Haarlem 2020

Ontdek de wereld en begin in Nederland, dat is mij credo. Nederland is zo mooi en heeft zoveel mooie steden te bieden. Dit keer is het Haarlem. Nooit eerder ben ik in de stad geweest. Het werd hoog tijd om deze historische stad te bezoeken. Haarlem is de zesde monumentenstad van Nederland. De stad telt 1149 rijksmonumenten. Daarnaast telt de stad zo’n 1238 gemeentelijke monumenten. Bovendien is de historische binnenstad aangewezen als beschermd stadsgezicht. In de binnenstad staan dan ook de meeste van de monumenten, zoals de Grote of Sint-Bavokerk, het Stadhuis en de Vleeshal. De stad kent echter ook een aantal toonaangevende moderne bouwwerken, zoals de Toneelschuur, het Patronaat, de nieuwbouw van de Stadsschouwburg en het voormalige kantoor van de ING Bank aan de Wilhelminastraat. Het is dus een stad die zeker op je bucketlist moet staan. Al vrij snel boek ik een rondleiding bij de plaatselijke VVV. Op deze manier hoor en zie je interessante dingen die je als buitenstander niet zo snel zult ontdekken. Ik kan het dan ook van harte aan iedereen aanbevelen. We vertrekken bij de VVV op de Grote Markt in het centrum. Op zaterdag is er een grote markt op de Grote Markt (woordspeling), maar die laat ik nog even links liggen. Al vrij snel staan we stil bij een wat in eerste instantie een onbenullig beeldje is. Het is een beeldje van Malle Babbe dat op twee manieren bekend is geworden en is gemaakt door de wereldberoemde kunstenaar Kees Verkade uit Haarlem. Malle Babbe (Barbara Claes) was een verstandelijk gehandicapt die waarschijnlijk aan cretinisme leed, een schildklierafwijking die toen leidde tot dwerggroei. De bijnaam Malle Babbe zou te danken zijn aan de verbastering van Malle Barbara; gekke Barbara. In de 17de eeuw is ze geschilderd door Frans Hals, maar we kennen haar natuurlijk ook van het bekende lied van Rob de Nijs. Het is geschreven door Lennaert Nijgh die uit Haarlem kwam. Op het beeld en het schilderij is op haar schouders een uiltje afgebeeld en houdt ze een bierpul vast. Het slaat mogelijk op het oud-Nederlandse gezegde “Zoo beschonken als een uil”.


Een ander en nog kleiner beeldje in de stad is het beeldje van Kortjakje. Wie kent haar niet? Altijd is Kortjakje ziek, midden in de week maar zondags niet. Het kinderliedje stamt af van een Frans volksliedje. Oorspronkelijk gaat het liedje over een zeventiende-eeuws hoertje. De naam Kortjakje verwijst mogelijk naar het korte kledingstuk van de vrouw. Kortjakje werd vroeger ook als bijnaam gebruikt voor een vrouwelijke dronkenlap. In het Frans staat Kortjakje bekend als (Rachel) Valderappus wat schorriemorrie of gespuis betekent.
In het centrum zie je veel plantenbakken die door de bewoners voor hun huizen zijn geplaatst, dus feitelijk op gemeentegrond. Aanvankelijk vond de gemeente het niks in verband met toegankelijkheid van brandweerauto’s, maar toen bleek dat de lucht in Haarlem niet gezond was, was de gemeente om. Er moest zelfs meer groen op straat komen. Wandelend door de smalle steegjes geven de groenvoorzieningen je een behaaglijk gevoel. In sommige steegjes zie je zelfs druivenstruiken en gouden regen die de hele straatbreedte overspannen. Vooral als de planten in bloei zijn, moet dat bijzonder mooi zijn.
In Haarlem zie je erg veel buitenlandse toeristen. De Haarlemse samenleving is er op ingesteld en ik wordt zelfs regelmatig in het Engels aangesproken. Haarlem ligt op een steenworp afstand van Amsterdam en daardoor is het voor toeristen makkelijk om Haarlem op te nemen in hun reis door Nederland. Haarlem is ook een beetje klein Amsterdam met grachten en zelfs een rosse buurt. Haarlem doet zelfs misschien niet veel onder voor Amsterdam, maar het heeft (natuurlijk) niet die chique herenhuizen en de omvang van zijn grote broer. Nee, het centrum van Haarlem is betrekkelijk klein. Je hebt geen openbaar vervoer nodig om de stad te bezichtigen. Haarlem doet veel aan promotie en noemt in één adem ook de bezienswaardigheden van Amsterdam in haar programma omdat het zo dichtbij ligt. Slim natuurlijk, zo is het makkelijk om mee te liften op het succes van Amsterdam.
Haarlem is een echte hofjesstad. Eens waren er meer dan 40, maar nu zijn er nog circa 20 over. Ze ademen de sfeer van 100 jaar geleden en ouder. De huisjes omsluiten een binnentuin die meestal in stijl is aangelegd met rozenperken, beelden, prieeltjes en grasveldjes. De huisjes zijn meestal eenvoudig en repeterend. Geen van de huizen is in particulier bezit, het zijn allen sociale huurwoningen, waardoor het schilderwerk van het hout in ieder geval eenduidig blijft.


