griekenland. Het interieur is opvallend sober met witte muren en plafonds. Vier enorm dikke kolommen ondersteunen het dak van de bankloze kerk. De muur achter het altaar en enkele kapellen zijn bijzonder mooi gedecoreerd waardoor een bezoek aan de kerk toch zeker de moeite waard is.

St. Michaels kathedraal

Deze kathedraal is een van de mooiste kerken van Belgrado. Onopvallend van buiten, maar des te mooier van binnen. De kerk heeft geen banken (meer). Aan iedere vierkante millimeter in de kerk is aandacht besteed. Het plafond is beschilderd met taferelen uit de bijbel. De muur achter het altaar is voornamelijk versierd met schilderijen met zilveren decoraties.

Museum van moderne kunst

Dit museum bevindt zich aan de overzijde van de Sava rivier, daar waar zich de drijvende cafés bevinden. Daardoor is het nog een aardig stuk wandelen als je vanuit het centrum komt. Wandelend moet je helemaal over de lange brug over de rivier, maar je hebt ondertussen wel een prachtig uitzicht over de drijvende cafés, de Sava en het oude centrum.
Het museum toont moderne kunst van de laatste eeuw. De collectie bestaat uit foto’s, schilderijen en sculpturen. Een typisch vraagstuk is, is het wel kunst? Het is de vraag of je dit wel interessant vindt, zeker als je er zo ver voor moet lopen.

Nationaal Museum

Voor liefhebbers van kunst en archeologie is het Nationaal Museum het mooiste museum van Belgrado. Het is ondergebracht in een groot monumentaal pand aan het Republiekplein (Trg republike). Op de begane grond worden voorwerpen getoond van de eerste bewoners in de Balkan tot de middeleeuwen. Deze collectie bestaat voornamelijk uit kunstvoorwerpen, gebruiksvoorwerpen en sieraden. Op de 1ste en 2de verdieping zijn voornamelijk schilderijen te bewonderen van nationale schilders vanaf de middeleeuwen tot de 21ste eeuw. Daarnaast zijn er ook schilderijen te zien internationale grootheden zoals Rubens, Matisse, Picasso, van Gogh, Mondriaan, Gauguin, van Dongen etc. Echt een topmuseum.

Shoppen

Shoppen kan je prima in Belgrado. Er zijn overal erg veel winkels. In het centrum zijn veel autovrije winkelstraten. De grootste en langste en tevens ook meest toeristische winkelstraat is de Kneza Mihaila. Het is een van de oudste delen van Belgrado met karakteristieke gebouwen en herenhuizen uit de twintigste eeuw. Aan deze straat bevindt zich het winkelcentrum Rajiceva. Het is een modern winkelcentrum dat qua architectuur behoorlijk afsteekt met het centrum. Het telt vijf verdiepingen met hoofdzakelijk kledingwinkels. Op de bovenste verdiepingen zijn diverse restaurants.

Skadarlija

Skadarlija is een van de leukste wijken van Belgrado. De straten zijn gemaakt met kiezelstenen en kinderkopjes. De wijk dankt zijn naam aan de Albanese stad Shkodër waar het naar genoemd is. Het is zeer populair onder toeristen vanwege de vele restaurants waar je nog authentiek Servisch eten kan nuttigen.

St. Sava tempel en crypte

Deze Byzantijnse kerk is de grootste orthodoxe kerk van het zuidoost Europa. De bouw begon al in 1936, maar door onderbrekingen is men nog steeds met de bouw bezig. Daardoor is de kerk nog steeds niet in gebruik en ook niet te bezichtigen. Het exterieur is vrij strak maar wel geheel opgetrokken uit wit marmer. De kerk heeft diverse koepels die bekroond worden met gouden kruizen. De crypte onder de kerk is af en is wel open voor publiek. Serviërs zijn een gelovig volk. Bij het binnentreden van een kerk of crypte knielen ze en kussen vervolgens drie keer op voeten van het Christusbeeld, op alle fotolijsten en dergelijke. Gelukkig worden de glazen platen van de fotolijsten regelmatig schoongemaakt. Aan de crypte is bijzonder veel aandacht geschonken. De marmeren wanden zijn versierd met afbeeldingen van apostelen en Servische heiligen waarbij veel goud(kleur) is gebruikt. Ooit moet de kerk een van de hoogtepunten van Belgrado worden. Er is nog niet bekend gemaakt wanneer dat is. De kerk ligt op drie kilometer ten zuiden van het centrum en dat is best een eind lopen, zeker omdat je voor de crypte maar 15 minuten nodig hebt.
Naast de grote kerk ligt nog een andere Byzantijnse kapel, die wel te bezichtigen is. Het interieur is fantastisch mooi met plafondschilderingen met Bijbelse afbeeldingen.

Tesla Museum

Nikola Tesla was een Kroatische uitvinder, onderzoeker en elektrotechnisch- en werktuigkundige engineer die leefde van 1856 tot 1943. Het heeft een groot aantal elektrische uitvindingen gedaan waaronder een motor, generator en elektromagnetische golven. Zonder zijn uitvindingen zou de wereld niet zijn geweest zoals het nu is. In het kleine museum worden groepen door een gids rondgeleid langs allerlei uitvindingen van Tesla. De rondleiding begint met een film. Daarna laat de gids de werking van enkele apparaten zien. Er worden proefjes gedaan met bliksem. Bezoekers mogen TL-buizen vasthouden die vervolgens gaan branden. Het wordt helaas een beetje op een kinderlijke manier gebracht en na 45 minuten sta je alweer buiten. Het museum wordt sterk aangeprezen, maar naar mijn mening wordt het museum sterk overschat.
Het laat zich raden waar het automerk Tesla haar naam vandaan heeft gehaald. Toch weer wat geleerd.

De belangrijkste Musea in Belgrado:

Art museums:
National Museum, Trg republike 1a, www.narodnimuzej.rs
Museum of Applied Arts, Vuka Karadžića 18, www.mpu.org.rs
Museum of Modern Art, Ušće bb, www.msub.org.rs
Zepter Museum, Knez Mihailova 42, www.zeptermuseum.rs

Cultural and historical museums:
Museum of Ethnography, Studentski trg 13, www.etnografskimuzej.rs
Historical Museum of Serbia, Nemanjina 24/7, www.imus.org.rs
Jewish Historical Museum, Kralja Petra I 71/1, www.jimbeograd.org
Historical Museum of Yugoslavia, Botićeva 6, www.mij.rs
Konak Kneginje Ljubice, Kneza Sime Markovića 8
Konak kneza Miloša, Rakovički put bb
Museum of the “Banjica” Concentration Camp, Gen. Pavla Jurišića Šturma 33
Museum of Belgrade Fortress, Gornji grad, www.beogradskatvrdjava.co.rs
Museum of the City of Belgrade, Zmaj Jovina 1, www.mgb.org.rs
Museum of Yugoslav Cinotheque, Kosovska 11, www.kinoteka.org.yu
Mladenovac Home Museum, Mladenovac, Vlajićeva 68
Museum of Theatrical Art, Gospodar Jevremova 19, www.theatremuseum.org.yu
Museum of Serbian Orthodox Church, www.spc.rs
Museum of Pedagogy, Uzun-Mirkova 14, www.pedagoskimuzej.org.rs
Military Museum, Kalemegdan bb, www.muzej.mod.gov.rs
Museum of Vuk and Dositej, Gospodar Jevremova 21
Zemun Home Museum, Glavna 9

Memorial museums and commemorative collections:
Legacy of Milica Zorić and Rodoljub Čolaković, Rodoljuba Čolakovića 2
Legacy of Paja Jovanović and Collection of Petar Popović, Kralja Milana 21/IV
Manak’s House, Gavrila Principa 5
Memorial Gallery of Petar Dobrović, Kralja Petra I 36/IV
Memorial Museum of Jovan Cvijić, Jelene Ćetković 5
Memorial Museum of Nadežda and Rastko Petrović, Ljube Stojanovića 25
Museum of African Art, Andre Nikolića 14, www.museumofafricanart.org
Museum of Physical Education, Blagoja Parovića 156
Museum of FC “Crvena Zvezda”, Ljutice Bogdana 1a
Museum of Toma Rosandić, Ljube Jovanovića 3
Memorial Museum of Ivo Andrić, Andrićev venac 8/I, www.ivoandric.org.rs

Technical and natural-history museums:
Museum of Automobiles, Majke Jevrosime 30
Museum of Science and Technology, Skender-begova 51, www.muzejnt.rs
Nikola Tesla Museum, Krunska 51, www.tesla-museum.org
Museum of Aviation, Aerodrom “Nikola Tesla”, Surčin
Museum of Natural History, Njegoševa 51, www.prirodnjackimuzej.org
PTT Museum, Palmotićeva 2
Railway Museum, Nemanjina 6, www.zeleznicesrbije.com

Mijn persoonlijke top 10 van Belgrado:

1. St. Sava tempel – crypte
2. National Museum
3. Kalemegdanfort
4. Automuseum
5. Skadarlija
6. St. Michaels Kathedraal
7. Markuskerk
8. Etnografisch museum
9. Kneza Mihaila, winkelstraat
10. Tesla Museum

Belgrado op Internet:

Belgrado .

Culture trip .

Get your guide .

Lonely Planet .

Serbia .

Tripadvisor .

Visit a city .

Wikipedia .

Advertenties
Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Zutphen 2019

Wat mogen we toch van geluk spreken dat Nederland zoveel mooie historische steden telt. Zutphen is er daar zeker een van. De geschiedenis van Zutphen bestrijkt meer dan 1700 jaar. In die tijd is Zutphen uitgegroeid van een Germaanse nederzetting via een belangrijk machtscentrum rond 1000 en een succesvolle handelsstad rond 1300 tot een middelgrote stad anno nu. Het is daarmee een van de oudtse steden van Nederland. De stad neemt met bijna 400 rijksmonumenten en ruim 500 gemeentelijke monumenten de eerste plaats in onder de Gelderse monumentensteden. In Nederland heeft Zutphen een van de belangrijkste historische stadskernen (beschermd stadsgezicht) met een bijzonder groot aantal middeleeuwse, vooral 14e-eeuwse, huizen.


Zutphen is een stad met veel sfeer. Als je de auto’s, moderne lantaarnpalen en reclameborden wegdenkt, word je eeuwen teruggeworpen in de tijd. Het is eigenlijk meer een stadje dan een stad en dat merk je vooral aan de compactheid. Na sluitingstijd van de winkels keert de rust terug in de stad. Zelfs op de centrale pleinen Groenmarkt en Houtmarkt, waar zich de meeste horeca bevindt, wordt het ’s avonds redelijk rustig, maar dat geldt uiteraard niet op warme zomeravonden als de terrasjes vollopen.
Waarvoor ga je naar Zutphen? Vanwege de compactheid is dat vrij eenvoudig; winkelen, een wandeling door de stad, bezoek aan het Stedelijk museum en uiteraard ergens lekker eten en drinken. In die zin heb je Zutphen zo gezien. Gelukkig zijn er nog leuke uitstapjes in de directe omgeving van Zutphen, die makkelijk te combineren zijn. Als je van kunst houdt, kun je in 15 minuten met de bus naar Gorssel waar het More Museum is. Dit museum heeft een indrukwekkende collectie kunst uit de 20ste eeuw van bekende Nedelandse kunstenaars zoals Carrel Willink en Charley  Toorop. De tweede verdieping is geheel ingericht met schilderijen van de vier beroemde schilderbroers  Barraud. Daarnaast is er nog een tijdelijke tentoonstelling van schilderijen die op TV aangelicht zijn in het programma “Het geheim van de meester”. Hier hangen alle reproducties, die door schilderes en restaurateur Charlotte Caspers nagemaakt zijn en niet van origineel te onderscheiden zijn.


Er is nog een tweede More museum in de nabijheid van Zutphen namelijk in Ruurlo. Dit museum is ondergebracht in het prachtige kasteel van Ruurlo. Het kasteel dateert uit de 14de eeuw en bleef vijf eeuwen in het bezit van de adelijke familie van Heeckeren. Rond het kasteel is een eveneens prachtig park met slingerende paden, waterpartijen en heuvels waar je heerlijk kunt wandelen. Het museu heeft met 50 schilderijen en ruim 100 werken op papier de grootste collectie van Carel Willink. De schilder die van 1900 tot 1983 leefde behoort tot bekendste Nederlandse schilders uit de 20st eeuw.
Zutphen  is een vestingplaats en dat is nog altijd te zien aan de diverse oude stadsmuurruïnes die verspreid door de stad staan, maar het meeste van de stadsmuur is verloren gegaan. Zutphen heeft een aantal zeer bijzondere en mooie monumentale gebouwen. Een daarvan is de Drogentoren uit 1444, toen nog gelegen aan de Berkel. Hier legden koggeschepen aan die onder andere zout aanvoerden. Voorheen heette de poort dan ook Saltpoort. De bijnaam Dronenap komt van de bewoner en stadsmuzikant Thönis van Grol die altijd een gevulde ‘nap’ jenever bij zich had. Nu wordt er lokaal bier geschonken in de cafés onder de naam Droge Nap.


Op de markt staat de indrukwekkende wijnhuistoren uit 1616. Het gebouw deed zoals de naam al aangeeft als stadswijnhuis dienst.
De Walbrugiskerk is waarschijnlijk in 1100 gebouwd. Enkele delen daarvan zijn nog bewaard gebleven. In de eeuwen daarna volgden diverse uitbreidingen. Het interieur van de kerk heeft prachtige geschilderde plafondgewelven en muurschilderingeen. In de kerk is de toegang tot de wereldberoemde 16de eeuwse kettingbibliotheek De Librije met de eerste Nederlandse Statenbijbel. Nergens ter wereld bestaat zo’n onaangtaste kettingbibliotheek. Het behoort tot de belangrijkste cultuurhistorische monumenten in Nederland.
Een andere bijzondere kerk is de Broederenkerk. Dit is een 14de eeuwse kloosterkerk. Het gebouw heeft allang geen kerkfunctie meer. Sinds 1983 doet het dient als bibliotheek. Een kijkje in de voormalige kerk is zeer de moeite waard, want  het heeft nog altijd mooie plafondgewelfschilderingen. Daarnaast is het toch wel bijzonder om te zien dat de kerk een fantastische herbestemming heeft gekregen en gelukkig voor sloop bespaard is gebleven.


Het Geelvinck Muziek Museum aan de zaadmarkt toont onder meer een deel van de Sweelinck Collectie, de omvangrijkste collectie historische piano’s van Nederland. Daarnaast zijn er nog tal van andere stukken. Een speciaal deel van de tentoonstelling is gewijd aan Ludwig van Beethoven, waar ingegaan wordt op de theorie dat hij in Zutphen geboren zou kunnen zijn. Deze theorie leunt op Beethoven’s eigen uitlatingen, dat hij in 1772 en niet in 1770 werd geboren. In 1772 waren zijn ouders met een muziekgezelschap in de Zutphen en Ludwig zou toen in het Franse Logement geboren zijn. Het doopcertificaat in Bonn uit 1770 zou afkomstig zijn van zijn vroeg overleden broer die eveneens  Ludwig heette. Uiteraard zijn ze in Bonn een andere mening toebedeeld en menen ze dat daar zijn geboortehuis bevindt.
Museum Boer Kip is een stadsboerderij aan de Oude Touwbaan 24-26 in de Hoven, de tuinders wijk van Zutphen. Daar woonde boer-kunstschilder Herman Kip tot aan zijn dood in 2006. Hij verzorgde zijn schapen en bracht hij zijn vrije tijd door met schilderen. Van modernisering wilde hij niets weten: alles in en om de boerderij bleef in originele staat, zoals zijn ouders daar in de 19e eeuw leefden, met bedsteden, open haarden en balkzolder, maar zonder toilet en waterleiding. Niet alleen de boerderij is bijzonder, ook zijn schilderwerk is ongekend. Door de werkzaamheden op de boerderij was er aanvankelijk weinig mogelijkheid om zijn kunstzinnige kant te ontplooien. Na de dood van zijn vader legde hij zich echter toe op het schilderen, de laatste 25 jaar van zijn leven. Hij leidde toen een teruggetrokken bestaan onder primitieve omstandigheden. Als autodidact beschilderde hij vrijwel alle voorwerpen die zich in de boerderij bevonden zoals kasten, melkbussen, borden, klompen, enzovoort, maar hij maakte ook schilderijen van bijvoorbeeld stadsgezichten (Zutphen, Jeruzalem), Bijbelse taferelen en portretten. Hij heeft tijdens zijn leven nooit iets van zijn werk verkocht. De schilderstijl van Herman Kip kan als naïeve schilderkunst beschouwd worden. Soms doen zijn kleurrijke schilderijen en decoraties kinderlijk eenvoudig aan. Het museum is echter maar beperkt open tijdens de zomermaanden en dan alleen op zaterdag en zondag.
Het Museum Henriette Polak / het Stedelijk Museum aan de Gravenhof 4 is onder gebracht in het rijksmonument Hof van Heeckeren. Dit stadspaleis is gelegen aan het ’s-Gravenhof in het historische hart van Zutphen. De collectie van het Stedelijk Museum bestaat uit schilderijen en prenten, kerkelijke kunst, archeologische en historische voorwerpen, kunstnijverheid, textiel en speelgoed. Bijzonder in de collectie is het Zutphens zilver. Het museum organiseert regelmatig tentoonstellingen uit het oeuvre van de Zutphense illustrator Jo Spier.
In het gedeelte van het Henriette Polak Museum is een collectie modern-klassieke kunstwerken ondergebracht. Het betreft Nederlandse figuratieve kunst uit de twintigste eeuw.


In de Museumhaven zijn circa 18 bedrijfsschepen van vóór 1850 te bewonderen. De haven bevindt zich in de Houthaven ten noorden van het centrum. Regelmatig organiseert de Museumhaven Zutphen open dagen, waarbij scheepstechnieken worden gedemonstreerd, men een kijkje aan boord mag komen nemen en er sterke verhalen worden verteld.
In Zutphen is het goed vertoeven. Gezellig, mooi en historisch zijn de kernpunten, maar met nog geen 40.000 inwoners merk je snel dat het maar klein stadje is waar je relatief snel uitgekeken bent. En toch, en toch, ga gewoon eens naar Zutphen en geniet van het stadje, al is het maar even.

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Marseille 2019

In mijn onstopbare drang in het ontdekken van de wereld ga ik steeds op zoek naar nieuwe steden en streken. Dit keer is het Marseille. Marseille is niet zomaar een stad. Het is de tweede grootste stad van Frankrijk met ca. 860.000 inwoners en het heeft de grootste haven van Frankrijk. De stad wordt misschien te makkelijk als oninteressante havenstad bestempeld, maar dat is onterecht, want het centrum is historisch en bezienswaardig. Desondanks is het nog niet echt populair bij citytrippers. Opvallend detail trouwens, dat het grote en machtige Frankrijk maar één miljoenenstad heeft. In Marseille is toerisme nog in opkomst. Dat merk je onder andere aan de hotelprijzen, die zijn namelijk nog betrekkelijk laag evenals vliegtickets. De stad is echter goed bereikbaar per vliegtuig en TGV vanuit Parijs. Nederlandstalige reisgidsen zijn er niet over de stad, maar met dit reisverslag en onderstaande internetlinks moet het wel lukken om een beeld te vormen over de stad.
Marseille is een multiculturele stad die met name overspoeld is door Afrikanen. En daar zit nu net het probleem. ‘Gelukzoekers’ uit Afrika hebben de laatste eeuw er voor gezorgd dat de levensstandaard in Marseille op een laag niveau ligt. Enerzijds is dat wel logisch want een havenstad heeft nou eenmaal veel laagbetaalde arbeiders nodig. Al deze immigranten brachten hun eigen cultuur mee. De Franse keuken werd veelal verdrongen door fastfoodrestaurants zoals shoarmatenten, doner kebab en pizzatenten. Criminaliteit nam toe. Alcoholgebruik nam toe. De keren dat ik iemand met een blik bier op straat zag lopen was erg groot. De verloedering trad toe en dat blijkt met name uit de vele graffiti op straat. In die zin is Marseille gewoon een vieze stad, maar voor wie oog heeft voor architectonische architectuur is Marseille een prachtige stad met veel mooie ‘parels’. Het zal nog jaren duren voordat Marseille de boel opgeknapt heeft en de graffiti verwijderd heeft. Het is de vraag of het de gemeente lukt er een aantrekkelijke stad van te maken, waardoor toerisme toeneemt.


Hoe mooi en bezienswaardig is Marseille dan eigenlijk? Marseille is een drukke stad met veel winkeltjes, pleintjes, terrasjes en cafés. Gezellig dus. Vooral als je een passieve terrasjeszitter bent houd je het lang vol in Marseille. Het heeft relatief weinig mooie musea. Marseille heeft circa vijf mooie kerken, die zeer de moeite waard zijn voor een bezoek vanwege hun schoonheid. Bezienswaardige parken zijn er slechts enkele. De authentieke stadsdelen zoals ‘Le Panier’ moet je zeker bezoeken. Gebouwen met historische architectuur zijn zeker in grote mate aanwezig al liggen die wel verspreid door de stad. Het meest bijzondere is toch wel Vieux-Port. De haven is vooral groot, gezellig, druk, welvarend, lux en uitnodigend. Maar Marseille heeft ook een andere kant en dat is wat misschien een nog grotere stempel op de stad drukt. Op veel plaatsen zie je graffiti. Veel trottoirs zijn lelijk geasfalteerd met opgelapte stukken, maar dat zie je eigenlijk wel in heel Frankrijk. De straten worden echter wel zeer schoon gehouden. Het is een echte arbeidersstad met weinig chique uitstraling. Als ik aan Marseille denk schieten de volgende woorden te binnen: jachthaven, zonovergoten, terrasjes, historisch, gezellig, maar ook shoarma cultuur, vies, schoon, druk en trainingspakkencultuur. In sommige opzichten is het net een Noord-Afrikaanse stad. Mijn ervaring over de stad is slechts gebaseerd op een eenmalig lang weekend in maart. In de zomermaanden zullen er zeker veel meer toeristen zijn.
Veel plezier in Marseille.

Een overzicht van de bezienswaardigheden die ik bezocht tijdens mijn verblijf.

Abbaye de Saint-Victor

Deze abdij bevindt zich ten zuiden van de haven. Het oudste gedeelte van de abdij in Romaanse stijl dateert uit de 5de eeuw. Het is een vrij massieve kerk met kleine raampjes. De bouwstijl is vooral heel basic en eenvoudig, zonder versieringen en daardoor heel anders dan de gemiddelde kerk. Je wordt letterlijk 15 eeuwen teruggeworpen in de tijd en dat is een zeer unieke ervaring.
In de kelders onder de kerk bevindt zich een crypte waar je eeuwoude sarcofagen kunt bewonderen. Ook hiervoor geldt, dat het zeer uniek is vanwege zijn leeftijd.

Basilique le Sacré-Coeur

Aan de Avenue du Prado ligt de vrij nieuwe basiliek die werd gebouwd tussen 1920 en 1947. Deze straat behoort tot één van de mooiste lanen van de stad. Het gebouw heeft net als diverse andere kerken in Marseille een Romeins-Byzantijnse bouwstijl.

Cathedrale de la Major

De volledige benaming van deze kathedraal is ‘Cathedrale Sainte-Marie-Majeure de Marseille’. In de omgeving van deze kerk zijn restanten te zien van andere kerken. Een nieuwe kerk werd tussen 1852 en 1896 op dezelfde plek gebouwd in Romaans-Byzantijns neostijl. Het is een kolossale kerk met een prachtig interieur en mooie bouwstijl zowel binnen als buiten. Hoogtepunten zijn de achthoekige koepel, het altaar in de Serenuskapel en de Lazaruskapel. De lengte telt een indrukwekkende 140 meter.

Cours Julien

De Cours Julien is een pittoresk pleintje dat het middelpunt vormt van het trendy Marseille. In het bruisende hart zijn veel gezellige cafés en restaurantjes. Het is vooral waar de jongere en multiculturele samenleving zich begeven. Verwacht hier geen cheque restaurants, het zijn de fastfood tentjes die hier overheersen. Veel (straat)muzikanten zorgen voor een levendige boel. Er wordt gedanst, gelachen, gegeten en vooral gedronken. Voor wie zich stoort aan graffiti kan hier maar beter niet komen. Graffiteurs hebben zowat elk stukje muur ondergespoten, zelfs bomen zijn niet ontzien. De hoeveelheid graffiti verraadt het ongenoegen van de jongeren, die overal tegen zijn en dat blijkt met name op het Cours Julien plein. In sommige reisgidsen wordt gesproken over kunstenaars, maar geloof me, het heeft niets met kunst te maken.

Eglise des Réformes

De Eglise des Réfromes is een grote indrukwekkende neogotische kerk ten oosten van het centrum. De kerk werd reeds opgericht in 1852, maar vanwege geldgebrek pas in 1888 ingewijd. Twee spitsen van 69 meter hoog bekronen de kerk. Het behoort tot de mooiere kerken van Marseille met onder andere een groot roosvenster in de voorgevel van de kerk.

Fort Saint-Jean en Fort Saint-Nicolas

De ingang van de haven van Marseille wordt bewaakt door twee forten. Deze werden rond 1660 in opdracht van koning Louis XIV gebouwd om de belangrijke haven te beschermen tegen indringers. In 1948 is de haven grotendeels vernieuwd nadat het in de tweede wereldoorlog werd vernietigd. De hoge vierkante Roy René toren werd in de 15de eeuw toegevoegd. Het is een erg groot complex met veel gangetjes, gebouwen en trappen, waar je al snel de indruk krijgt te verdwalen. In de gebouwen zijn diverse musea en tentoonstellingen ondergebracht.

Het Fort Saint-Nicolas aan de zuidzijde van de haven dateert uit 15de eeuw. De bedoeling van dit fort was niet om de stad te beschermen tegen invallen van buitenaf, maar om de opstanden van de Marsilianen onder controle te houden. De kanonnen stonden dan ook op de stad gericht! Dit fort is niet open voor publiek.

Musée Cantini

Dit kleine museum is ondergebracht in een 17de eeuws woonhuis. De collectie bevat uitsluitend schilderkunst van Franse impressionisten en surrealisten. De tentoonstellingen zijn vaak tijdelijk.

Musée des Civilisations de l’Europe et de la Méditerranée

Dit is het belangrijkste en grootste museum van Marseille. Het bevat wisselende tentoonstellingen met verschillende voorwerpen over kunst, cultuur en archeologie. Het museum bevindt zich tussen Fort Saint-Jean en de Cathedrale de la Major. Via een grote loopbrug is het museum verbonden met het fort. Naast de collectie die heel bijzonder is, heeft het gebouw zelf ook een uniek staaltje architectuur. Middels loopbruggen aan de buitenzijde kun je naar de andere verdiepingen wandelen. Daarom heen bevindt zich een tweede gevel bestaande uit een super, moderne, stalen, transparante, constructie. Het museum is een absolute must do voor de toerist.

Musée des Docks Romains

Dit is een klein museum ten noorden van Vieux-Port waar Romeinse opgravingen zijn gedaan. Te bewonderen zijn gebruiksvoorwerpen uit de Romeinse tijd. De overblijfselen van de commerciële magazijnen dateren uit de 1ste en 3de eeuw. Centraal staan grote halve terracottapotten in de grond. De objecten illustreren de belangrijke rol die Marseille speelde in de mediterrane maritieme handel in de Romeinse tijd.
In veel Franse musea ontbreken helaas tekstbordjes in het Engels. Wanneer beseffen die eigenwijze Fransen nou eindelijk eens dat tekstbordjes in het Engels bijdragen aan niet Franstalig toerisme? Waarvan akte….

Musée Regards de Provence

Is een klein museum naast de Cathedrale de la Major. Ook dit museum heeft wisselende tentoonstellingen van moderne kunstenaars.

Notre Dame de la Garde

Deze indrukwekkende basiliek in het zuiden van Marseille bevindt zich op het hoogste punt van de stad. Het idee hierachter is dat kerken bij voorkeur op een heuvel worden gebouwd, omdat de kerk dan dichter bij God en de hemel staat. Ten opzichte van de haven is het 160 meter klimmen om de kerk te bereiken. Met de auto kan natuurlijk ook. Vanwege de hoogteligging kun je er tevens genieten van een prachtig panorama over de stad Marseille.
De bouw van de kerk duurde van 1853 tot 1870. De kerk heeft een neo-Byzantijnse stijl, die symbool stond voor de vereniging tussen west en oost. Het is een prachtige kerk met veel marmer, mozaïeken en rijk gedecoreerde plafondgewelven.
Voor de inwoners van Marseille wordt deze basiliek gezien als de beschermster van de stad. De zestig meter hoge klokkentoren wordt bekroond met een 9,7 meter hoog verguld beeld van de Heilige Maria met kindje Jezus. Zij prijkt hoog boven de stad uit en heeft daarmee een zeer dominante positie verkregen. Het is dan ook niet gek dat de Notre Dame de la Garde de meest bezochte bezienswaardigheid van de stad Marseille is.
Bij de kerk is een museum ‘Musée de Basilique Notre-Dame de la Garde’ over kerkelijke voorwerpen, maar dat is vrij klein en niet echt interessant.

Le Panier

Ten oosten van de Cathedrale de la Major bevindt zich de wijk ‘Le Panier’. Het is de meest authentieke wijk van Marseille. De wijk is gebouwd toen er nog geen auto’s waren. De straten zijn zo smal dat het eigenlijk meer stegen zijn. De sfeervolle straatjes zijn veelal door de bewoners aangekleed met planten in terracottapotten, die langs de gevels staan. Op het centraal gelegen ‘Place des Moulins’ stonden vroeger verschillende windmolens. Nu is het gezellig ingericht met terrasjes.
Naast het plein bevindt zich het Vielle Charité waar wetenschappelijke en culturele activiteiten plaatsvinden maar ook het Egyptologische- en Archeologisch Museum is er ondergebracht.

Palais Du Pharo

Het paleis werd gebouwd tussen 1858 en 1870 in opdracht van Napoleon II. Nu zijn er diverse stadsdiensten gehuisvest, zodat het niet toegankelijk is voor publiek, maar dat neemt niet weg, dat je het links moet laten liggen. Het park is namelijk wel open voor publiek en vanuit hier heb je een schitterend uitzicht over de Middellandse Zee, Fort Saint-Jean en Vieux-Port.