Haarlem had ooit veel molens. Nu is alleen de Adriaan daar nog van over. Helemaal authentiek is hij niet want de hoge molen brandde in 1932 geheel af. Gelukkig werd hij geheel herbouwd. Het is een bijzonder mooie molen die er spik en span bij staat. Al jaren heeft de molen uitsluitend een toeristische functie. De molen is alleen te bezichtigen met een gids. In kleine groepjes leidt de gids je via de smalle steile houten trapjes door vijf verdiepingen van de molen. Onderweg vertelt ze met behulp van schaalmodellen over de werking van de molen. Op de buitenomloop kun je een blik werpen op de stad Haarlem. Hier heb je mooi uitzicht dat zelfs tot de duinen reikt. Voor jong en oud is het een interessante toer.
Het Corrie ten Boom huis zei mij niets, maar de gids vertelt ons dat iedere Amerikaan het museum op zijn programma heeft staan. Blijkbaar wordt het in Amerika veel beter gepromoot dan in Nederland. In WOII deed het huis dienst als onderdak voor Joden. Het huis is enigszins vergelijkbaar met dat van Anna Frank. Nog altijd kun je in het huis aanschouwen hoe de schuilkamers bereikbaar waren. Vanwege de beperkte grootte moet je op internet tijdig kaarten bestellen om het museum te kunnen bezichtigen. Helaas wist ik dit niet en kon daardoor niet het museum bekijken.
Het Teylers Museum is een van de interessantste musea in Haarlem. Het is gevestigd in een historisch pand dat op zich zelf ook al interessant is om te bekijken. De collecties van het museum liggen opgeslagen in antieke houten vitrinekasten zoals je dat maar zelden ziet. De collectie van het museum bestaat uit verschillende voorwerpen die totaal niets met elkaar te maken hebben. De rondleiding begint met twee fossielenzalen met een unieke collectie en zeldzame schedels en fossielen. In de instrumentenzaal liggen natuurkundige laboratorium meetinstrumenten die veelal van hout en koper zijn gemaakt. In de ovale zaal liggen onder andere gesteenten die in het laboratorium onderzocht werden. Er is een zaal met munten en penningen en als laatste twee zalen met schilderkunst. Een zeer gevarieerde collectie dus waar iedereen wel iets van zijn gading vindt.
Het Frans Hals museum is een van de topattracties in Haarlem. Het museum bestaat uit twee locaties met verschillende collecties. Het museum aan de Grote Markt toont uitsluitend moderne kunst. Zoals bijna altijd heb ik weinig met moderne kunst, ik kan deze collectie dan ook helemaal niet waarderen. Het museum aan de Groot Heiliglaan toont alleen maar schilderijen van Hollandse meesters uit de middeleeuwen. Uiteraard staat Frans Hals centraal met veel schilderijen. Ook van zijn broer Dirck zijn schilderijen tentoon gesteld. Maar ook andere schilders zoals Longbloed, Ruiysdael, Sluijters zijn er te zien.
Het ABC Architectuur Centrum toont tentoonstellingen over de stad Haarlem. In het museum wordt met name met foto’s getoond hoe de stad de laatste eeuw is ontwikkeld. Al met al niet een heel interessant museum, maar de prachtige stadsfoto’s laten mooie beelden van de stad zien.
Het Archeologisch museum op de Grote Markt toont zoals het woord al zegt archeologische vondsten van de stad. Omdat het gebied al eeuwen bewoond wordt zijn er heel wat voorwerpen gevonden bij opgravingen. Desondanks is het museum redelijk klein. Interessant zijn de filmpjes over de stad.
De Jopenkerk is voor mij een van de hoogtepunten in Haarlem. Nooit eerder zag ik een bierbrouwerij die in een kerk gevestigd is. Dit is het werkelijke walhalla. In de hemel is geen bier, daarom drinken wij het hier… De combinatie van een kerk met glas-in-lood ramen en koperen bierketels, een bar en gezelligheid is een uiterst unieke combinatie. Geweldig. In de kerk is een extra vloer gemaakt, zodat er nog meer tafels kunnen staan. Dat het een succes is blijkt wel uit de enorme toeloop aan klandizie. Kerken kunnen blijkbaar weer ouderwets vol zitten. Sommige noemen het heiligschennis, maar naar mijn mening is hergebruik van kerken nog altijd veel beter dan slopen.