Palais Longchamp

Palais Longchamp werd gebouwd naar aanleiding van een kanaal dat werd gegraven en Marseille van water voorzag. Dit indrukkende paleis in barokstijl werd tussen 1862 en 1869 gebouwd. Aan de voorzijde bevindt zich een grote waterval met vorstelijke uitstraling waar het water over meerdere terrassen naar een fontein stroomt. De waterval begint bij een indrukwekkende beeldengroep bij de zuilengang. De erg grote beeldengroep bestaat uit een half ontklede dame (waarvan ik niet weet wie ze voorstelt), die aan weerszijde wordt bijgestaan door twee eveneens ontblote dames, engelen en aan haar voeten vier stieren in een fontein. Het gebouw is zo enorm indrukwekkend en vergelijkbaar met bekende monumenten in Rome en Parijs. Het toont aan dat Marseille een eeuw geleden welvarend was en niet zo verpauperd als nu.
In de linkervleugel van het paleis is het Museum voor schone kunsten (Musée des Beaux Arts) met onder meer 2000 werken van de Franse School en in de rechtervleugel het Musée d’Histoire Naturelle veel paleontologische en mineraal voorwerpen. Achter het paleis bevindt zich een mooi park ‘Jardin du Plateau’ met nog meer beelden.
Het paleis ligt op circa twee kilometer ten oosten van het centrum in de wijk Quartier des Cinq-Avenue waardoor veel toeristen het prachtige paleis zullen overslaan, en das best jammer, want het is zeer bezienswaardig.

Vieux-Port

Deze oude haven is reeds 26 eeuwen het kloppende hart van Marseille. Met misschien wel meer dan duizend jachten in de haven zou je niet zeggen dat Marseille een arbeidersstad is. De stad heeft nou eenmaal veel gezichten en deze haven is wel de mooiste en chicste van de stad. Zelden heb ik zo’n grote jachthaven gezien. Met name in het oosten aan de kop van de haven vind je veel terrasjes op het plein. Het wemelt er van de mensen. Straatartiesten proberen een centje te verdienen. Muzikanten, dansers en acrobaten zorgen voor het vermaak van de honderden mensen. Maar het is niet alleen luxe, gezelligheid en vertier wat hier heerst. Een drukke verkeersader wurmt zich langs de haven. Het lijkt wel of al het verkeer door de stad moet. Het is bijzonder slecht geregeld, maar ach, als je hier op het terras van een biertje geniet, stoort het eigenlijk niet zoveel.
De kade van Vieux-Port werd aangelegd door Lodewijk XIV. Tijdens WOII werd Marseille echter flink gebombardeerd door de Duitsers en in 1943 gaf Hitler opdracht in de buurt van de haven meer dan 2000 huizen op te blazen. Daardoor vind je aan de haven nog betrekkelijk weinig historische gebouwen. De huidige bebouwing is in het algemeen strak en recht, maar toch niet onaangenaam. Gelukkig zijn er nog tal van oude gebouwen bewaard gebleven zoals de ‘Augustinians Eglise Saint-Ferréol les Augustins’ kerk en het schitterende stadhuis uit de 17de eeuw.
In de ochtend is er een levendige vismarkt bij het oostelijk plein aan de haven. De kraampjes worden gevuld met verse vis. Rond de markt liggen uitstekende visrestaurantjes waar je de Bouillabaisse, de heerlijke vissoep van Marseille kunt eten.
Op dit plein staat een grote overkapping met een vlak spiegeldak. Als je hier onderdoor loopt zie je de mensen op de kop lopen, hetgeen een eigenaardig en vertekend beeld geeft. Er wordt heel wat gefotografeerd.

De belangrijkste musea in Marseille:

Fort Saint-Jean, Promenade Louis Brauquier

Frac Paca, 20 Boulevard de Dunkerque

Le Musée de la Moto, 18 Traverse Saint-Paul

Memorial De La Marseillaise, 23 Rue Thubaneau

Musée Cantini, 19 Rue Grignan

Musée d’art contemporain de Marseille, 69 Avenue d’Haifa

Musée de Basilique Notre-Dame de la Garde, in de Notre Dame

Musée d’histoire de Marseille, 2 Rue Henri Barbusse

Musee d’Histoire Naturelle, Rue Espérandieu (Palais Longchamp)

Musée de la Boule Bleue, 4 Place des 13 Cantons

Musee de la Marine et de l’Economie, 9 La Canebière

Musée des arts africains, océaniens et amérindiens, Rue de la Charité

Musée des Arts décoratifs et de la Mode, 132 Avenue Clot Bey

Musée des Beaux-arts de Marseille, 7 Rue Edouard Stephan (Palais Longchamp)

Musée des Civilisations de l’Europe et de la Méditerranée, 7 Promenade Robert Laffont

Musée des Docks Romains, 28 Place Vivaux

Musée du Savon de Marseille, 25 Quai de Rive Neuve

Musée du Vieux Marseille, Maison Diamantée, 2 Rue de la Prison

Musée du Terroir Marseillais, 5 Place des Héros

Musée Grobet-Labadié, 140 Boulevard Longchamp

Musée Regards de Provence, Avenue Vaudoyer

Museum of Mediterranean Archaeology (Musee d’Archeologie Mediterraneenne), 2 Rue de la Charité

Observatoire de Marseille, 38 Rue Frédéric Joliot Curie

Villa Méditerrannée, Promenade Robert Laffont

Mijn persoonlijke top 10 van Marseille:

1. Vieux-port
2. Paleis Longchamps
3. Paleis du Pharo
4. Musée des Civilisations de l’Europe et de la Méditerranée,
5. Notre Dame de la Garde
6. Le Panier
7. Cathedrale de la Major
8. Fort Saint-Jean
9. Abbaye de Saint-Victor
10. Cours Julien

Marseille op Internet:

Culture trip .

Lonely Planet .

Marseille .

Stedennet .

Top 10 bezienswaardigheden .

Tripadvisor .

Visit a city .

Visit Marseille .

Wikipedia .

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Zwolle 2019

Zwolle is…..? Geweldig. Zo, de toon is gezet. Persoonlijk was ik er nog nooit geweest. Het was net allemaal te ver en ik werd niet echt door de media getriggerd er naar toe te gaan. De stad doet naar mijn mening weinig aan promotie. Eenmaal in Zwolle wordt dat gevoel bevestigd. De Hanzestad is nog gewoon lekker zichzelf. Het puilt niet uit van de toeristen. Misschien zijn de mensen op straat wel gewoon Zwollenaren of in ieder geval mensen uit de nabije omgeving. Bijvoorbeeld in Leeuwarden en Groningen zie je aanzienlijk meer dagjesmensen/toeristen op straat. Misschien is Zwolle wel een onontdekte parel in het oosten van Nederland en willen de inwoners dat ook zo houden. Psst… niet verder vertellen, we wonen in een fantastische mooie stad! Of is het Hollandse nuchterheid en beseffen de Zwollenaren niet dat hun stad veel potentie heeft?


Zwolle is een vestingstad. Het historische gedeelte ligt geheel binnen de grachten in het centrum. Met ongeveer 126.000 inwoners is het een redelijk grote stad en valt het net binnen de twintig grootste steden van Nederland. Het oude centrum is echter maar betrekkelijk klein, waar je alles te voet doet.
In de Hanzestad zijn veel oude en monumentale bouwwerken bewaard gebleven. Er is een actieve historische vereniging die zich inzet voor behoud en reconstructie van oude gebouwen en stadsgezichten. Hierdoor heeft Zwolle een goed geconserveerde oude stadskern. De binnenstad is een beschermd stadsgezicht.
Zoals zoveel plaatsen heeft ook Zwolle een scheld- of bijnaam voor haar inwoners, die in de loop der eeuwen is uitgegroeid tot een geuzennaam. Voor Zwolle is dat ‘Blauwvingers’. Voor wie interesse heeft in het verhaal achter deze scheldnaam kan onder andere terecht bij Wikipedia. Ieder jaar worden er zogenaamde Blauwvingerdagen georganiseerd. Op deze dagen is er markt en zijn er allerlei activiteiten.
Je zou het misschien niet verwachten, maar in Zwolle vieren ze ook carnaval. In carnavalstijd wordt Zwolle omgedoopt tot Sassendonk. Een traditie daarbij is het drinken van een ‘Blauw Handje’. De naam verwijst naar de geuzennaam Blauwvingers en bestaat uit brandewijn met bruine suiker.


Zwolle is de stad van Herman Brood, wiens wieg daar gestaan heeft, maar hij is niet in het centrum geboren. In de Blijmarkt tegenover Museum de Fundatie is sinds oktober 2018 de Herman Brood Experience gehuisvest. Het bevat een winkel met voorwerpen zoals posters, schilderijen, bekers enz. en een klein museumpje over deze legendarische Nederlandse rockheld. In het museum staat onder andere de step waarmee Herman zich door de straten begaf.
Tegenwoordig staat Zwolle zowel nationaal als internationaal bekend als een van de groenste gemeenten van Nederland. In 2004, 2005 en 2006 won de gemeente de prijs voor groenste gemeente van Nederland. De gemeente beschikt maar liefst over 33 parken, maar omdat het historisch centrum vrij dicht bevolkt is, liggen de meeste parken buiten het centrum. Aan de zuidzijde van het centrum bevindt zich een park met prachtige grote bomen. Het is een oase is het centrum.
In Zwolle zijn weinig musea, maar daar staat tegenover dat Museum de Fundatie een topper is in de Nederlandse musea scene. Het museum heeft een interessante moderne kunstcollectie en wordt druk bezocht. Blijkbaar zijn er toch meer dagjesmensen in Zwolle dan ik dacht. In het museum zijn onder andere werken te bewonderen van Giacometti Chadwick en Karel Appel. Het museum is gehuisvest in het voormalige Paleis van Justitie, dat in de jaren 80 dienst deed als gerechtsgebouw. In 2004–2005 is het gebouw verbouwd om plaats te bieden aan Museum De Fundatie. In 2012–2013 is het museum uitgebreid met een nieuwe expositieruimte die werd ondergebracht in een super modern, ovaalvormige ruimte op het dak. De architect was even van het padje denk ik. Het design zal ongetwijfeld heel wat tongen losgemaakt hebben, maar eerlijk gezegd snap ik de architect wel. Als je je wil onderscheiden moet je met een gedurfd ontwerp komen. Alleen dan sta je in de schijnwerpers. Maar goed beschouwd was het neoclassicistische gebouw uit 1841 zelf ook niet echt een gebouw dat paste binnen de architectuur van het historische centrum. Was die architect ook al niet van het padje?


Het Stedelijk Museum aan de Melkmarkt is helaas in oktober 2017 dusdanig door brand verwoest dat renovatie en heropening niet meer mogelijk is. Het toeval is dat de gemeente eerder bekend maakte dat de collectie over zou gaan naar het Historisch Centrum Overijssel. Bij de brand is het verwoest.
Vaste lezers van mijn blog weten dat ik altijd eindig met ‘mijn persoonlijke top 10’. Voor Zwolle is het echter wat lastiger om dat samen te stellen. Zwolle is fantastisch maar ook weer niet zo groot dat je als toerist er dagenlang kunt verblijven. Het meest bijzondere aan de stad is de sfeer en het gezellige centrum met zijn vele winkeltjes, kroegjes en restaurants. Voor wie er toch een weekend van wil maken is een uitstapje naar het nabij gelegen historische dorp Hattem een prima combinatie.
Voor diegene die geïnteresseerd is in kerken kan bij circa zes kerken zijn hart ophalen, waarbij de De Grote of Sint-Michaëlskerk en de Basiliek van Onze Lieve Vrouw ten Hemelopneming de meest bijzondere kerken zijn. De 75 meter hoge ‘Peperbus’ is een Laatgotische toren uit 1454 die bij de laatst genoemde basiliek hoort. De Peperbus en de Sassenpoort zijn de twee iconen van Zwolle.
Er zijn nog diverse restanten van de Zwolse vestingmuur overgebleven. Oorspronkelijk waren er 23 poorten in de muur. Nu zijn alleen nog de Diezerpoort, Steenpoort en Sassenpoort over uit de 15de eeuw. Vooral de Sassenpoort is een eyecatcher. De zeer mooie poort behoort tot de Top 100 van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg.
Andere bijzondere architectuur in Zwolle is: het stadhuis, het Vrouwenhuis, Het Karel V-huis (Hof van Ittersum) en nog veel meer panden.
Kortom, Zwolle is een mooie bezienswaardige stad. Je zou er eens naar toe moeten.

Zwolle op internet:

Dagje weg

Visit Zwolle

Wikipedia

Zwolle (gemeente)

Geplaatst in Geen categorie | 1 reactie

Düsseldorf 2018

Düsseldorf, dorp aan de Düssel, is allang geen dorp meer. Met bijna 600.000 inwoners is Düsseldorf de 7de grootste stad van Duitsland. Het is daarmee net iets kleiner dan Rotterdam. Volgens het woordenboek is een metropool een stad met miljoenen mensen. Düsseldorf heeft dat niet, toch wordt Düsseldorf vaak bestempeld als metropool en dat is het ook. Düsseldorf is het zakelijk hart van het Ruhrgebied, of in ieder geval één van de. De stad behoort tot de meest bezochte plaatsen van heel Duitsland. Dat de stad makkelijk bereikbaar is voor Nederlanders zal daar zeker aan bijdragen. Vooral in december als de kerstmarkten er zijn, weten Nederlanders de stad te vinden. Net als in bijna alle andere Duitse steden is het historisch gedeelte in de oorlog plat gebombardeerd, waardoor veel schoonheid is verdwenen. Het feit dat alleen van Keulen en Düsseldorf Nederlandstalige reisgidsjes te koop zijn, bewijst dat deze twee steden een van de meest aantrekkelijke steden in Duitsland moeten zijn, buiten Berlijn natuurlijk. Düsseldorf is vooral een bruisende stad. Dat komt onder andere door de legendarische vierkante kilometer aan de Rijn met zijn 260 cafés, rustieke brouwrijen en restaurants. Vanwege de bombardementen zijn er betrekkelijk weinig mooie gebouwen te vinden. Daardoor is Düsseldorf niet echt bezienswaardig, maar gelukkig zijn er voldoende zaken, waarmee je je wel kunt vermaken zoals: musea, kunst, mode en shoppen. Düsseldorf is een stad van kunst. Er zijn diverse musea voor kunst zoals K20, K21, Kunstpalast en Kunsthalle en meer dan 100 kunstgalerieën waar kunst te koop is. Daarnaast staan er tal van bijzondere kunstwerken in de straten van het centrum. Bovenop reclamezuilen zijn diverse beelden geplaatst van mensen. Het lijken net levensechte mensen die op de zuilen geklommen zijn. De stad staat erg hoog op de lijst van internationale steden met de hoogste levenskwaliteit. Met brede boulevards, groene parken en de Rijnpromenade is Düsseldorf een hippe en elegante stad. Uitgaan en feesten o.a. carnaval hoort bij de identiteit van de Düsseldorfers net als bier en de Rijn. De highlights van Düsseldorf zijn kerstmarkten, carnaval, bier, biergarten en brauhausen. Aangezien bij de kerstmarkten het bier ook rijkelijk vloeit hebben alle highlights te maken met bier! Düsseldorfers houden wel van feesten en plezier waarbij veel bier wordt gedronken.
Veel steden hebben hun eigen drankje. Bij Düsseldorf is dat Killepitsch. Een prachtige naam, zeker als je dronken bent! De mierzoete likeur wordt in kleine glaasjes (shotjes) geschonken voor, tijdens en na… euh, eigenlijk altijd en overal. Het is te koop in allerlei varianten. Toeristen nemen vaak een flesje mee naar huis.


Volgens traditie en tegelijkertijd als symbool van de stad zie je op diverse plaatsen in het stadsbeeld zogenaamde ‘Radschägers’ figuren opduiken. Het zijn kunstzinnige figuurtjes die een radslag maken als teken van vrolijkheid en speelsheid. Je ziet ze onder andere in diverse kunstobjecten, op putdeksels maar ook op het deurbeslag van de kathedraal. Let er maar eens op.
Düsseldorf is de enige stad in Duitsland waar de verkeerslichten voor voetgangers drie kleuren hebben. Tussen de rode en groen lamp zit een gele balk, die kortstondig brandt bij overgang van rood naar groen en vice versa.
Voor (meerdaagse) toeristen is het interessant om een Düsseldorf Card aan te schaffen. De Card geeft je onbeperkt toegang tot het openbaar vervoer. Musea zijn met de Card gratis toegankelijk of je krijgt korting. Naast musea krijg je onder andere ook korting bij theaters en bioscopen. De Card is via internet te kopen. Om de kostprijs van 7 € per dag hoef je het niet te laten, want die kosten heb je er zo uit.

Altstadt

Altstadt is het oudste gedeelte en het hart van Düsseldorf. Hier vond de stad zijn oorsprong aan de Rijn. Het wordt de langste toog van de wereld genoemd, waar in de cafés na een aantal biertjes iedereen gelijk is en de feeststemming er goed in zit. Vooral aan de Bolkerstraße is het een aaneenschakeling van cafés en restaurants.

Benrath Schloss

Dit kasteel – of slot zoals de Duitsers zeggen – ligt op circa 12 km buiten de stad, maar is prima te bereiken met de U-bahn lijn 71. Het is gelegen in een park waar het tevens heerlijk wandelen is. Het jachtslot dateert uit eind 18de eeuw. De opdracht van de bouw is opgedragen door keurvorst Karl Theodor (1743-1777), maar die verbleef er nooit. Het is naar Frans voorbeeld in barok stijl ontworpen. Het kasteel heeft tevens een prachtig barok interieur met veel marmeren vloeren, parket vloeren, stucplafonds en sierlijk muurbehang. Het kasteel is alleen met een gids te bezoeken. Vanwege de bescherming van de vloeren worden bezoekers geacht grote (over)pantoffels te dragen tijdens de rondgang.
Het Naturkundemuseum en Museum voor Europese Tuinkunst bevinden zich tevens op het park in een van de bijgebouwen.

K20

K20 staat letterlijk voor kunst uit de 20ste eeuw. Het is een groot museum voor moderne kunst met schilderijen van internationale kunstenaars. Dat is altijd iets wat je moet aanspreken. Persoonlijk heb ik altijd mijn bedenkingen bij het zien van de schijnbaar eenvoudige kunst. Gelukkig zijn er ‘mooie’ schilderijen van onder andere Picasso en Matisse te bewonderen. Nederlandse kunstenaar heb ik niet gezien.
Maar het kan altijd nog een stapje ‘erger’. In Düsseldorf is ook een K21 museum en daar is kunst uit de 21ste eeuw te bezichtigen en dat zal waarschijnlijk nog minder tot mijn verbeelding spreken.

Kerken

Er zijn een aantal kerken in Düsseldorf die zeker de moeite waard zijn voor een bezoek. De meest mooie zijn: de Lambertus Kathedraal, Sint Andreas, Johannes Kirche en de katholieke kerk Maximilian. De geel bepleisterde St. Andreas heeft een prachtig barok interieur, waarbij het stucplafond zeer rijk gedecoreerd is. Achter het altaar is een mausoleum met ca. 8 graftombes van onder meer keurvorst Jan Willem (1679-1716) die in Düsseldorf geboren is.
De gotische Lambertuskerk met zijn scheve toren behoort tot de symbolen van Altstadt. Op de buitenzijde van de kerk zien we Rädschläger figuurtjes op de deurkloppers. De inrichting is best sober, maar toch zijn er een aantal bijzondere ornamenten in de kerk te bewonderen. Omdat er nagenoeg geen hoogbouw in het oude centrum is, springen de kerken qua hoogte er nog steeds boven uit.
De Johannes Kirche is vooral aan de buitenzijde zeer mooi met zijn fel rode in bakstenen opgetrokken gevels, maar het interieur is strak en eenvoudig.

Kö / Köningallee

Kö is de chicste winkelstraat van Düsseldorf, die zich laat meten met de Champs-Élysées en de Ramblas in Barcelona. Het ligt tussen Altstadt en het Centraal Station. Als je met de trein naar Düsseldorf gaat doorsteek je automatisch de boulevard die zijn naam te danken heeft aan koning Friedrich Wilhelm van Pruisen. In het midden van de 82 meter brede en bijna 1 kilometer lange rechte boulevard ligt een stadsgracht die de straat in tweeën deelt. Aan weerszijden wordt de boulevard overschaduwd door grote platanen en kastanjebomen. Aan de westzijde bevinden zich veel imposante bankgebouwen, aan de oostzijde een flaneerlaan met winkels, cafés en restaurants. ‘Aan de ene kant wordt geld verdiend en aan de andere kant wordt geld uitgegeven’ wordt in de volksmond gezegd. Gelukkig zie je er niet alleen maar dure winkels van Armini, Guzzi en dergelijke maar ook H&M en Douglas, waardoor het winkelaanbod divers is. Aan de Kö bevinden zich diverse winkelgalerijen waardoor het winkelaanbod veel groter is dan het aanvankelijk lijkt. De dure panden van de banken geven de boulevard wel allure, maar heel gezellig en druk is de straat ook weer niet. De mensen begeven zich liever in het hart van de stad, Altstadt.

Kunsthalle

De kunsthalle is een expositieruimte voor wisselende moderne kunst. Persoonlijk had ik geen enkele binding met deze moderne kunst. De collectie bestaat onder andere uit posters, tekeningen, foto’s en schilderijen.

Naturkundemuseum

Dit museum bevindt zich op het terrein van het Benrath Schloss. Het museum heeft vooral een erg grote collectie opgezette inheemse vogels, maar ook kleine zoogdieren die in Duitsland voorkomen. De opzet van het museum is niet echt spectaculair te noemen. Dit is misschien de reden waarom het maar weinig bezocht wordt, maar als je toch bij het Benrath Schloss bent, kun je het museum wel makkelijk meenemen. Altijd leuk voor kinderen, en leerzaam.

Rijnoeverpromenade

Düsseldorf heeft langs de Rijn een wandelpromenade die begint bij Altstadt en helemaal doorloopt tot de Rijntoren. Ze nodigt uit tot flaneren, pauzeren, wandelen, joggen, of gewoon even rusten en genieten van de stilte. Lange Rijnaken varen stroom op-, of afwaarts. In de verte zie je het razende verkeer over de twee bruggen naar het westelijk deel van Düsseldorf aan de andere kant van de Rijn.

Rijntoren

Maar liefst 234 meter hoog is de Rijntoren. Bovenin op de slanke betonnen toren staat een schotelvormig bouwwerk. Zoals de naam al aangeeft staat de toren aan de Rijn ten zuiden van het centrum. In de schotel bevindt zich op 172,5 meter hoogte een restaurant en daarmee behoort het tot misschien wel een van hoogste restaurants ter wereld. Het bijzondere is dat het restaurant precies in één uur helemaal rond draait, waardoor je een panoramisch uitzicht hebt over heel de stad.

Scheepvaartmuseum

Misschien is het gebouw van het scheepvaartmuseum zelf wel het mooiste onderdeel van het museum. Het is gevestigd in de mooie kasteeltoren aan de Rijn, dat het enige bewaarde deel is van het stadskasteel op de Burgplatz. Het museum toont diverse schaal modellen van zeilboten en voorwerpen, die op schepen te vinden zijn. Op de bovenste verdieping is een museumcafé waar je een mooi uitzicht hebt over Altstadt.

Stadtmuseum

Het stadtmuseum toont een beeld van de historie van de stad. Archeologische vondsten, maquettes, landkaarten, schilderijen, documenten en allerlei minder interessante dingen geven het museum een wat statische indruk, waardoor het museum voor veel mensen misschien te saai is, maar toch is het de moeite waard voor jong en oud.

De belangrijkste musea in Düsseldorf:

Classic Remise Dusseldorf, Harffstraße 110A

Düsseldorf Film Museum, Schulstraße 4

Goethe Museum Dusseldorf, Jacobistraße 2

Heinrich Heine Institute, Bilker Straße 12

Hetjens Museum, Schulstraße 4

KAI 10 Arthena Foundation, Kaistraße 10

Kunsthalle Düsseldorf, Grabbeplatz 4

Kunstsammlung Nordrhein-Westfalen, Grabbeplatz 5

Loebbecke-Museum und Aquazoo, Kaiserswerther Straße 380

Mahn- und Gedenkstätte, Mühlenstraße 29

Museum Kunstpalast, Ehrenhof 4-5

Neanderthal Museum, Talstraße 300

NRW-Forum, Ehrenhof 2

Schifffahrtmuseum Düsseldorf, Burgplatz 30

Schloss Benrath, Benrather Schloßallee 100-106

Stadtmuseum Düsseldorf, Berger Allee 2

Theatermuseum Düsseldorf, Jägerhofstraße 1

Wildpark im Grafenberger Wald, Rennbahnstraße 60

Mijn persoonlijke top 10 van Düsseldorf:

1. Wandeling door Altstadt en een biertje in de kroeg
2. Kerstmarkten
3. Benrath Schloss
4. Museum Kunstpalast
5. Stadtmuseum
6. Wandeling over de Kö
7. Rijntoren
8. Rondvaart over de Rijn
9. Wandeling over de Rijnoeverpromenade
10. Scheepvaartmuseum

Dusseldorf op Internet:

Bezoek Düsseldorf .

Düsseldorf .

Düsseldorf Tourisme .

Wikipedia

Geplaatst in Geen categorie | 1 reactie

Stockholm 2018

Waarom Stockholm? Heel simpel, ik ben nog nooit in Scandinavië geweest en heb alleen maar positieve dingen over Stockholm gehoord. Ik werd erg nieuwsgierig. Tijd om het zelf eens te ontdekken.
Stockholm is één van de meest bijzondere noordelijk gelegen steden van de wereld. Het is een echte wereldstad die erg in trek is bij toeristen van heel de wereld. Het is ook een stad met typische Scandinavische eigenschappen. We kennen ze allemaal; Volvo’s, Saab’s, Ikea, Vikingen, hoge alcohol prijzen en heel veel vrouwen met prachtig blond haar. Stockholm is ook een echte waterstad. De stad is gebouwd op 14 eilanden en telt bijna een miljoen inwoners. Het is verstandig als toerist enige kennis te nemen van de namen van de eilanden om je te oriënteren over de bezienswaardigheden. Vanwege het water liggen de bezienswaardigheden voor veel mensen misschien te ver uit elkaar om te belopen. Gelukkig is er goed openbaar vervoer. Je kunt ook kiezen voor de Hop-on, hop-off bus. Met 32 euro pp misschien niet echt goedkoop, maar het brengt je wel naar alle bezienswaardigheden in de stad zodat je niet hoeft te zoeken, of te wandelen.
Zweeds is een prachtige taal. Je verstaat er haast niets van, maar opvallend genoeg zijn er toch redelijk wat worden die je kunt lezen, omdat ze best wel op het Nederlands lijken. Wat denk je van stadshuset, (nöd)utgång, skattkammaren. Makkelijk toch?
Stockholm – maar dat geldt voor heel Scandinavië – is duur. Een wijntje in een restaurant kost circa 10 euro en een biertje (40cl) 6-8 euro. Alcoholpercentage van bier is echter maar 3,5%. In een winkel kost een halve liter bier 2 euro. Das dan weer redelijk goedkoop.
Ik verblijf in het Central Hotel vlakbij het station en zeer centraal gelegen in het centrum van Stockholm waardoor het een prima uitvalsbasis is. Op mijn kamer liggen halters, een paraplu en oordopjes. Heb je dat ooit meegemaakt? Verwachten ze dat ik ga fitnessen op mijn kamer? Een paraplu belooft niet veel goeds. En de kamer is muisstil. Ze serveren een zeer uitgebreid buffetontbijt. Ik kies voor English Breakfast met Zweedse gehaktballetjes. Je moet je wel aanpassen natuurlijk.


Na een paar dagen door Stockholm gestruind te hebben kom ik tot de conclusie dat Stockholm niet helemaal mijn stad is. Het historische deel op het eiland Gamla stan is zeker zeer mooi, gezellig en bezienswaardig, maar je kunt er over de koppen van de toeristen lopen en als er iets is waar ik niet van houd is het dat wel. Massatoerisme is overigens iets wat steeds meer de kop op steekt. In steden als Barcelona, Rome maar ook Amsterdam zijn de bewoners toeristen helemaal zat. Het is een verschijnsel dat in de toekomst alleen maar erger wordt, omdat toerisme alleen maar verder zal groeien. Met name uit de Aziatische landen zullen steeds meer toeristen ‘onze’ kant opkomen. India en China hebben samen 2,5 miljard inwoners. Als de inwoners van die landen meer vermogend worden zal dat een enorme impact hebben op toerisme. Ondertussen is het in ons eigen Giethoorn in de zomermaanden ook al een aaneenschakeling van bootjes met Aziaten.
Andere stadsdelen van Stockholm zijn aanzienlijk minder mooi. Een groot deel van Stockholm is gewoon modern, saai en niet interessant. Stockholm staat uiteindelijk niet hoog op mijn lijstje van mooie steden. Het klinkt misschien alsof ik negatief ben over Stockholm en er spijt van heb er naartoe te zijn geweest, maar dat ben ik zeker niet. Met de kennis die ik nu van Stockholm heb zou ik zeker de stad willen bezoeken en kan het iedereen aan bevelen. Per slot van rekening ervaart en beleeft iedereen citytrips op zijn/haar eigen manier. Ik geniet telkens van de specifieke eigenschappen van een stad en besef dat steden niet allemaal even mooi kunnen en moeten zijn als bijvoorbeeld Rome. Het is juist de diversiteit van de steden dat het interessant maakt en dat geldt ook voor Stockholm.

Djurgarden

Djurgarden is een schiereiland in het midden van de Stockholm. Het is zo’n beetje het stadspark waar van alles en nog wat te beleven valt zoals: het Vasamuseet, het Abba Museum, het Aquaria Vattenmuseum, het Nordiska Museet, het Spirit Museum, het Biologisch Museum, een pretpark (Grona Lund Pretpark) en Skansen, een groot openluchtmuseum. Genoeg vertier voor jong en oud en voor een of meerdere dagen.

Gamla stan

Stockholm is ca. 1000 jaar geleden ontstaan op het kleine eilandje Gamla stan. Vinkingen richtten er een nederzetting op met een burcht. Deze brandde in 1697 geheel af en een nieuw paleis werd gebouwd. Op Gamla stan, dat oude stad betekent, bevindt zich het historisch centrum. Het eilandje is prachtig mede vanwege zijn gekleurde huizen, maar toerisme heeft helaas de overhand gekregen. Ik schat dat 90% van mensen op het eiland toerist is en er op het eiland nog nauwelijks huizen bewoond zijn. Het is een aaneenschakeling van winkeltjes, souvenirshops, cafés en restaurantjes. Gezellig? Dat zeker, en druk, zeg maar zeer druk. Voor mij allemaal iets té commercieel.
Langs het eiland ligt een drukke verbindingsweg voor verkeer van noord naar zuid, maar daar heb je als toerist weinig notie van. Het eiland zelf is zeer autoluw. Wat overblijft zijn slenterende mensen, massa’s, op de met kinderkoppen geplaveide steegjes. Het smalste steegje heet Marten Trotzigs grand, dat op zijn smalste plek niet breder is dan 90 cm. Hoewel het mede vanwege de graffiti een vies straatje is, wordt het door toeristen vaak gefotografeerd. Stortorget (Grote Markt) is het hart van de oude binnenstad. De bekendste foto’s voor brochures zijn hier genomen. Toch stelt het allemaal niet zoveel voor. Ik heb heel wat indrukwekkendere pleinen gezien in mijn leven. Naast veel terrasjes op het plein bevindt zich er ook het Nobelmuseum.