Zoals veel historische steden heeft Haarlem een groot aantal bijzondere kerken. Naast de Grote Markt staat fier de 76 meter hoge Grote kerk (of St. Bavokerk). De kerk is 108 meter lang. Het interieur is prachtig met muurschilderingen, authentieke naamborden met namen van predikanten, organisten e.d. Topstukken in de kerk zijn het koor en het Christian Müllerorgel dat 5068 pijpen telt en 30 meter hoog is. Het werd ooit bespeeld door de tienjarige Mozart en Händel. Om het koor staat een stalen hekwerk en het is niet toegankelijk. Het koor bevat zogenoemde ‘zitterkers’. Het zijn leunbanken waar de geestelijke tegen konden leunen als ze lang moesten staan. De banken zijn allen voorzien van houtsnijwerk en armsteunen in de vorm van unieke beeldjes. In de kerk vallen de vele grafzerken op. Ze liggen letterlijk overal in de kerk. In totaal zijn het ca. 1500 graven. De meeste daarvan zijn niet voorzien van teksten maar wel van een nummer. In iedere steen zit een gat waarmee de steen werd gelicht als een persoon in de kist werd gelegd. Weet je waar het spreekwoord ‘een rijke stinkerd’ vandaan komt? Ik zal het je vertellen. Vroeger werden rijken mensen in de kerk begraven en arme mensen buiten op het kerkhof. Als een lijk in het stenen graf werd geplaatst begon het te ontbinden en te rotten. Via de spleten en ‘tilgat’ verspreidde de lucht zich naar de kerk. Het stonk letterlijk naar ontbindend vlees in de kerk. Een rijke stinkerd dus.
Diverse kerken in Haarlem zijn in de Spaanse periode overgegaan van protestant naar katholiek en andersom. Hierdoor werden steeds nieuwe kerken bijgebouwd als men een kerk ‘verloren’ was. Daardoor zijn er verschillende kerken die als kathedraal bestempeld zijn of waren. Een klein stukje buiten het centrum staat de kathedraal basiliek St. Bavo, ook wel Koepelkathedraal genoemd. Er zijn dus twee St. Bavokerken in Haarlem. Het is de tweede grootste kerk van Nederland na de St. Jan in ‘s-Hertogenbosch. Kenmerkend voor de kerk zijn de vele koepels en de twee robuuste vierkante torens aan de voorzijde. Andere bijzondere kerken zijn de Waalse kerk, de Nieuwe Kerk en de Bakenesser kerk.
Ik heb weer genoten van Haarlem. De stad heeft ‘alles’. Omdat Haarlem ook een aantal interessante musea heeft, kun je je makkelijk twee dagen vermaken in de stad. Wil je meer? Dat kan. Verleng je trip/vakantie met een bezoek aan Kunstfort in Vijfhuizen, het strand, Ruïne van Brederode en uiteraard Amsterdam.

Veel plezier in Noord Holland.

De belangrijkste musea in Haarlem:

ABC Architectuurcentrum, Groot Heiligland 47
Archeologisch Museum Haarlem, Grote Markt 18k
Corrie ten Boom Huis – The Hiding Place, Barteljorisstraat 19
Draaiorgelmuseum Haarlem, Kuppersweg 3
Frans Hals Museum – Hal, Grote Markt 16
Frans Hals Museum – Hof, Groot Heiligland 62
Het Dolhuys, Schotersingel 2
KathedraalMuseum, Leidsevaart 146
Museum Haarlem, Groot Heiligland 47
NZH Vervoer Museum, A.Hofmanweg 35
National Gallery The Netherlands, Heiligenbergerweg 171
Teylers Museum, Spaarne 16

Mijn persoonlijke top 10 van Haarlem:

1. Frans Hals Museum – Hof
2. Kathedraal / St. Bavo
3. Teylers Museum
4. Rondleiding met VVV-gids
5. Adriaan Molen
6. Hofjes
7. Jopenkerk
8. Rondvaartboot over de Spaarne
9. Archeologisch Museum
10. kathedraal basiliek St. Bavo

Haarlem op internet:

Dagje weg .

Steden.net .

Top 10 Bezienswaardigheden .

Visit Haarlem

Wikipedia