Gustaf Vasa kyrka, Vasastaden

Gustaf Vasa kyrka is een kerk die vrij noordelijk ligt in de stad, maar een wandeling er naar toe is de moeite waard. De kerk is zeldzaam prachtig met een bijzonder mooi interieur, witte beelden en een grote ronde koepel.

Kungliga Slottet (Koninklijk Paleis), Gamla stan

Nadat de oorspronkelijke burcht was afgebrand in de 17de eeuw werd een nieuw paleis gebouwd dat in 1754 werd voltooid. Het markante Koninklijk Paleis is een van de meest bijzondere bezienswaardigheden van Stockholm. In dit enorme paleis krijg je met één kaartje toegang tot het Paleis, de schatkamer, Museum Tre Kronor, Antiek Museum, de kapel en Livrustkammaren. Met zijn 1430 kamers is het Koninklijk Paleis het grootste nog als zodanig gebruikte paleis ter wereld. Bij een bezichtiging defileer je langs prachtige, historische interieurs in stijlkamers met talrijke portretten, meubilair, beelden, gebruiksvoorwerpen, sieraden, wandtapijten en vooral veel met goud bedekte ornamenten. Ik kijk mijn ogen uit in dit schitterende paleis. Prachtig.
In het paleis is een grote kapel, die al even mooi is ingericht.
In de kelder aan de zuidzijde bevindt zich de schatkamer (Skattkammaren). De schatten bestaan uit kronen, versieringen en sieraden die nog steeds in gebruik zijn. Huidige koning Carl XVI Gustaf zet weliswaar de 1,7 kg zware kroon, die 450 jaar geleden voor koning Erik XIV vervaardigd werd, niet meer op zijn hoofd. De kroon is bezet met smaragden, robijnen en parels.
Eveneens in de kelder in een vrij toegankelijk gebied aan de zuidzijde zijn prachtige middeleeuwse koetsen te bewonderen.
Museum Tre Kronor bevindt zich in de kelder en de gewelven onder het kasteel. Hier zijn archeologische vondsten opgesteld.
In het betrekkelijke kleine Antiek Museum zijn alleen beelden – voornamelijk torso’s – opgesteld van Romeinse wijsgeren en veldheren.
Voor het paleis vindt dagelijks de wisseling van de wacht plaats, dat gepaard gaat met marsmuziek. Het trekt iedere keer weer veel toeristen. Veel status hebben de bewakers niet, het wordt puur overeind gehouden om toeristische reden.

Nordiska Museet, Djurgarden

Dit museum is een van de vele bezienswaardigheden op het schiereiland Djurgarden. Het bevindt zich in een prachtig groot gebouw met vier verdiepingen. Dit mooie en indrukwekkende museum kan gezien worden als het stedelijk museum met een grote gedetailleerde collectie over de historie van Stockholm dat interessant is voor alle leeftijden. In dit museum wandel je letterlijk door de geschiedenis waarbij de tijdzones en onderwerpen chronologisch opgesteld zijn. Tot de collectie behoren onder andere: prachtige stijlkamers, kleding, huisraad en nog veel meer.

Norrmalm

Norrmalm is het drukke centrum van de stad waar veel winkels zijn. Drottninggaten is een kaarsrechte autoloze winkelstraat met grote winkeltekens zoals Ahléns waar je helemaal uit je dak kan gaan. Tenminste, als je van shoppen houdt. Uiteindelijk loopt de winkelstraat in het zuiden bijna naadloos over in de toeristische winkelstraat van Gamla stan.
Ik moet eerlijk bekennen, Norrmalm is niet het stadsdeel waar ik warm van word. De meeste gebouwen zijn modern zonder enige architectonische schoonheid, maar och, de shopper merkt daar niet van. Het is niet historisch.

Riddarholmskyrkan, Riddarholmen

Deze kerk heeft een opvallende gietijzeren spits die in 1840 is aangebracht nadat de vorige spits afgebrand was. In de kerk bevinden zich de graftombes van de koningen Gustav II Adolf (1594-1632), Karl XII (1682-1718) en Gustav V (1858-1950) de overgrootvader van de huidige koning. De kerk staat ook in het teken van de heraldiek en hangt helemaal vol met wapenschilden van prominente personen, bijna als een museum.

Skeppsholmen

Skeppsholmen is een klein eilandje gelegen tussen de eilanden Gamla stan en Djurgarden. Zo druk als het op Gamla stan is, zo rustig is het op Skeppsholmen, bijna saai. Vanuit het eiland heb je een prachtig uitzicht op de eilanden waar het tussen ligt. Het belangrijkste vertier op het eiland is het Moderna Museet (moderne kunst) en Ostasiatiska Museet (Oost Aziatisch Museum).

Stadshuset (stadhuis), Kungsholmen

Het stadhuis met de 106 meter hoge toren staat op het puntje van een schiereiland en is daardoor goed te herkennen vanaf veel zijden in de stad. Het grote, markante gebouw uit 1923 is een kruising tussen nationaal-romantische en moderne stijlen. Alleen met een gids zijn de mooiste zalen van het gebouw te bezichtigen. De rondleiding begint in de Blauwe Zaal (Bla Hallen) die helemaal niet blauw is. De architect vond de rode, ruwe bakstenen zo mooi, dat hij uiteindelijk de muren niet liet schilderen. Alle stenen zijn stuk voor stuk handmatig bewerkt (gebeiteld) waardoor de ruwe oppervlakte ontstond en het lijkt alsof het al heel oud is. Jaarlijks op de sterfdag van de in 1896 overleden wetenschapper en ondernemer, Alfred Nobel, staat de Blauwe Zaal in de schijnwerpers. Dan vindt het galadiner voor de Nobelprijswinnaars plaats met de koning en 1300 genodigden.
In de raadzaal vergadert de gemeenteraad iedere drie weken. Het mooiste van de zaal is het plafond. De 19 meter hoge houten constructie roept Vikingromantiek op met geschilderde taferelen uit de stadsgeschiedenis. Het lijkt nog het meest op een omgekeerde houten constructie van een schip.
De Gouden Zaal doet zijn naam eer aan; de muren zijn bewerkt met een mozaïek van 19 miljoen met bladgoud bedekte stukjes glas, maar toch werd er maar 10 kg goud gebruikt. Het midden van de noordelijke muur toont het mozaïek Mälardrottningen, de legendarische koningin van het Mälarmeer. Ze verbeeldt Stockholm in menselijke vorm. Ze zit op een troon en naast haar staan personen en gebouwen uit andere delen van de wereld.
Vanaf de Prinsengalerij heb je een prachtig uitzicht over het Mälarmeer en de historische stad. Aan de andere kant van de zaal zie je hetzelfde in een fresco schildering.

Storkyran, Gamla stan

Dit is de domkerk waar huwelijken en kroningen van de koninklijke familie plaatsvinden. De kerk kreeg in de 18de eeuw een passend barok uiterlijk. Binkvanger in de kerk is de meer dan 3,5 meter hoge beeldengroep van de heilige Joris met draak en maagd uit 1489. Het indrukwekkende beeld toont hoe Joris te paard een draak bedwingt.

Vasamuseet, Djurgarden

De Vasa is een in 1628 gezonken oorlogsschip. Het was 62 meter lang en had drie masten. In haar tijd was de Vasa de trots van de Zweedse marine, het grootste van de Oostzee en misschien wel van heel de wereld. Het had veel weg van een drijvende burcht met 64 kanonnen, die verdeeld zijn over twee verdiepingen. Meteen toen het te water werd gelaten kapseisde het schip, ca. 50 bemanningsleden kwamen om. Op de voorsteven zit een afbeelding van een springende leeuw van 3 meter. De achtersteven is zelfs over de volledige oppervlakte bekleed met afbeeldingen. Aan en in het schip zijn ca. 700 houten beelden aangebracht. De afbeeldingen moesten indruk maken op de vijand. Het schip is een waar kunstwerk. Meer dan 300 jaar lag het op de bodem van de Oostzee. Pas in 1957-1961 lukte het om het schip te bergen. Het werd helemaal opnieuw opgebouwd en geconserveerd. Een speciaal museum werd gebouwd en geopend in 1990. Er zijn zeven verdiepingen in het museum waardoor je het schip op alle niveaus en van alle kanten kunt bekijken. Vooral de afmetingen en de beelden maken grote indruk op je. Had ik gezegd, dat het schip door Nederlandse scheepsbouwer Henrik Hybertsson is gebouwd!

De belangrijkste musea in Stockholm:

ABBA The Museum, Djurgårdsvägen 68

Almgrens Sidenväveri, Repslagargatan 15

Aquaria Water Museum, Falkenbergsgatan 2

Bellman’s House, Urvädersgränd 3

Bonniers Konsthall, Torsgatan 19

Carl Eldhs Ateljémuseum, Lögebodavägen 10

Dansmuseet – Rolf de Mare’s Museum of Movement, Drottninggatan 17

Forum För Levande Historia, Stora Nygatan 10-12

Fotografiska, Stadsgårdshamnen 22

Gustav III’s Museum of Antiquities – The Royal Palace, Kungliga Slottet

Hallwyl Museum, Hamngatan 4

House of Amber Stockholm, Birger Jarlsgatan 22

Ivar Lo-Johansson Museet, Batugatan 21

Jewish Museum Stockholm, Hälsingegatan 2

Leksaksmuseet, Tegelviksgatan 22

Magasin 3, Frihamnsgatan 28

Maritime Museum, Djurgårdsbrunnsvägen 24

Moderna Museet, Exercisplan 4

Museum of Biology, Hazeliusporten 2

Museum of Ethnography, Djurgardsbrunnsvagen 34

Museum of Far Eastern Antiquities, Tyghusplan

Museum of Medieval Stockholm, Strömparrterren 3

Museum of Mediterranean and Near Eastern Antiquitie, Fredsgatan 2

Museum Tre Kronor – The Royal Palace, Kungliga slottet

Nationalmuseum, Sergels Torg

Nordic Museum, Djurgårdsvägen 6-16

Polismuseet, Museivägen 7

Postmuseum, Lilla Nygatan 6

Prins Eugens Waldemarsudde, Prins Eugens Väg 6

Royal Armoury, Slottsbacken 3

Royal Coin Cabinet, Slottsbacken 6

Royal Swedish Academy of Arts, Fredsgatan 12

Royal Treasury – The Royal Palace, at the Royal Palace

Skansen – Akvariet, Djurgårdsslätten 49-51

Skansen Open-Air Museum, Djurgårdsslätten 49-51

Spiritmuseum, Djurgårdsvägen 38

Stockholm City Museum, Ryssgården

Stockholm Transport Museum, Tegelviksgatan 22

Strindberg Museum, Drottninggatan 85

Sven-Harrys konstmuseum, Eastmansvägen 10

Swedish Army Museum, Riddargatan 13

Swedish Centre for Architecture and Design, Exercisplan 4

Swedish Museum of Natural History, Frescativägen 40

The National Sports Museum, Djurgardsbrunnsvagen 26

The Nobel Museum, Stortorget 2

The Royal Palace, Slottskajen

The Royal Stables – The Royal Palace, Väpnargatan 1

The Swedish History Museum, Narvavägen 13-17

The Thiel Gallery, Sjötullsbacken 8

Vasa Museum, Galärvarvsvägen 14

Mijn persoonlijke top 10 van Stockholm:

1. Kungliga Slottet (Koningklijk paleis), Gamla stan
2. Een wandeling door Gamla stan
3. Vasamuseet, Djurgarden
4. Stadshuset (stadhuis), Kungsholmen
5. Nordiska Museet, Djurgarden
6. Een tocht met een rondvaartboot
7. Gustaf Vasa kyrka, Vasastan
8. Storkyran, Gamla stan
9. Riddarholmskyrkan, Riddarholmen
10. Drottninggaten, Norrmalm

Stockholm op internet:

Landen Net

Stockholm Pass

Stockholm Stad

TOP-10 bezienswaardigheden 

Visit a City

Visit Stockholm

Visit Zweden

Wikipedia

Geplaatst in Geen categorie | 1 reactie

Ierland 2018

In Ierland wordt de toerist overweldigd door de talloze verschillende tinten groen. Je zou het Fifty Shades of Green kunnen noemen, maar dan anders. Mede door de frequente regen groeit en bloeit de vegetatie optimaal. Blauw is de tweede opvallende kleur. Diep blauw is de hemel, als er tenminste geen wolken zijn. De talrijke meren met hun blauwe tinten aan de onderzijde van de horizon zijn een weerspiegeling van de hemel. De derde kleur is grijs. Het gesteente, de kliffen en enorme rotslandschappen zijn grijs, maar ook de vele muurtjes in de landschappen die gebouwd zijn met grijze leisteenachtige keien. Wanneer het weer omslaat, worden de zee, de lucht en het landschap zo grijs als het gesteente op de grond en lijkt de omgeving één grote grijze massa die alleen opgefleurd wordt door een verkeersbord. Ierland verandert in Fifty Shades of Grey! Komt men in de buurt van de bewoonde wereld dan wordt het oog opgeschrikt door fel geschilderde gevels van huisjes en winkeltjes. Fel geel, rood, oranje of paars, geen enkele kleur is te bond. Mensen laten hun fantasie de vrijeloop wanneer ze hun huizen schilderen. De felle kleuren zijn de tegenhanger van het sombere klimaat. Aan de kleurrijke gevels hangen evenzo kleurrijke bloembakken. Ieren hebben leren omgaan met het weerbarstig klimaat en het vermogen om met humor de tegenslagen onder ogen te zien. Elkaar helpen en vriendelijk naar elkaar zijn, dat zijn de Ieren. Welkom in Ierland, of Fáilte go hÉirinn zoals de Ieren in het Keltisch zeggen.

De komende drie weken verblijven we in Ierland. Het is 12 jaar geleden dat ik ongeveer dezelfde route heb gereden, maar toen met de motor in een veel kortere tijd. Een reflreshment is meer dan welkom. Voor het eerst in mijn leven rijd ik in een auto met een rechts stuur. Als we wegrijden bij de car rental wil mijn vriendin prompt aan de verkeerde kant van de auto instappen. Proest! Het rijden gaat eigenlijk zo makkelijk als ik had gedacht. Het went snel. Het valt me meteen op dat alle verkeersborden tweetalig weergegeven zijn; in het Engels en het Keltisch. Dat maakt het voor mij wat lastiger, want ik hoef eigenlijk maar de helft van de tekst te lezen. Maar welke helft? De Keltische tekst verwart alleen maar. Het Keltisch lijkt totaal niet op Engels, geen enkel woord is te herkennen. De Ieren zijn trots op hun Keltische taal, ondanks dat slechts een klein gedeelte van de inwoners de taal spreekt. Het is iets wat hun onderscheid van de Engelsen. Over onderscheid gesproken tussen Engeland en Ierland. Beide landen hebben erg veel overeenkomsten, maar ik weet zeker als je dit aan de Britten of de Ieren vraagt, dat ze zullen antwoorden dat ze heel verschillend zijn. Persoonlijk denk ik dat de Ieren meer op de Schotten lijken dan op de Engelsen. Feit is dat het beide eilanden zijn, die misschien wel letterlijk van Europa afgedreven zijn en daardoor niet zo Europees (minded) zijn. Dat geldt zeker voor de Britten na de Brexit, maar voor de Ieren geldt dat weer minder. Zij hebben euro’s, kilometers i.p.v. mijlen en ze horen bij de EU.
Ierland is ongeveer anderhalf keer zo groot als Nederland en toch telt het maar 5 miljoen inwoners. Hieruit blijkt dat het een dunbevolkt land is en dat merk je erg goed als je door de binnenlanden rijdt. Je ziet veel natuur en de dorpjes zijn klein.
(Links) rijden is nog een hele kunst in Ierland. Als je “MOLS” op je weghelft ziet staan, moet je zo snel mogelijk van rijbaan verwisselen, want dan rijd je rechts i.p.v. links! De B-wegen zijn erg smal, vol bochten en hoogteverschillen. Hoewel het aantal gaten en scheuren in het wegdek nog wel meevalt, zijn de B-wegen bijna nergens vlak. Regelmatig wordt je heen en weer geslingerd in je eigen auto door de vele zonken en bulten. Het wordt pas echt spannend met tegenliggers in blinde bochten. Vooral als er een bus de hoek om komt zeilen. De maximale snelheid op deze gevaarlijke wegen is 80 km/u en soms zelfs 100 km/u. Het is ongelooflijk hard. In de meeste situaties zijn deze snelheden niet eens te halen zonder zelfmoordpogingen! Op deze 100 km/u wegen zijn zelfs haakse inritten van woonhuizen. Je zal maar in de drukte vanuit stilstand moeten invoegen als bewoner. In sommige dorpjes mag je met 80 km/u doorheen rijden. Dit is in Nederland ondenkbaar.
We rijden een rondje tegen de klok in door Ierland. We beginnen ten noorden van Dublin. Steken dan over naar de westkust. Maken een ronde door Connemara. Zakken dan via de westkust naar befaamde ‘Rings’. Een stukje zuidkust en dan via Cork weer schuin omhoog naar Dublin.
Onze eerste overnachting is in Dalys Inn in het dorpje Donore boven Dublin. Het dorpje kent maar twee straten. Het hotel is tevens pub en restaurant. We slapen dus boven de kroeg. Het hotel is gedateerd, maar het is een prima uitvalsbasis voor het vliegveld van Dublin.


De eerste bezienswaardigheden op onze trip zijn de grafheuvels in de Boyne Valley. Op de zacht glooiende, groene heuvels bouwden families uit de steentijd omstreeks 3300-2900 v.Chr. paleizen voor de doden. Bezichtiging van de grafheuvels, die op de Unesco Werelderfgoedlijst staan, is alleen mogelijk via het bezoekerscentrum waarvandaan bussen rijden naar Knowth en Newgrange. Eerst bezoeken we Knowth. De gids vertelt zeer gedetailleerd over de oude grafheuvels die geheel gerenoveerd zijn en op diverse plaatsen versterkt zijn met beton. Om de deels gereconstrueerde grafheuvel liggen 19 satellietgraven. In de grootste grafheuvel is alleen een kleine kamer te betreden en de gangen naar het midden van de heuvel zijn afgesloten voor publiek. Om de heuvel liggen enorme grote stenen die voorzien zijn van megalithische kunst. De kunstuitingen zijn abstract en bestaan veelal uit geometrische figuren zoals concentrische cirkels en spiralen. De meeste figuren hebben een oneindige vorm, die symbool staan voor het eeuwige leven. Ze zijn net zo geheimzinnig als de cultuur waaruit ze voortkomen. De figuurtjes worden nu gebruikt op souvenirs en sieraden als symbool voor Ierland.
De grafheuvel van Newgrange met een doorsnede van 80 meter is misschien wel het beroemdste megalithische graf ter wereld. Het is zelfs ouder dan de piramiden in Egypte. Het graf is door geen enkele bezetter geschonden tot het in 1699 werd herontdekt en in de jaren 1960 is het pas uitgegraven. In tegenstelling tot de andere grafheuvels heeft deze grafheuvel een stralende, halfronde gevel van witte stenen en waarin symmetrisch zwarte granieten bollen zijn verwerkt. Een 19 meter lange, smalle gang leidt naar de grafkamer. De gang wordt steeds smaller tot je zelfs zijwaarts en gehurkt moet lopen. Het is de nachtmerrie voor mensen met claustrofobie. De centrale grafkamer is zes meter hoog en het gewelf is geheel zonder mortel met grote keien dicht gestapeld en ook nog eens geheel waterdicht. Aan weerszijden van de grafkamer zijn in totaal drie kleine zijkamers, zodat een klavervormige indeling is ontstaat. In de zijkamers staan grote, uit steen gesneden schalen, waarin sporen van as en beenderen zijn aangetroffen. Over de grafheuvels zijn veel raadsels, die nooit meer opgelost zullen worden, waardoor er een mysterieuze sfeer heerst. De ingang van grafheuvels is zodanig en uniek gelegen dat er tussen 14 en 28 december slechts 17 minuten lang een zonnestraal binnentreedt tot in de grafkamer als de zon op haar laagste punt staat. Dit was de mensen uit de stenentijd het teken dat de winter begon. Het is het oudste zonneobservatorium ter wereld. Er over nadenkend is het bijzonder knap dat de mens 5000 jaar geleden al in staat was een dergelijk groot en complex bouwwerk te maken. De gids simuleert het bijzondere verschijnsel met kunstmatig licht. Eerst wordt het kunstlicht uitgeschakeld. Het is letterlijk aardedonker. Dan wordt met een schijnwerper het invallend licht van de zon nagebootst. Je houdt je adem even in er ervaart dit unieke verschijnsel.
Newgrange en Knowth zijn maar een deel van het prehistorische Brú na Bóinne, dat bestaat uit meer dan 50 andere monumenten: kringen van houten palen, complexen van aarden wallen en andere ganggraven.
Bij het Newgrange visitor centre kopen we een Heritage Card. Het kost pp 40 euro en geeft je toegang tot een heleboel heritage sites van Ierland. Die kaart gaan we waarschijnlijk dik terug verdienen, want een heleboel van de sites staan op ons programma.
Bijna al onze overnachtingen zijn bij B&B’s. Ierland kent er duizenden. We verkiezen er voor om ze telkens één dag vooruit te boeken via Booking.com. Met de app gaat dat heel makkelijk. Dat scheelt een hoop zoekwerk ter plaatse en zoektijd die we liever ergens anders aan willen besteden.


We overnachten in Athboy bij een B&B midden in een woonwijk. Het dorpje stelt niet veel voor maar fungeert prima als je op doorreis bent. Het B&B is uitstekend.
Het Trim kasteel ligt in het leuke stadje Trim, waar het niet verkeerd is om een middag te verblijven. Het heeft een van de bekoorlijkste marktplaatsen van de Midlands. Het kasteel is oorspronkelijk gebouwd in de 12de eeuw door een Normandische ridder en het was een van de grootste kastelen van Ierland. Een ruïne, enkele poortgebouwen en een kasteelmuur is alles wat rest van wat ooit een imposant kasteel moet zijn geweest. De ruïne is alleen met een gids te bezichtigen. Een van de kamers is ooit het decor geweest van de bekende film Braveheart uit 1995 met Mel Gibson in de hoofdrol. Het geeft me een raar gevoel als ik in dezelfde raamopening sta waar deze wereldberoemde acteur ook ooit heeft gestaan.
In Tullamore bezoeken we de gelijknamige whiskey distillery dat een van de grootste en bekendste is van Ierland. Het bezoekerscentrum ligt in het drukke hart van het centrum waar zich ooit de distillery bevond. Tegenwoordig bevindt een nieuwe distillery zich buiten de stad. In het bezoekerscentrum zijn de gebruikelijke voorwerpen te koop. Op de eerste plaats natuurlijk whiskey maar ook kleding, glaswerk en van alles en nog wat. Grenzend aan de store is een café waar je gezellige kunt naborrelen. Helaas komt het ons even niet goed uit om de tour te volgen, maar wat in het (whiskey)vat zit verzuurt niet. Er komen nog meer kansen…
De topattractie van Birr is het kasteel en de gardens. Omdat het kasteel wordt bewoond, is het helaas niet te bezichtigen, maar de aangrenzende tuin is uniek in zijn soort en die is gelukkig wel te bezichtigen. De tuin kenmerkt zich door grote variatie in flora. We zien onder andere vijvers, een rivier, sequoiabomen, bloemen, grasvelden, wandellaantjes, een kas met bloemen en kunst. De tuin is zowel wild als wel goed onderhouden en is daardoor perfect in balans. Zelden heb ik zo’n mooie en grote tuin gezien. Heerlijk om te wandelen.
Onze derde overnachting is in een B&B in Shannonbridge. Het kleine maar gezellige dorpje is gelegen aan de rivier de Shannon. Het B&B is wederom een voltreffer. De vloeren en het bed kraken behoorlijk, maar dat schijnt normaal te zijn in Ierland. Net als de deuren die nergens goed sluiten.
Vlakbij Shannonbridge ligt het Clonmacnoise klooster. Het is een van de meest unieke kloosterruïnes van Ierland. Hele bussen met toeristen stoppen hier. Het klooster is in 545-548 gesticht aan de rivier de Shannon. Clonmacnoise lag op een kruispunt van middeleeuwse wegen naar alle delen van het land. Veel koningen van Tara en Connaught liggen er begraven. Het klooster bestaat uit een groot ommuurd complex met diverse kerkjes. Het meest opvallende zijn de grafstenen die zich overal op het terrein bevinden. Het is eigenlijk één groot kerkhof met de ruïnes van kerkjes. Bijzonder zijn de zogenaamde ‘hoogkruizen’, het zijn Ierse kruizen, meestal van steen, versierd met afbeeldingen en symbolen. Een aantal replica’s van deze imposante kruizen staan in het museum opgesteld.
In het kleine plaatsje Roscommon bezoeken we de ruïne van het kasteel uit 1269. Aan de contouren van de muren is te zien dat het ooit groot moet zijn geweest. Wat rest zijn delen van muren en torens. Veel muren zijn compleet verdwenen. Wat het mooist is aan dergelijke ruïnes, is de sfeer die er heerst. Je fantasie de vrije loop laten en dromen over de tijden van ridders en jonkvrouwen en wat dies meer zij.


We strijken neer in de stad Galway in het westen van Ierland waar we twee dagen zullen blijven. De stad telt circa 80.000 inwoners en is voor Ierse begrippen een grote stad. Galway is een prima uitvalsbasis voor de prachtige streken als Connemara en het Burren National Park. We hebben via Airbnb een appartement gehuurd aan de haven in het midden van het centrum, een prima locatie om de stad te verkennen. In de haven voor ons ligt een prachtig en peperduur zeilschip van wel 30 meter en twee masten. Het is zondag en het is extreem druk in de historische stad. Galway is een unieke stad. Het oude centrum kenmerkt zich door prachtige gevels van winkels, pubs en restaurants die in felle en contrasterende kleuren zijn geschilderd en met bloembakken, geschilderde sierlijsten, houtenpanelen en reclameborden zijn gedecoreerd. Het is iets wat alleen de Engelsen… euh de Ieren ook, alleen zó kunnen vormgeven. In het centrum zie je veel straatmuzikanten, tapdanseressen en artiesten. En dat is nou precies wat de stad zo gezellig maakt. Naast de horeca natuurlijk, want dat is er ook volop. En niet te vergeten souvenirwinkels. In de Ierse souvenirwinkels zie je honderden verschillende voorwerpen. De typische Ierse souvenirs zoals Ierse wollen truien gaan als zoete broodjes over de toonbank. Maar toch is er niet zoveel in Galway te doen. Er zijn wel een paar musea en festivals, maar het eenvoudige straatleven blijft het hoogtepunt.
De hele dag door kwetteren de zeemeeuwen ook vroeg in de ochtend als je wakker wordt. Voor de een is het misschien irritant maar persoonlijk vind ik het heerlijk en rustgevend om aan te horen vanuit je bed.

Toeval of niet maar precies als we in Galway zijn heeft Ed Sheeran een liedje over een meisje uit Galway. De clip geeft een leuk beeld van de pubs in Galway.

Van Galway vertrekken we naar Westport in het noorden van Connemara. Het is een verbindingsweg en de echte schoonheid van Connemara laat nog even op zich wachten. Onze eerste stop is bij het Ross Errilly Abbey. Het is een oude ruïne in de middle of knowwhere. Het is goed dat ik dit soort locaties allemaal voorbereid heb. Dit vind je niet spontaan. Het is een doolhof aan ruimtes in de ruïne. Zoals bijna altijd bij een ruïne zijn de daken van de gebouwen compleet verdwenen. Wat rest zijn dikke muren uit het 16de eeuws klooster. In de kapel liggen diverse oorspronkelijke grafstenen waarvan veel uit de 18de eeuw zijn. Met wat fantasie zie je oude monniken in bruine pijen door de gangen van het klooster lopen op weg naar de kapel. De geesten dwalen nog steeds door de gangen. Het is vooral de sfeer die er heerst, die het zo mooi maakt.
We hebben een koffiestop in het toeristische Westport. Het is een prachtig stadje met veel gekleurde huizen, bloemen, horeca en souvenirwinkels. Het is er prima vertoeven en een goede plek om een tijdje te verblijven.
Daarna duiken we de verlaten wegen in van Connemara. Het is een van de hoogtepunten van Ierland waar de natuur ongelooflijk mooi is. Het liefst wil ik iedere 200 meter stoppen om foto’s te maken. Uit de auto, om je heen kijken en genieten. Connemara is een verlaten streek die nog ongelooflijk puur is. Alle groentinten die er bestaan zijn er te vinden. Bergen, meren, watervallen, bloemen, bomen en struiken, in één woord gewéldig. Schapen lopen onverstoord over de weg, uitkijken dus. Helaas is er verder niet veel flora te bekennen, maar dat geldt eigenlijk voor heel Ierland. In ieder geval schijnbaar voor mij als toerist.
We onderbreken de route voor een bezoek aan ‘Kylemore Abbey & Victorian Walled Garden’ net boven Clifden. Het is een uitgestrekt gebied waar je heerlijk kunt wandelen. In de Victoriaanse tuin is een grote diversiteit aan fauna te bezichtigen. Niet alleen bloemen maar ook groente en fruit. Perkjes, hagen, bomen, laantjes, grasvelden; alles ligt er zeer verzorgd bij. Met het zonnetje erbij is het heerlijk genieten. In de abdij zijn diverse stijlkamers te bezichtigen. Die nonnen hadden het nog niet zo slecht vroeger. Ze leefden in luxe in een extreem vreedzaam, rustig en wonderschoon natuurgebied.
In Clifden vinden we een prachtig B&B. Het mooiste en beste tot nu toe. We boeken zelfs een extra nacht. Vanuit onze kamer kijken we zo in het natuurgebied van Connemara. Een uitzicht als een ansichtkaart.


Ierland staat bekend om zijn pubs, maar toch is het publeven niet meer zoals vroeger. In de supermarkt is bier goedkoper dan in de pub. Voor de armen Ieren is dan de keuze niet moeilijk. Vroeger zag je hele gezinnen in de pub. De overheid heeft dat sterk ontmoedigd. Educatief gezien is het niet goed als kinderen zien hoe hun ouders dronken worden. Een slechter voorbeeld kunnen ze niet hebben. De meeste pubs hebben prachtige interieurs met veel tierelantijntjes; schilderijtjes, foto’s, posters, tekstbordjes en andere snuisterijen. Pubs zijn meestal bruin zoals bij ons de bruine kroeg. De sfeer is uniek, gezellig en uitnodigend. Dat is de reden waarom we erg graag komen. Veel pubs serveren voedsel, pubfood. Denk niet dat dit alleen kleine en kwalitatief minder goede hapjes zijn. In een pub kan het eten net zo goed en uitgebreid zijn als in een restaurant en dat meestal voor minder geld. Er is vaak livemuziek, maar helaas begint dat meestal pas om 21:30 uur. Dan zijn wij allang klaar met eten en onderweg naar huis. Vandaag hebben we mazzel, er is muziek vroeg in de avond. Twee oude knarren op een gitaar en banjo spelen lekkere Ierse muziek. De oudste blijkt zelfs 83 jaar te zijn. Er zijn wat jonge meisjes van ca. 5 en 8 jaar die spontaan om te beurt een Iers dansje maken. Een oude man reageert op zijn beurt en geeft tot grote vreugde van het publiek eveneens een danssolo. Een volwassen Ierse vrouw volgt en danst op blote voeten bijna net zo mooi als bij de Deep River Dance. Dit is Ierland op zijn best. We vermaken ons maximaal. Maar toch is het ook wel een beetje vreemd. 80% van de gasten in de pub bestaat uit toeristen. Ik zie Fransen, Duitsers en Engelsen. De Ierse pub traditie wordt soms overeind gehouden door het toerisme. Zonder de toeristen zouden pub’s bijna leeg zijn. Als de toeristen weg zijn, hebben de pubs het minder breed. Echte Ieren vermijden de populaire pubs waar hoofdzakelijk toeristen komen, maar in de minder toeristische gebieden kun je nog steeds een volle pub met Ieren treffen. De kans dat je dan in gesprek komt met een leuke Ier is veel groter.
Ten noorden van Clifden ligt het Connemara National Park. Het is populair gebied voor wandelaars. In het park kunnen je kiezen uit drie wandelroutes variërend van kort/beginners/vlak tot lang/extreem/hoog. Wij lopen de middelste route die drie kilometer is. Het weer is wat grauw maar de vergezichten zijn desondanks schitterend mooi.
We vervolgen onze route richting Ennistymon. Maar eerst bezoeken we nog twee kastelen. De eerste is het Aughnaure Castle. We zien resten van een ommuring, poortgebouwen en een hoofdgebouw. De kasteelruïne is niet echt heel interessant. Misschien hebben we al genoeg van dit soort kastelen gezien. Veel kastelen hebben overeenkomsten. Bij de tweede kasteelruïne in Dunguaire is het net even anders. Dit kasteel ligt in het mooie vissersdorpje Kinvara. Om het kasteel uit de 16de eeuw ligt een middeleeuwse aarden wal. De ommuring en de kasteeltoren zijn nog helemaal in tact.
We rijden door naar de wereldberoemde Cliffs of Moher, maar het weer is gekeerd en het water komt met bakken uit de lucht. Dit hoort bij Ierland. We besluiten niet naar de kliffen te gaan.


De volgende dag is het weer gelukkig een stuk beter en gaan we opnieuw naar de Cliffs of Moher. Zelfs in de ochtend is het al druk. Er staan al tientallen bussen. Met een miljoen bezoekers per jaar behoort het tot de meest populaire bezienswaardigheden van Ierland. De Cliffs of Moher behoren tot de hoogste kliffen van de wereld. Het hoogste punt rijst 214 recht omhoog uit de zee. Met een lengte van 8 km is het adembenemend mooi. De rotsen bestaan uit lagen zwarte schalie en zandsteen. Bovenop de kliffen liggen zandpaden die gevaarlijk dicht bij de randen lopen. Op sommige plekken is de afstand tot de rand niet meer dan enkele meters en kan het pad nat en glibberig zijn. Maar dit weerhoudt de honderden mensen niet om er over te wandelen. Sommige waaghalzen begeven zich nog dichter bij de rand om foto’s te maken. Griezelig eng soms. Het uitzicht op de kliffen is magnifiek. Mocht je ooit ‘mooie’ suïcidale neigingen hebben dan zijn de Cliffs of Moher een prachtige locatie…
Ten oosten van deze kliffen ligt het Burren National Park. Het meest kenmerkende van dit gebied zijn de rotsige plateau’s. Door ijsvorming, wind en regen zijn 300 miljoen jaar geleden in het kalksteen diepe spleten ontstaan, die ‘grykes’ worden genoemd, waar unieke vegetatie groeit. Het gebied ziet er uit als een kaal plateau waar ontelbaar veel rosten zijn neergelegd. Het is een bijzondere natuurverschijning. In dit park ligt de Poulnabrone Dolmen. In deze 5000 oude tempel begroeven de toenmalige bewoners hun doden. De tempel lijkt nog het meest op een enorme stenen tafel opgebouwd uit circa vier pijlers en een schuin hellend blad. Het is extreem uniek dat dit monument na 5000 jaar nog steeds overeind staat. Ondanks zijn eenvoud trekt het toch busladingen met toeristen.
Bijna alle wegen aan de westkust van Ierland zijn prachtige wegen met schitterende panorama’s. De wegen slingeren als een lint langs de kust en zijn opgenomen in de zogenaamde ‘Wild Atlantic Way’. Langs de hele kust staan borden die je naar de route leiden. De borden zijn te herkennen aan een blauwe kleur met een witte golf er doorheen. Het is een aanrader als je alle tijd hebt en wil genieten van het prachtige landschap. Maar pas wel op voor fietsers, want die kunnen zo maar opduiken achter een blinde bocht.
Typerend voor Ierland zijn de muurtjes in het landschap. Je ziet ze op heel veel plaatsen. Voor de muurtjes wordt geen mortel gebruikt. De grote stenen worden vakkundig gestapeld zonder dat ze omvallen.
We vertrekken uit het mooie dorpje Ennistymon waar we twee nachten verbleven. We rijden langs de kustweg naar Killimer waar we de ferry pakken naar Tarbert in het graafschap Kerry. Het landschap is beduidend anders maar de verschillen laten zicht lastig omschrijven. Onderweg hebben we prachtige panorama’s van weidse en open natuur. Op een uitgestrekte helling zien we de omzomingen van akkers met muurtjes. Elke akker heeft zijn eigen kleur waardoor het op één grote lappendeken lijkt. Prachtig.
Onderweg stoppen we bij het Carrigafoyle Castle uit de 15de eeuw. Het kasteel is niet meer dan half ingestorte toren die nog steeds te beklimmen is. De eenvoudige toren ligt idyllisch in het landschap aan de monding van de Shannon rivier, waardoor het toch de moeite waard is voor een kort bezoek.
In Ardfert bezoeken we de Cathedral, of beter gezegd de ruïne van de Cathedral uit de 12de eeuw. Het zuidtransept, waar een expositie is ondergebracht, is nog altijd in tact. Rondom de eenvoudige muurrestanten van de kerk ligt een kerkhof met zeer oude graven en mausolea. De sfeer op het kerkhof is het unieke op het complex. Het is moeilijk te beschrijven hoe dat precies voelt, maar geloof me; het doet je wat.
In het stadje Killorglin zullen we drie nachten verblijven. We hebben een B&B gevonden dat naar de naam O’Grady Bar and B&B luistert. Het B&B bevindt zich dus boven een bar. Naar mijn mening had het dan ook beter B&B&B genoemd moeten worden. Beer en bed en breakfast…
We zitten nu in het meest toeristische en misschien ook wel mooiste, drukste en duurste deel van Ierland. We hebben bewust voor een klein stadje gekozen en niet voor Killarney. Killarney is de aller drukste, bekendste en meest toeristische stad van het westen en dat trekt ons nou net niet. Geef ons maar iets kleiner en knusser.


De komende dagen staan de ‘Ringen’ op ons programma. Als eerste rijden we de Ring of Dingle, de noordelijkste van de vier schiereilanden aan de westkust. Het schiereiland heeft naast Dingle weinig andere grote plaatsen waardoor je bijna overal het gevoel krijgt in een dunbevolkt gebied te rijden. Dingle zelf is een leuk maar wel toeristisch stadje, dat zeker de moeite waard is voor een bezoek. Het is er erg druk omdat al het verkeer door deze stad moet. Wij richten ons echter op de schitterende natuur van het schiereiland. De eerste voltreffer is de Conor Pass. Deze pas is verboden voor bussen en vrachtwagens. De weg wordt naar mate je hoger komt steeds smaller en smaller tot een enkelvoudige rijbaan overblijft. Tegenliggers moet je laten passeren op zogenaamde passing places waar de weg wat breder is. Het uitzicht op de top van de pas is werkelijk magnifiek mooi. We rijden helemaal door naar het meest westelijke punt van het schiereiland. Ook hier is het druk met toeristen die willen genieten van de allermooiste panorama’s. Badgasten nemen een duik in de zee, maar wij houden liever onze voeten droog en persen ons door het drukke verkeer terug naar het oosten. Het is onvoorstelbaar dat bussen door deze smalle en bochtige wegen weten te wurmen. Knap staaltje stuurmanskunst. Deze wegen zijn helemaal niet gemaakt voor zo’n grote verkeersdrukte.
De Ring of Kerry volgt. Wederom rijden we de ronde tegen de klok in. Het noordelijk deel van de route is misschien wat minder mooi. Kleine dorpjes onderbreken de route door de natuur. In het westelijk deel kun je naar behoefte aanvullend de Ring of Skellig rijden. Nu wordt het pas echt leuk. De wegen zijn zo smal dat bussen hier niet meer komen. Fijn, hebben we daar tenminste geen last van. We stoppen in het vreedzame pittoreske dorpje Portmagee. Het is een prachtig vissersdorpje waar het best een tijdje vol te houden is. Er is een brugverbinding naar het Valentia Island, maar dit eiland bezoeken we niet. We rijden verder over de Skellig Ring. Per toeval ontdekken we de Skellig Cliffs. Hier heb ik niets over gelezen in de reisboeken. Het grote verschil met de Cliffs of Moher is dat de kliffen van Skellig niet zo recht zijn, maar desondanks zijn ze wel super mooi. Ze zijn ook veel minder toeristisch. Ik vind ze zelfs mooier dan in Moher. De hele omgeving – waar je ook kijkt – is onvoorstelbaar mooi. Zoals in veel delen van Ierland zijn de wegen niet breder dan drie meter. Passeren van tegenliggers is dan alleen mogelijk om speciale plaatsen waar de weg iets breder is. Het is telkens opletten en elkaar de ruimte geven. In de praktijk valt dat reuze mee, omdat een van beide meestal wel netjes blijft wachten op een inhaalplek. De vergezichten zijn schitterend. De kustlijn is ruw en ruig. We komen weer op de Ring of Kerry en stoppen bij het Staigue Stone Fort. Het ligt in een verlaten dal en dateert uit de ijzertijd. Het fort bestaat uit een ronde muur van vier meter hoog en twee meter breed met een doorsnede van 30 meter. Alle stenen – die er uitzien als grote leistenen – zijn zonder mortel aangebracht. Na 3000 jaar zijn ze nog steeds sterk genoeg om de toeristen te dragen die op de ronde muur klauteren en lopen. Het zuidelijk gedeelte van het Kerry schiereiland is één groot natuurwonder, zo mooi. De ene naar de andere mooie panorama volgt. Ik blijf er fotograferen. Het zonnetje verlicht de valleien zodat het groen van de natuur wonderschoon is. Desondanks drijven witte grote wolken aan de hemel, waardoor zowel de aarde als wel de hemel prachtig tot zijn recht komen. Dit is echt het allermooiste deel van Ierland. De Ring slingert zich onophoudelijk door het landschap waardoor het heerlijk rijden is. Het ene naar het andere ‘viewing point’ volgt. Telkens weer stoppen, de auto parkeren, uitstappen, camera pakken en foto’s maken. Dat is de Ring of Kerry. Fantastisch mooi. Het is bijna geen bebouwing aan deze zuidring. Een pas volgt. We klimmen en dalen. Haarspeldbochten. De bermen zijn regelmatig één grote bloemenzee. De wilde bloemen vormen samen een uniek kleuren palet. Monet zou het graag schilderen. Dit is paradijs. In het oosten gaat het wonder naadloos over in het Killarney National Park met zijn grote meren. Alsof het niet op kan. God was in een goede bui toen hij dit geschapen heeft! De Ring of Kerry is ongeveer 200 kilometer lang en het duurt ongeveer een hele dag om de route af te leggen.


De Ring of Beara is de laatste die we rijden. Het weer is licht tot zwaar bevolkt waardoor de natuur niet zo mooi tot zijn recht komt als gisteren. Het schiereiland Beara is ten opzichte van de vorige twee veel ruiger. Op het schiereiland zijn geen grote plaatsen. Er zijn er sowieso niet veel. We rijden door enkele dorpjes en die zijn haast allemaal mooi zijn met veel gekleurde gevels van huizen. Ook hier geldt dat het meest indrukwekkende deel in het westen van het schiereiland ligt. Met een slakkengang kronkelen we door de zeer smalle, steile en bochtige wegen. Een waar genot om je stuurmanskunst te tonen, maar bij iedere bocht hoop ik toch weer dat er geen tegenligger aankomt. We stoppen wat minder om foto’s te maken. Er zijn ook minder view points, maar dat neemt niet weg dat Beara veel onderdoet voor Dingle en Kerry. De naamsbekendheid is een stuk minder en er zijn minder toeristen. Bussen hebben we helemaal niet gezien.
Ten zuidwesten van Killarney ligt het Killarney National Park. De grote meren Muckross Lake en Lover Lake liggen vormen tezamen met het gebergte dat tot een hoogte reikt van 832 meter een prachtig natuurgebied. Het gebied was al eeuwen geleden een populair gebied. Het Ross Castle, Muckross Abbey, Muckross House & Gardens vonden hun plaats aan de rand van de meren.
We bezoeken de Muckross House & Gardens. De enorm grote tuinen zijn gratis toegankelijk. Wederom is het een prachtige tuin waar je heerlijk kunt wandelen. Het is een populaire bestemming voor toeristen uit Killarney en omgeving. Het Muckross House is een groot landhuis uit 1843 dat ooit bewoond werd door diverse vooraanstaande gezinnen. In het huis zijn diverse stijlkamers te bewonderen met meubels uit de 19de eeuw. In 1861 verbleef Queen Victoria en haar man Albert een paar dagen in het landhuis. Het landhuis is alleen met een gids te bezichtigen. Trots vertelt ze hoe de Queen hier ooit verbleef. Ze laat de slaapkamer zien waar de Queen overnachtte, maar vertelt er wel bij dat dit niet het bed is waarin de koningin sliep, omdat zij destijds haar eigen bed meebracht.
In het Killarney National Park bezoeken we de Muckross Traditional Farms. Het laat zich nog het best vergelijken met ons eigen Open Lucht Museum in Arnhem. We zien historische boerderijen van zeer armoedig tot welgesteld, vee, een smederij, een harnas- en zadelmaker, een timmermanswerkplaats en een schoolgebouw. Alle gebouwen zijn ingericht met origineel huisraad en gereedschappen. In de stallen zien we jonge hondjes, geiten, een kalfje, biggetjes en kippen. Vooral de kinderen vermaken zich uitstekend. Het is bijzonder interessant om te zien hoe de boeren vroeger leefden. Ik zou niet echt willen ruilen.
Na al dat moois rijden we door naar Bantry. Dit mooie vissersdorpje en populaire badplaats is gelegen in de baai van twee schiereilanden (Beara). In Bantry bezoeken we het Bantry House & Garden. Het oorspronkelijke landhuis stamt uit circa 1700, maar de noordgevel is van latere datum. De stijlkamers zijn prachtig ingericht met een eclectische collectie van kunstwerken en meubelen. Tot de hoogtepunten behoren de Aubussontapijten gemaakt ter gelegenheid van het huwelijk van Marie Antoinette met Lodewijk XVI. Rondom het huis bevindt zich een prachtige tuin die afzonderlijk te bezichtigen is.
Bantry is het meest zuidwestelijkste punt van onze rondreis. We vertrekken richting het oosten via de zuidkust. Aanvankelijk zijn de wegen nog klein en verlaten maar naar mate we meer oostelijk komen worden de wegen steeds breder, rechter en vlakker en de snelheid neemt toe. Welkom in de bewoonde wereld. Terug naar realiteit. Het vakantiegevoel neemt af.


Onderweg bezoeken we de Drombeg Stone Circle. Dit is Stonehenge in het klein. De diameter van de 17 tellende stenen cirkel is maar 9 meter. Volgens onderzoek dateert het monument uit 1100 – 800 v.Chr. Een pot met gecremeerde resten werd begraven in het midden van de cirkel, samen met 80 andere geslagen scherven, vier stukjes leisteen en overblijfselen van een brandstapel. De cirkel kan dus gezien worden als een grafcirkel.
De Timoleaque Abbey ligt in de gelijknamige plaats. Van het in de 13de eeuw gestichte klooster is alleen een ruïne over. Binnen de ommuring van de ruïne zijn veel oude graven te vinden.
Volgens de Capitool reisgids zou Kinsale bovenaan staan van Ierlands mooiste plaatsen. Hoewel het zeker mooi is, is bovenaan de lijst misschien wat overtrokken. Kinsale kan bogen op een lange en veelbewogen geschiedenis. In de 17de en 18de eeuw was Kinsale een belangrijke marinebasis. Nu liggen er voornamelijk pleziervaarten in de haven. Het is misschien wel een van de mooiere jachthavens van Ierland. Het gezellige en historisch centrum is erg mooi maar ook erg klein. Diverse horeca en winkelpanden zijn in zeer knallende kleuren geschilderd, bijna schaamteloos contrasterend, maar daardoor wel bijzonder om te zien.
Het Blackrock Castle uit de 16de eeuw is gelegen in Blackrock aan het Lough Mahon meer op twee kilometer afstand van Cork. In het kasteel is een observatorium en een museum ondergebracht. Het observatorium herbergt een interactief astronomiecentrum dat open is voor publiek. De tentoonstelling toont een rondgang door het universum en een radiotelescoop die berichten van schoolgroepen bundelt naar nabijgelegen sterren.
In Midleton is de distillery van het wereldberoemde whiskeymerk Jameson. De oorspronkelijk in Dublin gevestigde distillery sloot in 1976 de deuren en verplaatste toen de productie naar Midleton vlakbij Cork. Een rondleiding in Dublin is echter nog altijd mogelijk, zoals ikzelf zes jaren geleden ook heb gedaan. De rondleiding in Midleton is eender, maar het grote verschil is dat de bezoeker een kijkje mag nemen in de oude, authentieke gebouwen. Vooral de oude warehouses zijn prachtig om te zien. Je loopt door diverse gebouwen. Het terrein tussen de gebouwen is mooi gedecoreerd met onder andere oude vrachtwagens met whiskeyvaten. Ondertussen vertelt de gids hoe het productieproces is van whiskey. Zoals altijd eindigt de rondleiding in de proefkamer. In amper vijf minuten ‘moeten’ we aan drie whiskey’s ruiken en snuiven en vervolgens naar binnen kiepen. Net als in Dublin beginnen we met de Jameson, dan Johnny Walker Black Label en dan Jack Daniels. Voor de whiskykenner geen gelijke strijd natuurlijk. De gids vraag enthousiast: “Which whiskey do you like most”. Als een stel makke schapen antwoord het gros van de bezoekers – waarvan 3/4 nog nooit whisky heeft gedronken – “James”. “Congratulations, you are all now certified Irish Whiskey Experts”, roept de gids.
In Dungarvan hebben we wederom een leuk B&B. Dungarvan is geen onaardig plaatsje en ligt aan een baai aan de zuidkust. Daarna rijden we weer landinwaarts naar het noorden. In Cahir bezoeken we het Cahir Castle. Dit kasteel uit de 13de eeuw is nog helemaal in tact en vooral vanaf een afstand in het naast gelegen park oogt het bijzonder mooi. Binnenin het kasteel is het een doolhof aan trappetjes, gangetjes en ruimtes. Alle ruimtes zijn kaal en wit geschilderd, waardoor uiteindelijk het kasteel ook weer niet zo interessant is. Het plaatsje Cahir is een mooi en levendig plaatsje met historische bebouwing.


Rock of Cashel is een kerkruïne in het plaatsje Cashel. Het is een druk bezochte bezienswaardigheid. Een afbeelding van de kerk staat zelfs op de cover van de ANWB-reisgids. De kerk heeft net als een kasteel een ommuring waardoor het als een burcht overkomt. Dit is wat het uniek maakt. Het complex ligt bovenop een heuvel, waardoor de gebouwen reeds van veraf zichtbaar zijn. En omgekeerd heb je vanaf het complex een prachtig uitzicht over de wijde omgeving. Van de kathedraal uit de 13de eeuw is alleen een ruïne overgebleven, maar de kapel uit de 12de eeuw is nog steeds in tact. Aan de binnenzijde van de kapel bevinden diverse afbeeldingen van dierenkoppen en mensengezichten aan het plafond. Van het fresco aan het plafond is helaas niet veel meer over. De kapel is een van de mooiste voorbeelden van romaanse architectuur in Ierland. Een andere bijzonderheid is de ronde kerktoren naast de ruïne. Hij is 28 meter hoog en het oudste gebouw. Ronde kerktorens – die nog het meest op fabrieksschoorstenen lijken en naast de kerken zijn gebouwd – zie je overigens wel meer in Ierland, maar voor ons is dat uniek.
Wederom bezoeken we een kloosterruïne. Er zijn er zoveel in Ierland. Ook deze ligt ver buiten de bebouwde kom. We moeten door een weiland met tientallen schapen lopen om de ruïne te bereiken. Het Kells klooster is een groot ommuurd klooster. Het is vooral de ligging in de natuur dat het bijzonder maakt. Er zijn wat gezinnen met kleine kinderen. Deze kinderen denken dat het een speeltuin is; rennen rond door de ruimtes en klauteren op de muren.
In Bunclody hebben we een prachtige B&B. In onze slaapkamer kunnen we met gemak dansen, zo groot. De eigenaresse is minstens 70 jaar, maar heel vief en erg bij de tijd. Geweldig. Het is telkens weer een verrassing hoe je de douchekraan moet bedienen. Er zijn erg veel varianten om warm water te krijgen. Schakelaars, trektouwtjes, ecostanden, allerlei draaiknoppen en diverse combinaties daarvan. Soms moeten we alleen aan een touwtje trekken om water te krijgen! Primitief, dat zeker. De meeste wastafels in Ierland hebben aparte warme- en koude kranen. Als je dus je handen afspoelt krijg je koud water of je verbrandt je jatten. Ongelooflijk dat ze nog steeds geen mengkranen en boilers toepassen.
Vlakbij Bunclody bezoeken we de Huntington Castle & Gardens. Het kasteel uit 1625, dat prachtig is gemeubileerd, is alleen met een gids te bezichtigen. Het is nog vroeg en we lopen als enige door de mooie tuin en dat geeft een bijzonder dimensie aan de wandeling. We genieten van de rust.
We rijden door naar onze volgende B&B meer noordelijk, maar stoppen in Kilkenny om de stad te bezichtigen. Voor het Kilkenny Castle middenin het centrum staan erg veel bussen. Zoveel, dat we besluiten dat we daar niet naar toe willen. Blijkbaar is het een bekende en populaire bezienswaardigheid. Het is een erg groot kasteel uit de 12de eeuw dat nog geheel in takt is. Het park om het kasteel is gratis te bezichtigen.
Helaas valt de stad Kilkenny ons tegen. De brouwersstad telt 22.000 inwoners. We lopen de historische mijl, maar de historische gebouwen spreken ons minder aan dan de reisboeken doen geloven. Natuurlijk zijn er wel (veel) gezellige kroegen en leuke winkels, maar die heb je redelijk snel gezien.


Op de weg naar Castledermot, waar onze volgende overnachtingsplaats is, stoppen we eerst bij het Kilkea Castle, maar dit is een hotelkasteel dat niet te bezichtigen is. Castledermot is een klein en saai plaatsje dat je beter kunt vermijden. Ook dit plaatsje heeft een kasteelruïne maar voor de rest is er niets te beleven. Ons B&B is in een oud schoolgebouwtje dat wordt gerund door een bejaarde man van 74. Het is een zeer excentriek persoon en het B&B lijkt nog het meest op een oud gebouw met een antieke verzameling aan huisraad. Overal hangen schilderijtjes. Overal ligt een dikke laag stof. Een stofdoek ligt in de voorkamer met briefje met de tekst “Please help yourself”. Meubels zijn zo oud dat de antiquair er jaloers op is. De vloerbedekking is even oud. De meest geziene gast in het B&B is de huismeid die ongetwijfeld tierig wemelt in de vloerbedekking…. In de ochtend zitten we met vier Ieren aan tafel. Er volgt een interessant en lang gesprek. Ik geniet ervan als je met de locals in gesprek bent. Ieren hebben echt ontzettend veel humor.
De Wicklow Mountains is een national park net onder Dublin. Het is het laatste park van onze rondreis. Het is wederom een hoogtepunt. Vooral de groene, boomloze heuvels met de weidse uitzichten zijn schitterend om te zien. De wegen door de Wicklow Mountains kunnen soms heel druk zijn door de vele toeristen. Desondanks is het een zeer uitgestrekt en zeer dun bevolkt gebied. Een van de talloze wandelpaden is de Wicklow Way, die over het algemeen niet erg moeilijk zijn om te lopen. Het mooiste punt in de Wicklow Mountains is de Sally Gap. Vanuit dit punt heb je een prachtig uitzicht over de valleien met de meren. Het groen op de glooiende kale bergen is super mooi. De Sally Gap ligt aan de R759 die diagonaal door het National Park loopt. Een andere mooie weg die zeer de moeite waard is om over te rijden is de R115. De hoogste berg is de Lugnaquilla met een hoogte van 925 meter.
Tussen de Wicklow Mountains en Bray ligt Powerscourt. De tuinen zijn een van de mooiste van Ierland, vanwege het ontwerp en de spectaculaire ligging aan de voet van de Great Sugar Loaf Mountain. Helaas kampt ook dit jaar Ierland met grote droogte waardoor het grasveld in slechte staat verkeert. In 1730 werd opdracht gegeven voor het huis en de tuinen. In 1875 werden opnieuw siertuinen aangelegd. Het landhuis brandde in 1974 volledig uit, maar de begane grond is prachtig hersteld en herbergt winkels, een restaurant en een café. In de tuin staat een grote vegetatie aan planten. Het verbaast mij dat in Ierland zoveel andere planten voorkomen dan bij ons in Nederland, terwijl we beiden ongeveer hetzelfde klimaat hebben. Centraal in het park ligt een grote vijver (Triton Lake) met een fontein, dat gemaakt is naar de 17de eeuwse Tritonfontein van Bernini in Rome. Door het park zijn wandelpaden aangelegd die je langs de mooie onderdelen brengen. Ook in dit park staan prachtige grote Sequoia bomen van enkele tientallen meters.


Onze laatste B&B is in Kilcullen. Het B&B heeft bij Booking.com een 9.4 voor beoordeling. Het is dan ook een geweldige accommodatie en het ligt net onder Dublin. Vanuit hier zullen we onze laatste dingen bezoeken. De kwaliteit van de B&B’s in Ierland is gemiddeld erg hoog. Veel B&B’s scoren met een acht tot tien. Naar mijn mening zijn al deze B&B overgewaardeerd. Er is altijd wel wat te zeiken over de kamer. Wifi is vaak slecht. De vloeren kraken meestal. De deuren piepen en sluiten meestal slecht. Het sanitair is ouderwets en de bedden zijn meestal ook maar matig. Het personeel / de eigenaar is in de regel zeer vriendelijk, gastvrij en zelfs humoristisch. Een knuffel bij het vertrek was bij ons niet zeldzaam. De kostprijs was gemiddeld 80 euro per nacht voor twee personen. Over kosten gesproken. Ierland is een arm land waar het levensonderhoud relatief hoog is. Een pakje sigaretten kost 11 euro, een liter benzine 1,5 euro en een pint (halve liter) bier 5 euro. Een eenvoudige maaltijd, bestaande uit een hoofdgerecht met een glas bier of wijn, kost gemiddeld 25 euro pp.
Het Irish National Stud & Gardens park ligt vlakbij onze accommodatie. In dit park zijn paarden de hoofdattractie. Oude wedstrijdpaarden brengen hier hun laatste levensjaren door. Het is dus een soort bejaardenhuis voor paarden. Op een van de borden lezen we dat voor ‘Invincible Spirit’ destijds 120.000 euro gevraagd werd voor een dekbeurt. Een hoop geld. De paarden zijn miljoenen waard (geweest)! Het park is verder aangevuld met prachtige tuinen en activiteiten voor kinderen.
Glendalough is een toeristische locatie in het zuiden van de Wicklow Mountains. Eigenlijk is het niet meer dan een hotel, wat winkeltjes en kraampjes. Heel wat volk komt hier naar toe om wandelingen te maken in de bergen. Er zijn diverse wandelroutes met diverse afstanden die beginnen in de vallei achter het hotel. Twee grote meren in de vallei vormen samen met de groene bergen een prachtig groen landschap. Achter het hotel is ook een abdijruïne gelegen met grafstenen.
We sluiten af met een bijzonder voorval. Als we op de laatste avond van het restaurant naar ons B&B terug wandelen komen we twee schapen tegen. Het schemert al en normaliter staan ze ergens in het donker in een wei te wachten. Hopeloos verdwaald lopen ze de stad in op zoek naar een weide, niet wetende dat ze steeds verder van ‘huis’ geraken en steeds dichter bij de shoarmatent komen…. Even twijfelen ze nog of ze samen bij het zebrapad oversteken, maar nee, toch niet. Op naar het centrum!
Het zit er op. We vliegen terug naar Nederland. We kijken terug op een supervakantie. Ierland is fantastisch fijn om op vakantie te gaan. Wat is ons het meest bevallen? Eumm… alles. Wat is ons niet bevallen? Eummm…. niets.

Mijn persoonlijke top 10 van Ierland:

1. Ring of Kerry, Dingle en Beara
2. Connemara
3. Wicklow Mountains
4. Galway
5. Cliffs of Moher
6. Clonmacnoise klooster
7. Rock of Cashel
8. Birr Castle & Gardens
9. Kylemore Abbey & Victorian Garden
10. Burren National Park

Ierland op internet:

AA,  Wegenhulp

B&B Ireland

Heritage Ireland

Hidden Ireland

Hill Walk Tours

Lonely Planet

Ireland Hotels

Irish Trails

Tourism Ireland

Geplaatst in Geen categorie | 3 reacties